ECLI:NL:RBMNE:2026:732

ECLI:NL:RBMNE:2026:732

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 13-01-2026
Datum publicatie 02-03-2026
Zaaknummer C/16/603402 & C/16/604908
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Almere

Samenvatting

Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing. De minderjarige heeft op het kindgesprek verteld de beschikking te zullen lezen. De kinderrechter richt zich in de beschikking daarom tot de minderjarige.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Almere

Zaaknummers: C/16/603402 / JL RK 25-845 (verzoek van de GI over een machtiging tot

uithuisplaatsing)

Zaaknummers: C/16/604908 / JL RK 26-1 (verzoeken van de Raad over een

ondertoezichtstelling en een machtiging tot

uithuisplaatsing)

Datum uitspraak: 13 januari 2026

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van:

WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING,

gevestigd in Amsterdam,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),

en in de zaak van:

DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,

gevestigde in Lelystad,

hierna te noemen: de Raad,

over

[minderjarige] ,

geboren op [2010] in [geboorteplaats],

hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden in beide zaken aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats] ,

advocaat: mr. N.C.E.C. Luns,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats] ,

advocaat: mr. N.C.E.C. Luns.

1. Het verloop van de procedure

In de zaak C/16/603402 / JL RK 25-845

De kinderrechter neemt het verzoekschrift met bijlagen van de GI, ontvangen op 1 december 2025, mee in de beoordeling.

In de zaak C/16/604908 / JL RK 26-1

De kinderrechter neemt het verzoekschrift met bijlagen van de Raad, ontvangen op 31 december 2025, mee in de beoordeling.

In beide zaken

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 januari 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de vader met mr. N.C.E.C. Luns;

- [A] namens de Raad;

- [B] en [C] namens de GI.

De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen. De vader heeft verteld dat hij heeft afgesproken met zijn vrouw dat hij de zitting bij zou wonen.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Daar was zijn persoonlijk begeleider van Dapowerkt, [D] , bij aanwezig. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] verblijft in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, namelijk de [instelling] in [woonplaats] .

De kinderrechter heeft bij beschikking van 23 oktober 2025 [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld van de GI en een machtiging verleend om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 15 januari 2026.

3. De verzoeken

In de zaak C/16/603402 / JL RK 25-845

De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

In de zaak C/16/604908 / JL RK 26-1

De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van een jaar. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De beoordeling

De beslissing

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter stelt daarom [minderjarige] onder toezicht en verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] voor de duur van een jaar. De kinderrechter legt hieronder uit waarom zij deze beslissing neemt.

De ondertoezichtstelling

Een voorwaarde voor een ondertoezichtstelling is dat een kind ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Dat is bij [minderjarige] het geval. Hij laat veel zelfbepalend gedrag zien (dat betekent dat hij zelf kiest wat hij doet en daarbij ook niet luistert naar bijvoorbeeld zijn ouders, hulpverleners etc), heeft moeite met het accepteren van gezag en is meerdere keren in aanraking gekomen met de politie. Ook hebben er heftige incidenten plaatsgevonden in de thuissituatie van [minderjarige] , waaronder fysieke en verbale agressie richting zijn ouders. Hierdoor is de band tussen [minderjarige] en zijn ouders verstoord. Dat is niet goed voor [minderjarige] en ook zijn ouders hebben het daar moeilijk mee, hebben zij verteld. De kinderrechter maakt zich verder zorgen over hoe [minderjarige] omgaat met zijn emoties. Hij vindt dit moeilijk en het is op dit moment niet duidelijk waardoor dat komt. Om deze ontwikkelingsbedreigingen weg te nemen, verlengt de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar. De ouders zijn het hiermee eens. [minderjarige] zelf is het ook wel eens met de ondertoezichtstelling, al zou hij zelf een periode van een half jaar in plaats van een jaar wel genoeg vinden.

De kinderrechter vindt het noodzakelijk dat duidelijk wordt waardoor het komt dat [minderjarige] het moeilijk vindt om met zijn emoties om te gaan. Hiervoor zal diagnostiek moeten plaatsvinden bij Fornhese of een andere GGZ-instelling. Hierbij moet ook de epilepsie van [minderjarige] worden betrokken. De kinderrechter vindt het belangrijk dat [minderjarige] meewerkt aan dit onderzoek. Daarnaast moet er het komende jaar van de ondertoezichtstelling gewerkt worden aan de volgende doelen:

- het inzetten van diagnostiek en (systemische) hulpverlening, bijvoorbeeld vanuit de Waag;

[minderjarige] moet leren omgaan met zijn emoties;

[minderjarige] moet een passende dagbesteding krijgen. Hierbij kan eerst worden gedacht aan Dapowerkt en later ook aan een opleiding aan het ROC;

het herstellen van het contact tussen [minderjarige] en zijn vader;

[minderjarige] moet geen strafbare feiten meer plegen en niet meer in aanraking komen met de politie.

De machtiging tot uithuisplaatsing van de GI

De kinderrechter vindt het noodzakelijk dat [minderjarige] de komende periode bij de [instelling] blijft wonen en wijst daarom het verzoek van de GI toe. Er moet de komende tijd aan de doelen van de ondertoezichtstelling worden gewerkt en dat kan het beste vanuit de neutrale omgeving van de [instelling] . De GI is het hiermee eens. De ouders maken zich wel zorgen over het feit dat [minderjarige] ’s nachts op straat rondzwerft. Zij vragen zich af of er genoeg op [minderjarige] wordt gelet, en of de reden dat het nu goed lijkt te gaan bij de [instelling] niet is dat ze hem gewoonweg (te) vrij laten. De kinderrechter begrijpt deze zorgen en vindt het belangrijk dat de GI hierover afspraken met [minderjarige] en de [instelling] maakt. [minderjarige] moet zich dan ook aan deze afspraken houden. Als hij dat niet doet, zou er namelijk mogelijk een plaatsing op een gesloten plek kunnen worden overwogen. Dat wil iedereen – de GI, de ouders en de kinderrechter - voorkomen. Het is daarom belangrijk dat [minderjarige] wordt gemotiveerd om verantwoordelijk om te gaan met de vrijheden die hij bij de [instelling] heeft.

De kinderrechter beslist om de machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen voor de duur van een jaar. [minderjarige] heeft veel hulp nodig, ook om de band met zijn ouders te herstellen. Er is veel tijd nodig om deze hulp in te zetten vanuit een neutrale plek. De kinderrechter vindt het daarom nu niet realistisch dat deze hulp binnen zes maanden afgerond zal zijn, zoals [minderjarige] heeft aangegeven in het kindgesprek. De kinderrechter vindt het wel belangrijk om te benadrukken dat de GI tijdens het jaar zal kijken of het nog nodig is dat [minderjarige] bij de [instelling] moet blijven. Als dat niet zo is, dan hoeft hij het jaar bij de [instelling] niet ‘uit te zitten’. Deze beslissing is aan de GI.

De machtiging tot uithuisplaatsing van de Raad

De kinderrechter heeft het verzoek van de GI om een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] te verlenen toegewezen. Dit betekent dat de Raad geen belang meer heeft bij een beslissing op zijn verzoek om de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] te verlenen. De kinderrechter wijst het verzoek van de Raad daarom af.

Kindbrief

[minderjarige] heeft tijdens het kindgesprek verteld dat hij deze beschikking ook zelf zal gaan lezen. Daarom wil de kinderrechter zich in deze beslissing ook direct tot [minderjarige] zelf richten:

Beste [minderjarige] ,

We hebben elkaar gesproken op de rechtbank in Almere. Ik vind het fijn dat je de moeite hebt genomen om met me te komen praten. Jij vertelde me dat je mijn beslissing gaat lezen, want die gaat over jou. Daarom wilde ik dit stukje schrijven en aan jou uitleggen wat ik heb beslist en waarom.

Ik heb besloten dat er nog een jaar verplichte hulp bij jou en jouw gezin betrokken blijft (de ondertoezichtstelling). Ook heb ik besloten dat jij nog een tijdje bij de [instelling] moet blijven wonen. Ik denk dat jij op die plek rustiger kunt werken aan jouw ontwikkeling, de beheersing van jouw emoties en de band met jouw ouders dan als je nu weer naar huis gaat.

Jij hebt aan mij verteld dat jij het liefst nog maximaal zes maanden bij de [instelling] zou willen blijven wonen. Dat snap ik denk ik wel: hoewel je het wel ok vindt daar, is thuis natuurlijk altijd fijner. Toch heb ik beslist dat ik de machtiging tot uithuisplaatsing verleen voor een jaar, omdat jij veel hulp nodig hebt en hulp tijd kost. Ik vind het belangrijk dat je niet overhaast naar huis toe gaat, want als je weer naar huis toe gaat, wil ik heel graag voor jou en jouw ouders en broertjes dat het dan weer fijn en goed is.

Dat mijn beslissing voor een jaar geldt betekent niet dat jij per se een heel jaar op de [instelling] moet blijven als dat niet nodig is. De GI ( [C] ) zal namelijk tijdens het jaar kijken of het nog steeds nodig is dat jij daar moet blijven. Als dat niet zo is, dan mogen [C] en zijn collega’s beslissen dat jij eerder weer thuis kan gaan wonen. Ook daarom is het belangrijk dat je je goed in gaat zetten voor de hulp bij Fornhese. Ik weet dat jij daar zelf niet veel zin in hebt. Het is ook moeilijk. Maar het is ook belangrijk dat je doorzet.

Tot slot wil ik je nog een compliment geven voor hoe jij samenwerkt met [C] (jouw gezinsvoogd van de GI) en [D] (jouw begeleider van Dapowerkt). Dat vind ik goed van je. Zij zijn er ook om je te helpen en willen graag dat het goed met jou gaat – net als je ouders, en net als ik.

Ik wens je heel veel succes te komende periode. Zet hem op!

Aantekeningen in het gezagsregister

De beslissing tot het onder toezicht stellen van [minderjarige] wordt van rechtswege (automatisch) aangetekend in het gezagsregister.

Uitvoerbaar bij voorraad

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5. De beslissing

De kinderrechter:

stelt [minderjarige] onder toezicht van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 13 januari 2026 tot 13 januari 2027;

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 13 januari 2026 tot 13 januari 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2026 door mr. J.M. Atema, kinderrechter, in aanwezigheid van J. Mather als griffier, en op schrift gesteld op 27 januari 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand