ECLI:NL:RBMNE:2026:746

ECLI:NL:RBMNE:2026:746

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 04-02-2026
Datum publicatie 03-03-2026
Zaaknummer 11905108 \ UE VERZ 25-296
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Mondelinge uitspraak
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Machtiging tot raadpleging van alle boeken en bescheiden en andere gegevensdragers behorende tot de administratie van STIDIT over de jaren 2014 tot en met 2019, zoals bedoeld in artikel 2:24 lid 4 BW. Mondeling vonnis.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer / rekestnummer: 11905108 \ UE VERZ 25-296

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 4 februari 2026

in de zaak van

DE EUROPESE UNIE, vertegenwoordigd door de Europese Commissie,

gevestigd te Brussel (België),

verzoekende partij,

hierna te noemen: de EC,

gemachtigde: mr. L.E. Schalk,

tegen

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats] ,

verwerende partij,

hierna te noemen: [verweerder] ,

procederend in persoon.

1. De procedure

De kantonrechter beschikt over de volgende stukken:

Het verzoekschrift van 29 september 2025 ex artikel 2:24 lid 4 Burgerlijk Wetboek (‘BW’) strekkende tot machtiging tot raadpleging van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, tevens houdende verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening voor de duur van het geding ex artikel 223 Rv,

De producties 1 tot en met 13, behorende bij het verzoekschrift

Het bericht van de rechtbank van 10 oktober 2025 waarin staat dat de kantonrechter het verzoek mondeling wil behandelen op een zitting en dat partijen hun verhinderdata mogen opgeven,

De e-mails van partijen met hun verhinderdata,

De brief van de rechtbank van 6 november 2025 met de uitnodiging voor de mondelinge behandeling,

De e-mail van [verweerder] van 12 november 2025 met het verzoek om een andere zittingsdatum te bepalen,

De reactie daarop van de EC (verzonden per e-mail) van 18 november 2025 waarin tevens wordt verzocht om een beslissing op de voorlopige voorziening vóór 1 januari 2026,

De reactie daarop van [verweerder] (verzonden per e-mail) van 19 november 2025,

De e-mail van de rechtbank van 2 december 2025 waarin is bepaald dat een nieuwe zittingsdatum wordt gepland, en waarbij de suggestie wordt gedaan dat [verweerder] toezegt dat hij de stukken die de EC wil inzien onder zich zal houden terwijl de procedure loopt, zodat een beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening buiten beschouwing kan worden gelaten,

De e-mail van [verweerder] van 4 december 2025 waarin hij bevestigt dat hij de stukken niet zal vernietigen,

De e-mail van de rechtbank van 9 december 2025 waarin staat dat de kantonrechter geen aanleiding meer ziet om te beslissen op het verzoek om een voorlopige voorziening,

De brief van de rechtbank van 30 december 2025 waarin een nieuwe zittingsdatum is bepaald,

De brief van [verweerder] als reactie op het verzoekschrift, overhandigd op de mondelinge behandeling van 4 februari 2026.

De EC heeft bij wijze van voorlopige voorziening verzocht dat [verweerder] wordt veroordeeld om gedurende de procedure alle boeken, bescheiden en andere gegevensdragers waar het in deze procedure om gaat onder zich te houden, alsmede – ingeval toewijzing volgt – zolang als noodzakelijk is om de EC daadwerkelijk en feitelijk in staat te stellen de administratie, overeenkomstig de beschikking van de kantonrechter, te raadplegen. [verweerder] heeft per e-mail bevestigd dat hij geen stukken zal vernietigen. Gelet op die bevestiging heeft de kantonrechter het niet nodig geacht om afzonderlijk op de verzochte voorlopige voorziening te beslissen.

De mondelinge behandeling vond plaats op 4 februari 2026 in het gebouw van de rechtbank in Utrecht. De zaak werd behandeld door mr. N.A.J. Purcell, kantonrechter, bijgestaan door mr. S.Z. van den Bergh als griffier. Hierbij was namens de EC aanwezig mr. L.E. Schalk. De heer [verweerder] was aanwezig in persoon. Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de kantonrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan. Die mondelinge uitspraak en de motivering daarvan is hieronder opgenomen in paragraaf 3 en 4. Paragraaf 2 is toegevoegd voor de duidelijkheid.

2. Waar gaat deze rechtszaak over?

De EC stelt een vordering te hebben op de Stichting voor Bevordering van Dialoog in Transitieregio’s (‘STIDIT’) van in totaal € 635.716,50 (plus rente). De EC en STIDIT hebben twee subsidieovereenkomsten met elkaar gesloten: één in 2013 voor een project in Zuid-Afrika en één in 2014 voor een project in Somalië. De subsidieovereenkomsten zijn allebei in 2017 door de EC (vroegtijdig) beëindigd, omdat STIDIT haar contractuele verplichtingen zou hebben geschonden. De EC vordert terugbetaling van de verstrekte subsidies.

STIDIT is echter op 1 januari 2019 opgehouden te bestaan. In het Handelsregister van de Kamer van Koophandel (‘KvK’) is op 1 augustus 2019 geregistreerd dat STIDIT per 1 januari 2019 is opgeheven omdat geen bekende baten meer aanwezig zijn. [verweerder] was de voorzitter van STIDIT en hij is aangewezen als de bewaarder van de boeken en bescheiden.

De EC heeft zich gewend tot [verweerder] met het verzoek om informatie over het besluit tot ontbinding van STIDIT en de wijze van vereffening van het resterende vermogen van STIDIT. Er zijn geen jaarstukken gedeponeerd in het KvK-Handelsregister, zodat alleen via [verweerder] de informatie kan worden verkregen. De EC heeft verzocht om inzage in de (financiële) administratie van STIDIT. De EC stelt dat zij belang heeft bij die informatie, zodat zij kan beoordelen of het zin heeft om een verzoekschrift in te dienen tot heropening van de vereffening van STIDIT op grond van artikel 2:23c BW. Voorafgaand aan de ontbinding van STIDIT is de EC niet geïnformeerd over het gebrek aan baten en/of het voornemen om tot ontbinding over te gaan.

[verweerder] heeft geen inzage verleend in de (financiële) administratie van STIDIT. Daarom verzoekt de EC de kantonrechter om, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. Primair: een machtiging te verlenen tot raadpleging van alle boeken en bescheiden en andere gegevensdragers behorende tot de administratie van STIDIT over de jaren 2014 tot en met 2019;

Subsidiair: een machtiging te verlenen tot raadpleging van alle jaarstukken (de eindbalans, de winst- en verliesrekening, de jaarrekening, het grootboek, het kasboek en de bankgegevens) behorende tot de administratie van STIDIT over de jaren 2014 tot en met 2019;

Uiterst subsidiair: een machtiging te verlenen tot raadpleging van alle jaarstukken (de eindbalans, de winst- en verliesrekening, de jaarrekening, het grootboek, het kasboek en de bankgegevens) behorende tot de administratie van STIDIT over 2018 en 2019; en

II. Zowel primair, subsidiair als uiterst subsidiair: zulks op straffe van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 1.500,- voor iedere dag dat [verweerder] in gebreke blijft geheel of gedeeltelijk aan de veroordeling te voldoen;

[verweerder] heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen het verzoek van de EC tot raadpleging van de boeken en bescheiden. [verweerder] voert wel aan dat hij de brieven van de EC over terugbetaling van de subsidie nooit heeft ontvangen.

STIDIT is volgens [verweerder] opgeheven omdat alle betrokken medewerkers na een periode van frustratie collectief hadden besloten te stoppen met de werkzaamheden. [verweerder] en (veel van) de medewerkers die werkzaam waren voor STIDIT waren ook werkzaam voor de besloten vennootschap Ameco B.V. (‘Ameco’). STIDIT is destijds opgericht, omdat bepaalde door de Europese Unie gesubsidieerde projecten niet door een vennootschap met winstoogmerk (zoals een besloten vennootschap) mochten worden uitgevoerd. Ameco kon de projecten dus niet uitvoeren. Ameco is op hetzelfde adres gevestigd als waar STIDIT was gevestigd. De activiteiten van Ameco zijn wel voortgezet. De financiële administratie van STIDIT werd beheerd door een extern financieel bureau dat ook de financiële administratie van Ameco beheerde.

De ontbinding van STIDIT heeft plaatsgevonden zonder vereffening en zonder dat een balans is opgemaakt. Volgens [verweerder] is het geld van de subsidies uitgegeven aan de projecten.

3. De beoordeling

De vraag waar het hier om gaat is: moet ik de EC een machtiging geven tot raadpleging van de boeken en bescheiden van de stichting? Het antwoord op die vraag is ja als:

de EC een belanghebbende is, en

ik vind dat de EU een goede reden heeft om die stukken te willen inzien.

EU is belanghebbende

Voor dat eerste gaat het erom of ik aannemelijk vind dat de EC op 1 augustus 2019 een vordering had op de stichting van ongeveer 6 ton. Dat vind ik aannemelijk. Op basis van de stukken is aannemelijk dat de EC een vordering heeft, omdat ze alles terugvorderen omdat er volgens hun regels geen rekening en verantwoording is afgelegd. Bij die afweging maakt het waarschijnlijk niet eens uit of het geld wel of niet is uitgegeven, omdat het kan worden teruggevorderd als er niet behoorlijk rekening en verantwoording is afgelegd.

EU heeft een goede reden om de stukken te willen inzien

De tweede vraag is of de EC terecht vragen stelt bij de ontbinding? Dan zeg ik absoluut ja. We hebben hier op de zitting vastgesteld dat de stichting is ontbonden zonder dat er vereffening heeft plaatsgevonden, terwijl dat wel had gemoeten. U heeft alleen de KvK geïnformeerd, maar dat was het. Iemand die nog 6 ton heeft te vorderen mag dan terecht vragen stellen.

Toewijzing verzoek

Dat alles bij elkaar maakt dat ik dit verzoek moet toewijzen. Dus ik ga de EC machtigen tot raadpleging van de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers over de periode 2014 tot en met 2019. Zo komt het ook in het dictum, onderaan deze uitspraak, te staan. Maar het lijkt mij goed om dat te verduidelijken, omdat deze direct aan de wet ontleende frase nogal breed en vaag is. Wat ik daar op dit moment in ieder geval onder versta is:

Alle bankafschriften, oftewel overzichten waarop alle bij en afschrijvingen van de bankrekening van de stichting te zien zijn, van de bankrekening (of als er meerdere zijn geweest: van alle bankrekeningen) van de stichting;

Als er betalingen zijn verricht aan of voor de stichting via de bankrekening(en) van de BV’s (Ameco), dan ook alle bankafschriften van de BV’s;

Alle administratie die is opgesteld door het externe financiële bureau.

Ik denk dat een groot deel hiervan digitaal beschikbaar moet zijn of moet kunnen worden en dat kan worden gemaild naar mr. Schalk. Als het niet digitaal is, dan mag [verweerder] het afgeven op het kantoor van mr. Schalk, zoals door hem aangeboden.

De EC verzoekt mij een dwangsom op te leggen voor het geval [verweerder] niet zal meewerken, maar zonder hem een termijn te geven om mee te werken. Dat is niet handig, het lijkt mij goed om [verweerder] daar voldoende tijd voor te geven. Ik zal hem, gegeven de uitgebreide discussie op deze zitting over wat nou een redelijke termijn is, een termijn van drie maanden na vandaag geven, dus uiterlijk 4 mei 2026 moet [verweerder] de stukken aanleveren.

Het dagelijkse bedrag aan dwangsom en het maximum bedrag aan dwangsommen dat de EC vraagt vind ik te hoog. Dus ik zal een lager bedrag opleggen: € 500 per dag en gemaximeerd tot € 75.000,-. Dus: als u niet binnen drie maanden die stukken verstrekt, dan kost het u € 500 per dag totdat u het wel gedaan heeft.

4. De beslissing

De kantonrechter

machtigt de EC tot raadpleging van alle boeken en bescheiden en andere gegevensdragers behorende tot de administratie van STIDIT over de jaren 2014 tot en met 2019, zoals bedoeld in artikel 2:24 lid 4 BW,

veroordeelt [verweerder] om aan de EC een dwangsom te betalen van € 500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet aan de hoofdveroordeling voldoet, waarmee wordt bedoeld het mogelijk maken van en meewerken aan de raadpleging zoals hiervoor vermeld onder 4.1, tot een maximum van € 75.000,00 is bereikt,

verklaart de beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. N.A.J. Purcell en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de rechter.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. N.A.J. Purcell

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?