RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Team Insolventie
Zittingsplaats Utrecht
zaaknummer: C/16/602475 / FT RK 25/1139
uitspraakdatum: 27 januari 2026
Uitspraak op grond van artikel 287a Fw (dwangakkoord) van
in de zaak van
[verzoekster] ,
geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
[postcode] [woonplaats] ,
verzoekster,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
tegen
Woningstichting Vivare,
gevestigd te Arnhem,
en
FBTO Zorg,
gevestigd te Leeuwarden.
Waar de zaak over gaat
[verzoekster] heeft een verzoek ingediend tot het toewijzen van een dwangakkoord.
De rechtbank wijst dit verzoek toe en legt hierna uit waarom zij zo beslist.
1. De procedure
Verzoekster heeft tegelijk met het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling een verzoek ingediend tot vaststelling van een dwangakkoord als bedoeld in artikel 287a Fw.
Verzoekster, de schuldhulpverlener en verweersters zijn opgeroepen voor de zitting van 26 januari 2026
Op de zitting zijn verschenen:
[verzoekster] ;
Schuldhulpverleenster: mevrouw [persoon1] (gemeente [woonplaats] );
Begeleidster van Bloesem: mevrouw [persoon2] ;
Vertegenwoordigsters van Woonstichting Vivare: mevrouw [persoon3] en mevrouw [persoon4] .
2. De feiten
[verzoekster] is alleenstaand. Zij ontvangt een bijstandsuitkering. [verzoekster] heeft zes schuldeisers die in totaal € 5.622,80 van haar te vorderen hebben.
[verzoekster] heeft op 10 juli 2025 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers. In het minnelijke traject is duidelijk geworden dat [verzoekster] niet in staat is om een bedrag voor haar schuldeisers te reserveren. Er is namens haar een nul-aanbod gedaan aan de schuldeisers.
De onder 2.2 bedoelde schuldregeling is door alle schuldeisers behalve Woningstichting Vivare en FBTO Zorg.
Woningstichting Vivare heeft een vordering van € 3.228,55. Dit was ten tijde van het aanbod 58,39% van de totale schuldenlast. Woningstichting Vivare is niet akkoord gegaan met het aanbod en heeft op zitting haar standpunt toegelicht.
FBTO Zorg heeft een vordering van € 208,32. Dit was ten tijde van het aanbod 3,77% van de totale schuldenlijst. FBTO Zorg is niet akkoord gegaan met het aanbod. FBTO Zorg heeft aangegeven dat zij betalingsvoorstellen zonder afloscapaciteit als schuldbemiddelingstraject beoordelen.
3. De beoordeling
Het uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser vrij staat om te verlangen dat zijn vordering volledig wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling niet voorziet in een uitkering, staat het belang van verweerder vast.
Het verzoek zal slechts kunnen worden toegewezen als Woningstichting Vivare en FBTO Zorg in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling hebben kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij hebben bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van [verzoekster] of van de overige schuldeisers die door die weigering worden geschaad. Daarbij moet, als de rechtbank daaraan toekomt, een vergelijking worden gemaakt met de situatie dat op [verzoekster] de schuldsaneringsregeling van toepassing wordt verklaard.
Allereerst zal bij de beoordeling van de vraag of Woningstichting Vivare en FBTO Zorg in redelijkheid tot de weigering konden komen, moeten worden gekeken naar de inhoud van de schuldenregeling. Naar het oordeel van de rechtbank voldoet het uiteindelijke aangeboden akkoord aan de eisen die aan een dergelijk akkoord mogen worden gesteld.
Het door [verzoekster] gedane aanbod is, naar het oordeel van de rechtbank, het maximaal haalbare. Gezien de persoonlijke omstandigheden van [verzoekster] , namelijk haar gezondheidsklachten waardoor zij volledig is afgekeurd, is het niet de verwachting dat zij meer zal kunnen gaan aflossen aan de schuldeisers. Het is voor [verzoekster] ook van belang dat zij buiten het wettelijke traject om haar schulden kan regelen in een afzienbare periode, wat in overeenstemming is met wat de wetgever met de gedwongen schuldregeling heeft beoogd.
Woningstichting Vivare heeft aangegeven dat de schuld is ontstaan doordat [verzoekster] bij de verhuizing naar haar nieuwe woning haar oude woning niet voldoende netjes had achtergelaten. Dit heeft [verzoekster] ook bevestigd op de zitting. Volgens Woningstichting Vivare had deze schuld voorkomen kunnen worden doordat [verzoekster] beter had kunnen schoonmaken of hulp had kunnen inschakelen om haar te helpen met schoonmaken. De rechtbank is van oordeel hoewel [verzoekster] wellicht inderdaad hulp hierbij had kunnen inschakelen, deze schuld niet te kwader trouw is veroorzaakt door [verzoekster] .
De rechtbank zal het gedane aanbod vergelijken met hetgeen schuldeisers in geval van een wettelijke schuldsaneringsregeling kunnen ontvangen. [verzoekster] is vanwege haar gezondheid niet in staat om te werken. In zowel de minnelijke schuldsanering als in de wettelijke schuldsanering is het zeer aannemelijk dat de schuldeisers niets van hun vordering zullen ontvangen. Bij de wettelijke schuldsanering is er ook nog sprake van de kosten van het salaris van de saneringsbewindvoerder.
Alles overziend is de rechtbank dan ook van oordeel dat het belang van [verzoekster] om haar schulden te saneren zwaarder weegt dan de belangen van Woningstichting Vivare en FBTO Zorg. Het verzoek zal worden toegewezen.
4. De beslissing
De rechtbank:
beveelt Woningstichting Vivare en FBTO Zorg in te stemmen met de onder 2.2. bedoelde schuldregeling,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Neijt, in samenwerking met R.A. Oelen, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026.