RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Kantonrechter
Afdeling Toezicht, Bureau Erfrecht
locatie Utrecht
zaaknummers: 12251346 UB VERZ 26-214 en 12251374 UB26-215
Beschikking van 10 september 2026
Inzake de verzoeken van
1. [verzoeker] ,
wonend in [plaats 1] ,
en
2. [verzoekster],
wonend in [plaats 2] ,
gemachtigde mr. A.M.C.A. Ippel, advocaat,
verder te noemen: [verzoekers] ,
tegen:
[verweerster] ,
wonend in [plaats 3] ,
gemachtigde: mr. A.F.M. Visscher, advocaat,
verder te noemen: [verweerster] .
[verzoekers] hebben de verzoeken gedaan in hun hoedanigheid van belanghebbende in de nalatenschap van:
[erflater] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1947, overleden in zijn laatste woonplaats [plaats 3] op [datum van overlijden 1] 2026, verder te noemen: erflater.
1. De procedure
Op 1 juni 2026 heeft de griffie van deze rechtbank van [verzoekers] een verzoekschrift met producties ontvangen. Op dezelfde dag heeft de griffie van [verzoekers] een nagezonden productie ontvangen.
De griffie van deze rechtbank heeft op 29 juli 2026 aanvullende producties van [verzoekers] ontvangen.
De griffier heeft op 1 juli 2026 oproepen voor de mondelinge behandeling gezonden aan [verweerster] , [verzoekers] .
Op 17 augustus 2026 heeft de griffie een verweerschrift van [verweerster] ontvangen.
De verzoeken van [verzoekers] en het verweer van [verweerster] zijn tijdens een zitting van 19 augustus 2026 mondeling behandeld. Hierbij waren de volgende personen aanwezig:
- [verzoeker] ;
- [verzoekster] ;
- mr. A.M.C.A. Ippel;
- [verweerster] ;
- mr. A.F.M. Visscher;
- [A.] , partner van [verzoeker] ;
- [B.] , partner van [verzoekster] ;
- [C.] , zoon van [verweerster] ;
- [D.] , schoonzoon van [verweerster] .
Mr. A.M.C.A. Ippel heeft spreekaantekeningen gedeeld en voorgedragen tijdens de mondelinge behandeling.
2. Feiten
Erflater is de vader van [verzoekers] . Ten tijde van zijn overlijden was [verweerster] de partner van erflater.
Erflater is eerder gehuwd geweest met mevrouw [naam 1] , de moeder van [verzoekster] . Dit huwelijk is ontbonden door echtscheiding op [datum echtscheiding] 1972.
Erflater is eerder gehuwd geweest met mevrouw [naam 2] , de moeder van [verzoeker] . Dit huwelijk is ontbonden door het overlijden van mevrouw [naam 2] op [datum van overlijden 2] 2015.
Erflater heeft bij testament van 26 augustus 2025 voor het laatst over zijn nalatenschap beschikt. In zijn testament heeft erflater [verweerster] voor de helft tot erfgenaam benoemd en [verzoekers] , gezamenlijk en voor gelijke delen, voor de andere helft. [verweerster] , [verzoekers] hebben de nalatenschap van erflater zuiver aanvaard.
Erflater heeft [verweerster] benoemd tot executeur en afwikkelingsbewindvoerder. Zij heeft deze benoeming(en) aanvaard.
3. De verzoeken
[verzoekers] verzoeken de kantonrechter, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, om:
1. [verweerster] te ontslaan als executeur en afwikkelingsbewindvoerder van de nalatenschap van erflater;
2. [E.] te benoemen tot executeur en afwikkelingsbewindvoerder van de nalatenschap van erflater;
3. [verweerster] te veroordelen in de kosten van de procedure, waaronder het salaris van de gemachtigde van [verzoekers] .
[verzoekers] hebben het verzoek ten aanzien van het afleggen van rekening en verantwoording door [verweerster] tijdens de zitting ingetrokken. Hier zal dus kantonrechter dus geen beslissing over nemen.
Volgens [verzoekers] heeft [verweerster] haar taken als executeur en afwikkelingsbewindvoerder ernstig onbehoorlijk vervuld en is er sprake van gewichtige redenen die haar ontslag rechtvaardigen. Het vertrouwen van [verzoekers] in een correcte, transparante en onafhankelijke afwikkeling van de nalatenschap is volledig verdwenen. Zij hebben dit als volgt toegelicht.
[verzoekers] stellen onder meer dat [verzoekers] signalen ontvingen dat [verweerster] goederen van de nalatenschap vervreemde dan wel aan het zicht van [verzoekers] onttrok.
Daarnaast hebben [verzoekers] herhaaldelijk verzocht om volledige inzage in de bankafschriften van de nalatenschap. Zo wilden zij inzicht krijgen in de vermogenspositie en mutaties rondom het overlijden van erflater. Hoewel toezeggingen werden gedaan, bleef daadwerkelijke verstrekking uit. [verzoekers] hebben daarom een kort geding aanhangig gemaakt om de afgifte van de bankafschriften af te dwingen. Na de betekening van de kortgedingdagvaarding heeft [verweerster] bankrekeningafschriften aan [verzoekers] verstrekt, maar deze verstrekking is verre van volledig.
[verweerster] heeft facturen van onder andere de boekhouder van erflater niet op tijd betaald.
Ook heeft [verweerster] zich laten inschrijven als zelfstandig bevoegd bestuurder van [bedrijf] B.V. De aandelen in deze B.V. behoren tot de nalatenschap. Deze handelswijze heeft het vertrouwen van [verzoekers] ernstig geschaad. [verweerster] heeft zonder rechtsgeldige besluitvorming de feitelijke zeggenschap over een belangrijk vermogensbestanddeel van de nalatenschap toegeëigend. Daarmee zijn de belangen van de nalatenschap en van [verzoekers] in gevaar gebracht.
4. Het verweer
[verweerster] vraagt de kantonrechter de verzoeken af te wijzen. Zij heeft daartoe het volgende aangevoerd.
[verweerster] heeft zich naar eer en geweten ingezet als executeur en haar werkzaamheden zo spoedig als mogelijk uitgevoerd. Er is onvoldoende grond om een ontslag te rechtvaardigen. [verweerster] schiet niet tekort in het uitvoeren van haar taken. Zij heeft nog tot 13 oktober aanstaande om een boedelbeschrijving op te stellen.
[verzoekers] willen volgens [verweerster] niet inzien dat de afwikkeling van de nalatenschap zoals deze een tijdrovende klus is en dat [verweerster] afhankelijk is van diverse derde partijen voor het verkrijgen van informatie. Zodra informatie beschikbaar kwam, heeft [verweerster] die zo spoedig mogelijk doorgezonden. Door het leggen van beslag hebben [verzoekers] zélf het onmogelijk gemaakt om de vaart in de afwikkeling de houden. Ook duurde het even voordat [verweerster] toegang had tot alle rekeningen van erflater om facturen te betalen.
Erflater is (pas) zeven maanden geleden overleden, waarvan een aanzienlijke periode de bankrekeningen bevroren zijn geweest door het beslag dat [verzoekster] en [verzoeker] gelegd hebben. Dat is geen buitensporig lange termijn en daaruit kan al helemaal niet worden opgemaakt dat [verweerster] aan het traineren is.
Dat [verweerster] goederen uit de nalatenschap zou hebben vervreemd blijkt nergens uit.
[verweerster] erkent dat zij niet correct heeft gehandeld door zich in te schrijven bij de Kamer van Koophandel als bestuurder van de BV. Zij had hierbij alleen geen slechte bedoelingen. [verzoekers] lopen hierdoor geen risico en [verweerster] zal niks doen zonder medeweten van de overige erfgenamen.
[verweerster] weet dat het haar verplichting is als executeur om de erfgenamen van informatie te voorzien, maar deze plicht is niet onbeperkt. [verweerster] krijgt het gevoel dat [verzoekers] haar op alle mogelijke manieren proberen dwars te zitten en tegen te werken.
Volgens [verweerster] blijkt dus nergens uit dat er sprake is van diepgaand en niet aanstonds weg te nemen wantrouwen dat gebaseerd is op concrete en objectieve feiten. [verzoekers] accepteren niet dat [verweerster] een rol speelt in de afwikkeling van de nalatenschap van hun vader.
Het verzoek om een proceskostenveroordeling moet volgens [verweerster] wegens familieverhoudingen worden afgewezen.
5. De beoordeling
De kantonrechter zal het verzoek om [verweerster] te ontslaan als executeur en afwikkelingsbewindvoerder afwijzen. Deze beslissing wordt hierna toegelicht.
De kantonrechter kan een executeur en afwikkelingsbewindvoerder ontslaan als daar gewichtige redenen voor zijn. Er is onder meer sprake van gewichtige redenen voor ontslag als de executeur / afwikkelingsbewindvoerder in ernstige mate tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen. Daarvan is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake.
Uit de overgelegde stukken en tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat [verweerster] de afwikkeling van de nalatenschap voortvarend oppakt. [verweerster] informeert [verzoekers] over de voortgang van de afwikkeling van de nalatenschap, de boedelbeschrijving wordt notarieel vastgelegd en de aangifte erfbelasting wordt voorbereid. Niet lang na het overlijden van erfalter volgde de eerste brief van de advocaat van [verzoekers] . [verzoekers] hebben daarna beslag gelegd op diverse bankrekeningen en [verzoekers] hebben een kort geding aangespannen tegen [verweerster] . [verzoekers] hebben [verweerster] nog nauwelijks de kans gegeven om tot een goede afwikkeling van de nalatenschap te komen. Erflater is (slechts) zeven maanden geleden overleden. [verweerster] heeft nog geen complete boedelbeschrijving aangeleverd, maar zij heeft volgens de bepalingen in het testament van erflater nog tot 13 oktober 2026 de tijd.
Het wantrouwen tussen [verzoekers] aan de ene kant en [verweerster] aan de andere kant kan ook niet leiden tot ontslag van [verweerster] als executeur en afwikkelingsbewindvoerder. Uit jurisprudentie blijkt dat een ernstig wantrouwen jegens of een ernstig gebrek aan vertrouwen in de executeur dat niet aanstonds weggenomen kan worden, een gewichtige reden voor ontslag van de executeur kan opleveren. Dit wantrouwen moet wel ernstig, gemeend en op feiten zijn gebaseerd. Moeilijkheden, wrijvingen en wantrouwen zal de executeur (en afwikkelingsbewindvoerder) wel vaker ontmoeten. Daarin kan op zichzelf geen grond voor ontslag zijn gelegen.
De kantonrechter is van oordeel dat in dit geval geen sprake is van objectieve redenen die maken dat het wantrouwen een gewichtige reden tot ontslag van [verweerster] als executeur en afwikkelingsbewindvoerder opleveren. Uit de verklaringen van [verzoeker] tijdens de mondelinge behandeling maakt de kantonrechter op dat het wantrouwen van [verzoekers] ook al gedurende een lange tijd voorafgaande aan het overlijden van erflater bestond. Dit wantrouwen staat dus los van het functioneren van [verweerster] als executeur en afwikkelingsbewindvoerder. Erflater heeft er ondanks de kennelijk slechte verhoudingen tussen zijn kinderen en [verweerster] voor gekozen om haar tot executeur en afwikkelingsbewindvoerder te benoemen in zijn testament.
De stelling van [verzoekers] dat [verweerster] zaken uit de nalatenschap heeft ontvreemd is, na de betwisting daarvan door [verweerster] , niet nader onderbouwd. Verder hebben [verzoekers] tijdens de zitting erkend dat [verweerster] geen slechte intenties had met haar inschrijving als bestuurder van de B.V.
Nu het verzoek om [verweerster] als executeur en afwikkelingsbewindvoerder te ontslaan zal worden afgewezen, hoeft het verzoek om een opvolgende executeur en afwikkelingsbewindvoerder te benoemen niet te worden besproken.
Gelet op de erfrechtelijke relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
6. De beslissing
De kantonrechter:
- wijst de verzoeken af;
- compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij zijn eigen proceskosten moet betalen.