RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: 11910828 \ LC EXPL 25-2023
Vonnis van 7 januari 2026
in de zaak van
BOL.COM B.V., (mede) handelend onder de na(a)m(en) BOL.COM, BOL. EN BOL,
gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Bol,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 18 september 2025 met producties 1 tot en met 22;- de mondelinge conclusie van antwoord;- de conclusie van repliek met producties 1 tot en met 5;- de conclusie van dupliek.
De kantonrechter heeft besloten dat vandaag de uitspraak is.
2. De kern van de zaak
Deze zaak gaat over artikelen die [gedaagde] volgens Bol via de website van Bol in augustus 2024 heeft gekocht bij Bol en bij een externe verkoper. [gedaagde] heeft de facturen voor de artikelen niet betaald. Bol vordert in deze procedure dat [gedaagde] wordt veroordeeld om hiervoor € 386,96, met rente en kosten, aan haar te betalen. [gedaagde] heeft de vordering deels betwist. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] de gematigde hoofdsom en de proceskosten aan Bol moet betalen.
3. De beoordeling
Ambtshalve toetsing van de informatieverplichtingen en de algemene voorwaarden
De vordering is gebaseerd op een online gesloten koopovereenkomst, waarop consumentenbeschermende bepalingen van toepassing zijn. Sommige consumentenbeschermende bepalingen worden zo belangrijk gevonden, dat de kantonrechter ambtshalve (uit zichzelf, ook zonder dat [gedaagde] daarom vraagt) moet beoordelen of die zijn nageleefd. Als dat niet het geval blijkt moet de kantonrechter daar, eveneens ambtshalve, consequenties aan verbinden, door (een deel van) de vordering af te wijzen.
Zo moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of de essentiële informatieplichten van de artikelen 6:230m en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) zijn nageleefd. De kantonrechter moet in dat verband beoordelen of a) in het bestelproces de nodige informatie aan [gedaagde] is verstrekt, b) duidelijk is gemaakt welk moment in dat bestelproces de overgang markeerde tussen vrijblijvend rondkijken op het platform van Bol en het daadwerkelijk sluiten van de overeenkomst, waarbij de betalingsverplichting ontstond, en c) alle nodige informatie vervolgens ook nog op de juiste manier aan [gedaagde] is bevestigd, voor eventuele raadpleging achteraf.
Daarnaast moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of in de toepasselijke algemene voorwaarden afspraken (“bedingen”) staan, die onredelijk bezwarend zijn voor consumenten zoals [gedaagde] . Daarbij gaat het niet om de kern van de overeenkomst (zoals wat er gekocht is en hoe veel daarvoor moet worden betaald), omdat [gedaagde] zich daar wel bewust van zal zijn. De kantonrechter moet vooral andere bedingen beoordelen, waar [gedaagde] mee heeft moeten instemmen, mogelijk zonder te weten wat daarin staat.
De kantonrechter kan zich daarbij beperken tot die bedingen die relevant zijn voor de beoordeling van de ingestelde vordering. In deze procedure is die toets daarom beperkt tot bedingen over rente en incassokosten.
De wetgever heeft in artikel 6:119 BW vastgelegd wanneer rente verschuldigd is en uit artikel 6:120 BW volgt welk percentage de wetgever redelijk vindt. In artikel 6:96 BW heeft de wetgever vastgelegd wanneer een schuldeiser recht heeft op vergoeding van gemaakte incassokosten en uit het daarop gebaseerde Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten blijkt welke vergoeding de wetgever redelijk vindt.
Als een consument zoals [gedaagde] door rente- en incassokostenbedingen in algemene voorwaarden aanzienlijk slechter af is dan wanneer in de algemene voorwaarden niets over rente en incassokosten zou hebben gestaan (lees: wanneer de wettelijke regelingen van toepassing zouden zijn geweest) dan zijn die bedingen onredelijk bezwarend als bedoeld in artikel 6:233 onder a BW.
Overigens is het ontbreken van een onredelijk bezwarend incassokostenbeding onvoldoende om een gevorderde incassokostenvergoeding toe te kunnen wijzen. De kantonrechter moet ook nog beoordelen of [gedaagde] op de juiste manier is aangemaand om alsnog tot betaling over te gaan.
[gedaagde] moet de hoofdsom tot het bedrag van € 355,84 betalen, maar de buitengerechtelijke incassokosten en de rente niet
De hoofdsom
Bol vordert betaling van drie facturen van in totaal € 386,96. De facturen zien op de levering van crèmes en een eetkamer set. Volgens Bol zijn de artikelen aan [gedaagde] geleverd en moet [gedaagde] daarom de facturen betalen.
[gedaagde] heeft bij conclusie van antwoord de facturen voor de crèmes (van in totaal € 51,87 = € 21,98 + € 29,89) erkend, maar de factuur voor de eetkamer set (van € 335,09) betwist. Bij zijn conclusie van dupliek is [gedaagde] daarop teruggekomen en heeft [gedaagde] aangegeven dat hij bereid is de verantwoordelijkheid te nemen en te betalen. [gedaagde] heeft daarbij verzocht om een betalingsregeling. Daaruit maakt de kantonrechter op dat [gedaagde] niet langer de verschuldigdheid van de factuur voor de eetkamer set betwist. Daarom moet [gedaagde] de volledige afgesproken koopprijs van € 386,96 betalen.
Of [gedaagde] voor de bestelde en ontvangen artikelen de volledige afgesproken koopprijs moet betalen, ligt eraan of Bol de informatieplichten van de artikelen 6:230m en 6:230v BW is nagekomen.
De kantonrechter constateert dat de essentiële informatieplichten die in deze wetsartikelen zijn opgenomen, zijn nageleefd met betrekking tot de bestelling bij de externe verkoper (voor de eetkamer set). Daarom heeft Bol voor die bestelling recht op het volledige openstaande bedrag aan koopsom van € 335,09.
Met betrekking tot de bestellingen bij Bol zelf (voor de crèmes), zijn geen printscreens overgelegd van het bestelproces. Daarom kan de kantonrechter niet vaststellen of en dat de informatieverplichtingen voor bestellingen bij Bol zijn nageleefd. Gelet op de Richtlijn Sanctiemodel informatieplichten, vermindert de kantonrechter de betalingsverplichting van [gedaagde] voor die bestellingen met 60%. Dat komt erop neer dat voor de bestellingen bij Bol een bedrag van € 20,75 (= 40% van € 51,87) toewijsbaar is.
Het bovenstaande leidt ertoe dat de hoofdsom toewijsbaar is tot het bedrag van € 355,84 (= € 335,09 + € 20,75). Dit bedrag moet [gedaagde] aan Bol betalen.
De buitengerechtelijke incassokosten en de rente
Of [gedaagde] ook rente en buitengerechtelijke incassokosten moet betalen, hangt af van wat daarover in de algemene voorwaarden staat. Er zijn verschillende algemene voorwaarden van toepassing, namelijk ‘Algemene Voorwaarden Thuiswinkel’ (hierna: thuiswinkel-voorwaarden), ‘Algemene voorwaarden kopen bij andere verkopers’ (hierna: andere-verkoper-voorwaarden) en ‘Voorwaarden koper-verkoper zakelijk’ (hierna: koper-verkoper-voorwaarden). In artikel 15 van de thuiswinkel-voorwaarden, artikel 15 van de koper-verkoper-voorwaarden en artikel 6 van de andere-verkoper-voorwaarden zijn bedingen opgenomen over de vergoeding van rente en incassokosten.
Artikel 15 van de thuiswinkelvoorwaarden en van de koper-verkoper-voorwaarden komt zowel voor het rente- als voor het incassokostenkostendeel overeen met de wettekst. Daarom is dit beding per definitie niet onredelijk bezwarend.
Dat geldt echter niet voor artikel 6 van de andere-verkoper-voorwaarden. Daarin staat namelijk dat vertragingsrente en/of administratiekosten verschuldigd zijn, alsmede incassokosten, en daaraan is nog toegevoegd dat de mogelijkheid bestaat om daadwerkelijk gemaakte buitengerechtelijke incassokosten te vorderen. Het beding is niet duidelijk met betrekking tot de omvang van de verschuldigde rente, maar het biedt, ook vanwege de tekstuele koppeling met de administratiekosten, ruimte voor het in rekening brengen van een onevenredig hoog percentage. Ook biedt het beding de mogelijkheid om veel meer incassokosten in rekening te brengen dan is toegestaan op grond van artikel 6:96 lid 5 BW. Overigens is niet uitgesloten dat met administratiekosten feitelijk óók incassokosten worden bedoeld, in welk geval die kosten óók moeten worden geacht te zijn begrepen in een incassokostenvergoeding als bedoeld in artikel 6:96 lid 5 en 6 BW. Al met al is dit beding onredelijk bezwarend voor consumenten zoals [gedaagde] . En omdat het (op zich toelaatbare) beding in artikel 15 van de thuiswinkelvoorwaarden en de koper-verkoper-voorwaarden in onderlinge samenhang moet worden beoordeeld met het onredelijk bezwarend geoordeelde beding in artikel 6 van de andere-verkoper-voorwaarden, moeten bij de bestellingen die zowel bij Bol als bij de externe verkoper zijn geplaatst de gevorderde rente en de gevorderde vergoeding voor gemaakte incassokosten volledig worden afgewezen, ongeacht of [gedaagde] een aanmaningsbrief heeft ontvangen die aan alle daaraan te stellen eisen voldoet.
Dit betekent dat [gedaagde] de gevorderde rente en buitengerechtelijke incassokosten niet aan Bol hoeft te betalen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
[gedaagde] stelt dat hij geen facturen en correspondentie over de bestellingen heeft ontvangen. Voor zover [gedaagde] daarmee heeft willen zeggen dat hij rauwelijks is gedagvaard, gaat dit verweer niet op.
Bol heeft onweersproken gesteld dat de facturen terug te vinden zijn in het account van [gedaagde] bij Bol. Daarnaast heeft [gedaagde] op de laatste sommatie van 8 september 2025 van GGN – gemachtigde van Bol – gereageerd. In zijn reactie heeft [gedaagde] aangegeven hulp te krijgen van een budget coach en dat die bezig is om in contact te komen met GGN over de vordering (zie productie 4 bij conclusie van repliek). [gedaagde] was dus voorafgaand deze procedure bekend met de vordering van Bol. In de laatste sommatie heeft GGN [gedaagde] er nog op gewezen dat bij uitblijven van betaling [gedaagde] gedagvaard zou worden. [gedaagde] was dus een gewaarschuwd mens. [gedaagde] heeft echter niet binnen de gestelde termijn betaald. Bol is daarom terecht overgegaan tot het dagvaarden van [gedaagde] .
Dat Bol wettelijk verplicht was voorafgaand deze procedure eerst telefonisch contact met [gedaagde] op te nemen, volgt niet uit de wet en [gedaagde] heeft zijn standpunt op dit punt ook niet nader onderbouwd. De kantonrechter gaat daarom voorbij aan dit deel van het verweer van [gedaagde]
Gelet op de uitkomst van de procedure wordt [gedaagde] in de proceskosten (inclusief nakosten) veroordeeld. De proceskosten van Bol worden begroot op € 460,78, bestaande uit:
dagvaardingskosten van € 120,78;
griffierecht van € 135,00;
salaris gemachtigde van € 164,00 (2 punten x € 82,00);
nakosten van € 41,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing).
Verzoek tot betalingsregeling
Met betrekking tot het verzoek van [gedaagde] om een betalingsregeling, merkt de kantonrechter op dat hij hiertoe niet bevoegd is. [gedaagde] kan hiervoor contact opnemen met (de gemachtigde van) Bol.
4. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om aan Bol tegen bewijs van kwijting te betalen € 355,84,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 460,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op 7 januari 2026.
HHt/37278