ECLI:NL:RBMNE:2026:807

ECLI:NL:RBMNE:2026:807

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 02-03-2026
Datum publicatie 05-03-2026
Zaaknummer UTR 24/6204
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Almere

Samenvatting

De minister had het bezwaar niet "niet-ontvankelijk" mogen verklaren. Het bezwaar is weliswaar te laat ingediend maar eiseres heeft het besluit nooit ontvangen. De minister had een deugdelijke verzendadministratie moeten overleggen, maar dit is niet gedaan. Daarom is het beroep gegrond.

Uitspraak

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. R. Grijpstra),

en

De Minister van Financiën, T.a.v. de Programmadirecteur Schulden, de minister.

Inleiding

Eiseres is aangemerkt als gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire. In dit kader heeft zij een schuldenlijst toegezonden aan Sociale Banken Nederland (SBN) met het verzoek om een aantal schulden over te nemen. Op 17 mei 2022 heeft SBN deze aanvraag gedeeltelijk afgewezen. Eiseres heeft op 22 november 2023 bezwaar gemaakt tegen dit besluit.

Met het bestreden besluit van 22 augustus 2024 heeft de minister het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend. De bezwaartermijn verliep namelijk op 28 juni 2022. Omdat de minister het bezwaar van eiseres pas op 24 november 2023 heeft ontvangen, is deze buiten de termijn ingediend.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Ter onderbouwing voert ze aan dat ze het besluit nooit heeft gehad en daarom zo laat in bezwaar is gegaan.

De rechtbank heeft het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van de minister op 2 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van eiseres. De minister was niet aanwezig. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het besluit van 22 augustus 2024;

- draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;

- bepaalt dat de minister het griffierecht van € 187,- aan eiseres moet vergoeden;

- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan eiseres.

Beoordeling door de rechtbank

1. De rechtbank is van oordeel dat de minister het bezwaar niet niet-ontvankelijk heeft mogen verklaren. Het bezwaar is weliswaar te laat ingediend, maar volgens eiseres heeft zij het besluit nooit ontvangen. Volgens vaste rechtspraak moet de minister dan aannemelijk maken dat het besluit op de juiste manier aan eiseres bekend is gemaakt en daarmee ook goed verzonden is. Daar is echter niets over gezegd door de minister. In het bestreden besluit is er niks over uitgelegd, er is geen verweerschrift ingediend en de minister is niet ter zitting verschenen. Er wordt dus geen deugdelijke verzendadministratie overgelegd. Dat betekent dat de minister het bezwaar niet niet-ontvankelijk had moeten verklaren en wel inhoudelijk had moeten beoordelen. De minister moet alsnog inhoudelijk kijken naar de zaak en eiseres horen zodat ze nog een kans krijgt om haar bezwaar toe te lichten en te onderbouwen.

Conclusie en gevolgen

2. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank draagt de minister niet op om het gebrek te herstellen met een betere motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus). Dit omdat deze zaak tot nu toe alleen ging over de ontvankelijkheid van het bezwaar.

De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de minister een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor zes weken.

Omdat het beroep gegrond is moet de minister het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten.

De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.814,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

3. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2025 door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van mr. E.S. Dorsman, griffier.

griffier

rechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. G. Schnitzler

Griffier

  • mr. E.S. Dorsman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand