ECLI:NL:RBMNE:2026:7244

ECLI:NL:RBMNE:2026:7244

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 21-10-2026
Datum publicatie 21-10-2026
Zaaknummer 16-144413-22
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Mensenhandel in vereniging, seksuele uitbuiting door loverboy, overschrijding van de redelijke termijn

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16-144413-22

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 21 oktober 2026 in de strafzaak van:

[verdachte] ,

geboren op [1990] in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode] in [plaats 1] ,

(hierna: de verdachte).

1. Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 29 september 2026. Het onderzoek is gesloten op 21 oktober 2026, waarna direct uitspraak is gedaan.

Op de zitting van 29 september 2026 waren aanwezig:

2. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:

in de periode van 1 september 2020 tot en met 31 december 2020 in Utrecht en/of De Bilt, samen met een ander, zich heeft schuldig gemaakt aan seksuele uitbuiting van [slachtoffer] .

De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage 1 bij dit vonnis.

3. Bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd.

De onderbouwing van het standpunt van de officier van justitie wordt – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.2.

Standpunt van de verdediging

De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van het feit omdat het dossier geen bewijs oplevert dat de verdachte wist, of redelijkerwijs moest vermoeden dat [slachtoffer] tot prostitutie werd gedwongen of daarbij werd uitgebuit. Subsidiair is aangevoerd dat er geen sprake was van medeplegen, maar dat de verdachte slechts medeplichtig is geweest en medeplichtigheid is niet ten laste gelegd.

De onderbouwing van het pleidooi van de advocaat wordt - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 3.3.2.

Oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen

De rechtbank oordeelt dat het feit (medeplegen van seksuele uitbuiting van [slachtoffer] gedurende de periode van 14 oktober 2020 tot 22 december 2020) is bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.

Bewijsoverwegingen

De mensenhandel/seksuele uitbuiting

De rechtbank moet beoordelen of het handelen van verdachte ten aanzien van [slachtoffer] kan worden aangemerkt als mensenhandel in de zin van artikel 273f, eerste lid, sub 1, 4, 6 en/of 9 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr).

Juridisch kader

De strafbaarstelling van mensenhandel (artikel 273f Sr) staat in titel XIII, de titel die ziet op ‘de misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid’. Uit de wetsgeschiedenis en de jurisprudentie over dit wetsartikel volgt dat mensenhandel is gericht op uitbuiting. Het belang van het individu staat voorop: dat belang is behoud van zijn of haar lichamelijke of geestelijke integriteit en vrijheid.

De in artikel 273f Sr verboden gedragingen beïnvloeden de wil en/of beperken de keuzemogelijkheid van het slachtoffer. De gedragingen leiden tot het ontbreken van de vrijwilligheid bij het slachtoffer om bepaalde handelingen te verrichten. Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van ‘uitbuiting’ in de zin van artikel 273f, eerste lid, Sr, komt onder meer betekenis toe aan de aard en duur van de te verrichten seksuele activiteiten, de beperkingen die dit voor het slachtoffer meebrengt en het economisch voordeel dat daarmee door de verdachte is behaald. In het geval van prostitutiewerkzaamheden (of in dit geval het hebben van seksafspraken) zal er – gelet op de forse inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer – in het geval van gebruik van enig dwangmiddel en enig gewin door de verdachte al snel sprake zijn van uitbuiting.

Instemming van het slachtoffer met de beoogde of bestaande uitbuiting is niet relevant indien één van de in artikel 273f Sr genoemde dwangmiddelen is gebruikt. Bij het dwangmiddel ‘misbruik maken van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht’ is er sprake van een relationele ongelijkheid of van het brengen in zo’n situatie van ongelijkheid, waardoor de keuzevrijheid wordt beperkt. Met een ‘kwetsbare positie’ wordt (onder andere) een situatie bedoeld waarin het slachtoffer geen andere werkelijke of aanvaardbare keuze heeft dan het misbruik te ondergaan. De verdachte moet zich wel bewust zijn van de relevante feiten en omstandigheden van het slachtoffer waaruit het overwicht voortvloeit, dan wel van de kwetsbare positie van het slachtoffer. De verdachte moet tenminste voorwaardelijk opzet hebben ten aanzien van die omstandigheden en/of de kwetsbare positie. Ook is strafbaar degene die opzettelijk voordeel trekt uit de uitbuiting van een ander of die iemand dwingt dan wel beweegt hem te bevoordelen uit de opbrengst van diens seksuele handelingen met of voor een derde. Dit subonderdeel is erop gericht op te kunnen treden tegen de situatie dat een prostituee wordt gedwongen tot afgifte van (een deel van) haar opbrengsten van seksuele handelingen.

De bewezen feitelijke handelingen

Gelet op de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat een deel van de in de tenlastelegging opgenomen feitelijke handelingen wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.

Medeverdachte [medeverdachte] heeft [slachtoffer] , nadat hij in een hoog tempo een vertrouwensband met haar had opgebouwd, gevraagd om bij hem te komen wonen. Wel moest zij een oplossing zoeken voor het samen delen van de kosten daarvan. [slachtoffer] had een huurachterstand, en had inmiddels dermate intensief contact met de medeverdachte, dat zij dacht dat zij het niet ‘normaal zou kunnen afsluiten’. Bovendien wist de medeverdachte haar adres. Dus bood [slachtoffer] aan in de prostitutie te gaan werken ‘om de huur te betalen’.

De medeverdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer] heeft geholpen met haar prostitutiewerkzaamheden. Uit de verklaring van [slachtoffer] , de verklaring van de medeverdachte en uit de gegevens uit de telefoon van de medeverdachte blijkt dat de verdachte en de medeverdachte zich op verschillende manieren met de prostitutiewerkzaamheden van [slachtoffer] hebben beziggehouden. De verdachten hebben [slachtoffer] bij de verdachte in de woning laten verblijven en ruimte beschikbaar gesteld voor prostitutiewerkzaamheden. De advertentie met betrekking tot [slachtoffer] op [website 1] is aangemaakt door de medeverdachte met behulp van de verdachte: de medeverdachte heeft in aanwezigheid van de verdachte in de woning van de verdachte in [plaats 2] foto’s van [slachtoffer] gemaakt. De medeverdachte vraagt aan [naam 1] op 3 december 2020 of [naam 1] een mailadres wil aanmaken en dan komt het volgende adres tevoorschijn: [e-mailadres] . Met dit adres is diezelfde dag een [.] advertentie [ad id] aangemaakt, waarbij gebruik is gemaakt van een bij de verdachte thuis gemaakte foto en de tekst die de verdachte per telefoon met de medeverdachte heeft gedeeld. Uit de gegevens van [website 1] blijkt dat in eerste instantie ook alleen het telefoonnummer van de medeverdachte gekoppeld was aan het [website 1] account en dat er meermalen betalingen vanaf de bankrekening op naam van de medeverdachte zijn verricht om tegoed te kopen om de advertentie omhoog te kunnen plaatsen. Voor de werkzaamheden was er voor [slachtoffer] een speciale werktelefoon geregeld.

Op basis van de in de telefoon van de medeverdachte aangetroffen chatberichten kan eveneens worden bewezen dat medeverdachte betrokken is geweest bij het onderhouden van contacten, het maken van afspraken met prostitutieklanten van [slachtoffer] , het maken van afspraken met die klanten over de aard van de werkzaamheden en de daarvoor te betalen bedragen en dat hij [slachtoffer] heeft geïnstrueerd over haar werkzaamheden.

Op grond van de verklaring van [slachtoffer] kan worden vastgesteld dat de verdachte haar ook heeft vervoerd naar haar escortwerkzaamheden. Volgens [slachtoffer] was de verdachte vaak, bij de medeverdachte en haar, in de auto wanneer ze naar een seksafspraak werd gebracht, ook regelde de verdachte afspraken en werd ze door beiden in de gaten gehouden.

Uit de telefoon van de medeverdachte (de Iphone X) blijkt dat de medeverdachte een administratie had waarin het werk en de verdiensten van [slachtoffer] werden bijgehouden. Op basis van de financiële bevindingen van de politie en de verklaring van [slachtoffer] acht de rechtbank ook bewezen dat de medeverdachte (een groot deel van) het geld van [slachtoffer] heeft afgenomen en ontvangen. Ook de verdachte heeft, al dan niet via de medeverdachte, tikkies naar [slachtoffer] gestuurd.

De periode

De rechtbank gaat er bij het vaststellen van de periode vanuit dat de medeverdachte vanaf de kennismaking op 14 oktober 2020 dwang op [slachtoffer] is gaan uitoefenen om het prostitutiewerk te (gaan) doen, omdat zij heeft verklaard dat het direct heel snel ging. Dat de verdachte niet de gehele periode in Nederland heeft verbleven doet hier niet aan af.

De bewijsminimumregel ten aanzien van getuigenbewijs

De verdediging betwist de goede trouw van [slachtoffer] niet, in de zin dat – zo begrijpt de rechtbank – de betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer] niet wordt betwist. Wel heeft de advocaat aangevoerd dat het feit niet kan worden bewezen wegens het ontbreken van voldoende steunbewijs voor de verklaring van [slachtoffer] dat de verdachte wetenschap van dwang had.

De rechtbank stelt het volgende juridisch kader voorop.

Volgens het tweede lid van artikel 342 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) - dat de tenlastelegging in haar geheel betreft en niet een onderdeel daarvan - kan het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen ingeval de door één getuige gereleveerde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal.

De vraag of aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval. De Hoge Raad kan daarom geen algemene regels geven over de toepassing van artikel 342, tweede lid, Sv.

Uit de jurisprudentie van De Hoge Raad volgt niet dat is vereist dat het springende punt (het door de verdachte betwiste onderdeel van de desbetreffende verklaring) steun vindt in ander bewijsmateriaal. Voldoende is dat de gebezigde verklaring op specifieke punten steun vindt in ander bewijsmateriaal, zodat die verklaring “niet op zich zelf staat”, maar als het ware is ingebed in een concrete context die bevestiging vindt uit andere bron. Er mag geen te ver verwijderd verband bestaan tussen de verklaring en het overige gebruikte bewijsmateriaal.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verklaringen van [slachtoffer] niet op zichzelf staan en in voldoende mate worden ondersteund door andere bewijsmiddelen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat is voldaan aan het wettelijk bewijsminimum. In het bijzonder met betrekking tot het bewijs van de wetenschap van de verdachte overweegt de rechtbank het volgende. De iPhone X van de medeverdachte bevat verschillende chatberichten tussen de verdachte en de medeverdachte. Een aantal van deze berichten geeft blijk van wetenschap van de verdachte ten aanzien van de uitbuiting van [slachtoffer] . De tekst van de advertentie van [slachtoffer] die op [website 1] is geplaatst komt grotendeels terug in het chatbericht van de verdachte aan de medeverdachte [medeverdachte] . In de chats tussen de verdachte en de medeverdachte zitten ook meerdere betaalverzoeken die de verdachte aan de medeverdachte heeft gestuurd, waarna die tikkies slechts na korte tijd – na een minuut of zelfs na enkele seconden – direct naar [slachtoffer] worden doorgestuurd.

De rechtbank ziet daarin bevestiging van de wetenschap van de verdachte dat [slachtoffer] een groot deel van haar inkomsten afstond en dat is voldoende om vast te stellen dat de verdachte wist dat [slachtoffer] werd uitgebuit.

De samenwerking

De rechtbank oordeelt dat de medeverdachte en de verdachte bij de seksuele uitbuiting van [slachtoffer] nauw en bewust hebben samengewerkt. De rechtbank vindt de bijdrage van de verdachte aan de seksuele uitbuiting van voldoende gewicht om de verdachte als medepleger te zien. Uit de bewijsmiddelen volgt namelijk dat de verdachte zijn woning ter beschikking heeft gesteld aan de medeverdachte en dat de verdachte aan de medeverdachte heeft verzocht de huur voor de woning te voldoen. In de woning van de verdachte zijn de foto’s van de seksadvertentie van [slachtoffer] gemaakt en de verdachte heeft de medeverdachte een tekst gestuurd die op de advertentie voor het prostitutiewerk is geplaatst. Dat de advertentie op 3 december 2020 door medeverdachte is aangemaakt en dat de verdachte de tekst pas op 10 december 2020 naar medeverdachte heeft gestuurd is niet van doorslaggevende betekenis omdat de tekst kan zijn aangepast.

Toen de medeverdachte een bericht stuurde over de prostitutiecontrole door de politie op 16 december 2020 heeft verdachte hem laten weten dat hij direct zou komen (pagina 700). [slachtoffer] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat verdachte en medeverdachte haar niet uit het oog verloren en dat zij haar altijd in de gaten hielden.

Uit het financieel onderzoek blijkt dat tikkies van de verdachte zijn verzonden naar medeverdachte en dat die tikkies vrijwel direct zijn doorgestuurd naar de werktelefoon. Ook heeft de verdachte tikkies naar de werktelefoon gestuurd.

Op 29 september 2026 is ter zitting gebleken dat de verdachte van 10 december 2020 tot 28 december 2020 in Nederland verbleef (zie de bijlagen van de pleitnota).

De raadsman heeft gewezen op de verklaring die [slachtoffer] bij de rechter-commissaris heeft afgelegd over de rol van de verdachte. De rechtbank ziet daarin geen aanleiding om de verdachte vrij te spreken omdat hij als medepleger wel degelijk betrokken is geweest bij de seksuele uitbuiting van [slachtoffer] , maar zal bij het bepalen van de straf rekening houden met de rol die de verdachte heeft gespeeld.

Financieel voordeel

De rechtbank gaat voorbij aan het verweer van de verdediging dat de tikkies niet betekenen dat de verdachte financieel heeft geprofiteerd van de uitbuiting van [slachtoffer] omdat uit de bewijsmiddelen blijkt dat de tikkies die de verdachte stuurde aan medeverdachte direct werden doorgestuurd naar de werktelefoon.

Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:

in of omstreeks de periode van 14 oktober 2020 tot en met 22 december 2020 te [plaats 1] en [plaats 2] en elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander, een ander, te weten [slachtoffer] ,

(telkens) door dwang, geweld of (een) andere feitelijkheiddan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht,

door misbruik van een kwetsbare positie

- heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen,met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer]

en/of

- heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellentot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard

en

- heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en/of verdachtes mededaderte bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer] , seksuele handelingenmet en/of voor een derde

en

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokkenuit de seksuele uitbuiting van die ander, te weten die [slachtoffer] ,

zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader,

een (liefdes)relatie aangegaan met die [slachtoffer] en

die [slachtoffer] laten weten dat hij samen met haar een toekomst wilde opbouwenen die [slachtoffer] laten weten dat hij pas met haar kon samenwonen als zij haarfinanciën op orde had en foto’s van die [slachtoffer] gemaakt ten behoeve van een of meer seksadvertentie(s)en een of meer account(s) en/of advertentie(s) aangemaakt en/of onderhouden bijsites als [website 1] en een (zogenaamde) werktelefoon aangeschaft/in gebruik genomen en/of aan die[slachtoffer] verschaft en contacten onderhouden met klanten en/of seksafspraken gemaakt voor die[slachtoffer] en een of meer werkplek(ken) voor die [slachtoffer] geregeld waar zij die klanten konontvangen voor haar prostitutiewerkzaamheden en die [slachtoffer] vervoerd naar die werkplek(ken) en/of naar die klant(en) en/ofdie [slachtoffer] telkens gecontroleerd als zij klanten ontving en/of de (eigen)telefoon van die [slachtoffer] afgepakt en/of

[wanneer die [slachtoffer] weigerde klanten te ontvangen en/of liet weten te willenstoppen met die prostitutiewerkzaamheden]

tegen die [slachtoffer] gezegddat zij door moest werken en/ofdat zij pas weg mocht als zij alles had afbetaalden/ofdie [slachtoffer] mishandeld en/of aan haar haar getrokken en/of haar tegen murenen meubels gegooid/geduwd en/of een kussen op haar gezicht gedrukt en/ofgedrukt gehouden en/of haar gewurgd en

(zo goed als) al het geld dat die [slachtoffer] met haar prostitutiewerkzaamhedenverdiendevan die [slachtoffer] afgepakt en/ofdoor [slachtoffer] aan hem, verdachte, en/of zijn mededader af laten geven.

De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

mensenhandel, terwijl het in artikel 273f, eerste lid onder 1º/4º/6º/9º van het Wetboek van Strafrecht omschreven feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid feit en verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

5. Straf en/of maatregel

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:

- een gevangenisstraf van 15 maanden, met aftrek van het voorarrest;

en dat ook aan de verdachte wordt opgelegd:

- een contactverbod met [slachtoffer] als vrijheidsbeperkende maatregel (artikel 38v Sr) voor de duur van 5 jaar.

Standpunt van de verdediging

De advocaat voert aan dat, bij een bewezenverklaring, bij het opleggen van de straf rekening moet worden gehouden met de geringe rol van de verdachte en met het tijdsverloop. De verdediging verzoekt om af te zien van het opleggen van een contactverbod, of de duur daarvan substantieel te beperken omdat [slachtoffer] geen aangifte heeft gedaan tegen de verdachte, en heeft verklaard dat de verdachte haar niet heeft bedreigd.

Oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van deze straf en maatregel houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft zich als medepleger schuldig gemaakt aan seksuele uitbuiting (mensenhandel) van [slachtoffer] . Mensenhandel is een zeer vergaande en ontluisterende manier van uitbuiting. De lichamelijke en geestelijke integriteit van mensen wordt totaal ondergeschikt gemaakt aan het geldelijk gewin. Van dit soort feiten is algemeen bekend dat de slachtoffers daarvan nog lange tijd de psychisch nadelige gevolgen ondervinden. Voor [slachtoffer] geldt dit ook.

Uit de slachtofferverklaring van [slachtoffer] blijkt dat zij een moeilijke periode in een gewelddadig huwelijk achter zich had liggen toen zij de medeverdachte ontmoette. Ze geloofde dat er iets van verbondenheid en oprechtheid tussen hen bestond en werd verliefd. Het kwam hard aan toen zij merkte dat medeverdachte haar niet zag als een medemens met gevoelens maar als iets dat gebruikt en misbruikt kan worden en dat zij uiteindelijk als troep aan de kant werden gezet. Dat heeft haar gebroken en zij zat gevangen tussen angst en afhankelijkheid. Ze heeft therapie gevolgd om te werken aan haar herstel maar het litteken blijft en er gaat geen dag voor bij waarop ze niet aan deze gebeurtenissen denkt.

Strafkader

Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. Het oriëntatiepunt voor meerderjarigen voor seksuele uitbuiting is voor categorie II een gevangenisstraf van 14 maanden. Categorie II is van toepassing omdat er een meer dan beperkte inbreuk is gemaakt op de grondrechten en autonomie van het slachtoffer, sprake is van schuldbinding, een loverboy zaak en geweld is ingezet. De seksuele uitbuiting is in vereniging gepleegd.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

De rechtbank heeft kennis genomen van

- het strafblad van de verdachte van 18 augustus 2026.

Uit het strafblad van de verdachte blijkt dat hij niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. Het strafblad is voor de rechtbank niet strafverhogend of strafverminderend.

Overschrijding van de redelijke termijn

De rechtbank stelt voorop dat in art. 6, eerste lid, EVRM het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse staat tegenover de betrokkene een handeling is verricht waaraan de verdachte in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem voor een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Het eerste verhoor van de verdachte door de politie heeft niet steeds als een zodanige handeling te gelden.

Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat de behandeling op zitting moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van een zaak, de invloed van de verdachte en/of zijn raadsman op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.

Overschrijding van de redelijke termijn wordt in beginsel gecompenseerd door vermindering van de straf die zou zijn opgelegd indien de redelijke termijn niet zou zijn overschreden.

De rechtbank overweegt met betrekking tot de aanvang van de redelijke termijn en het procesverloop in deze zaak het volgende. Op 24 juni 2022 heeft de rechter-commissaris een machtiging tot conservatoir beslag verleend op grond van de tegen de verdachte gerezen verdenking ter zake van mensenhandel en witwassen. Omdat de verdachte daaraan in redelijkheid de verwachting kon ontlenen dat hij zou worden vervolgd is de redelijke termijn op dat moment aangevangen.

De behandeling op zitting wordt afgesloten op 21 oktober 2026. Daarmee is de redelijke termijn in aanzienlijke mate, te weten met 2 jaar en ruim 3 maanden overschreden.De rechtbank is van oordeel dat deze overschrijding matiging van de op te leggen straf tot gevolg moet hebben.

De rechtbank acht, alles afwegende en gelet op de LOVS-oriëntatiepunten, in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, passend en geboden, maar zal deze, gelet op de geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn matigen tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden.

De rechtbank wijkt hiermee af van de eis van de officier van justitie, omdat de rechtbank de oriëntatiepunten als uitgangspunt hanteert.

Tenuitvoerlegging van de straf

De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma.

Vrijheidsbeperkende maatregel (artikel 38v Sr)

De rechtbank zal voor het voorkomen van strafbare feiten bevelen dat verdachte:

- zich onthoudt van contact met [slachtoffer] .

De rechtbank beoogt hiermee te voorkomen dat verdachte opnieuw contact zal opnemen met aangeefster, om welke reden dan ook.

De rechtbank legt deze vrijheidsbeperkende maatregel op voor de duur van 5 jaren. Voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan, wordt de maatregel vervangen door 1 maand hechtenis per overtreding, met een totale duur van maximum 6 maanden.

6. In beslag genomen voorwerpen

Tijdens het onderzoek zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen.

- een telefoon, iPhone met 4 simkaarten, goednummer PL0900-MDRCC21004_686281 (pagina 874);

- 1 zak, goednummer: PL0900-2022186059-3010719 (p 839);

- 1 zak, goednummer: PL0900-2022186059-3010716 (p 844);

- 1 zak, goednummer: PL0900-2022186059-3010717 (p 846);

- 1 zak, goednummer: PL0900-2022186059-3010724 (p 848);

- 1 zak, goednummer: PL0900-2022186059-3010741 (p 850);

- 1 zak, goednummer: PL0900-2022186059-3010744 (p 852);

- 1 zak, goednummer: PL0900-2022186059-3010749 (p 854);

- 1 stk hennep, goednummer: PL0900-2022186059-3012188 (p 876);

- 1 stk hashish, goednummer: PL0900-2022186059-3012191 (p 878);

- 1 zak, goednummer: PL0900-2022186059-3012321 (p 807);

- 1 zak, goednummer: PL0900-2022186059-3010738 (p 841).

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat

- een iPhone met 4 simkaarten, goednummer PL0900-MDRCC21004_686281, dient te worden teruggegeven aan de rechthebbende, te weten [slachtoffer] .

De overige voorwerpen waarop beslag op grond van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering is gelegd dienen te worden onttrokken aan het verkeer.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen standpunt ingenomen over het beslag.

Oordeel van de rechtbank

Teruggave aan de rechthebbende

De rechtbank zal teruggave gelasten van het in beslag genomen voorwerp, te weten

- een iPhone met 4 simkaarten, goednummer PL0900-MDRCC21004_686281,

aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende van dit voorwerp kan worden aangemerkt, te weten [slachtoffer] .

Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank zal de in beslag genomen voorwerpen, te weten:

- 1 zak, goednummer: PL0900-2022186059-3010719 (p 839);

- 1 zak, goednummer: PL0900-2022186059-3010716 (p 844);

- 1 zak, goednummer: PL0900-2022186059-3010717 (p 846);

- 1 zak, goednummer: PL0900-2022186059-3010724 (p 848);

- 1 zak, goednummer: PL0900-2022186059-3010741 (p 850);

- 1 zak, goednummer: PL0900-2022186059-3010744 (p 852);

- 1 zak, goednummer: PL0900-2022186059-3010749 (p 854);

- 1 stk hennep, goednummer: PL0900-2022186059-3012188 (p 876);

- 1 stk hashish, goednummer: PL0900-2022186059-3012191 (p 878);

- 1 zak, goednummer: PL0900-2022186059-3012321 (p 807);

- 1 zak, goednummer: PL0900-2022186059-3010738 (p 841),

onttrekken aan het verkeer.

Deze voorwerpen zijn van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. De voorwerpen zijn bij gelegenheid van het onderzoek naar het door verdachte begane feit, dan wel het feit waarvan hij wordt verdacht aangetroffen.

7. Vordering benadeelde partij

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van in totaal € 22.730,- voor het tenlastegelegde feit, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 12.730,- voor vergoeding van materiële schade en € 10.000,- voor vergoeding van immateriële schade (smartengeld). De materiële schade bestaat uit een schatting van de afgedragen verdiensten uit prostitutiewerkzaamheden. Het verzoek smartengeld is onderbouwd met 2 verklaringen van GGZ Centraal waaruit - kort samengevat - blijkt dat [slachtoffer] voor een posttraumatische stressstoornis wordt behandeld, onder meer door het volgen van vaktherapie en EMDR. De hoogte van het smartengeld is gebaseerd op de Rotterdamse schaal voor mensenhandel categorie b. Verder verzoekt de benadeelde partij om de verdachten hoofdelijk aansprakelijk te stellen voor geleden schade en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vordering tot schadevergoeding geheel kan worden toegewezen en dat de verdachte en de medeverdachte daarvoor hoofdelijk aansprakelijk zijn.

Standpunt van de verdediging

De verdediging verzet zich tegen de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de schadevergoeding aan de benadeelde partij. In ieder geval dient de aansprakelijkheid van de verdachte te worden beperkt tot het deel waarvoor de verdachte, naar burgerlijk recht, jegens het slachtoffer aansprakelijk is vanwege het strafbare feit.

Oordeel van de rechtbank

Materiële schade

Vaststaat dat [slachtoffer] als gevolg van het bewezenverklaarde feit (mensenhandel) rechtstreeks schade heeft geleden, omdat zij haar verdiensten met het werk in de prostitutie vrijwel geheel heeft afgedragen aan de verdachte. De verdediging heeft de gestelde schade betwist. Omdat uit het dossier niet blijkt wat de verdiensten van [slachtoffer] precies zijn geweest, zal de rechtbank, conform het arrest van de Hoge Raad van 28 mei 2019 (ECLI:NL:HR:2019:793) gebruik maken van de bevoegdheid van artikel 8:97 van het Burgerlijk Wetboek (BW), om de omvang van de schade te schatten. De rechter dient in zijn motivering van die schatting zoveel mogelijk aan te sluiten bij de vaststaande feiten.

De rechtbank overweegt dat [slachtoffer] gedurende ongeveer 3 weken heeft gewerkt in de prostitutie, gedurende 5 dagen per week, waarbij deels contant en deels via de bank is betaald. Uit het financieel onderzoek, zoals dat is weergeven bij de bewijsmiddelen, volgt dat de verdachte via de bankrekening € 7.837,- aan opbrengsten van seksuele uitbuiting van [slachtoffer] heeft ontvangen. De rechtbank neemt in aanmerking dat ook contant voor het prostitutiewerk is betaald en schat de materiële schade op € 10.000,-.

De rechtbank wijst dit deel van de vordering daarom toe.

De benadeelde partij wordt in het overige gedeelte van de vordering, voor zover deze verder ziet op de materiële schade, niet ontvankelijk verklaard en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Immateriële schade

Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd. Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon. In dit geval is heeft de benadeelde partij haar vordering voldoende concreet onderbouwd met stukken van GGZ Centraal waaruit blijkt er sprake is van een posttraumatische stressstoornis, zodat de benadeelde partij recht heeft op vergoeding van immateriële schade.

Voor de vaststelling van de hoogte van de immateriële schadevergoeding zoekt de rechtbank aansluiting bij de ‘Rotterdamse schaal’. Dit betreft een ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen en bevat indicaties voor het toekennen van een passende immateriële schadevergoeding. De rechtbank hanteert de volgende uitgangspunten bij het gebruik van de Rotterdamse schaal voor de vaststelling van de immateriële schade. De Rotterdamse schaal wordt uitsluitend gebruikt als hulpmiddel. Daartoe kijkt de rechtbank naar de indicatieve smartengeldbedragen die worden genoemd bij de voor deze zaak toepasselijke categorie van de Rotterdamse schaal. Deze bedragen betrekt de rechtbank bij de billijkheidsafweging. In de onderhavige zaak valt het letsel van de benadeelde partij naar het oordeel van de rechtbank onder de categorie b (pagina 102) van de Rotterdamse schaal. De rechtbank neemt het in die categorie genoemde bedrag van € 5.000,- tot € 10.500,- tot uitgangspunt.

De rechtbank overweegt dat is bewezen dat [slachtoffer] van 14 oktober 2020 tot en met 22 december 2020 het slachtoffer is geweest van mensenhandel en dat zij vanaf ongeveer 23 november 2020 tot en met 22 december 2020 in de prostitutie heeft gewerkt, dat zij met geweld te maken kreeg en dat zij daarna in behandeling is gegaan vanwege onder meer een posttraumatische stressstoornis.

De rechtbank vindt daarom een vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van in totaal € 10.000,- passend.

Wettelijke rente

De vergoeding van de schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment dat de schade is ontstaan tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.

Nu geen omstandigheden zijn gebleken die erop duiden dat de schade anders dan geleidelijk is opgelopen gedurende de periode waarin de bewezenverklaarde gedragingen hebben plaatsgevonden, wordt de aanvangsdatum van de wettelijke rente bepaald in het midden van de periode. Dit betekent dat dat de wettelijke rente over de materiële schade wordt toegekend vanaf 6 december 2020, nu de materiële schade is ontstaan tijdens de periode van ongeveer 23 november 2020 tot en met 22 december 2020 is ontstaan. Voor wat betreft de immateriële schade wordt de wettelijke rente toegekend vanaf 18 november 2020 nu dat het midden is van de periode van 14 oktober 2020 tot en met 22 december 2020.

Proceskosten

Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vordering tot schadevergoeding wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen en toelichten van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil.

Hoofdelijkheid

Hoofdelijke aansprakelijkheid bestaat indien en voor zover meerdere personen verplicht zijn tot vergoeding van dezelfde schade (art. 6:102 BW), hetgeen doorgaans het geval is indien de schade is ontstaan door onrechtmatige gedragingen van twee of meer personen. Ook de gedragingen van een medeplichtige kunnen de grondslag vormen voor diens hoofdelijke aansprakelijkheid tot vergoeding van de door het strafbare feit veroorzaakte schade.

Omdat de verdachte het strafbare feit (mensenhandel) en waarvoor schadevergoeding wordt toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor samen aansprakelijk (de juridische term is: hoofdelijk aansprakelijk). Hetzelfde geldt voor de toe te wijzen proceskosten. Voor zover de mededader een bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, hoeft de verdachte dat deel van de schadevergoeding en de proceskosten niet meer aan de benadeelde partij te betalen.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor haar doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van € 20.000,- aan de Staat moet betalen.

De vergoeding van de schade van in totaal € 20.000,- wordt vermeerderd met de wettelijke rente. Voor wat betreft de materiële schade wordt de wettelijke rente

over het bedrag van € 10.000,- toegekend met ingang van 6 december 2020. Voor wat betreft de immateriële schade wordt de wettelijke rente over het bedrag van € 10.000,-

toegekend vanaf 18 november 2020 nu dat het midden is van de periode van 14 oktober 2020 tot en met 22 december 2020.

Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 125 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.

Omdat de verdachte het strafbare feit mensenhandel en waarvoor schadevergoeding wordt toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor samen aansprakelijk (de juridische term is: hoofdelijk aansprakelijk). Voor zover de mededader een bedrag aan de benadeelde partij of aan de Staat heeft betaald, hoeft de verdachte dat deel van de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij of aan de Staat te betalen.

De verdachte mag de schadevergoeding ook rechtstreeks betalen aan de benadeelde partij. Als hij dat heeft gedaan, is hij niet langer verplicht om aan de Staat te betalen.

8. Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf en maatregel en beslissing op het beslag zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:

- artikelen 36b, 36d, 36f, 38v, 38w, 47, 63, 273f van het Wetboek van Strafrecht.

9. De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;

strafbaarheid verdachte

- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

straf en maatregel

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden;

 zich onthoudt van contact met [slachtoffer] , geboren op [1998] te [geboorteplaats 2] ;

- beveelt dat, voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan, de maatregel wordt vervangen door 1 maand hechtenis per overtreding, met een totale duur van maximum 6 maanden;

beslag ten aanzien van feit 1

- gelast de teruggave van het volgende voorwerp:

 een iPhone met 4 simkaarten, goednummer PL0900-MDRCC21004_686281,

aan de rechthebbende, te weten [slachtoffer] ;

- verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer:

vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer]

materiële schade

immateriële schade

proceskosten

- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

hoofdelijkheid

- veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag van in totaal € 20.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente

- over een bedrag van € 10.000,- met ingang van 6 december 2020, en

- over een bedrag van € 10.000,- met ingang van 18 november 2020

met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, de verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

Schadevergoedingsmaatregel

legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 20.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente

- over een bedrag van € 10.000,- met ingang van 6 december 2020, en

- over een bedrag van € 10.000,- met ingang van 18 november 2020

Dit vonnis is gewezen door mr. L.M. Reijnierse, voorzitter, mr. C.S.K. Fung Fen Chung en mr. S.E. van den Brink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E. van Wiggen, griffier en is in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2026.

De oudste rechter en de jongste rechter zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1hij in of omstreeks de periode van ongeveer 01 september 2020 tot en met ongeveer31 december 2020 te Utrecht en/of De Bilt en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

A) een ander, te weten [slachtoffer] ,

(telkens) door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en)

of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en),

door afpersing, fraude, misleiding

dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht,

door misbruik van een kwetsbare positie

- heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen,met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer] (sub 1°)

en/of

- heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellentot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard

dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomenwaarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijsmoest(en) vermoeden

dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot hetverrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°)

en/of

- heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en/of verdachte(s) mededader(s)te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer] , seksuele handelingenmet en/of voor een derde (sub 9°)

en/of

B) (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokkenuit de seksuele uitbuiting van die ander, te weten die [slachtoffer] , (sub 6°),

zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s),

een (liefdes)relatie aangegaan met die [slachtoffer] en/of

die [slachtoffer] laten weten dat hij samen met haar een toekomst wilde opbouwenen/ofdie [slachtoffer] laten weten dat hij pas met haar kon samenwonen als zij haarfinanciën op orde had en/offoto’s van die [slachtoffer] gemaakt ten behoeve van een of meer seksadvertentie(s)en/ofeen of meer account(s) en/of advertentie(s) aangemaakt en/of onderhouden bijsites als [website 1] en/ofeen (zogenaamde) werktelefoon aangeschaft/in gebruik genomen en/of aan die[slachtoffer] verschaft en/ofcontacten onderhouden met klanten en/of seksafspraken gemaakt voor die[slachtoffer] en/ofeen of meer werkplek(ken) voor die [slachtoffer] geregeld waar zij die klanten konontvangen voor haar prostitutiewerkzaamheden en/ofdie [slachtoffer] vervoerd naar die werkplek(ken) en/of naar die klant(en) en/ofdie [slachtoffer] telkens gecontroleerd als zij klanten ontving en/of de (eigen)telefoon van die [slachtoffer] afgepakt en/of

[wanneer die [slachtoffer] weigerde klanten te ontvangen en/of liet weten te willenstoppen met die prostitutiewerkzaamheden]

tegen die [slachtoffer] gezegddat zij door moest werken en/ofdat als ze stopte ze naar haar vader gebracht zou worden en/ofdat zij pas weg mocht als zij alles had afbetaalden/ofdie [slachtoffer] mishandeld en/of aan haar haar getrokken en/of haar tegen murenen meubels gegooid/geduwd en/of een kussen op haar gezicht gedrukt en/ofgedrukt gehouden en/of haar gewurgd en/of die [slachtoffer] drugs gegeven om tegebruiken en/of

(zo goed als) al het geld dat die [slachtoffer] met haar prostitutiewerkzaamhedenverdiendevan die [slachtoffer] afgepakt en/ofdoor [slachtoffer] aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) af laten geven;

Bijlage II: Bewijsmiddelen

Verklaring [verdachte]

heeft op 29 september 2026 ter zitting verklaard dat het telefoonnummer [telefoonnummer 1] van hem is. Ook heeft hij verklaard dat [medeverdachte] in 2020 in zijn woning aan de [straat 2] te [plaats 2] heeft verbleven en dat hij wist dat [slachtoffer] daar ook weleens verbleef. Het telefoonnummer [telefoonnummer 2] is van [medeverdachte] . Bij een ruzie tussen [medeverdachte] en [slachtoffer] is hij tussen beiden gekomen.

Verklaringen [slachtoffer]

Aangeefster heeft in het verhoor van 17 januari 2021 onder meer het volgende verklaard:

Ik leerde [medeverdachte] (de rechtbank begrijpt: de medeverdachte) kennen rond september/ oktober 2020 via [website 2] in de nacht. lk wou eigenlijk gaan slapen maar we bleven in gesprek gaan, van hoe gaat het. Het ging wel heel snel dat we gelijk gingen videobellen en dat hij gelijk allemaal dingen zei van: ‘ik heb het gevoel dat je het heel moeilijk hebt, dat je thuissituatie niet goed is’, dat was het eerste gesprek, en dat je veel problemen hebt en met dingen zit. Het voelde eigenlijk niet helemaal goed dat iemand al zoveel probeerde te achterhalen. Maar ergens vond ik het ook wel fijn om te worden begrepen door iemand, die je eigenlijk helemaal niet kent. Ik had het gevoel dat niemand me begreep. Toen kregen we een soort klik, dat hij me op mijn gemak liet voelen. In dat chatgesprek vroeg hij: ‘heb je geen Snapchat of een nummer want via hier is het heel raar om te praten’. Ik heb toen mijn nummer gegeven. Toen gingen we in het telefoongesprek meer praten en zei hij dat hij kon merken dat het niet allemaal makkelijk voor me was. lk vond het wel vreemd maar hij probeerde me goed te leren kennen, dus onbewust heb ik dingen gezegd over het verleden, over jeugdzorg en internaten. Hij vertelde dat hij een moeilijke thuissituatie had. Achteraf denk ik: het verhaal leek wel heel veel op dat van mij. Hij vertelde dat hij veel eigen problemen had, en dat hij me heel goed begreep. Hij kan heel goed op je gevoel praten. Daar begint die vertrouwensband, heel snel. Hij wou diezelfde nacht nog afspreken. Hij zei: ‘ik kan nu naar je toekomen’. Ik zei ‘liever morgen’. Dat vond hij goed. De volgende dag belde hij dat hij onverwachts naar Spanje zou gaan en dat onze afspraak dus niet door kon gaan. lk zei: ‘nou geen probleem’. Ik kende hem helemaal niet. Toen begon hij van: ‘wil je eigenlijk niet meegaan?’ Maar ik kende hem maar 1 dag, dus ik twijfelde. Ik zei ook tegen hem dat ik niet zoveel geld had om dat te kunnen bekostigen. Toen zei hij: ‘weet je wel hoeveel geld ik heb, meer om jaren van rond te kunnen komen, voor jou en voor mij’. Dat zei hij gelijk de tweede dag dat ik hem kende. Hij zei dat geld echt geen probleem was en dat hij zou betalen. Hij zei: ‘we gaan wel samen, ik haal je op’, maar op het laatste moment ging het niet door. Het was heel verwarrend. We hadden elkaar nog niet eens in het echt gezien en het was allemaal in 1 dag.

Toen hebben we met elkaar afgesproken, eigenlijk heel vriendschappelijk en we werden vrienden. We gingen gewoon alcohol drinken, film kijken, muziek luisteren, samen eten bij hem, op de [straat 2] in [plaats 2] . Daar was hij altijd maar het is niet officieel zijn huis. Het huis staat op de naam van zijn vriend, die ik heel vaak heb gezien, maar die heeft ook een huis in Spanje en als hij in het buitenland was kon [medeverdachte] daar wonen. [medeverdachte] had ook een eigen studio op de [.] , maar die verhuurde hij.Op een gegeven moment waren we zo close, dat het begon te lijken op een relatie. Hij zei toen ‘waarom kom je niet gewoon bij mij samenwonen’. Ik zei op het laatste moment voordat we samen zouden wonen: ‘ik heb het financieel eigenlijk heel krap’. In eerste instantie zegt hij: nee het komt allemaal goed, ik kan je onderhouden wanneer je al je spullen hebt gepakt en al je contacten hebt verbroken’. Op het laatste moment, het is echt verwarrend, belde hij terug en zei hij: ‘ik denk toch dat als jij financieel niet stabiel genoeg bent, je beter daar kunt blijven of er moet een andere oplossing komen om samen de kosten te splitsen.’ Ik dacht: ik heb alles al achter me gelaten en overal afstand van genomen, op dat moment wil je ook gewoon doorzetten. Toen heb ik tegen hem gezegd ‘kan ik dat prostitutiewerk gaan doen om de huur te betalen’. Mijn huis was ik voor mijn gevoel al kwijt want ik zat met een huurachterstand en wist dat het niet lang ging duren voor ik daar weg moest. Plus ik had al zoveel contact met hem en hij wist mijn adres, dat ik een gevoel had van ik ga dit niet meer normaal kunnen afsluiten, het contact tussen mij en hem. Hij zei hij dat hij er heel erg van was geschrokken, dat hij echt ging huilen en zei ‘wat vraag je me nou, terwijl we al een relatie hebben, ik ben je vriend.’ Ik zei tegen hem ‘sorry, ik had het nooit mogen voorstellen, ik wil het ook eigenlijk helemaal niet’. Toen zei hij: ‘ja maar je hebt me nu al zoiets voorgesteld, als dit in jouw hoofd speelt en ik afstand van je neem, ben ik bang dat je in de verkeerde handen terecht valt. Dus wil ik je gaan helpen’. Diezelfde dag, een half uur of misschien een uur later, heeft hij me opgehaald. En hij zei ‘alles wordt geregeld’. Toen ik in het telefoongesprek aangaf dat ik eigenlijk niet meer wilde, zei hij ‘maar je snapt nu wel, nu je zoiets heb voorgesteld, dat je niet meer die woorden terug kunt nemen. Dat is wel iets heel groots wat je zegt. Je kunt niet doen alsof er niets is gebeurd.’ Hij zei: ‘ik ga alles voor je regelen, het komt allemaal goed, ik heb alles al voor je klaar. Nu ligt het niet alleen in jouw handen, je staat er niet alleen voor.’ Doordat hij me binnen een uur kwam ophalen had ik niet de tijd om rustig te kunnen nadenken. Die avond in zijn huis maakte hij gelijk duidelijk dat ik niet meer terug kon. Toen zijn we ons gaan voorbereiden en hielden ons bezig met foto’s maken, een site op [website 1] maken, spullen halen en mijn eigen woonruimte regelen. Ik zou vanaf de studio aan het [straat 1] gaan werken. [medeverdachte] heeft de seksuele foto’s van mij gemaakt met zijn eigen telefoon. De foto’s zijn op die site gezet. Ik had spullen nodig om in te werken, lingerie en condooms. Dat had hij voorgeschoten. Ik stond op de site [website 1] .

De afspraak was dat we de helft zouden doen, of dat ik in ieder geval meer dan de helft zou krijgen en dat we het direct zouden verdelen. Maar het is niet zo gegaan. Op een gegeven moment had ik een werktelefoon om afspraken te maken. Die was voor mij. Hij zei ‘ik heb een nieuwe telefoon voor je.‘ Maar die afspraken zouden zij maken en daar viel niet over te discussiëren. Hij zei het is jouw telefoon, maar hij pakte het af, maakte alle afspraken en hield de telefoon in zijn bezit. Ik moest de telefoon terugbetalen. Heel veel dingen klopten niet. Hij zei ‘je kunt er alleen wonen en je bent vrij om te doen wat je wil’, maar mijn dagen waren vol met afspraken en na elke afspraak kwam hij binnen van ‘mag ik het geld’ voordat ik iets kon gaan doen. Of hij bleef hangen. Hij hield me altijd in de gaten. Toen ik zei dat ik hem echt leuk vond en zei dat ik verliefd op hem was geworden en wou stoppen met het werk zei hij dat we samen een toekomst zouden hebben maar dat het werk wel nodig was om uiteindelijk een normaal leven te kunnen leiden. En ‘je kan sowieso niet weg want er zijn al schulden gemaakt en je kan pas weg als je dat hebt afbetaald’. Eerst zou ik meer dan helft zelf krijgen, toen was het minder dan de helft, en op een gegeven moment moest ik ook de huur van 200 euro per dag betalen. Ik heb lang niks gehad. Het kon wel zijn dat hij een keer wel netjes de helft gaf, maar zelfs toen gaf hij veel minder dan de afspraak was omdat er ook nog wat af ging van het eten dat hij had betaald. Er ging altijd meer af dan was afgesproken. Er zijn ook veel dagen geweest, dat durf ik echt met 100% zekerheid te zeggen, dat ik echt niks heb gehad. Ik werkte vijf dagen in de week. Als het aan hem lag zou ik alles doen. Hij had alles aangevinkt. Het geld dat ik kreeg is eigenlijk per direct opgegaan aan levensmiddelen en benzine. Het hoogste aantal klanten dat ik op een dag heb gehad is zes. Er werd zoveel mogelijk contant betaald en anders werd het vooraf overgemaakt door een tikkie via de werktelefoon. Hij bracht mij naar een afspraak, er was heel vaak een vriend van hem bij, [naam 3] (de rechtbank begrijpt: de verdachte).

[medeverdachte] heeft mij over de grond gesleurd en kussens op mijn hoofd geduwd in de hoop dat ik zou stikken. Ik had een klant met een lachgasfles. Op een gegeven moment kreeg ik allemaal telefoontjes van [medeverdachte] van ‘ja gaat alles wel goed’. Toen zei ik ‘ja, kapot leuk, ik krijg geld terwijl ik geen seks hoef te hebben dacht ‘hij daar anders over, stond binnen een kwartier aan de deur te bonken en zei ‘stuur hem weg’. Die klant wilde zijn geld terug omdat hij nog geen seks had gehad. Hij zei: ‘wat is dit? lk heb toch gezegd dat je moet doen wat ik zeg, dat je je afspraken moet nakomen’. Ik was zo geschrokken van dat intimiderende gedrag, dat ik tegen hem zei ‘weet je wat, ik ga gewoon naar huis’. Toen zei hij: ‘je kan niet naar huis, ik heb twee afspraken gemaakt. Ze hebben al vooraf betaald, en veel. Dus je moet sowieso naar die afspraken gaan.’ Toen ik op het punt stond om weg te gaan flipte hij helemaal. Hij pakte me vast en zei: ‘je kunt niet zomaar naar huis en je gaat me alles terugbetalen’. Hij pakte me vast, schudde me door elkaar en sleurde me over de grond aan mijn haar. En ook dat hij me wurgde, dat was daarvoor, dat hij me heel hard op bed gooide en dat hij me heel hard begon te wurgen. Dat ik echt bijna stikte. Hij zei: ‘je luistert niet he’. Dan ging hij weer opnieuw mijn keel dichtknijpen, echt wurgen, tot je echt breekt. Op een gegeven moment zei ik: ‘maak me dan maar dood. ik kan het niet meer aan’. Op dat punt was ik gekomen. Op een gegeven moment stopte hij. Hij zei ‘ga je nu gewoon normaal doen, ga je nu doen wat ik zeg?’ Toen zei ik: ‘nee ik ga nu naar huis, flikker, je hebt me bijna gestikt’. En toen flipte hij weer. Hij pakte me nog een keer bij mijn keel, gooide me door de kamer en op bed en ging toen met heel veel kussens op me liggen. Zijn vriend die heel vaak erbij was, die [naam 3] kwam ertussen en zei: ‘je gaat te ver.’ [naam 3] heeft ook met een andere telefoon zich voorgedaan als mij en afspraken gemaakt. Dat was ook zijn taak, dat hij zich heel de tijd bezig moest houden met mij. Ik heb voor het prostitutiewerk maar één keer geld gehad, ik kreeg 150 euro op een avond toen ik 500 euro had verdiend. Ik heb gewerkt op de [.] en op de [straat 2] . Ik begon te werken rond 23 november 2020 en ben ermee gestopt op de dag dat ik bij het [locatie] in een taxi ben gestapt (de rechtbank begrijpt: 22 december 2020).

Op 25 maart 2025 heeft aangeefster bij de rechter-commissaris onder meer verklaard:

[medeverdachte] regelde voor mij de mannen met wie ik seksuele handelingen moest doen. Datregelde hij samen met [verdachte] via een telefoon waarvan ik zelf niet in het bezit was. Ik nam het geld aan, maar als de klanten weg waren, moest ik het geld aan [medeverdachte] overhandigen. Ik werd niet uit het oog verloren door [medeverdachte] en [verdachte] (de rechtbank begrijpt: de verdachte). Ze hielden mij altijd in de gaten.

In een proces-verbaal van bevindingen verstrekking en analyse historische gegevens [website 1] staat onder meer het volgende:

Op 3 december 2020, om 13.50 uur werd een account op [website 1] geregistreerd met Ad ID [ad id] , onder de naam [naam 7] . De laatste keer dat op dit account werd ingelogd was op 28 december 2020.

E-mail: [e-mailadres]

Phone number: + [telefoonnummer 4]

E-mail

Het e-mailadres [e-mailadres] komt voor in de Apple iPhone 6 die in beslag is genomen bij [slachtoffer] . Het blijkt dat ditzelfde e-mailadres gekoppeld is aan de advertentie.

Telefoonnummer

Op 16 februari 2021 zijn gegevens over de abonnementhouder gevorderd van het telefoonnummer + [telefoonnummer 4] dat bij de accountgegevens staat. Dit blijkt een prepaid nummer van [naam 8] . Het telefoonnummer komt ook voor in het proces-verbaal over het onderzoek aan de Apple iPhone 6; het nummer staat in de contacten bij de naam [naam 6] .

Uit de activity log die hoort bij de advertentie blijkt dat [naam 6] een van de namen is die zijn gebruikt bij deze advertentie.

De advertentie was in de periode van 8 december 2020 tot en met 22 december 2020 geregeld online, soms meerdere dagen achter elkaar.

Op 10 december 2020 wordt het telefoonnummer bij de advertentie gewijzigd van [telefoonnummer 5] naar [telefoonnummer 2] .

Tussen 10 december 2020 en 22 december 2020 wordt 49 keer met aangekochte credits

betaald om de advertentie omhoog te plaatsen.

In de periode van 10 december 2020 tot 17 december 2020 wordt vier keer betaald voor

'Premium day', waarbij de advertentie boven de gratis advertenties wordt geplaatst.

In de periode van 10 december 2020 tot en met 17 december 2020 zijn vanaf een

bankrekening van [medeverdachte] ( [rekeningnummer] ) acht betalingen gedaan ten behoeve

van de advertentie met Ad ID [ad id] .

In een proces-verbaal Escortcontrole [slachtoffer] staat onder meer het volgende:

Op 16 december 2020, heb ik verbalisant nogmaals de webcrawler en het daarbij horende telefoonnummer bekeken. lk zag dat de advertentie op de website [website 1] . nog steeds actief en online was. Ik heb vervolgens contact gezocht met de vrouw die op de advertentie stond, middels het telefoonnummer [telefoonnummer 2] en heb ik een afspraak gemaakt op het [straat 1] [nummeraanduiding 1] . De woning met huisnummer [nummeraanduiding 1] was gelegen op de 19e verdieping. Op heb moment dat we op de 19e verdieping aankwamen zag ik dat een man ons tegemoet de lift in stapte. Ik zag dat een dame de deur opendeed die gekleed was in rode lingerie en herkende haar van de afbeeldingen van de seksadvertentie als [slachtoffer] . We hebben ons gelegitimeerd als zijnde politie en ik zag dat de kamer vermoedelijk was ingericht als prostitutie werkruimte. Kort nadat wij een gesprek met [slachtoffer] gevoerd hebben ging de mobiele telefoon van [slachtoffer] meerdere malen af.

Kort daarna hoorde ik dat de andere collega's in gesprek waren met een man. ik zag dat dit man was die ons in de lift tegemoet was gelopen. De identiteit van de man was [medeverdachte] . Wij zagen dat [medeverdachte] diverse spullen uit zijn zakken had gehaald. Wij zagen een pak briefgeld, met briefjes van € 100,- / € 50,- / € 20,-. [medeverdachte] verklaarde dat hij op [straat 1] [nummeraanduiding 1] te [plaats 1] had gewoond.

In een proces-verbaal van onderzoek aan de iPhone X die bij de medeverdachte [medeverdachte] in beslag is genomen, staat onder meer het volgende:

Het is aannemelijk dat de iPhone X van 19 november 2019 tot en met 31 december 2020 in gebruik was bij [medeverdachte] .

Het telefoonnummer + [telefoonnummer 5] staat op naam van [medeverdachte] .

Notities

In een notitie die is aangemaakt op 10 december 2020 zag ik bedragen waarin de naam van aangeefster, het woord [.] en de afkorting [afkorting] voorkomen. De notitie is bewerkt op 15 december 2020.

Donderdag 10 december

[afkorting] 150 tikkie

50 cash

160 cash 20 [slachtoffer] tikkie

100 cash

35 [.] betaald aan credit [.]

En 10 eten 8 € sigaretten

Vrijdag

Aan [slachtoffer] €50 cash geven voor

Tampons etc

Boodschappen €20

350 cash

Ook een andere notitie. Deze notitie is gemaakt op 14 december 2020 en gewijzigd op 17 december 2020.

14-12-20

Maandag

250 omzet

Onkosten

Hash 50

Sigaretten 8

Benzine 30

Eten 17

Telefoon 150

Bel tegoed 10

Promotie reclame 40

Chats

In een chat van 14 oktober 2020 om 23:46 uur stelt [medeverdachte] zich op [telefoonnummer 5] @ [.] voor aan [slachtoffer] . Op 15 oktober 2020 lijken [medeverdachte] en [slachtoffer] te hebben afgesproken want [telefoonnummer 5] @ [.] : ben er al.

[slachtoffer] geeft in haar aangifte aan dat zij heeft voorgesteld om in de prostitutie te werken. In een chat via WhatsApp op 23 november 2020, lijkt het gesprek daar over te gaan. De woorden in de chat zijn door elkaar gehusseld omdat de berichten zijn verwijderd van de telefoon.[medeverdachte] zegt in deze chat: 'hangen uit oplossing de je als wilt dat hoer'. Mogelijk staat hier: Dat je als oplossing de hoer uit wilt hangen. Het lijkt alsof [medeverdachte] dit niet leuk vindt. Uiteindelijk zegt hij: 'is helpen maar ga je wel goed ik', waardoor het lijkt alsof hij haar gaat helpen bij het 'de hoer uithangen'. [slachtoffer] geeft vermoedelijk aan dat ze hem niet nog verder wil afstoten: 'niet wil nog verder afstoten je want'. Uiteindelijk zegt [slachtoffer] waarschijnlijk dat ze hem niet wil verliezen: je verliezen vind is dat ik juist ook het leuk wil heel niet'. Mogelijk heeft [slachtoffer] er op dat moment veel voor over om [medeverdachte] niet kwijt te raken.

Op 4 december 2020 bevestigt [medeverdachte] in een voicebericht dat zij gaan samenwonen en samen gaan werken. [slachtoffer] antwoordt dat ze de zekerheid moet hebben dat hij haar niet laat vallen omdat zij andersom echt alles voor hem zou geven .

Prijzen

Ik zag in de chat prijzen met daarbij de duur van de afspraak. De prijzen die volgens de chat worden gehanteerd voor een afspraak met [slachtoffer] zijn:

- 100 euro voor een half uur;

- 150 euro, onbekend voor hoe lang;

- 180 euro voor een uur.

Betaalverzoeken

In de periode van 11 tot en met 14 december 2020 stuurde [medeverdachte] voor in totaal 2735 euro aan betaalverzoeken. Aangezien klanten voorafgaand aan de afspraak een Tikkie kregen, kan het zijn dat [medeverdachte] het betaalverzoek aanmaakte met een app van zijn bank op zijn eigen telefoon en dit betaalverzoek vervolgens doorstuurde naar de telefoon met het nummer [telefoonnummer 2] , zodat vanaf dat nummer de Tikkies naar klanten gestuurd konden worden.

[medeverdachte] haalt [slachtoffer] op

Uit de chat blijkt dat [medeverdachte] in de vroege ochtend van 14 december 2020 naar [slachtoffer] toe komt en dat [slachtoffer] en [medeverdachte] vanaf ongeveer 5.50 uur vermoedelijk samen waren. Dat sluit aan op de getuigenverklaring van [naam 4] , waarin zij verklaarde dat [slachtoffer] op 14 december 2020 rond 06.00 uur de woning van [naam 4] had verlaten

[slachtoffer] gaat weg en wil dit leven niet

Op 22 december 2020 appt [slachtoffer] :

lk ga weg

1k wou jou niet dit leven het spijt me [.]

Diensten en prijzen

In de chats met klanten is te zien dat er verschillende diensten mogelijk zijn: escort, thuisontvangst, tongzoenen, beffen en anaal. Ook worden er prijzen genoemd voor de diensten. Daarnaast wordt voor bepaalde diensten zoals anale seks extra geld gevraagd.

Prijzen voor escort en thuisontvangst

Uit de chats blijkt dat er verschillende prijzen worden gevraagd voor escort:

- 250 euro voor een uur escort;

- 150 euro voor een uur escort, exclusief transportkosten.

Voor thuisontvangst worden er ook verschillende prijzen gehanteerd:

- 100 euro voor 30 minuten;

- 80 euro voor 30 minuten;

- 50 euro voor 15 minuten.

In de telefoon zocht ik telefoonnummers die in de iPhone X opgeslagen zijn als contactpersoon en die de naam [verdachte (voornaam)] , [verdachte] , [naam 2] en/of [naam 3] bevatten:

Zoeken op het telefoonnummer van [verdachte] [.] + [telefoonnummer 3] leverde chats met een andere contactpersoon op: [naam 5] . Een deel van de tekst van de advertentie van [slachtoffer] op [website 1] komt letterlijk terug in een chatbericht dat [verdachte] op 10 december 2020 aan [medeverdachte] . Ook de in de chat genoemde prijzen voor thuisontvangst en escort komen overeen met de advertentie van [slachtoffer] op [website 1] .

Tikkies

In de chat tussen [medeverdachte] en [verdachte] stuurde [verdachte] op 13 december 2020 meerdere betaalverzoeken naar [medeverdachte] . Ik zag dat de betaalverzoeken en de volgorde overeenkwamen met een aantal betaalverzoeken die ik in een chat tussen [slachtoffer] en [medeverdachte] heb gezien. Als ik kijk naar de datum en het tijdstip waarop de betaalverzoeken door [verdachte] naar [medeverdachte] zijn verzonden, dan valt mij op dat de betaalverzoeken die naar [slachtoffer] worden gestuurd slechts een minuut en soms zelfs slechts seconden later zijn dan de betaalverzoeken die [verdachte] naar [medeverdachte] heeft gestuurd. De bedragen van deze Tikkies komen daarnaast overeen. [verdachte] stuurde betaalverzoeken naar [medeverdachte] en het lijkt alsof [medeverdachte] de betaalverzoeken met dezelfde bedragen vrijwel direct doorstuurde naar [slachtoffer] .

Verhuur woning

Op 6 december 2020 vraagt [verdachte] aan [medeverdachte] om de huur over te maken.

Video prostitutiecontrole

[medeverdachte] stuurt een video naar [naam 2] van het moment dat hij gecontroleerd werd in de buurt van een prostitutiecontrole [.] op het [straat 1] waar [slachtoffer] werd aangetroffen. [naam 2] zegt daarna dat hij er direct aan komt.

Financieel onderzoek

Uit het onderzoek op de bankrekening van [slachtoffer] naar: (A) de ontvangsten via Tikkie,

(B) de betalingen aan [medeverdachte] en (C) geldopnames/stortingen, blijkt het volgende vermoeden.

(A) Het vermoeden bestaat dat de ontvangsten via Tikkie (in totaal € 535) betalingen aan [medeverdachte] betroffen voor de seksuele diensten die [slachtoffer] met klanten heeft moeten uitvoeren.

Over deze 5 ontvangsten via Tikkie vallen de volgende zaken op:

• deze 5 Tikkies zijn ontvangen op 20, 21 en 22 december 2020, de periode waarin [slachtoffer] vermoedelijk seksueel werd uitgebuit

• de ontvangsten betroffen ronde bedragen die zijn te rijmen met de tarieven die door

[slachtoffer] zijn genoemd

• alle betalingen zijn verricht door mannelijke rekeninghouders

• bij een van deze Tikkies was bij de omschrijving " [naam 6] " genoemd, wat overeenkomt met

de werknaam van [slachtoffer] in een seksadvertentie op [website 1]

• 4 van de 5 ontvangsten via Tikkie zijn in de nachtelijke uren betaald, wat overeenkomt met

de verklaring van [slachtoffer] dat Tikkies werden betaald wanneer de pinautomaat gesloten

was

• de rekeninghouders van de betalingen kwamen alleen in deze periode voor op de

bankrekening van [slachtoffer]

• een van de rekeninghouders (genoemde [naam 9] ) bleek ook voor te komen op de

bankrekening van [medeverdachte] met een betaling via Tikkie van € 35 vanaf de bankrekening van

[medeverdachte] .

(B en C) Bij de betalingen aan [medeverdachte] (in totaal € 162) en de afwijkende opgenomen bedragen vanaf de bankrekening (in totaal € 1.630), bestaat het vermoeden dat dit bedragen betroffen die [slachtoffer] moest afdragen aan [medeverdachte] als opbrengsten van de seksuele diensten die [slachtoffer] heeft verricht of ter vergoeding van kosten die [medeverdachte] zou hebben gemaakt.

Uit het onderzoek op de bankrekeningen van [medeverdachte] naar: (A) ontvangsten via Tikkie, (B) overige relevante ontvangsten en betalingen en (C) geldopnames/stortingen, blijkt het volgende vermoeden.

(A) Het vermoeden bestaat dat de ontvangsten via Tikkie (in totaal € 510), ook betalingen betreffen aan [medeverdachte] voor de seksuele diensten die [slachtoffer] met klanten heeft moeten uitvoeren. Deze Tikkies bleken ook voor te komen in de werktelefoon van [slachtoffer] .

(C) Bij de stortingen op de bankrekening van [medeverdachte] , bestaat het vermoeden dat dit opbrengsten betroffen uit strafbare feiten, waaronder 2 stortingen op 7 december 2020 (in totaal € 5.000) in de periode van de vermoedelijke seksuele uitbuiting van [slachtoffer] .

Uit het onderzoek op de bankrekeningen van [slachtoffer] en [medeverdachte] volgt het vermoeden dat via deze bankrekeningen (€ 535 + € 162 + € 1.630 + € 510 + € 5.000 =) € 7.837 aan [medeverdachte] is toegevallen als opbrengsten van seksuele uitbuiting van [slachtoffer] .

In het proces-verbaal van bevindingen Vaststellen identiteit [naam 3] staat onder meer het volgende:

Naar aanleiding van de verklaring van [slachtoffer] over de politiecontrole van 17 december 2021 en het onderzoek in de politiesystemen, is het zeer aannemelijk dat de [naam 3] waarover [slachtoffer] verklaart de volgende persoon is: [verdachte] , geboren op [1990] te [geboorteplaats] .

In het proces-verbaal van bevindingen PVB [.] staat onder meer het volgende:

Ik zag dat het telefoonnummer [telefoonnummer 3] op naam staat van [verdachte] met het adres [straat 2] [nummeraanduiding 2] te [plaats 2] . Ik zag in de politiesystemen dat de volgende persoon GBA ingeschreven staat op dit adres: [verdachte] geboren [1990] te [geboorteplaats] . Tussen 14 en 15 december 2020 werden door de gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer 3] verschillende Tikkies verstuurd naar telefoonnummer [telefoonnummer 2] met een totale waarde van 425 euro.

In het proces-verbaal van bevindingen [.] iPhone 6 [slachtoffer] staat onder meer het volgende:

Conversatie tussen [telefoonnummer 2] . [.] en [telefoonnummer 3] . [.] :

[telefoonnummer 3] [.] stuurt op 14 december 2020 een tikkie van € 50,- naar [telefoonnummer 2] . [.]

[telefoonnummer 3] . [.] stuurt op 14 december 2020 een tikkie van € 350,- naar [telefoonnummer 2] . [.]

[telefoonnummer 3] . [.] stuurt op 15 december 2020 een tikkie van € 25,- naar [telefoonnummer 2] . [.]

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand