RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Kantonrechter
Afdeling Toezicht, Bureau Erfrecht
locatie Utrecht
zaaknummer: 12340777 UB VERZ 26-311
Beschikking van 11 augustus 2026
Inzake het verzoek van:
[verzoeker] , (toegevoegd) notaris,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
verder te noemen: verzoeker.
Verzoeker heeft het verzoek gedaan in zijn hoedanigheid van vereffenaar in de nalatenschap van:
[erflater] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1957, overleden in [plaats 1] op [datum van overlijden] 2023, laatst gewoond hebbend in [plaats 2] , hierna: erflater.
1. De procedure
Bij beschikking van 7 november 2024 van de rechtbank Midden-Nederland is verzoeker benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap van erflater.
Verzoeker heeft in een brief met bijlagen, door de griffie ontvangen op 24 maart 2026, (onder meer) verzocht om zijn loon vast te stellen als bedoeld in artikel 4:206 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
De griffier heeft aanvullende informatie aan verzoeker gevraagd op 9 april 2026. De aanvullende informatie heeft de griffie op 12 juni 2026 ontvangen.
De boedelbeschrijving heeft conform de verplichting op grond van artikel 4:211 lid 3 BW ter inzage gelegen op griffie van deze rechtbank van 22 juni 2026 tot 3 augustus 2026.
Verzoeker heeft per e-mail van 5 augustus 2026 zijn verzoek om zijn loon vast te stellen aangevuld.
Gelet op de aard van het verzoek en omdat de kantonrechter zich op grond van de overgelegde stukken voldoende geïnformeerd acht, is afgezien van een mondelinge behandeling van het verzoek.
2. De beoordeling
Artikel 4:206 lid 3 BW bepaalt dat een door een rechter benoemde vereffenaar recht heeft op het loon dat door de kantonrechter vóór het opmaken van de uitdelingslijst wordt vastgesteld. Voor de vaststelling van het loon van de vereffenaar sluit de kantonrechter aan bij de regeling voor faillissementscuratoren, de zogenaamde Recofa-richtlijnen.
Verzoeker heeft verzocht om zijn loon als vereffenaar vast te stellen op € 8.486,00 exclusief omzetbelasting (btw) en € 2.575,50 exclusief btw als pre-vereffeningskosten. Van het loon van de vereffenaar wordt een bedrag van € 2.500,00 exclusief btw in mindering gebracht, omdat dit loon bij een ander in rekening is gebracht.
De kantonrechter overweegt dat het verzoek om het loon vast te stellen niet conform de Recofa-richtlijnen is ingediend. Zo mogen eigenlijk maar vijf uren aan pre-vereffeningskosten in rekening worden gebracht en mag niet per eenheden van tien minuten worden geschreven. Aangezien het in rekening gebrachte uurtarief redelijk is en de kantonrechter de bestede tijd redelijk acht, zal het loon worden vastgesteld zoals door verzoeker verzocht.
De kantonrechter zal het loon van de vereffenaar daarom vaststellen op € 8.486,00 exclusief btw en € 2.575,50 exclusief btw als pre-vereffeningskosten. Van het loon van de vereffenaar wordt een bedrag van € 2.500,00 exclusief btw in mindering gebracht.
3. De beslissing
De kantonrechter:
stelt het loon van de vereffenaar vast op € 8.486,00 exclusief btw en € 2.575,50 exclusief btw als pre-vereffeningskosten. Van het loon van de vereffenaar wordt een bedrag van € 2.500,00 exclusief btw in mindering gebracht;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het anders of meer verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.A.A.T. Engbers, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend.