RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/267232-25
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 2 februari 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1993 in [geboorteplaats] (Litouwen) woonadres: [adres 1] , Litouwen,
opgegeven verblijfsadres: [adres 2] , [plaats] in België,
gedetineerd in de penitentiaire inrichting [verblijfplaats] ,
(hierna: de verdachte).
1. Zitting
De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 19 januari 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
2. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte er – na wijziging van de tenlastelegging - van dat hij, samengevat:
Feit 1
primair
op 9 oktober 2025 in Utrecht ongeveer 54,98 kilogram cocaïne heeft uitgevoerd;
subsidiair
op 9 oktober 2025 in Utrecht heeft geprobeerd om ongeveer 54,98 kilogram cocaïne uit te voeren;
Feit 2
op 9 oktober 2025 in Utrecht ongeveer 54,98 kilogram cocaïne heeft vervoerd en/of aanwezig gehad.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.
3. Bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten 1 primair en 2, voor zover het betreft het opzettelijk vervoeren en aanwezig hebben, heeft gepleegd.
De standpunten van de officier van justitie worden, voor zover van belang voor de beoordeling, besproken in paragraaf 3.3.
Standpunt van de verdediging
De advocaat bepleit vrijspraak van de ten laste gelegde feiten omdat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte blokken bevattende cocaïne in zijn bus aanwezig had en vervoerde. Daartoe voert de advocaat aan dat de eerste schakel in de chain of evidence ontbreekt, te weten een nauwkeurig verslag van hetgeen op 9 oktober 2025 in de bus van verdachte in beslag is genomen en bij gebrek aan andere processen-verbaal van bevindingen kan daardoor niet worden vastgesteld dat de in het beslaghuis aangetroffen dozen, waarvan de inhoud op cocaïne is onderzocht, dezelfde zijn als de dozen die uit de bus van verdachte zijn gehaald en in beslag zijn genomen.
Het bewijsverweer wordt, voor zover van belang voor de beoordeling, hierna besproken onder paragraaf 3.3.
Oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen feiten 1 primair en 2.
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte de feiten 1 primair en 2 van de beschuldiging heeft gepleegd. De rechtbank baseert dit oordeel op de redengevende feiten en omstandigheden die voor de leesbaarheid van het vonnis in bijlage II van dit vonnis staan.
Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.
Bewijsoverweging
De advocaat heeft betoogd dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat de dozen die in het beslaghuis zijn aangetroffen en waarvan de inhoud is onderzocht door het NFI, dezelfde zijn als de dozen die in de bus van de verdachte in beslag zijn genomen. Dit brengt met zich dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte blokken cocaïne in zijn bus had liggen, en dat evenmin kan worden bewezen dat het daarbij om 55 kilogram ging.
Hiertoe is - kort gezegd - aangevoerd dat de processen-verbaal niet steeds door dezelfde verbalisanten zijn opgesteld, er geen proces-verbaal van overdracht is, de dozen niet in beide processen-verbaal als Action dozen zijn beschreven en de dozen zijn opgeslagen in een depot met alle overige door de politie in beslag genomen goederen, zodat verwisseling niet kan worden uitgesloten.
De rechtbank heeft, net als de officier van justitie, geen reden om aan de chain of evidence te twijfelen. De rechtbank verwerpt het door de advocaat gevoerde verweer en overweegt daartoe als volgt.
Uit het proces verbaal van bevindingen (PL0900-2025344454-8) blijkt dat in de avond van 9 oktober 2025 in de auto van verdachte twee dozen, bruin van kleur en voorzien van blauwkleurige tekst ‘ACTION’ lagen. Meteen na het openen van de dozen zagen de verbalisanten daarin in plasticfolie verpakte pakketten, blauw van kleur. Op een van deze pakketten stond op een wit vlak in zwarte letters de tekst ‘KORS’. De verbalisanten schatten in dat er in beide dozen bij elkaar opgeteld tussen de 50 en 60 blauwe pakketten zaten. Ten behoeve van het eventuele sporenonderzoek hebben de verbalisanten de pakketten niet uit de dozen gehaald. Vervolgens is besloten om het voertuig, inclusief inhoud, zelf over te brengen naar het politiebureau aan de [adres 3] in [plaats] . Op verzoek van de dienstdoende Officier van Dienst hebben de verbalisanten vervolgens de twee dozen met daarin de blauwe pakketten in een dienstvoertuig overgebracht naar het Beslaghuis, gevestigd aan de [adres 4] in [plaats] en veiliggesteld in een zogenaamde drugskluis.
De volgende ochtend zijn monsters genomen uit 55 blokken die zich bevonden in twee dozen in het Beslaghuis. Blijkens de daarvan gemaakte foto’s, die zich in het dossier bevinden, gaat het om twee dichtgeplakte bruine dozen, waarop het proces-verbaal nummer 2025344454 is vermeld, zijnde het proces-verbaal nummer van het dossier van verdachte. Ook is op de dozen de datum van inbeslagname, te weten 9 oktober 2025, genoteerd. Ook is het uiterlijk van de bemonsterde blokken identiek aan het door verbalisanten beschreven uiterlijk van de pakketten die zij in het voertuig van verdachte hadden aangetroffen: blauwe blokken met een wit vlak waarop in zwarte letters ‘KORS’ stond vermeld. Tenslotte constateert de rechtbank dat, hoewel op de in het Beslaghuis gemaakte foto’s niet het woord “ACTION” te lezen is, daarop aan de bovenkant wel vier parallelle stippellijnen te zien zijn, die ook voorkomen op dozen van de winkel “ACTION”.
Gelet op al het bovenstaande heeft de rechtbank geen reden om eraan te twijfelen dat de in het beslaghuis geplaatste dozen met inhoud dezelfde dozen zijn dan de door de verbalisanten op 9 oktober 2025 in het voertuig van de verdachte aangetroffen dozen met inhoud.
Nu ook overigens op geen enkele wijze van feiten of omstandigheden aannemelijk is geworden dat de onderzochte drugs niet dezelfde drugs zijn als de drugs die onder de verdachte zijn aangetroffen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de 55 bij verdachte in de auto aangetroffen pakketten cocaïne bevatten.
Uit het proces-verbaal ‘Bruto-Netto’ volgt dat de bij verdachte aangetroffen cocaïne een hoeveelheid van 55 kilogram betreft.
Gelet op de verklaring van verdachte dat hij met de drugs onderweg was naar zijn woning in België, stelt de rechtbank vast dat de gedraging van verdachte, conform het bepaalde in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet moet worden aangemerkt als (verlengde) uitvoer van de cocaïne.
Conclusie
De rechtbank acht, op grond van de bewijsmiddelen en het hiervoor overwogene, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 9 oktober 2025 opzettelijk ongeveer 54,98 kilogram cocaïne heeft vervoerd, aanwezig heeft gehad en buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, namelijk naar België.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
1
op 9 oktober 2025 te Utrecht
opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 54,98
kilogram,
zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1;
2
op 9 oktober 2025 te Utrecht
opzettelijk
heeft vervoerd en
aanwezig heeft gehad,
ongeveer 54,98 kilogram, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet
behorende lijst I.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.
4. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Feit 1 primair en feit 2
eendaadse samenloop van:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, en
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B en C van de Opiumwet gegeven verbod.
Strafbaarheid feiten en verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
5. Straf
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaar, met aftrek van het voorarrest.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om, indien zij tot een veroordeling komt, maatwerk toe te passen en in het voordeel van verdachte af te wijken van de LOVS-oriëntatiepunten. Daartoe voert de advocaat aan dat verdachte slechts heeft gefungeerd als koerier. Daarnaast wijst de advocaat de rechtbank op de open proceshouding van verdachte ter terechtzitting.
Nu verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, is fasering niet mogelijk en is toepassing van de VI regeling problematisch. De advocaat verzoekt daarom een gevangenisstraf van maximaal 36 maanden op te leggen, zodat verdachte mogelijk nog in aanmerking kan komen voor de SOB-regeling.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee. Dit licht de rechtbank hieronder toe.
Ernst en omstandigheden van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de opzettelijke uitvoer van ongeveer 54,98 kilogram cocaïne. Hij was met een door hem bestuurde bus met twee dozen cocaïne onderweg van Nederland naar België om de dozen daar af te leveren. De hoeveelheid cocaïne was zo groot dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. Het op de markt brengen van harddrugs vormt een ernstige bedreiging van de volksgezondheid. Daarnaast wordt met de handel in cocaïne veel geld verdiend en gaat deze handel gepaard met vele vormen van zware criminaliteit. Door het uitvoeren van dergelijke hoeveelheden verdovende middelen draagt verdachte bij aan de instandhouding van de keten van criminele activiteiten. Internationale drugshandel op deze schaal en wijze werkt bovendien ondermijnend op de samenleving. Verdachte heeft met al deze gevolgen kennelijk geen rekening gehouden. De rechtbank neemt dit verdachte kwalijk.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank gelet op het uittreksel uit de Justitiële documentatie (het strafblad) van verdachte van 9 december 2025. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder in Nederland is veroordeeld.
Daarnaast heeft de rechtbank gelet op het op zijn naam gestelde uittreksel uit het European Criminal Records Information System (ECRIS) van 21 oktober 2025. Hieruit volgt dat verdachte op 26 januari 2021 in het Verenigd Koninkrijk onherroepelijk is veroordeeld tot gevangenisstraf in verband met illegale invoer van verdovende middelen.
Strafoplegging
De rechtbank is van oordeel dat alleen een vrijheidsbenemende straf passend is, gelet op de aard en ernst van het bewezenverklaarde. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.
De rechtbank heeft de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) als uitgangspunt genomen. De rechtbank is van oordeel dat met betrekking tot feit 1 en feit 2 sprake is van eendaadse samenloop als bedoeld in artikel 55, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. De bewezen verklaarde gedragingen leveren een zodanig samenhangend, zich op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex op dat de verdachte daarvan in wezen één verwijt wordt gemaakt, terwijl de strekking van de desbetreffende strafbepalingen niet uiteenloopt. De rechtbank past dan ook alleen de strafbepaling toe die betrekking heeft op het uitvoeren van cocaïne. Het uitgangspunt voor de uitvoer van 55 kilo cocaïne is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van minimaal 60 maanden.
De rechtbank betrekt bij haar oordeel niet alleen de hoeveelheid cocaïne, maar ook de rol en persoon van de verdachte. Daarbij houdt de rechtbank rekening met de proceshouding van verdachte. Ter terechtzitting heeft verdachte het feit bekend en in zoverre openheid van zaken gegeven. In het dossier bevinden zich geen aanwijzingen dat de rol van verdachte een andere is geweest dan die van alleen koerier. Een koerier is niet de persoon die de grote winst opstrijkt van een dergelijk transport. Organisaties die achter dergelijke drugstransporten zitten maken vaak misbruik van personen die makkelijk beïnvloedbaar zijn en/of financieel kwetsbaar, en bieden hen een manier om snel geld te verdienen of, zoals in het geval van verdachte, om vermeende schulden af te lossen. Tegelijkertijd is de koerier de persoon die de grootste risico’s loopt en de grootste kans heeft om in de gevangenis te geraken.
De rechtbank weegt in strafverminderende zin mee dat de bedrijfsauto, Mercedes-Benz Sprinter, als bijkomende straf verbeurd zal worden verklaard, hetgeen verdachte financieel zwaar treft. Tenslotte houdt de rechtbank er in strafmatigende zin rekening mee dat verdachte niet in aanmerking komt voor de regeling inzake voorwaardelijke invrijheidstelling, omdat hij niet een Nederlandse ingezetene is.
Alles afwegende acht de rechtbank het passend en geboden om verdachte voor de bewezenverklaarde feiten een gevangenisstraf van 36 maanden, met aftrek van het voorarrest, op te leggen.
Tenuitvoerlegging van de straf
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting.
6. In beslag genomen voorwerpen
Onder de verdachte zijn volgens de ter zitting overhandigde beslaglijst de volgende goederen inbeslaggenomen:
De rechtbank merkt op dat op de beslaglijst een tweede inbeslaggenomen telefoontoestel ontbreekt, te weten een zwarte Samsung Galaxy S24 Ultra, onder goednummer G600422. Een kennisgeving van inbeslagneming bevindt zich op pagina 66 van het procesdossier. Dit toestel is ten tijde van de zitting nog niet aan verdachte teruggegeven.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank:
zal gelasten dat beide telefoontoestellen worden teruggegeven aan de verdachte;
de verdovende middelen zal onttrekken aan het verkeer;
de bedrijfsauto verbeurd zal verklaren.
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft de rechtbank verzocht de teruggave aan verdachte te gelasten van de bedrijfsauto. Daartoe heeft hij aangevoerd dat verdachte hard heeft gespaard voor de auto, dat de auto geen verborgen ruimte bevatte en dat het gewoon een bedrijfsauto betreft. Verbeurdverklaring van de bedrijfsauto zou neerkomen op een dubbele bestraffing en is buitenproportioneel.
De advocaat heeft ten aanzien van het overige beslag geen standpunt ingenomen.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal de bij het vervoer van drugs gebruikte en onder verdachte in beslag genomen bedrijfsauto verbeurd verklaren, omdat de feiten met behulp van die auto zijn begaan. De rechtbank heeft bij deze beslissing de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten in aanmerking genomen.
De rechtbank zal bepalen dat de onder verdachte in beslag genomen verdovende middelen worden onttrokken aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en met het algemeen belang.
De rechtbank zal de teruggave aan de verdachte gelasten van beide telefoontoestellen, omdat deze niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet.
7. Toegepaste wetsartikelen
De opgelegde straf en beslissing op het beslag zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
8. De beslissing
De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 primair en 2 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4 is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het onder feit 1 primair en feit 2 bewezenverklaarde;
straf
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 36 maanden;
- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
beslag
- verklaart het volgende voorwerp verbeurd:
bedrijfsauto (G3600430);
- verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer:
verdovende middelen (G3600429);
- gelast de teruggave aan de verdachte van de volgende voorwerpen:
Dit vonnis is gewezen door mr. J.T. Pouw, voorzitter, mr. drs. S.M. van Lieshout en mr. J.H.C. van Ginhoven, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H. van Veenschoten als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2026.
De jongste rechter is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is na wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 9 oktober 2025 te Utrecht, in elk geval in Nederland
opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 54,98
kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne,
zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan
wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 9 oktober 2025 te Utrecht, in elk geval in Nederland,
ter uitvoering van zijn voorgenomen misdrijf om opzettelijk buiten het grondgebied
van Nederland te brengen ongeveer 54,98 kilogram, in elk geval een hoeveelheid
van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de
bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van
artikel 3a van die wet,
voornoemde hoeveelheid cocaïne in zijn voertuig heeft vervoerd met als
eindbestemming een adres in België,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2
hij op of omstreeks 9 oktober 2025 te Utrecht, in elk geval in Nederland,
opzettelijk
heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of
afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,
in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,
ongeveer 54,98 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet
behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die
wet.
Bijlage II: Bewijsmiddelen
De verklaring van verdachte op de terechtzitting, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik ben op 9 oktober 2025 met de auto naar Nederland gekomen om drugs op te halen. Op de parkeerplaats van de Hornbach bij Amsterdam zijn dozen in mijn bus geladen. Ik wist dat ik drugs moest vervoeren. Ik had een vermoeden dat er wit poeder in de dozen zat. Ik moest de dozen naar mijn huurwoning aan de [adres 2] in België brengen. Ik had de dozen in mijn bus terwijl ik onderweg was richting België.
Een proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende:
Op 9 oktober 2025 op de Rijksweg A2 zag ik een voertuig rijden voorzien van Litouws kenteken [kenteken] . Ik heb de bestuurder een volgteken gegeven. Ter hoogte van de [adres 5] te [plaats] kwamen wij tot stilstand. De bestuurder werd ons later bekend als [verdachte] .
Ik zag dat er op de laadvloer van de bestelauto een aantal dozen lagen. Twee dozen, bruin van kleur en voorzien van blauwkleurige tekst "ACTION" lagen direct achter de schuifdeur.
Ik ben teruggelopen naar de laadruimte van het voertuig. Ik opende een van de twee voornoemde dozen welke direct achter de schuifdeur lagen en zag meteen na
het openen daarin vier in plasticfolie verpakte pakketten, blauw van kleur. Ik zag
dat er op een van deze pakketten op een wit vlak in zwarte letters de tekst "KORS"
stond. Wij herkenden deze pakketten vanwege hun vorm, formaat en
wijze van verpakken ambtshalve als verpakte cocaïne. Ook in de tweede doos troffen
wij dezelfde blauwe pakketten aan. Wij schatten dat er in beide dozen bij elkaar opgeteld tussen de 50 a 60 blauwe pakketten zaten.
Ten behoeve van het eventuele sporenonderzoek hebben wij de pakketten niet uit de
dozen gehaald.
Wij hebben gezien de hoeveelheid aangetroffen vermoedelijk verdovende
middelen uit het oogpunt van onze veiligheid besloten het voertuig inclusief inhoud,
zelf over te brengen naar voornoemde politiebureau aan de [adres 3] te [plaats]
alwaar wij het voertuig op een afgesloten en beveiligde binnenplaats konden parkeren.
Op verzoek van de dienstdoende Officier van Dienst hebben wij,
de twee dozen met daarin de blauwe pakketten in een van onze dienstvoertuigen overgebracht naar het Beslaghuis, gevestigd aan de [adres 4]
te [plaats] alwaar de dozen in afwachting van het verdere onderzoek zijn veiliggesteld
in een zogenaamde drugskluis.
Een proces-verbaal forensisch onderzoek bij ketenbeslaghuis [adres 4] [plaats] en de daarbij gevoegde fotobijlage, voor zover inhoudende:
Van Operationeel Coördinator [A] kregen wij, verbalisanten, te horen dat in
de avond van 9 oktober 2025 de surveillance dienst van de eenheid Midden-Nederland
een voertuig staande heeft gehouden en gecontroleerd. Tijdens deze controle zijn twee
dozen met daarin blokken, gelijkende op cocaine blokken, aangetroffen. De blokken
zijn inbeslaggenomen en daarna overgebracht naar het ketenbeslaghuis van [plaats] .
Op 10 oktober 2025 kwamen wij voor een forensisch onderzoek aan op
een locatie van het keten beslaghuis aan de [adres 4] te [plaats] .
Wij zagen in de kluis van het ketenbeslaghuis twee dozen staan. Wij openden de dozen en zagen daarin 55 blokken. Wij zagen dat de buitenste laag van de blokken uit doorzichtig tape bestond, daaronder bevond zich een wit vel papier met de opdruk "KORS". Wij zagen dat de laag daaronder bestond uit een laag blauw verpakkingsmateriaal.
Ik heb ook de hele partij bruto gewogen en zag op het display van de weegschaal 64,88 kg staan.
Ik moest 20 monsters nemen voor een representatieve steekproef. Deze monsters heb ik veiliggesteld ten behoeve van vervolgonderzoek naar de aanwezigheid van verdovende middelen.
Sporendrager Goednummer : PL0900-2025344454-3600670SIN : AAQT9308NLObject : Verdovende midAantal/eenheid: 55 stuks
Bijzonderheden: Blauwe blokken opschrift "kors"
Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen en het daarbij gevoegde deskundigen rapport NFiDENT van het Nederlands Forensisch Instituut van 17 november 2025, voor zover inhoudende:
Sporendrager
Goednummer: PL0900-2025344454-3600670
SIN: AAQT9308NL
Aantal: 55
Bijzonderheden: blauwe blokken opschrift ‘kors’
Omschrijving: 20 monsters uit 55 blokken
Gewicht (bruto): 64880 gram
Indicatieve test van de 20 monstersPositief voor Cocaïne
Aanvullende informatie
Cocaïne is vermeld op lijst I van de Opiumwet.
Een proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende:
Uit bovenstaande bevindingen gecombineerd met ervaringen uit de politiepraktijk is aannemelijk geworden dat de bij Urbonas aangetroffen partij cocaïne van 64.88 kilo bruto, netto 55 kilo cocaïne bevatte.