RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: 12380855 \ LV EXPL 26-41
Vonnis in kort geding van 16 oktober 2026 (bij vervroeging)
in de zaak van
[eisende partij] ,
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eisende partij] ,
gemachtigde: mr. F. van Laaren,
tegen
1. [gedaagde partij sub 1] ,
te [woonplaats] ,2. [gedaagde partij sub 2],
te [woonplaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagde partij c.s.] ,
gemachtigde: mr. E.J.H. van Lith.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 15 september 2026 met producties 1 tot en met 12; - de akte van [eisende partij] met producties 9 en 13;
- de akte van [eisende partij] met een wijziging van eis en producties 14 tot en met 16;
- de e-mails van mr. Van Lith aan de rechtbank van 12 en 13 oktober 2026 met een aantal videobestanden; - de akte van [eisende partij] met productie 17;
- de mondelinge behandeling van 14 oktober 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de spreekaantekeningen van [eisende partij] ;
- de spreekaantekeningen van [gedaagde partij c.s.] ;
- de ter zitting opgestelde en ingediende akte van [eisende partij] met een wijziging van eis.
Ten slotte is bepaald dat er een vonnis wordt gewezen.
2. De kern van de zaak
[eisende partij] is de eigenaar van een camper. De (meerderjarige) zoon van [gedaagde partij c.s.] mocht deze camper gebruiken om in te slapen. De camper stond geparkeerd op en naast de oprit van de woning van [gedaagde partij c.s.] [eisende partij] wil de camper terug. In dit kort geding vordert zij onder meer teruggave van de sleutels. [gedaagde partij c.s.] voert verweer. Zij stelt dat zij niet de contractpartij van [eisende partij] is en dat er al sleutels teruggegeven zijn. De kantonrechter wijst alle vorderingen van [eisende partij] af.
3. De beoordeling
De kantonrechter laat de laatste wijzing van eis toe
Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eisende partij] haar eis gewijzigd. De eiswijziging is ter plekke op schrift gesteld en ingediend. [gedaagde partij c.s.] heeft hier bezwaar tegen gemaakt. Volgens haar had [eisende partij] de eiswijziging al eerder kunnen indienen.
Uit artikel 130 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering volgt dat zolang er nog geen eindvonnis is gewezen, de eiser bevoegd is zijn eis schriftelijk te veranderen of te vermeerderen. De gedaagde mag hier bezwaar tegen maken, op grond dat de verandering of vermeerdering in strijd is met de eisen van een goede procesorde.
De kantonrechter is het met [gedaagde partij c.s.] eens dat de eiswijziging al op de dag voor de mondelinge behandeling had kunnen worden ingediend. Ter zitting is namelijk gebleken dat mr. Van Laaren op die dag al over de daarvoor benodigde informatie beschikte. Toch laat de kantonrechter de eiswijziging toe. [eisende partij] heeft een extra vordering ingesteld tot betaling van een schadevergoeding van € 589,78 in verband met het ophalen van de camper en het vervangen van de accu. Verder heeft [eisende partij] de vordering tot herstel en reinigen van de camper laten vallen. Het gaat dus om een beperkte eiswijziging. [gedaagde partij c.s.] heeft tijdens de mondelinge behandeling voldoende gelegenheid gehad om hierop te reageren en is dus niet in haar belangen geschaad. Van strijd met de goede procesorde is daarom geen sprake.
Het toetsingskader in kort geding
Voor toewijzing van een vordering in kort geding is een spoedeisend belang vereist. Hiervan is sprake als, gelet op de belangen van partijen, op korte termijn een voorziening geboden is en de afloop van een bodemprocedure niet kan worden afgewacht.
Als er een spoedeisend belang is, moet worden beoordeeld of voldoende aannemelijk is dat de vorderingen van [eisende partij] in een bodemprocedure zullen worden toegewezen en of het, gelet op de belangen van partijen, gerechtvaardigd is om vooruitlopend daarop de vorderingen in dit kort geding als voorlopige voorziening toe te wijzen. In kort geding wordt alleen een voorlopig oordeel gegeven over het geschil tussen partijen.
[eisende partij] heeft geen spoedeisend belang bij haar vorderingen
[eisende partij] heeft, samengevat, de volgende vorderingen ingesteld:
I. [gedaagde partij c.s.] te veroordelen tot teruggave van alle originele en passende sleutels van de camper;
II. [gedaagde partij c.s.] te gebieden [eisende partij] niet te belemmeren bij het inspecteren, herstellen, verplaatsen en afvoeren van de camper en daaraan medewerking te verlenen;
III. [gedaagde partij c.s.] te gebieden ieder gebruik van de camper te staken, waaronder het besturen en het gebruiken als verblijfplaats daarvan;
IV. [gedaagde partij c.s.] te verbieden de camper te verplaatsen, vervreemden, verhuren, verpanden of anderszins aan derden ter beschikking te stellen;
V. een dwangsom te verbinden aan de vorderingen onder I tot en met IV;
VI. [gedaagde partij c.s.] te veroordelen tot betaling van € 589,78 te vermeerderen met wettelijke rente.
[eisende partij] stelt dat zij een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen, omdat zij als eigenaar niet over haar camper kan beschikken, de camper op de openbare weg wordt gebruikt en dit het risico op schade en aansprakelijkheid met zich brengt. Verder blijft zij verantwoordelijk voor de verzekering, APK en motorrijtuigenbelasting, terwijl zij over de camper geen enkele controle heeft.
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat [eisende partij] inmiddels sleutels van [gedaagde partij c.s.] heeft ontvangen. Met die sleutels kan de camper worden geopend en (nadat de problemen met de accu waren opgelost) gestart. De camper is inmiddels verplaatst naar een garagebedrijf.
Als ervan wordt uitgegaan dat [gedaagde partij c.s.] niet alle sleutels heeft afgegeven en nog steeds sleutels onder zich heeft, zoals [eisende partij] stelt, dan valt niet in te zien waarom [eisende partij] een spoedeisend belang heeft bij afgifte daarvan. [eisende partij] heeft inmiddels zelf de beschikking over de camper en werkende sleutels, zodat van een inbreuk op haar eigendomsrecht geen sprake (meer) is. Ook doen de door haar genoemde risico’s zich niet meer voor. De enkele vrees dat [gedaagde partij c.s.] met de vermeende resterende sleutels de camper zou kunnen gebruiken, is onvoldoende om een spoedeisend belang bij afgifte van die sleutels aan te nemen. [eisende partij] heeft niet aannemelijk gemaakt dat er redenen zijn om aan te nemen dat [gedaagde partij c.s.] van plan is om de camper op te sporen en daar met de vermeende resterende sleutels gebruik van te maken. Tegen die achtergrond valt ook niet in te zien dat [eisende partij] een spoedeisend belang heeft bij de vorderingen onder II tot en met IV. Die strekken er in de kern immers toe dat [gedaagde partij c.s.] zich afzijdig houdt van ieder fysiek gebruik van de camper.
De vordering onder VI tot slot strekt tot betaling van een geldsom. Bij toewijzing van zo’n vordering in kort geding moet de rechter terughoudend zijn. [eisende partij] moet onderbouwen waarom met spoed een voorlopige voorziening moet worden getroffen tot betaling van het gevorderde geldbedrag en een bodemprocedure niet kan worden afgewacht. [eisende partij] heeft hierover niets gesteld.
Omdat het spoedeisend belang ontbreekt, zullen alle vorderingen worden afgewezen.
Niet aannemelijk is dat de vorderingen in een bodemprocedure zullen worden toegewezen
Als [eisende partij] wel een spoedeisend belang bij haar vorderingen zou hebben, is niet aannemelijk dat die vorderingen in een bodemprocedure zullen worden toegewezen. De kantonrechter overweegt daartoe, ten overvloede, het volgende.
[eisende partij] vordert onder I afgifte van sleutels. [gedaagde partij c.s.] voert primair aan dat zij niet de contractspartij van [eisende partij] is, omdat [eisende partij] de camper aan haar zoon in gebruik heeft gegeven. [eisende partij] stelt daartegenover dat [gedaagde partij c.s.] wel contractspartij is, omdat is afgesproken dat de camper op het terrein van [gedaagde partij c.s.] zou worden gestald.
Dit punt kan in het midden blijven. Beslissend is of [gedaagde partij c.s.] over sleutels van de camper beschikt. Als dat zo is, dan moet [gedaagde partij c.s.] die aan [eisende partij] als eigenaar afgeven, ongeacht op welke grond [gedaagde partij c.s.] de sleutels onder zich heeft. Als [gedaagde partij c.s.] de sleutels zonder rechtsgrond onder zich houdt, is dat immers onrechtmatig.
[eisende partij] moet aannemelijk maken dat [gedaagde partij c.s.] (nog) over sleutels beschikt. Dat is haar om de volgende redenen niet gelukt.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter gevraagd hoeveel sleutels er aanvankelijk door [eisende partij] (of haar inmiddels overleden echtgenoot) waren afgegeven. [eisende partij] gaf daarop eerst aan dat zij dit niet wist, daarna dat het om twee sleutels ging en vervolgens dat het er één was. Daarmee is onduidelijk hoeveel sleutels er zijn afgegeven.
De kantonrechter heeft [eisende partij] ook gevraagd aan wie de sleutels zijn afgegeven. [eisende partij] heeft daarop geantwoord dat de sleutels aan de zoon van [gedaagde partij c.s.] zijn afgegeven. Niet duidelijk is waarom [gedaagde partij c.s.] dan over de sleutels zou beschikken en waarom van haar teruggave wordt gevorderd, en niet van haar zoon.
Als de kantonrechter over deze twee punten heen stapt en ervan uitgaat dat [gedaagde partij c.s.] de beschikking had over twee sleutels, dan geldt dat [gedaagde partij c.s.] na de dagvaarding twee sleutels aan [eisende partij] heeft afgegeven. [gedaagde partij c.s.] heeft onweersproken gesteld dat zij deze sleutels van haar zoon heeft ontvangen. Vast staat dat deze sleutels in ieder geval op het contact van de camper en op één van de deuren passen. [eisende partij] stelt dat [gedaagde partij c.s.] niet de originele sleutels heeft teruggegeven en dat het om sleutels gaat die [gedaagde partij c.s.] heeft laten bijmaken door een slotenmaker. Dat is echter niet vast komen te staan. [gedaagde partij c.s.] betwist dat zij sleutels heeft laten bijmaken. Zij heeft wel contact gehad met een slotenmaker om sleutels bij te laten maken, maar dat is niet doorgegaan nadat zij de twee sleutels van haar zoon had ontvangen. [eisende partij] stelt nog dat de afgegeven sleutels niet op alle sloten van de camper passen terwijl, zo begrijpt de kantonrechter, de originele sleutels dat volgens haar wel doen. De kantonrechter kan dit laatste niet vaststellen. Uit deze stelling volgt daarom niet dat de sleutels die [gedaagde partij c.s.] heeft afgegeven niet de originele sleutels zijn, laat staan dat zij nog sleutels in haar bezit heeft.
De conclusie is dat niet aannemelijk is gemaakt dat [gedaagde partij c.s.] nog over sleutels van de camper beschikt, zodat niet aannemelijk is dat een bodemrechter haar zal veroordelen tot afgifte daarvan. De kantonrechter kan vooruitlopend daarop in dit kort geding [gedaagde partij c.s.] daarom ook niet veroordelen tot afgifte van sleutels.
De vorderingen onder II tot en met IV strekken er kort gezegd toe dat [gedaagde partij c.s.] geen gebruik maakt van de camper en [eisende partij] niet hindert bij het gebruik ervan. Niet aannemelijk is dat de bodemrechter deze vordering zal toewijzen, omdat de camper niet meer op of naast het terrein van [gedaagde partij c.s.] staat en ook niet vaststaat dat [gedaagde partij c.s.] nog over sleutels beschikt en zij dus ook geen gebruik kan maken van de camper. Er bestaat verder ook geen aanleiding te veronderstellen dat [gedaagde partij c.s.] [eisende partij] zal hinderen in het gebruik van de camper.
Tot slot vordert [eisende partij] onder VI schadevergoeding. De schadevergoeding bestaat uit de kosten voor het ophalen van de camper en het vervangen van de accu. [eisende partij] heeft niet toegelicht waarom de accu vervangen moest worden. Als de levensduur van de accu verstreken was, valt niet in te zien waarom dit voor rekening van [gedaagde partij c.s.] moet komen. In ieder geval is niet gebleken dat [gedaagde partij c.s.] schade aan de accu heeft veroorzaakt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eisende partij] aangevoerd dat [gedaagde partij c.s.] deze kosten moet betalen omdat zij niet heeft meegewerkt aan de teruggave van de camper. Zelfs als zou worden aangenomen dat [gedaagde partij c.s.] daarin is tekortgeschoten, wat niet vaststaat, dan volgt daaruit nog niet dat vervanging van de accu daardoor noodzakelijk is geworden. Hooguit kan de accu door het tijdsverloop (verder) zijn leeggelopen, maar ook dat maakt vervanging niet zonder meer noodzakelijk. Niet aannemelijk is daarom dat de bodemrechter een schadevergoeding zal toewijzen.
[eisende partij] moet de proceskosten betalen
Hiervoor is vastgesteld dat [eisende partij] de sleutels heeft afgegeven aan de zoon van [gedaagde partij c.s.] , en niet aan [gedaagde partij c.s.] zelf, en dat [gedaagde partij c.s.] de sleutels na de dagvaarding via haar zoon aan [eisende partij] heeft teruggegeven. Anders dan [eisende partij] meent, kan daarom niet volgehouden worden dat [gedaagde partij c.s.] dit kort geding heeft veroorzaakt en de kosten daarvan daarom voor haar rekening moeten komen. Omdat [eisende partij] in het ongelijk is gesteld, moet zij de proceskosten (inclusief nakosten) betalen.
De proceskosten van [gedaagde partij c.s.] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
577,00
(tarief eenvoudig)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
721,00
4. De beslissing
De kantonrechter, rechtdoende in kort geding
wijst de vorderingen af;
veroordeelt [eisende partij] in de proceskosten van € 721,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eisende partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. B.G.W.P. Heijne en in het openbaar uitgesproken op
16 oktober 2026.
45353