RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Kantonrechter
Afdeling Toezicht, Bureau Erfrecht
locatie Lelystad
zaaknummer: 11995635 LB VERZ 25-256
Beschikking van 20 augustus 2026
Inzake het verzoek van:
[verzoeker] ,
wonend in [plaats 1] ,
gemachtigde: mr. L.J. Gardner en mr. D.W. Ruijs,
verder te noemen: [verzoeker] ,
tegen:
[verweerster] ,
wonend in [plaats 2] ,
gemachtigde: mr. R. Kuizenga,
verder te noemen: [verweerster] .
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[belanghebbende] ,
wonend in [plaats 2] ,
hierna: [belanghebbende] .
Het verzoek heeft betrekking op de nalatenschap van:
[erflater] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1956, overleden in [plaats 3] (Egypte) op [datum van overlijden] 2024, laatst gewoond hebbend in [plaats 2] , verder te noemen: erflater.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, ontvangen op 21 november 2025;
- het verweerschrift, ontvangen op 18 februari 2026;
- de mondelinge behandeling van 26 februari 2026, waarvan door de griffier aantekening is gemaakt;
- een akte overlegging producties van [verweerster] , ontvangen op 27 maart 2026;
- een akte uitlating van [verzoeker] , ontvangen op 28 april 2026;
- een antwoordakte uitlating van [verweerster] , ontvangen op 8 juli 2026.
Tot slot heeft de kantonrechter een beschikking gegeven.
2. De feiten
Erflater was ten tijde van zijn overlijden gehuwd met [verweerster] . [verzoeker] en [belanghebbende] zijn de kinderen van erflater. De moeder van [verzoeker] en [belanghebbende] is eerder overleden, waardoor het huwelijk van erflater met de moeder van [verzoeker] en [belanghebbende] is geëindigd.
Erflater heeft niet bij testament over zijn nalatenschap beschikt. Daarom vererft de nalatenschap van erflater volgens de wet. Erflater heeft [verweerster] , [verzoeker] en [belanghebbende] als zijn erfgenamen achtergelaten waarbij de wettelijke verdeling van toepassing is.
3. Het verzoek
[verzoeker] vraagt de kantonrechter kortgezegd om een boedelbeschrijving te bevelen van de nalatenschap van erflater en daarbij een notaris te benoemen die daartoe kan overgaan.
Volgens [verzoeker] is door [verzoeker] en [verweerster] al veel gecorrespondeerd over de nalatenschap. [verzoeker] beschikt nog steeds niet over alle informatie die hij nodig heeft om de hoogte van zijn erfdeel vast te stellen. Daarnaast berekent [verweerster] de omvang van de nalatenschap op onjuiste wijze. [verweerster] is als erfgename gehouden om de overige erfgenamen te informeren over de omvang en samenstelling van de nalatenschap van erflater.
4. Het verweer
[verweerster] wil dat het verzoek van [verzoeker] wordt afgewezen.
Volgens [verweerster] is er geen belang bij dit verzoek. Door [verweerster] is al een boedelbeschrijving opgesteld die aan de wettelijke vereisten voldoet. Aan de hand hiervan kan verzoeker zijn vordering berekenen. Dat verzoeker zich niet kan verenigen met de boedelbeschrijving is geen reden voor toewijzing van het verzoek. Het is niet redelijk van verweerster te verlangen dat zij hoge kosten moet maken voor een onnodige notariële boedelbeschrijving.
5. De overwegingen van de kantonrechter
De kantonrechter overweegt dat tussen partijen niet ter discussie staat dat [verweerster] een boedelbeschrijving heeft opgesteld. Volgens [verzoeker] is de boedelbeschrijving van [verweerster] echter niet kloppend.
Aangezien er een boedelbeschrijving ligt en er zelfs diverse achterliggende stukken bij de boedelbeschrijving door [verweerster] zijn overgelegd, zal de kantonrechter het verzoek van [verzoeker] afwijzen wegens een gebrek aan belang bij het verzoek.
Het verzoek dat bij de kantonrechter voorligt is – zoals gemeld – een verzoek om een boedelbeschrijving te bevelen ten overstaan van een notaris. Omdat er een (uitgebreide) boedelbeschrijving met achterliggende stukken ligt, kan dit verzoek niet worden toegewezen.
Als [verzoeker] meent dat de boedelbeschrijving niet juist is, had hij een andere procedure moeten beginnen. Voor onenigheid over de juistheid van een boedelbeschrijving is een verzoek tot bevel boedelbeschrijving ten overstaan van een notaris niet de juiste procedure.
[verzoeker] en [verweerster] zijn aanverwanten op grond van artikel 1:3 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kantonrechter ziet daarin aanleiding de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij zijn/haar eigen kosten draagt.
De beslissing
De kantonrechter:
- wijst het verzoek af;
- compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij zijn/haar eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. Verra, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 20 augustus 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend.