[eiseres] , uit [plaats] (België), eiseres
(gemachtigde: mr. I.M. van den Heuvel),
en
Dienst Toeslagen, verweerder
(gemachtigde: [gemachtigde] ).
Inleiding
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag van 19 mei 2025 om aanvullende compensatie voor werkelijke schade.
Op 16 juni en 29 juli 2026 heeft verweerder verweerschriften ingediend.
Partijen zijn gevraagd of zij gehoord willen worden op een zitting. Geen van partijen heeft verklaard gebruik te willen maken van dit recht. Daarop heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. Eiseres heeft op 19 mei 2025 een verzoek om aanvullende compensatie werkelijke schade ingediend. De beslistermijn voor verweerder was zes maanden en is vervolgens met zes maanden verdaagd. De termijn eindigde op 19 mei 2026.
2. Eiseres heeft verweerder op 19 mei 2026 in gebreke gesteld. De beslistermijn was toen echter nog niet verstreken. Dat betekent dat eiseres de ingebrekestelling prematuur (te vroeg) heeft ingediend. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. De rechtbank zal het beroep niet inhoudelijk behandelen.
3. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.E.C. Bakker, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 september 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.