Beslissing
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer: 619219 HA RK 26-199
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 20 oktober 2026
op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van:
[verzoeker] ,
wonende in [woonplaats] ,
hierna: verzoeker.
1. De procedure
Verzoeker heeft op 14 oktober 2025 mr. H. den Haan gewraakt. Mr. Den Haan (hierna: de rechter) is de behandelend rechter in de zaak met het zaaknummer C/16/618604 FZ RK 26-850 (hierna: de hoofdzaak).
De wrakingskamer heeft, gelet op het onderstaande, afgezien van een mondelinge behandeling.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2. De beoordeling
Het toetsingskader
In artikel 36 Rv staat dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
De wrakingskamer onderzoekt dus in een wrakingsprocedure of de onpartijdigheid van de rechter schade lijdt. Een rechter wordt geacht onpartijdig te zijn tot het tegendeel vaststaat. Een rechter is partijdig als uit dat wat hij/zij doet of zegt (of juist niet) blijkt dat hij/zij een persoonlijke vooringenomenheid heeft tegenover een procespartij. Daarnaast kan een procespartij het idee hebben dat de rechter vooringenomen is, of hij/zij kan daar bang voor zijn. In dat geval onderzoekt de wrakingskamer of dat objectief gerechtvaardigd is. Als dat zo is, lijdt de rechterlijke onpartijdigheid schade.
Het oordeel van de wrakingskamer
In artikel 36 Rv staat dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Op 14 oktober 2026 is de hoofdzaak op zitting behandeld. De rechter heeft na afloop van de zitting, niet onmiddellijk, maar wel op 14 oktober 2026 mondeling uitspraak gedaan en daarvan een kennisgeving mondeling uitspraak verplichte zorg Wvggz verstuurd.
De partijen konden om op 14 oktober 2026 16:00 uur telefonisch kennis nemen van de beslissing. De advocaat heeft rond dat tijdstip gebeld en is bekend geworden met de beslissing van de rechter.
Verzoeker heeft het wrakingsverzoek ingediend op 14 oktober 2026 om 16:33 uur nadat hij bekend is geworden met de einduitspraak en dat is te laat. De wrakingskamer zal verzoeker daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn wrakingsverzoek.
Een wrakingsverzoek kan namelijk worden ingediend totdat de behandelend rechter einduitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak. Na een einduitspraak eindigt de procedure namelijk en is er dus geen “behandelend rechter” meer zoals wordt bedoeld in artikel 36 Rv.
conclusie
De conclusie is dat verzoeker niet-ontvankelijk is in het wrakingsverzoek.
3. De beslissing
De wrakingskamer:
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te sturen aan verzoeker, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, andere betrokken partijen, de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkt en de president van deze rechtbank.
Deze beslissing is genomen door mr. D. Wachter, voorzitter, mr. M.S.T. Belt en mr. B.F. Hammerle als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. N.S. Stekkel, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2026.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.