RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummers: 16-100480-25; 05-039313-25 (t.t.z. gevoegd); 16-180618-21 (vord. tul)
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 9 maart 2026 in de strafzaak van:
[verdachte]
geboren op [geboortedag 1] 1990 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres]
(hierna: de verdachte).
1. Zitting
De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 23 februari 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
2. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
Zaak 16-100480-25
Feit 1
in de periode van 1 mei 2021 tot en met 3 maart 2025 tien personen heeft opgelicht voor een totaalbedrag van ongeveer € 160.000,00;
Feit 2
in de periode van 1 mei 2021 tot en met 3 maart 2025 een beroep of gewoonte heeft gemaakt van online handelsfraude;
Feit 3
in de periode van 1 mei 2021 tot en met 31 maart 2025 de opbrengst van de onder feit 1 en 2 gepleegde fraude heeft witgewassen en daarvan een gewoonte heeft gemaakt;
Feit 4
in de periode van 26 augustus 2023 tot en met 21 januari 2025 drie personen heeft gedwongen tot ondertekening of bevestiging van overeenkomsten of hulpverlening bij het deblokkeren van zijn bankrekening;
Zaak 05-039313-25
Feit 1
in de periode van 29 mei 2024 tot en met 26 juli 2024 een elfde persoon heeft opgelicht voor een totaalbedrag van ongeveer € 17.000,00;
Feit 2
in de periode van 29 mei 2024 tot en met 26 juli 2024 de opbrengst van de onder feit 1 gepleegde fraude heeft witgewassen.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.
3. Bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte alle feiten heeft gepleegd.
Standpunt van de verdediging
De advocaat voert geen verweer over het bewijs, met uitzondering van het bedrag dat in feit 2 bewezen kan worden verklaard voor [slachtoffer 5] : volgens de verdediging is dat € 450,-, omdat [slachtoffer 5] dat bedrag vordert aan schadevergoeding.
Oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen
De verdachte bekent dat hij alle feiten heeft gepleegd, zoals deze hieronder bewezen zijn verklaard. Door hem of namens hem is ook niet om vrijspraak van die feiten gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert:
De bekennende verklaring van de verdachte op de zitting;
Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] ;
- Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] ;
- Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] ;
- Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6] ;
- Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] ;
- Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 7] ;
- Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 8] ;
- Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 9] ;
- Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 10] ;
- Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] ;
- Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 11] ;
- Het proces-verbaal van bevindingen met proces-verbaalnummer PL1300-2023250005-56;
- Het proces-verbaal van bevindingen met proces-verbaalnummer PL1300-2023250005-83;
- Het proces-verbaal van bevindingen met proces-verbaalnummer PL0600-2024367790-12.
Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.
Bewijsoverweging feit 2
Op grond van de bewijsmiddelen kan bewezen worden verklaard dat [slachtoffer 5] € 600,- aan de verdachte heeft betaald in het kader van de online handelsfraude, tot stand gekomen door drie transacties van respectievelijk € 150,- en € 200,- op 18 april 2023 en € 250,- op 4 mei 2023. De rechtbank ziet hiervoor bevestiging in de transactielijst.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
Zaak 16-100480-25
Feit 1
in de periode tussen 1 mei 2021 tot en met 3 maart 2025 in Nederland meermalen
met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,
- [slachtoffer 4] , (meerdere girale overboekingen van in totaal ongeveer € 1.720,-)
- [slachtoffer 1] , (meerdere girale overboekingen van in totaal ongeveer € 67.947,03)
- [slachtoffer 6] (meerdere girale overboekingen van in totaal ongeveer € 39.299,- en € 1200,- contant)
- [slachtoffer 2] (meerdere girale overboekingen van in totaal ongeveer € 5.872,-)
- [slachtoffer 7] (meerdere girale overboekingen van in totaal ongeveer € 10.148,-)
- [slachtoffer 8] (meerdere girale overboekingen van in totaal ongeveer € 1.354,-)
- [slachtoffer 9] (meerdere girale overboekingen van in totaal ongeveer € 6.635,-)
- [slachtoffer 10] (meerdere girale overboekingen van in totaal ongeveer € 1.922,50) en/of
- [slachtoffer 3] (meerdere girale overboekingen van in totaal ongeveer € 28.812,25)
heeft bewogen tot de afgifte van voornoemde geldbedragen (van in totaal ongeveer 164.709,78 euro),
door valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven –
- zich voor te doen als [valse naam 1] of [valse naam 2] en
- via datingapps en/of datingwebsites contact te leggen met voornoemde personen en een vertrouwensband met hen op te bouwen en/of aan te geven dat hij voornoemde personen beter wil leren kennen en
- zich voor te doen als importeur van producten van [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en
- te vragen of voornoemde personen producten wilden bestellen en/of
- daarbij te vertellen dat de opbrengst van de producten naar een actie voor zijn ernstig zieke nichtje zou gaan en
- die voornoemde personen geldbedragen ten behoeve van die producten over te laten maken en
- vervolgens aan die voornoemde personen mede te delen dat het orderbedrag niet voldoende was en/of de betaling niet goed was gegaan en/of het betalingskenmerk niet klopte en/of die voornoemde personen een of meerdere bedragen over moesten maken om de levering van die producten en/of de terugbetaling van die geldbedragen in werking te zetten en/of de bestelling(en) te corrigeren en/of
- te doen alsof een compagnon en/of iemand van de backoffice bezig was met het herstellen van de bestellingen en/of het regelen van terugbetalingen en/of het verzenden van producten naar voornoemde personen,
waardoor voornoemde personen telkens werden bewogen tot afgifte van voornoemde geldbedragen;
Feit 2
in de periode tussen 1 mei 2021 tot en met 3 maart 2025 in Nederland een gewoonte heeft gemaakt van het door middel van een geautomatiseerd werk verkopen van goederen,
te weten
- via een telefoon parfums aan [slachtoffer 4] voor een geldbedrag en
- via een telefoon een zitbank en diverse beautyproducten aan [slachtoffer 1] voor een geldbedrag en
- via een telefoon tickets voor een voetbalwedstrijd aan [slachtoffer 5] voor 600 euro en
- via een telefoon een bed en eetkamerstoelen en een balkonset aan [slachtoffer 6] voor geldbedragen en
- via een telefoon goederen aan [slachtoffer 2] voor geldbedragen en
- via een telefoon een lamp en een dekbedovertrek aan [slachtoffer 7] voor een geldbedrag en
- via een telefoon producten aan [slachtoffer 8] voor geldbedragen en
- via een telefoon parfums en een bank en kussens aan [slachtoffer 9] voor geldbedragen en
- via een telefoon producten aan [slachtoffer 10] voor geldbedragen en
- via een telefoon parfums aan [slachtoffer 3] voor een geldbedrag,
met het oogmerk om zonder volledige levering zich van de betaling van die goederen te verzekeren;
Feit 3
in de periode van 1 mei 2021 tot en met 31 maart 2025, in Nederland, geldbedragen van in totaal ongeveer €157.681,29, heeft overgedragen en omgezet en van voornoemde geldbedragen gebruik heeft gemaakt, door geldbedragen van zijn, verdachtes, bankrekeningen over te boeken naar rekeningen van online payment service providers (zoals Hipay en Brite en Inpay Casino) en naar accounts van diverse gokwebsites (zoals Neo Bet, Betcity, Bingoal, Trannel international Limited, Holland Casino, Nederlandse loterij organisatie BV, […] , […] , Toto, Gaming Nederland, Unibet), terwijl hij wist dat die voorwerpen geheel – onmiddellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf, en hij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt;
Feit 4
in de periode van 26 augustus 2023 tot en met 21 januari 2025 in Nederland
[slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , telkens door een feitelijkheid en door bedreiging met een feitelijkheid gericht tegen die anderen, wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, te weten door
- die [slachtoffer 3] te dwingen een vaststellingsovereenkomst te bevestigen per mail, dat de overgemaakte bedragen door [slachtoffer 3] aan hem, verdachte, bestonden uit leningen en giften door aan de te geven dat hij anders bij het adres van de moeder van die [slachtoffer 3] langs zou gaan en door aan te geven dat die [slachtoffer 3] na het ondertekenen/bevestigen zou worden terugbetaald;
- die [slachtoffer 1] te dwingen tot het opstellen van een civiel document waarin stond beschreven dat de door die [slachtoffer 1] betaalde bedragen giften en leningen betroffen, door aan te geven dat die [slachtoffer 1] na het ondertekenen zou worden terugbetaald;
- die [slachtoffer 2] heeft gedwongen de bank te bellen om te zorgen dat de rekening van verdachte zou worden gedeblokkeerd door die [slachtoffer 2] te laten weten dat zij anders haar geld nooit meer zou zien;
Zaak 05-039313-25
Feit 1
in de periode van 29 mei 2024 tot en met 26 juli 2024 in Nederland, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,
telkens [slachtoffer 11] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten de afgifte van geldbedragen van in totaal 17.062,24 euro, door:
valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven –
- zich voor te doen als [valse naam 1] en
- via een datingapp contact te leggen met die [slachtoffer 11] en een vertrouwensband met haar op te bouwen en aan te geven dat hij die [slachtoffer 11] beter wil leren kennen en
- zich voor te doen als importeur van producten van [bedrijf 1] en [bedrijf 2] en
- te vragen of die [slachtoffer 11] producten wilde bestellen en
- die [slachtoffer 11] geldbedragen ten behoeve van die producten over te laten maken en
- vervolgens die [slachtoffer 11] telkens mede te delen dat het inkoopbedrag niet voldoende was en/of de betaling niet goed was gegaan en/of het betalingskenmerk niet klopte en/of die [slachtoffer 11] bedragen over moest maken om de levering van die producten en/of de terugbetaling van die geldbedragen in werking te zetten en/of de bestellingen te corrigeren,
- te doen alsof een compagnon of iemand van de backoffice bezig was met het herstellen van de bestellingen en/of het regelen van terugbetalingen en/of het verzenden van producten naar voornoemde personen,
waardoor die [slachtoffer 11] telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgiften;
Feit 2
in de periode van 29 mei 2024 tot en met 26 juli 2024 in Nederland, telkens geldbedragen (van in totaal 17.062,24 euro) heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, telkens wist dat die geldbedragen- onmiddellijk - afkomstig waren uit enig eigen misdrijf.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.
4. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Zaak 16-100480-25
Feit 1 en feit 2
de eendaadse samenloop van:
oplichting, meermalen gepleegd;
en
een beroep of gewoonte maken van het door middel van een geautomatiseerd werk verkopen van goederen of verlenen van diensten tegen betaling met het oogmerk om zonder volledige levering zich of een ander van de betaling van die goederen of diensten te verzekeren;
Feit 3
van het plegen van witwassen een gewoonte maken;
Feit 4
dwang, meermalen gepleegd;
Zaak 05-039313-25
Feit 1
oplichting, meermalen gepleegd;
Feit 2
eenvoudig witwassen, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid feiten en verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
5. Straf
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 27 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 9 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar. Tijdens de proeftijd moet de verdachte zich houden aan de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering, aangevuld met een verbod op het gebruik van datingwebsites en -applicaties. De officier van justitie vordert ook een contactverbod met de slachtoffers.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf langer dan de duur van het al ondergane voorarrest op leggen. Een groot voorwaardelijk deel, eventueel met een langere proeftijd dan de gebruikelijke 2 jaar, is een stok achter de deur voor de begeleiding van de verdachte door de reclassering. Ook is de verdachte bereid om een forse taakstraf uit te voeren. De verdachte heeft op de zitting verklaard dat het hem zou helpen als hem, bij wijze van bijzondere voorwaarde, ook nog wordt verboden gebruik te maken van datingwebsites en datingapplicaties.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft, onder valse namen, via verschillende datingsites-/applicaties contact gelegd met de aangeefsters en gebruikte daarna telkens dezelfde werkwijze (modus operandi). De verdachte wekte eerst het vertrouwen van de aangeefsters, door normaal te chatten (in de aangiftes omschreven als “gezellige gesprekken” en “vleiende berichten”), en door bijvoorbeeld aan te geven dat hij eigenlijk nooit online zou daten en dat hij bij de betreffende aangeefster een goed gevoel had. Als het vertrouwen van de slachtoffers gewonnen was, begon de verdachte erover dat hij goedkoop aan producten van [bedrijf 1] en [bedrijf 2] kon komen en vroeg hij of de aangeefsters producten van die winkels bij hem wilden bestellen. Bij vijf aangeefsters deed hij daarbij alsof hij hiermee geld inzamelde voor zijn chronisch zieke nichtje. Nadat de aangeefsters een bedrag aan de verdachte hadden betaald, vergokte de verdachte het geld vrijwel direct. De verdachte hield de aangeefsters intussen aan het lijntje, bijvoorbeeld door te vertellen dat het orderbedrag niet voldoende was, dat de betaling niet goed was gegaan, of dat het betalingskenmerk niet klopte. De verdachte probeerde telkens nog meer geld los te krijgen van de aangeefsters, bijvoorbeeld door te beloven dat na een extra betaling de levering van de producten of de terugbetaling van eerder betaalde bedragen in gang zou worden gezet. Dit lukte de verdachte vaak door misbruik te maken van het in hem gestelde vertrouwen. Daarbij zette de verdachte een uitgebreid web van leugens op, door e-mails en berichten tussen hem en zogenaamde andere medewerkers of een fictieve compagnon op te stellen en te doen alsof zij bezig waren met het herstellen van de bestellingen of het regelen van terugbetalingen of het verzenden van producten naar de aangeefsters. De verdachte heeft op deze manier de aangeefsters bewogen om, over soms lange periodes, in totaal ruim € 164.000,- aan hem te betalen.
De verdachte heeft door deze oplichting schaamteloos misbruik gemaakt van de gevoelens die de aangeefsters voor hem hadden en van het vertrouwen dat hij bij hen had gewekt. Hij heeft de aangeefsters onder zware emotionele druk gezet en had daarbij geen enkel oog voor de financiële en emotionele consequenties voor de aangeefsters. Zelfs als aangeefsters zeiden dat zij geen geld meer hadden, ging de verdachte door, zelfs door hen aan te sporen om geld te lenen van familieleden of incasso’s te storneren. Hij gebruikte daarbij dwingende, dreigende en manipulerende taal, waarbij hij aangeefsters verwijten maakte als zij geen geld overboekten, hen een schuldgevoel aanpraatte en zichzelf neerzette als slachtoffer in plaats van aanstichter van dit alles. De verdachte dreigde de (intieme) gesprekken die hij had met aangeefsters door te sturen naar hun werkgevers en dreigde soms ook intieme foto’s openbaar te maken. Bij drie aangeefsters heeft hij gedreigd dat zij hun geld nooit meer terug zouden zien als zij niet deden wat hij wilde. Hiermee dwong hij deze aangeefsters overeenkomsten te ondertekenen of de bank te bellen om te zorgen dat zijn bankrekening werd gedeblokkeerd. In één geval kwam daar nog bij dat het slachtoffer vreesde dat hij langs zou gaan bij het adres van haar moeder, waar de verdachte over beschikte. Uit de aangiftes en de schriftelijke slachtofferverklaringen volgt dat de meeste aangeefsters door het handelen van de verdachte in grote psychische en financiële problemen zijn gekomen.
Het geld dat de verdachte ontving van aangeefsters (en één aangever) gaf hij vrijwel direct uit aan gokken. Hiermee maakte de verdachte het geld weg en werd het terughalen door aangevers bemoeilijkt, zo niet onmogelijk gemaakt. Daarmee maakte de verdachte zich schuldig aan witwassen. Witwassen tast de integriteit van de legale economie aan en is, mede vanwege de corrumperende invloed ervan op het reguliere handelsverkeer, een bedreiging voor de samenleving.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Uit het strafblad van de verdachte blijkt dat de verdachte in 2022 is veroordeeld voor belaging (stalking). De verdachte is eerder verdacht van oplichting, maar daar niet voor veroordeeld.
De reclassering vermeldt in haar rapport van 19 februari 2026 dat het recidiverisico verhoogd is. Dit komt door een langdurige gokverslaving en de daarmee gepaard gaande schuldenproblematiek die ten grondslag hebben gelegen aan de gepleegde strafbare feiten. Een eerder reclasseringstoezicht is door een toen nog afhoudende en onprettige houding van de verdachte niet succesvol afgelopen, maar de reclassering merkt op dat zijn houding mogelijk is veranderd. De reclassering adviseert daarom toch een deels voorwaardelijke straf op te leggen met bijzondere voorwaarden. Daarbij gaat het om een meldplicht bij de reclassering, verplicht meewerken aan diagnostiek en ambulante behandeling, zich inspannen voor dagbesteding, meewerken aan financiële ondersteuning en een verbod op kansspelen.
De rechtbank benoemt over de proceshouding van de verdachte en de door hem afgelegde weg sinds de schorsing van de voorlopige hechtenis nog het volgende. De verdachte heeft vrijwel direct na zijn aanhouding een volledige en bekennende verklaring afgelegd en getoond in te zien dat het zo niet langer kan doorgaan. Hij ervaart zijn gokverslaving inmiddels als last en erkent dat die verslaving en de daarmee gepaard gaande schuldenproblematiek ten grondslag liggen aan de gepleegde delicten. De voorlopige hechtenis van de verdachte is, mede op grond van de door hem getoonde inzichten en behandelbehoefte, geschorst. De officier van justitie heeft de verdachte bij de schorsing nog een uitdaging meegegeven met de woorden “Dan kan hij laten zien dat hij goede bedoelingen heeft”. De verdachte heeft zich aan alle schorsingsvoorwaarden gehouden en heeft niet meer gegokt. Direct toen hij ervaarde dat gokzucht weer de kop op stak heeft hij gezocht naar behandelmogelijkheden. Hij heeft hiervoor zelf een opname van twee maanden geregeld in een kliniek voor verslavingszorg.
Op de zitting toonde de verdachte zich verantwoordelijk voor de misdrijven die hij pleegde, door zijn excuses aan te bieden aan de slachtoffers en uit te leggen dat hij zich schaamt voor zijn daden. Bovendien wil de verdachte zich maximaal inzetten om de volledige schade te vergoeden.
Strafkader
Om in vergelijkbare zaken zo veel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. Het oriëntatiepunt voor meerderjarigen voor fraudedelicten, waaronder oplichting, bij een oplichtingsbedrag tussen € 125.000 en € 250.000 is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 9 tot 12 maanden. De rechtbank vindt dat er in deze zaak strafverzwarende omstandigheden zijn. Het gaat hier namelijk om datingfraude met een relatief groot aantal slachtoffers, gepleegd gedurende een periode van bijna vijf jaar. De gevolgen voor de aangeefsters zijn groot: velen van hen zijn door het handelen van de verdachte zelf in grote financiële problemen gekomen en/of hebben psychische klachten. De verdachte is met zijn kwalijke handelen doorgegaan nadat hij in februari 2024 werd verhoord door de politie, in augustus 2024 een stopgesprek heeft gehad met de politie, en in oktober 2024 opnieuw is verhoord. Ook de dwang en de dreigementen die de verdachte heeft geuit, waaronder een dreigement om naaktfoto’s van een aangeefster op lantaarnpalen in haar buurt te plakken, en een dreigement om seksueel expliciete berichten van een andere aangeefster aan haar werkgever te sturen, weegt de rechtbank in strafverzwarende zin mee. Bovendien zijn er concrete aanwijzingen dat de verdachte meer slachtoffers heeft gemaakt dan de 11 in deze zaak. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 18 maanden vindt de rechtbank daarom in beginsel meer recht doen aan en passend in deze zaak. Dat is ook in lijn met straffen die in soortgelijke zaken – oplichting met bijkomende strafverzwarende omstandigheden – worden opgelegd.
De verdachte heeft voor de schorsing van de voorlopige hechtenis al ruim vijf maanden in voorarrest doorgebracht. Vanuit het oogpunt van speciale preventie ziet de rechtbank in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding hem niet terug naar de gevangenis te sturen. Dit zal er, in geval van de verdachte, namelijk toe leiden dat de ingezette positieve (gedrags)verandering wordt onderbroken met een vergrote kans op terugval in delictgedrag tot gevolg. De officier van justitie twijfelt aan de oprechtheid van de schuldbekentenis van de verdachte, maar de rechtbank ziet dat anders. Hoewel de verdachte in zijn delictgedrag heeft laten zien met mooie praatjes weg te komen, vindt de rechtbank dat de verdachte sinds de schorsing van zijn voorlopige hechtenis heeft laten zien dat hij daadwerkelijk wil veranderen en direct naar behandelmogelijkheden is gaan zoeken toen hij zich niet goed voelde. De verdachte heeft geen afwachtende houding aangenomen, maar heeft zonder hulp van de reclassering een behandeling geregeld.
De rechtbank wil dat de verdachte zich blijft inzetten voor duurzame gedragsverandering. Als de verdachte vastzit, kan hij bovendien niet werken aan het terugbetalen van zijn schulden. Daarom zal de rechtbank een groot deel van de op te leggen gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen waaraan strikte bijzondere voorwaarden worden verbonden, waaronder het zo nodig uitvoeren van nadere diagnostiek en behandeling. Omdat bekend is dat de problematiek van de verdachte hardnekkig kan zijn, verbindt de rechtbank de maximale proeftijd van drie jaar aan het voorwaardelijk strafdeel. De voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden dient er ook voor om de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw schuldig te maken aan strafbare feiten.
Naast de (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf zal de rechtbank, ter vergelding van zijn misdrijven, ook een forse taakstraf opleggen van 300 uur. Hoewel de maximale taakstraf 240 uur bedraagt, kan de rechtbank een hogere taakstraf opleggen als de verdachte wordt veroordeeld voor meerdere strafbare feiten en van die mogelijkheid maakt de rechtbank dus gebruik.
De rechtbank houdt er bij het opleggen van de straf rekening mee dat de verdachte tijdens een deel van de bewezenverklaarde periode, namelijk op 18 maart 2022, is veroordeeld voor een ander misdrijf. De rechtbank heeft de voorschriften toegepast die gelden voor de situatie waarin aan de verdachte een straf zou zijn opgelegd voor alle feiten tegelijk.
Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf van 510 dagen (17 maanden) op, waarvan 353 dagen voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest (157 dagen) en een proeftijd van drie jaar, en een taakstraf van 300 uur.
Aan het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf verbindt de rechtbank de algemene en bijzondere voorwaarden zoals vermeld in het dictum. Dit zijn de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering, met inbegrip van een contactverbod met alle aangeefsters, aangevuld met een voorwaarde die een verbod op het gebruik van datingwebsites en -applicaties inhoudt. De rechtbank ziet geen aanleiding, in aanvulling hierop en zoals door [slachtoffer 1] verzocht, ten behoeve van die [slachtoffer 1] een contact- en locatieverbod als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafvordering (Sr) op te leggen. De rechtbank ziet ook geen aanleiding te bepalen dat de (algemene en bijzondere) voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn, omdat niet aan de wettelijke voorwaarden voor oplegging daarvan, zoals gesteld in artikel 14e Sr, is voldaan.
6. In beslag genomen voorwerpen
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de twee inbeslaggenomen telefoons verbeurd moeten worden verklaard.
Standpunt van de verdediging
De advocaat van de verdachte refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal beide telefoons (met goednummers 6641145 en 6641149) verbeurdverklaren. Met behulp van deze voorwerpen heeft de verdachte de bewezenverklaarde feiten gepleegd.
7. Vorderingen benadeelde partijen
Vorderingen van de benadeelde partijen
Alle aangeefsters hebben zich gesteld als benadeelde partij en vorderen de verdachte te veroordelen tot het betalen van schadevergoedingen. Zij vorderen de volgende bedragen:
Benadeelde partij
Materieel
Immaterieel
Totaal
[slachtoffer 4]
€ 665,-
-
€ 665,-
[slachtoffer 1]
€ 5.532,22
€ 5.900,-
€ 11.432,22
[slachtoffer 5]
€ 600,-
-
€ 600,-
[slachtoffer 6]
€ 40.859,-
-
€ 40.859.-
[slachtoffer 2]
€ 5.872,-
€ 750,-
€ 6.622,-
[slachtoffer 7]
€ 10.148,-
€ 15.000,-
€ 25.148,-
[slachtoffer 8]
€ 1.354,-
-
€ 1.354,-
[slachtoffer 9]
€ 4.785,-
€ 750,-
€ 5.535,-
[slachtoffer 10]
€ 1.922,50
-
€ 1.922,50
[slachtoffer 3]
€ 20.844,75
-
€ 20.884,75
[slachtoffer 11]
€ 16.654,42
-
€ 16.654,42
Alle benadeelde partijen verzoeken de toe te wijzen bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente en om de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. [slachtoffer 1] vraagt om de schadevergoedingsmaatregel niet alleen op te leggen voor het in deze procedure gevorderde bedrag van € 11,432,22, maar voor een totaalbedrag van € 71.336,25, omdat de civiele rechter eerder al heeft bepaald dat de verdachte € 59.934,03 aan [slachtoffer 1] moet terugbetalen.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de benadeelde partij [slachtoffer 6] niet-ontvankelijk moet worden verklaard voor een deel van de materiële schade die zij vordert. Zij zou namelijk een bedrag van € 2.500,- van een speciaal daarvoor geopende ABN AMRO-rekening hebben overgemaakt, maar in het onderzoek heeft de politie alleen een overboeking van € 330,- aangetroffen. [slachtoffer 6] kan verder geen bewijsstukken overleggen van het bedrag van € 2.500,-. [slachtoffer 6] vordert in totaal € 40,859,-; daarvan zou de rechtbank dus € 38.689,- toe moeten wijzen.
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat van de overige benadeelde partijen de gevorderde materiële en immateriële schade volledig kan worden toegewezen.
Alle toe te wijzen bedragen moeten worden vermeerderd met de wettelijke rente en zij verzoekt telkens om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de verdediging
De advocaat van de verdachte vraagt de € 15.000,- aan immateriële schadevergoeding die [slachtoffer 7] vordert, toe te wijzen tot een bedrag van € 750,-, hetzelfde bedrag als gevorderd door enkele andere benadeelde partijen. Alle andere vorderingen kunnen worden toegewezen. Voor [slachtoffer 5] zou het toe te wijzen bedrag beperkt moeten blijven tot € 450,-, zoals hij in eerste instantie heeft gevorderd, en voor [slachtoffer 3] tot € 20.762,50.
Oordeel van de rechtbank
Materiële schade
De vorderingen tot vergoeding van materiële schade zijn voldoende onderbouwd en namens de verdachte niet betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door de bewezenverklaarde feiten, voor de gevorderde bedragen. De rechtbank wijst de vorderingen tot vergoeding van materiële schade daarom geheel toe, met uitzondering van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 6] .
Van de vordering van [slachtoffer 6] wijst de rechtbank € 38.689,- toe. In het resterende gevorderde bedrag van € 2.170,- is zij niet-ontvankelijk, omdat dit deel van de vordering niet is onderbouwd. Zij stelt dat zij € 2.500 heeft overgeboekt naar de verdachte vanaf een extra rekening bij ABN AMRO. Uit het dossier en het onderzoek op de zitting is niet gebleken dat zij een dergelijk bedrag heeft overgemaakt aan de verdachte; de politie heeft alleen een overboeking van € 330,- aangetroffen. [slachtoffer 6] geeft zelf aan dat zij de betreffende bankrekening en alle gegevens eromheen heeft verwijderd en dat zij daarom geen bewijsstukken meer heeft.
De vordering van [slachtoffer 5] wijst de rechtbank geheel toe, omdat hij in totaal voor € 600,- is opgelicht door de verdachte (zie ook de bewijsoverweging in paragraaf 3.3.2). Dat hij in zijn schriftelijke vordering om vergoeding van € 450,- vraagt, is niet relevant, want zijn gemachtigde heeft de vordering op de zitting bijgesteld naar € 600,-.
De vordering van [slachtoffer 3] wijst de rechtbank ook geheel toe. Uit het strafdossier blijkt dat zij in totaal € 31.704,25 heeft overgemaakt aan de verdachte. De verdachte heeft € 1.175,- aan haar terugbetaald. Daarnaast heeft zij € 9.684,50 euro overmaakt gekregen van andere slachtoffers. Daarmee komt haar netto-schade op € 20.844,75.
In een veroordelend vonnis van de Rechtbank Midden-Nederland, afdeling civiel recht, van 5 november 2025 is de verdachte al veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan [slachtoffer 1] van € 59.934,03 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 3 oktober 2024, tot de dag van volledige betaling. Dat vonnis heeft betrekking op de giraal door [slachtoffer 1] overgeboekte bedragen aan de verdachte.
De hier toegewezen schadevergoeding ziet op de in de strafzaak aanvullend gevorderde bijkomende rechtstreekse schade door de gepleegde strafbare feiten, bestaande uit kosten voor medicatie, kosten voor WMO-voorziening, onkosten roodstand en stortingskosten en gemiste inkomsten uit loon inclusief onregelmatigheidstoeslagen.
Immateriële schade
Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vorderingen voor immateriële schade van de benadeelde partijen [slachtoffer 2] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 9] op deze laatste grondslag zijn gebaseerd.
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.
In de gevallen van [slachtoffer 2] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 9] is naar het oordeel van de rechtbank sprake van zo’n uitzonderlijke situatie, zodat zij recht hebben op vergoeding van immateriële schade. Oplichting en online handelsfraude zijn doorgaans geen feiten waarbij de aard en de ernst van de normschending met zich meebrengen dat de nadelige gevolgen voor de benadeelde partij zo voor de hand liggen, dat aantasting in de persoon kan worden aangenomen en daarvoor immateriële schadevergoeding kan worden toegekend. Maar bij datingfraude ligt dat anders. Daarbij wordt een vorm van grooming ingezet om het vertrouwen van mogelijk kwetsbare, alleenstaande en naar relatiezoekende personen te winnen en te selecteren, die vervolgens tot slachtoffer worden gemaakt van oplichting. Met ernstige manipulatie worden slachtoffers er toe gedreven geld te blijven overmaken, ook als zij daarvoor zelf schulden oplopen, in de hoop dat er een terugbetaling en mogelijk een relatie volgt. Met datingfraude wordt ernstig inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer en geestelijke integriteit van de benadeelde partijen en liggen financiële gevolgen en gevolgen voor de psychische en lichamelijke gezondheid zo voor de hand dat aantasting van de persoon kan worden aangenomen.
Gelet op de bedragen die in soortgelijke zaken als schadevergoeding worden toegekend, is de rechtbank van oordeel dat telkens een vergoeding van € 750,- billijk is. De rechtbank wijst de vorderingen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 9] , voor zover die zien op immateriële schade, daarom geheel toe. De vordering van [slachtoffer 7] , voor zover die ziet op immateriële schade, wijst de rechtbank toe tot een bedrag van € 750,-. De rechtbank verklaart [slachtoffer 7] in het overige gedeelte van de vordering voor immateriële schadevergoeding niet-ontvankelijk. Zij kan dit deel van de vordering eventueel aan de burgerlijke rechter voorleggen.
Voor [slachtoffer 1] geldt dat zij voldoende gegevens verstrekt waaruit blijkt dat zij vanwege de door de verdachte gepleegde strafbare feiten geestelijk letsel heeft opgelopen. Zij is namelijk, na doorverwijzing door de huisarts met paniek- en angstklachten, door een psycholoog gediagnosticeerd met een ‘anders gespecificeerde trauma- of stressor gerelateerde stoornis’. Later is zij door een psychiater gediagnosticeerd met een ‘gegeneraliseerde angststoornis’ door de negatieve ervaring en de lopende rechtszaak. Zij is op dit moment volledig arbeidsongeschikt en wordt behandeld voor dit geestelijk letsel. Er is geen prognose of en, zo ja, wanneer zij weer zal herstellen. Gelet op soortgelijke zaken is de rechtbank van oordeel dat de gevorderde vergoeding van € 5.900,- billijk is. De rechtbank wijst de vordering van [slachtoffer 1] , voor zover die ziet op immateriële schade, daarom geheel toe.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank legt telkens de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partijen de schadevergoedingen niet zelf bij de verdachte hoeven te incasseren, maar dat de Staat dit voor hen doet. Voor [slachtoffer 1] legt de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel niet alleen op voor het in deze procedure toegewezen bedrag van € 11,432,22, maar voor een totaalbedrag van € 71.336,25, waarin ook de in het eerdergenoemde civiele vonnis toegewezen schadevergoeding is betrokken.
Wettelijke rente
De vergoeding van de schade wordt telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het midden van de periode waarin de benadeelde partijen geld hebben overgemaakt aan de verdachte, tot aan de dag dat de verdachte de schadevergoedingen volledig heeft betaald. Voor [slachtoffer 1] geldt dat de ingangsdatum van de wettelijke rente het midden is van de periode waarin zij de schade heeft geleden die in deze procedure wordt vergoed. Het midden van de periode waarin elke benadeelde partij geld heeft overgemaakt is voor elke benadeelde partij anders en gebaseerd op de volgende data:
Benadeelde partij
Eerste datum
Laatste datum
Midden (ingangsdatum wettelijke rente)
[slachtoffer 4]
23 februari 2025
25 februari 2025
24 februari 2025
[slachtoffer 1]
19 april 2024
28 februari 2026
25 maart 2025
[slachtoffer 5]
18 april 2023
4 mei 2023
26 april 2023
[slachtoffer 6]
17 januari 2022
27 maart 2023
22 augustus 2022
[slachtoffer 2]
15 januari 2025
20 januari 2025
18 januari 2025
[slachtoffer 7]
1 april 2022
27 oktober 2022
15 juli 2022
[slachtoffer 8]
1 februari 2025
7 februari 2025
4 februari 2025
[slachtoffer 9]
4 augustus 2023
2 oktober 2023
3 september 2023
[slachtoffer 10]
26 juni 2023
30 juli 2023
13 juli 2023
[slachtoffer 3]
23 mei 2021
28 september 2023
27 juli 2022
[slachtoffer 11]
4 juni 2024
17 juli 2024
26 juni 2024
Proceskosten
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vorderingen tot schadevergoeding (grotendeels) worden toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partijen hebben gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vaststaat dat de benadeelde partijen kosten hebben gemaakt voor het indienen en toelichten van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil.
Gijzeling
Als de verdachte de schadevergoedingen niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast. Met betrekking tot het bepalen van de duur van de gijzeling geldt dat in totaal niet meer dan één jaar gijzeling mag worden opgelegd. In deze zaak moet de verdachte (grote) geldbedragen aan meerdere benadeelde partijen betalen. Gelet op het totale bedrag waarvoor de schadevergoedingsmaatregelen in deze zaak worden opgelegd, zou het aantal dagen gijzeling (opgeteld per maatregel) het maximum van één jaar overschrijden. De rechtbank heeft het aantal dagen gijzeling daarom naar evenredigheid berekend. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.
8. Vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf
De politierechter in Utrecht heeft aan de verdachte in de zaak met parketnummer 16-180618-21 op 18 maart 2022 een taakstraf van 50 uur voorwaardelijk opgelegd, met een proeftijd van 2 jaar.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft op de zitting gevorderd dat de rechtbank de vordering afwijst, omdat de voorwaardelijk aan de verdachte opgelegde straf inmiddels al ten uitvoer is gelegd.
Standpunt van de verdediging
De advocaat van de verdachte stelt zich ook op het standpunt dat de vordering moet worden afgewezen omdat de straf al is uitgevoerd.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal de vordering tot tenuitvoerlegging afwijzen. Reden daarvoor is dat de politierechter in Utrecht op 9 januari 2025 heeft beslist dat de voorwaardelijke straf geheel ten uitvoer moest worden gelegd. Het is onduidelijk wanneer deze beslissing onherroepelijk is geworden, maar in het reclasseringsrapport van 19 februari 2026 staat dat deze straf al ten uitvoer is gelegd en de officier van justitie heeft dat op de zitting bevestigd.
9. Toegepaste wetsartikelen
De opgelegde straffen en de beslissing op het beslag zijn gebaseerd op artikel 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36f, 55, 57, 63, 284, 326, 420bis, 420bis.1 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.
10. De beslissing
De rechtbank:
bewezenverklaring
strafbaarheid feit
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
straf
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 510 dagen;
- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 353 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een proeftijd van 3 (drie) jaar vast;
- als algemene voorwaarden gelden dat de verdachte:
* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zo lang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
- als bijzondere voorwaarden gelden dat de verdachte:
* zich na het ingaan van de proeftijd blijft melden op afspraken met Inforsa reclassering in Amersfoort, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn;
* meewerkt aan diagnostiek en zich gedurende de proeftijd laat behandelen door De Waag Amersfoort of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Bij een terugval in de gokverslaving of verslechtering van het ziektebeeld kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende opname voor (crisis)behandeling. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert, zal de verdachte zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. De verdachte zal zich houden aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Indien geïndiceerd werkt de verdachte mee aan een nieuwe behandeling die gericht is op gokproblematiek;
* zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag. De verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn dagbesteding;
* meewerkt aan financiële ondersteuning. Hieronder valt het aflossen van schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De verdachte geeft de reclassering volledig inzicht in zijn financiën en schulden. De verdachte werkt mee aan het advies van de reclassering om bij de kantonrechter de mogelijkheden voor bewindvoering te onderzoeken;
* deelneemt aan geen enkele vorm van kansspelen en zich inschrijft en zich ingeschreven houdt in het Centraal Register Uitsluiting Kansspelen (CRUKS);
* op geen enkele wijze contact zal hebben of zoeken – direct of indirect – met:[slachtoffer 4] (geboren op [geboortedag 2] 1990),
[slachtoffer 1] (geboren op [geboortedag 3] 1993),
[slachtoffer 5] (geboren op [geboortedag 4] 2000),
[slachtoffer 6] (geboren op [geboortedag 5] l990),
[slachtoffer 2] (geboren op [geboortedag 6] 1989),
[slachtoffer 7] (geboren op [geboortedag 7] 1975),
[slachtoffer 8] (geboren op [geboortedag 8] 1992),
[slachtoffer 9] (geboren op [geboortedag 9] 1972),
[slachtoffer 10] (geboren op [geboortedag 10] 1988),
[slachtoffer 3] (geboren [geboortedag 11] 1991) en
[slachtoffer 11] (geboren op [geboortedag 12] 1991),
zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt. De politie ziet toe op handhaving van dit contactverbod;
* gedurende de proeftijd:
a. geen datingwebsites bezoekt en geen datingapplicaties gebruikt of op digitale apparaten installeert;
b. geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogramma’s (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);
c. de reclassering inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder a. zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.
Het toezicht op de naleving van de onderdelen a. en b. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die de verdachte in gebruik heeft. De verdachte werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die de verdachte in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past de verdachte de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet. De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar, meenemen. De controles mogen gedurende de proeftijd maximaal 9 keer worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van de verdachte zo veel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijk leven van de verdachte;
- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden, met uitzondering van het contactverbod, en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
- legt aan de verdachte een taakstraf van 300 uur op, te vervangen door 150 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert;
beslag
- verklaart de volgende voorwerpen verbeurd:
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 4] , feiten 1 en 2, parketnummer 16-100480-25
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 1] , feiten 1 en 2, parketnummer 16-100480-25
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 5] , feit 2, parketnummer 16-100480-25
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 6] , feiten 1 en 2, parketnummer 16-100480-25
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 2] , feiten 1 en 2, parketnummer 16-100480-25
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 7] , feiten 1 en 2, parketnummer 16-100480-25
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 8] , feiten 1 en 2, parketnummer 16-100480-25
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 9] , feiten 1 en 2, parketnummer 16-100480-25
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 10] , feiten 1 en 2, parketnummer 16-100480-25
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 3] , feiten 1 en 2, parketnummer 16-100480-25
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 11] , feit 1, parketnummer 05-039313-25
vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf
- wijst de vordering tot tenuitvoerlegging (16-180618-21) af;
voorlopige hechtenis
- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. G. Boonzaaijer, voorzitter, mr. L.M.M. Heppe en mr. J.T. Pouw, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.A. van Loon als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is na wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:
in de zaak met parketnummer 16-100480-25:
1
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode tussen 1 mei 2021 tot en met 3 maart 2025 te Amersfoort en/of Spijkenisse en/of Amsterdam en/of Zoetermeer en/of Burgerveen en/of Vaassen en/of Zwolle en/of Hilversum en/of Woerden en/of Breda en/of Twello en/of Utrecht althans in Nederland
meermalen althans eenmaal
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
- [slachtoffer 4] , (meerdere girale overboekingen van in totaal ongeveer €1720 euro)
- [slachtoffer 1] , (meerdere girale overboekingen van in totaal ongeveer €67.947,03 euro)
- [slachtoffer 6] (meerdere girale overboekingen van in totaal ongeveer €39.299,- en €1000, en/of 1200 euro- contant)
- [slachtoffer 2] (meerdere girale overboekingen van in totaal ongeveer €5872,-)
- [slachtoffer 7] (meerdere girale overboekingen van in totaal ongeveer €10.148,-)
- [slachtoffer 8] (meerdere girale overboekingen van in totaal ongeveer €1354,-)
- [slachtoffer 9] (meerdere girale overboekingen van in totaal ongeveer €6635,-)
- [slachtoffer 10] (meerdere girale overboekingen van in totaal ongeveer €1922,50) en/of
- [slachtoffer 3] (meerdere girale overboekingen van in totaal ongeveer €28.812,25)
heeft bewogen tot de afgifte van voornoemde geldbedragen, althans enige geldbedragen (van in totaal ongeveer 164.709,78 euro), in elk geval enig goed,
door
valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven –
- zich voor te doen als [valse naam 1] en/of [valse naam 2] en/of
- via datingapps en/of datingwebsites contact te leggen met voornoemde personen en/of een vertrouwensband met hen op te bouwen en/of aan te geven dat hij voornoemde personen beter wil leren kennen en/of
- zich voor te doen als importeur van producten van [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of
- te vragen of voornoemde personen producten wilden bestellen en/of
- daarbij te vertellen dat de opbrengst van de producten naar een actie voor zijn ernstig zieke nichtje zou gaan en/of
- die voornoemde personen een of meerdere geldbedragen ten behoeve van die producten over te laten maken en/of
- ( vervolgens) aan die voornoemde personen (telkens) mede te delen dat het orderbedrag niet voldoende was en/of de betaling niet goed was gegaan en/of het betalingskenmerk niet klopte en/of die voornoemde personen een of meerdere bedragen over moesten maken om de levering van die producten en/of de terugbetaling van die geldbedragen in werking te zetten en/of de bestelling(en) te corrigeren en/of
- te doen alsof een compagnon en/of iemand van de backoffice bezig was met het herstellen van de bestellingen en/of het regelen van terugbetalingen en/of het verzenden van producten naar voornoemde personen,
waardoor voornoemde personen/aangevers (telkens) werden bewogen tot afgifte van voornoemde geldbedragen;
2
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode tussen 1 mei 2021 tot en met 3 maart 2025 te Amersfoort, althans in Nederland
een beroep of gewoonte heeft gemaakt van het door middel van een geautomatiseerd werk verkopen van goederen en/of het verlenen van diensten tegen betaling,
te weten
- via een telefoon een of meer parfums aan [slachtoffer 4] voor in totaal €1720 euro, althans een of meerdere geldbedragen en/of
- via een telefoon een zitbank en/of diverse beautyproducten aan [slachtoffer 1] voor €67.947,03, althans een of meerdere geldbedragen en/of
- via een telefoon één of meer tickets voor een voetbalwedstrijd aan [slachtoffer 5] voor 450 euro en/of 600 euro en/of
- via een telefoon een bed en/of eetkamerstoelen en/of een balkonset aan [slachtoffer 6] voor in totaal €40.299 euro, althans een of meerdere geldbedragen en/of
- via een telefoon een of meer goederen aan [slachtoffer 2] voor in totaal €5872,- euro, althans een of meerdere geldbedragen en/of
- via een telefoon een lamp en/of een dekbedovertrek aan [slachtoffer 7] voor in totaal 10.148 euro, althans een of meerdere geldbedragen en/of
- via een telefoon een of meer producten aan [slachtoffer 8] voor in totaal 1354 euro, althans een of meerdere geldbedragen en/of
- via een telefoon een of meerdere parfums en/of een bank en/of kussens aan [slachtoffer 9] voor in totaal €6.635 euro, althans een of meerdere geldbedragen, en/of
- via een telefoon een of meer producten aan [slachtoffer 10] voor in totaal €1.922,50 euro, althans één of meerdere geldbedragen en/of
- via een telefoon een of meer parfums aan [slachtoffer 3] voor in totaal ongeveer €28.812,25 euro, althans één of meerdere geldbedragen,
met het oogmerk om zonder volledige levering zich en/of een ander van de betaling van die goederen of diensten te verzekeren;
3
hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2021 tot en met 31 maart 2025, te Amersfoort en/of Hilversum, althans in Nederland,
voorwerpen, te weten een of meerdere geldbedragen
te weten
€22.189,75 (afkomstig van [slachtoffer 3] ) en/of
€66.941,04 (afkomstig van [slachtoffer 1] ) en/of
€10.148 euro (afkomstig van [slachtoffer 7] ) en/of
€600 euro (afkomstig van [slachtoffer 5] ) en/of
€6635 euro (afkomstig van [slachtoffer 9] ) en/of
€1922,50 (afkomstig van [slachtoffer 10] ) en/of
€1720 euro (afkomstig van [slachtoffer 4] ) en/of
€5872 euro (afkomstig van [slachtoffer 2] ) en/of
€1354 euro (afkomstig van [slachtoffer 8] ) en/of
€40.299 euro (afkomstig van [slachtoffer 6] )
in elk geval geldbedragen van in totaal ongeveer €157.681,29, heeft overgedragen en/of omgezet en/of
van voornoemde voorwerpen, te weten een of meerdere geldbedragen (van in totaal
ongeveer 157.681,29 euro) gebruik heeft gemaakt,
door
één of meerdere geldbedragen van zijn, verdachtes bankrekeningen over te boeken naar
rekeningen van online payment service providers (zoals Hipay en/of Brite en/of Inpay Casino) en/of naar accounts van diverse gokwebsites (zoals Neo Bet, Betcity, Bingoal, Trannel international Limited, Holland Casino, Nederlandse loterij organisatie BV, […] , […] , Toto, Gaming Nederland, Unibet)
terwijl hij wist dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig (eigen) misdrijf,
en hij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt;
4
hij in de periode van 26 augustus 2023 tot en met 26 oktober 2023 en/of in of omstreeks de periode van 1 mei 2024 tot en met 14 mei 2024 en/of in of omstreeks de periode van 13 januari 2025 tot en met 21 januari 2025 te Amersfoort en/of Amsterdam en/of Zwolle, althans in Nederland
(een) ander(en), te weten [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , telkens door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander(en) wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten door
- die [slachtoffer 3] te dwingen een vaststellingsovereenkomst te tekenen en/of te bevestigen per mail, dat de overgemaakte bedragen door [slachtoffer 3] aan hem, verdachte, bestonden uit leningen en/of giften door aan de te geven dat hij anders bij het adres van de moeder van die [slachtoffer 3] langs zou gaan en/of door aan te geven dat die [slachtoffer 3] na het ondertekenen/bevestigen zou worden terugbetaald;
- die [slachtoffer 1] te dwingen tot het opstellen en/of tekenen van een civiel document waarin stond beschreven dat de door die [slachtoffer 1] betaalde bedragen giften en/of leningen betroffen, door aan te geven dat die [slachtoffer 1] na het ondertekenen zou worden terugbetaald;
- die [slachtoffer 2] heeft gedwongen de bank te bellen om te zorgen dat de rekening(en) van verdachte zou(den) worden gedeblokkeerd door die [slachtoffer 2] te laten weten dat zij anders haar geld nooit meer zou zien;
in de zaak met parketnummer 05-039313-25:
1
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 mei 2024 tot en met 26 juli 2024 te Hattem en/of Amersfoort, althans in Nederland,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
(telkens) [slachtoffer 11] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten de afgifte van een of meerdere geldbedragen van (in totaal) (ongeveer) 17.062,24 euro, althans enig geldbedrag, door:
valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven –
- zich voor te doen als [valse naam 1] en/of
- via een datingapp contact te leggen met die [slachtoffer 11] en/of een vertrouwensband met haar op te bouwen en/of aan te geven dat hij die [slachtoffer 11] beter wil leren kennen en/of
- zich voor te doen als importeur van producten van [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of
- te vragen of die [slachtoffer 11] producten wilde bestellen en/of
- die [slachtoffer 11] een of meerdere geldbedragen ten behoeve van die producten over te laten maken en/of
- ( vervolgens) die [slachtoffer 11] (telkens) mede te delen dat het inkoopbedrag niet voldoende was en/of de betaling niet goed was gegaan en/of het betalingskenmerk niet klopte en/of die [slachtoffer 11] een of meerdere bedragen over moest maken om de levering van die producten en/of de terugbetaling van die geldbedragen in werking te zetten en/of de bestelling(en) te corrigeren,
- te doen alsof een compagnon en/of iemand van de backoffice bezig was met het herstellen van de bestellingen en/of het regelen van terugbetalingen en/of het verzenden van producten naar voornoemde personen,
waardoor die [slachtoffer 11] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(n),
in elk geval die [slachtoffer 11] (telkens) heeft bewogen tot de betaling/afgifte van een of meerdere geldbedragen, zonder enig goed te leveren en/of de bedragen terug te betalen;
2
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 mei 2024 tot en met 26 juli 2024 te Amersfoort, althans in Nederland,
(telkens) (van) een of meerdere geldbedragen (van in totaal ongeveer 17.062,24 euro), althans een of meer voorwerpen
- heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, (telkens) wist, dat/die
voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig eigen misdrijf.