Beslissing
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer: 618098 HA RK 26-187
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van
op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van:
[verzoeker 1] B.V.;
[verzoeker 2] B.V.;
[verzoeker 3] B.V.;
[verzoeker 4] B.V.;
[verzoeker 5] B.V.;
[verzoeker 6] B.V. en;
[verzoeker 7] ,
hierna: verzoekers,
advocaat: mr. E. Doornbos, werkzaam in Badhoevedorp.
1. De procedure
Verzoekers hebben op 22 september 2026 mr. M.M.J. Schoenaker gewraakt. Mr. M.M.J. Schoenaker (hierna: de rechter) is de behandelend rechter in de zaak met het zaaknummer C/16/609320 / HL ZA 26-96 (hierna: de hoofdzaak).
Het wrakingsverzoek is op 6 oktober 2026 in het openbaar behandeld door de wrakingskamer.
[verzoeker 7] (een van de verzoekers) en mr. Doornbos zijn verschenen. De rechter heeft vooraf een schriftelijke reactie ingediend.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2. Het wrakingsverzoek
Mr. Doornbos heeft het wrakingsverzoek namens verzoekers ingediend om de volgende redenen. Nadat een eerdere zitting (op 15 september 2026) geen doorgang kon vinden omdat mr. Doornbos op de verkeerde locatie van de rechtbank aanwezig was, is een nieuwe zittingsdatum gepland op 22 september 2026. De communicatie over deze zittingsdatum is niet goed geweest. De griffie had mr. Doornbos namelijk eerst gevraagd of hij beschikbaar was op 23 september 2026 en hij had daarop bevestigend geantwoord. Dat de zitting vervolgens op 22 september 2026 is gepland, is hiermee in strijd. Daarnaast is de rechter om 10.00 uur met de zitting begonnen zonder dat mr. Doornbos daarbij aanwezig was. Hij stond toen namelijk nog in de rij bij de bodebalie. De rechter heeft niet laten checken of hij zich reeds in het gebouw bevond. Dit alles bij elkaar (de logistiek en de wijze van bejegening van verzoekers) maakt dat geen sprake is van een onpartijdige blik van de rechter. Tijdens de zitting van de wrakingskamer heeft mr. Doornbos aan de wrakingsgronden toegevoegd dat hij de reactie van de rechter op het wrakingsverzoek zo leest dat zij hem een ‘leugenachtige advocaat’ vindt.
De rechter heeft niet berust in de wraking. Dit betekent dat zij het niet eens is met de wraking. In haar schriftelijke reactie heeft de rechter dit uitgelegd. Zij heeft hierin opgemerkt dat zij haar best heeft gedaan om de zaak op korte termijn, buiten haar gewone rooster om, zo snel mogelijk opnieuw in te plannen, nadat de zitting van 15 september 2026 geen doorgang had kunnen vinden. De zaak is eerst opnieuw gepland op 18 september, daarna op verzoek van mr. Doornbos verplaatst naar 23 september en tenslotte naar 22 september omdat de client van mr. Doornbos de 23ste verhinderd was. De uiteindelijke datum van 22 september 2026 is in overleg met alle partijen gepland, dus ook met mr. Doornbos als advocaat van verzoekers. Daarnaast heeft de rechter naar voren gebracht dat om 10.00 uur nog niemand was verschenen voor gedaagde en dat zij daarom nog even heeft gewacht met het laten uitroepen van de zaak. Nadat de bode de zaak om 10.08 uur had uitgeroepen, heeft de bode bij binnenkomst laten weten dat er echt niemand van gedaagde zijde was verschenen. Ook de advocaten van eisers lieten weten dat zij mr. Doornbos of zijn cliënte niet hadden gezien. De zitting, die om 10.00 uur had moeten beginnen, is uiteindelijk om 10.08 uur gestart. De advocaat was gewoon te laat.
3. De beoordeling
Het toetsingskader
In artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering staat dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
De wrakingskamer onderzoekt dus in een wrakingsprocedure of de onpartijdigheid van de rechter schade lijdt. Een rechter wordt geacht onpartijdig te zijn tot het tegendeel vaststaat. Een rechter is partijdig als uit dat wat zij doet of zegt (of juist niet) blijkt dat zij een persoonlijke vooringenomenheid heeft tegenover een procespartij. Daarnaast kan een procespartij het idee hebben dat de rechter vooringenomen is, of zij kan daar bang voor zijn. In dat geval onderzoekt de wrakingskamer of dat objectief gerechtvaardigd is. Als dat zo is, lijdt de rechterlijke onpartijdigheid schade.
Het oordeel van de wrakingskamer
Mr. Doornbos heeft niet toegelicht waarom uit de communicatie over het plannen van de zittingsdatum moet worden afgeleid dat de rechter partijdig is of dat de vrees daarvoor gerechtvaardigd is. Dat kan de wrakingskamer ook niet bedenken. Het blijkt ook niet uit het verloop van de aanvang van de zitting. De rechter heeft toegelicht dat zij toen zij met de zitting wilde beginnen, vaststelde dat mr. Doornbos niet aanwezig was. Zij heeft de bode gevraagd de zaak toen nog niet uit te roepen, maar daarmee nog even te wachten. Omdat de bode om 10.08 uur liet weten dat er nog steeds niemand was verschenen, is de rechter begonnen met de behandeling van de zaak. Er bestond voor haar geen aanleiding om te vermoeden dat mr. Doornbos zich toch al ergens in het gerechtsgebouw bevond. Mr. Doornbos had kennelijk ook niet gebeld (of laten bellen) om te laten weten dat hij in een rij stond. Om 10.15 uur heeft de bode haar gemeld dat mr. Doornbos verschenen was, waarna mr. Doornbos naar binnenkwam. Uit het proces-verbaal van de zitting blijkt dat mr. Doornbos nog voordat hij zat, zei “Bent u nou echt zonder mij begonnen?” en dat hij, nadat de rechter had uitgelegd dat zij van de bode had begrepen dat hij niet verschenen was, zei: “Weet je wat ik gewoon ga doen. Ik ga je wraken”. Uit deze gang van zaken blijkt niet dat de rechter partijdig is of dat de vrees daarvoor gerechtvaardigd is. Het kan, tot slot, ook niet worden afgeleid uit de schriftelijke reactie die zij op het wrakingsverzoek heeft gegeven. Haar constatering dat mr. Doornbos (naar de wrakingskamer begrijpt: voor de zitting) “gewoon te laat was”, is bovendien niet onjuist. Zoals mr. Doornbos zelf schrijft, stond hij om 10.00 uur nog in de rij bij de bodebalie.
De conclusie is dat de wrakingskamer het wrakingsverzoek zal afwijzen.
4. De beslissing
De wrakingskamer:
wijst het wrakingsverzoek af;
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te sturen aan verzoekers, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, andere betrokken partijen, de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkt en de president van deze rechtbank;
bepaalt dat de procedure van verzoekers met zaaknummer C/16/609320 / HL ZA 26-96 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.
Deze beslissing is genomen door mr. N.A.J. Purcell, voorzitter, mr. M.S.T. Belt en mr. A.F. Hermans als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2026.
De griffier is verhinderd om
deze beslissing te ondertekenen.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.