RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht, kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11559256 \ UC EXPL 25-1530 WMB/61313
Vonnis van 25 februari 2026
in de zaak van
DE RECHTSPERSONEN NAAR BUITENLANDS RECHT
1. [eiseres 1] S.E. (voorheen genaamd: MS AMLIN INSURANCE S.E.),
gevestigd in [vestigingsplaats] , België,2. [eiseres 2] N.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] , België,3. [eiseres 3] S.A.,
gevestigd in [vestigingsplaats] , Frankrijk,4. [eiseres 4] SE,
gevestigd in [vestigingsplaats] , Duitsland,5. [eiseres 5] AG,
gevestigd in [vestigingsplaats] , Duitsland,6. [eiseres 6] DAC,
gevestigd in [vestigingsplaats] , Ierland,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eiseressen] ,
gemachtigde: mr. V.R. Pool,
tegen
[gedaagde] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. M.H.J. Langerak.
1. De procedure
[eiseressen] heeft [gedaagde] op 21 januari 2025 gedagvaard. [gedaagde] heeft op 3 juni 2025 een conclusie van antwoord ingediend. Daarna heeft [eiseressen] op 23 oktober 2025 een akte met aanvullende producties ingediend. De mondelinge behandeling vond plaats op 7 november 2025. Daarvan is een proces-verbaal opgemaakt.
Bij de mondelinge behandeling zijn namens [eiseressen] verschenen de heer [A] , recovery manager bij [eiseres 1] S.E., en de heer [B] , expert bij [bedrijf] . Zij werden bijgestaan door mrs. P.F. Salome en P.E. Minke, namens mr. Pool. Namens [gedaagde] zijn verschenen mevrouw [C] , COO van [gedaagde] , en de heer [D] , aftersalesmanager bij [gedaagde] . Zij werden bijgestaan door mr. Langerak.
Op 25 november 2025 heeft [eiseressen] per e-mail twee opmerkingen gemaakt over het proces-verbaal en het verzoek ingediend om die opmerkingen daaraan te hechten. De kantonrechter heeft beslist dat de e-mail aan het procesdossier wordt toegevoegd, maar niet aan het proces-verbaal zal worden gehecht.
Na de mondelinge behandeling hebben partijen de gelegenheid kregen om zich uit te laten over de internationaal privaatrechtelijke aspecten van de zaak. Beide partijen hebben daarvoor op 7 januari 2026 een akte ingediend. Daarop volgt nu dit vonnis.
2. De kern van de zaak
Het draait in deze zaak om schade aan het jacht genaamd Mami Wata. Het jacht is op 28 oktober 2020 van [gedaagde] gekocht door mevrouw [E] (hierna: [E] ). [E] heeft met [eiseressen] een verzekeringsovereenkomst gesloten om het jacht te verzekeren (hierna: de verzekeringsovereenkomst). Ergens in de periode van 26 tot en met 31 oktober 2022 is de brandblusinstallatie van het jacht uitgeblazen, terwijl het voor winterstalling in een loods stond. [eiseressen] zegt dat daardoor schade is ontstaan aan het jacht en zij de herstelkosten daarvoor aan [E] heeft moeten vergoeden. [eiseressen] wil dat [gedaagde] die herstelkosten, vermeerderd met advocaatkosten en expertisekosten, van in totaal € 333.584,95 aan haar betaalt. [gedaagde] weigert dat te doen. De kantonrechter acht zich bevoegd om kennis te nemen van het geschil, stelt vast dat Duits recht van toepassing is op de koopovereenkomst tussen [E] en [gedaagde] , en stelt vast dat Nederlands recht van toepassing is op de verzekeringsovereenkomst tussen [E] en [eiseressen] Partijen krijgen de gelegenheid om zich uit te laten over alle aspecten van de zaak die zij relevant achten.
3. De beoordeling
De kantonrechter acht zich bevoegd om kennis te nemen van het geschil
Deze zaak heeft een internationaal karakter, enerzijds omdat alle eisers rechtspersonen naar buitenlands recht zijn en anderzijds omdat [E] in Engeland woont. Daarom moet ambtshalve worden beoordeeld of de kantonrechter kennis kan nemen van het geschil. De kantonrechter acht zich daartoe bevoegd en overweegt daarbij als volgt.
Het gaat hier om een burgerlijke en/of handelszaak, waarbij de gedaagde woonplaats heeft in een lidstaat van de Europese Unie. Daardoor is de Brussel I-bis verordening van toepassing. Partijen hebben zich in eerste instantie tot de rechtbank in Düsseldorf gewend om over hun geschil te beslissen, vanwege een forumkeuzebeding in de koopovereenkomst tussen [E] en [gedaagde] . De rechtbank in Düsseldorf heeft bij vonnis van 27 juli 2024 geoordeeld dat het forumkeuzebeding ongeldig is en geconcludeerd dat de Duitse rechter geen rechtsmacht heeft om van de zaak kennis te nemen. De kantonrechter is gehouden om dat oordeel te erkennen en valt daarom terug op de normale bevoegdheidsregels uit Brussel I-bis. Op grond van die regels is de Nederlandse rechter bevoegd omdat [gedaagde] in Nederland is gevestigd. De kantonrechter is daarnaast relatief bevoegd, omdat – zoals de Duitse rechter al heeft geoordeeld – het geschil voortvloeit uit een consumentenkoopovereenkomst.
Duits recht is van toepassing op de koopovereenkomst
Daarnaast moet de kantonrechter ambtshalve vaststellen welk recht er op de rechtsverhouding tussen partijen van toepassing is. [eiseressen] stelt dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst tussen haar en [E] (hierna: de koopovereenkomst). Het toepasselijke recht moet daarom worden vastgesteld aan de hand van de Rome I verordening. Tijdens de zitting heeft de kantonrechter partijen voorgehouden dat in de koopovereenkomst een rechtskeuzebeding voor Duits recht is opgenomen dat te strikt is geformuleerd. Uitgangspunt is daarom dat de kantonrechter het beding ambtshalve moet vernietigen en moet vaststellen welk recht er zonder het beding van toepassing is.
Partijen hebben de gelegenheid gekregen om zich uit te laten over de vraag welk recht op de koopovereenkomst van toepassing is. [eiseressen] heeft zich verzet tegen de ambtshalve vernietiging van het rechtskeuzebeding. Volgens haar is dat niet op zijn plaats, omdat [E] zich in de Duitse procedure uitdrukkelijk op Duits recht heeft beroepen. [gedaagde] heeft aangegeven dat zij ermee instemt dat de kantonrechter om die reden afziet van vernietiging van het rechtskeuzebeding. De kantonrechter laat het beding daarom in stand en stelt vast dat Duits recht van toepassing is op de koopovereenkomst. Dat betekent dat de kantonrechter naar Duits recht zal vaststellen of en zo ja, voor welk bedrag [gedaagde] schadevergoeding aan [eiseressen] moet betalen.
Nederlands recht is van toepassing op de verzekeringsovereenkomst(en)
[eiseressen] stelt dat zij is gesubrogeerd in de rechten van [E] en baseert daarop (een gedeelte van) haar vorderingen. Aangezien ook de verzekeringsovereenkomst tussen [eiseressen] en [E] een internationaal karakter heeft, moet de kantonrechter daarvan eveneens ambtshalve vaststellen welk recht daarop van toepassing is. [eiseressen] heeft tijdens de zitting het standpunt ingenomen dat Nederlands recht op de verzekeringsovereenkomst van toepassing is. [gedaagde] heeft zich daarover tijdens de zitting en in haar akte kunnen uitlaten, maar niets daartegen ingebracht. De kantonrechter stelt daarom vast dat Nederlands recht op de verzekeringsovereenkomst van toepassing is, zodat ook naar Nederlands recht moet worden beoordeeld of en zo ja, in hoeverre [eiseressen] door subrogatie in de rechten van [E] is getreden.
Partijen krijgen de gelegenheid om een akte te nemen
Zoals tijdens de zitting met partijen is besproken en is vastgelegd in het proces-verbaal, krijgen zij de mogelijkheid om gelijktijdig een akte te nemen waarin zij zich uit mogen laten over alle aspecten die volgens hen van belang zijn in deze zaak. De kantonrechter verwijst de zaak daarvoor naar de rol van 25 maart 2026 en houdt iedere verdere beslissing aan.
4. De beslissing
De kantonrechter:
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 25 maart 2026 voor het nemen van een akte door beide partijen, waarin zij zich mogen uitlaten over alle aspecten van de zaak die zij relevant achten,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026.