Beslissing
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer: 618059 HA RK 26-128
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 20 oktober 2026
op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van:
[verzoeker] ,
wonende in [woonplaats] ,
hierna: verzoeker.
1. De procedure
Verzoeker heeft op 19 september 2026 mr. N. ten Kate gewraakt. Mr. N. ten Kate (hierna: de rechter) is de behandelend rechter in de zaak met het zaaknummer 12191439\MC EXPL 26-2038 (hierna: de hoofdzaak).
Het wrakingsverzoek is op 6 oktober 2026 in het openbaar behandeld door de wrakingskamer.
Bij de zitting was de rechter aanwezig. Verzoeker is niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2. Het wrakingsverzoek
De rechter heeft in de hoofdzaak op 19 augustus 2026 een tussenvonnis gewezen. In die zaak is verzoeker gedaagde. Hij huurt een woning van de eiser in die zaak (Woningstichting GoedeStede, hierna: GoedeStede). Volgens GoedeStede heeft verzoeker de huur voor de maand december 2025 niet betaald. GoedeStede vordert betaling van die huurtermijn. Verzoeker meent dat hij de huur voor de maand december heeft betaald op 20 november 2025. Partijen discussiëren over de vraag of die betaling zag op de huur van december 2025 of een eerdere schuld. In het tussenvonnis heeft de rechter GoedeStede in de gelegenheid gesteld om een akte te nemen en daarbij een overzicht van betalingen over te leggen.
Nadat Incassobureau [naam] dit overzicht had ingediend, heeft verzoeker de rechter gewraakt. Uit het wrakingsverzoek leidt de wrakingskamer af dat verzoeker de rechter heeft gewraakt omdat het incassobureau volgens verzoeker geen procesdeelnemer is. Volgens hem leidt dit tot (zoals hij het noemt) onrechtmatige procesvoering. Daarnaast heeft verzoeker de rechter gewraakt omdat zij GoedeStede in het tussenvonnis in de gelegenheid heeft gesteld om een overzicht van betalingen over te leggen, terwijl zij weet dat verzoeker administratief niet onderlegd is en hierop dus niet kan reageren.
De rechter heeft niet berust in de wraking. Dit betekent dat zij het niet eens is met de wraking. In haar schriftelijke reactie heeft de rechter dit uitgelegd. Zij heeft erop gewezen dat het genoemde incassobureau de gemachtigde is van GoedeStede. Dat blijkt volgens haar uit de dagvaarding en het proces-verbaal van de zitting. Zij heeft daarnaast opgemerkt dat uit het wrakingsverzoek verder blijkt dat verzoeker het met de beslissing in het tussenvonnis niet eens is, maar dat dat geen grond voor wraking kan zijn.
3. De beoordeling
Het toetsingskader
In artikel 36 van het Rv staat dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
De wrakingskamer onderzoekt dus in een wrakingsprocedure of de onpartijdigheid van de rechter schade lijdt. Een rechter wordt geacht onpartijdig te zijn tot het tegendeel vaststaat. Een rechter is partijdig als uit dat wat zij doet of zegt (of juist niet) blijkt dat zij een persoonlijke vooringenomenheid heeft tegenover een procespartij. Daarnaast kan een procespartij het idee hebben dat de rechter vooringenomen is, of zij kan daar bang voor zijn. In dat geval onderzoekt de wrakingskamer of dat objectief gerechtvaardigd is. Als dat zo is, lijdt de rechterlijke onpartijdigheid schade.
Het oordeel van de wrakingskamer
Uit de omstandigheid dat de rechter de ingediende stukken van het genoemde incassobureau heeft geaccepteerd, blijkt niet dat zij partijdig is of dat de vrees daarvoor gerechtvaardigd is. De rechter heeft namelijk toegelicht dat dit incassobureau de gemachtigde is van GoedeStede. Dat verzoeker het niet eens is met de beslissing in het tussenvonnis, kan daarnaast geen grond voor wraking zijn. De wrakingskamer kan geen oordeel geven over de juistheid van het tussenvonnis. Dat kan alleen de rechter in hoger beroep. Dit betekent dat de wrakingskamer het wrakingsverzoek zal afwijzen.
4. De beslissing
De wrakingskamer:
wijst het wrakingsverzoek af;
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te sturen aan verzoeker, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, andere betrokken partijen, de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkt en de president van deze rechtbank;
bepaalt dat de procedure van verzoeker met zaaknummer 12191439\MC EXPL 26-2038 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.
Deze beslissing is genomen door mr. N.A.J. Purcell, voorzitter, mr. M.S.T. Belt en mr. A.F. Hermans als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2026.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.