RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/194685-23
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 10 maart 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 2003 in [geboorteplaats] (Iran),
verblijvende op het adres [adres 1] ,
hierna: de verdachte.
1. Zitting
De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 24 februari 2026. Op de zitting waren aanwezig:
2. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
in de periode van 2023 tot en met 16 februari 2023 in Brummen en/of Zwolle in vereniging [slachtoffer] heeft afgedreigd door haar te dwingen om geld te betalen om te voorkomen dat er seksueel getinte video’s van haar openbaar gemaakt zouden worden en/of naar haar familie zouden worden gestuurd.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.
3. Bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd, met uitzondering van het medeplegen.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van het feit. Voor zover de advocaat verweer voert dat van belang is voor de beoordeling van het bewijs, wordt dat besproken in paragraaf 3.3.
Oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen
Het feit is bewezen. Dit oordeel is gebaseerd op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.
Bewijsoverweging
De verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte niet degene is geweest die [slachtoffer] heeft afgedreigd. De verdachte zou tijdens een donkere periode van zijn leven zijn telefoon meerdere keren hebben uitgeleend. Niet hij, maar anderen zouden de afdreiging met zijn telefoon hebben gepleegd.
Het door verdachte geschetste scenario is noch concreet, noch verifieerbaar. De rechtbank acht het scenario van de verdachte bovendien ongeloofwaardig, omdat (1) is gebleken dat de gebruiker van de telefoon veel en vaak beeldmateriaal van naakte vrouwen probeerde te bemachtigen, (2) [getuige] verklaart dat ze het pakketje, met – naar later bleek – de 500 euro die het slachtoffer in opdracht van de persoon die haar afdreigde had verzonden naar een bepaald adres, op verzoek van [verdachte] op dat adres had opgehaald, (3) het slachtoffer benoemt dat de persoon aan wie zij de naaktvideo’s heeft gestuurd, waarmee ze werd afgedreigd, [verdachte] heet en (4) het slachtoffer verdachte herkent op een foto als de persoon aan wie ze de naaktvideo’s heeft verzonden.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
in de periode van 6 januari 2023 tot en met 9 februari 2023 in Nederland, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met openbaring van een geheim, [slachtoffer] heeft gedwongen tot afgifte van een geldbedrag, dat geheel of ten dele aan die [slachtoffer] en/of aan een derde toebehoorde, immers heeft hij die [slachtoffer] bevolen een geldbedrag op te sturen, teneinde te voorkomen dat een seksueel getinte video’s van die [slachtoffer] in de openbaarheid zouden worden gebracht en/of dat deze video’s zouden worden toegestuurd naar familieleden van die [slachtoffer] .
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.
4. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op: afdreiging.
Strafbaarheid van het feit en de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
5. Straf
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf maanden.
Standpunt van de verdediging
De advocaat voert aan dat er rekening moet worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Hij heeft een zware tijd achter de rug, maar het gaat inmiddels beter. Daarom moet in plaats van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gekeken worden naar alternatieve strafmodaliteiten.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf is rekening gehouden met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder de verdachte dit feit heeft gepleegd. Ook is gekeken naar het strafblad van de verdachte en naar zijn persoonlijke omstandigheden.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het afdreigen van het slachtoffer, door te dreigen naaktvideos’s openbaar te maken en naar haar familie te sturen als ze het geëiste geldbedrag niet zou betalen. Dit handelen, bekend als sextortion, heeft een grote impact op slachtoffers omdat doorgaans voortdurend sprake is van angst dat de dader alsnog het beeldmateriaal gaat openbaren. Daarnaast zorgt het vaak voor gevoelens van onmacht, schaamte, schuld en onveiligheid. De verdachte is volledig voorbijgegaan aan deze gevoelens en heeft een forse inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer gemaakt. Verdachte kende het slachtoffer, hij wist dat het ging om een jong slachtoffer en dat het slachtoffer in een gezin met een islamitische vader opgroeide. Dit maakte haar extra kwetsbaar, omdat de dreiging met verspreiding van naaktbeelden binnen deze culturele context, zoals verdachte wist, grote gevolgen kan hebben. De verdachte heeft met zijn handelen enkel oog gehad voor zijn eigen financiële gewin. Dit wordt de verdachte zeer aangerekend.
Dat de sextortion veel schade heeft aangericht, blijkt wel uit de aangifte en de verklaringen die het slachtoffer bij de rechter-commissaris en op de zitting heeft afgelegd. Het slachtoffer verklaart dat zij zich zodanig onder druk gezet voelde om het geld bij elkaar te krijgen om te voorkomen dat de naaktvideo’s met haar vader zouden worden gedeeld, dat zij geld van haar ouders heeft gestolen en zich, toen dat nog niet voldoende was, in een gevaarlijke situatie heeft begeven om het geld bij elkaar te krijgen. Ze was op dat moment radeloos. De sextortion heeft, zo verklaart zij, diepe littekens achtergelaten. Zij voelt zich voortdurend angstig, verdrietig, en uitgeput. Ook haar gezin heeft er veel onder geleden.
Uit het onderzoek aan de telefoon van de verdachte blijkt dat de afdreiging van het slachtoffer in deze zaak niet op zichzelf staat, maar dat sprake is van een breder kader waarin de verdachte mensen heeft afgedreigd of heeft willen afdreigen, waarbij hij net als in deze zaak op slinkse wijze vertrouwen won van het slachtoffer, waarna hij het slachtoffer op harde en harteloze wijze onder druk zette om te betalen. Te lezen valt hoe de verdachte in een chat op Telegram een slachtoffer overhaalt om nog meer naaktbeelden met hem te delen, met haar gezicht erop, om maar te voorkomen dat hij het eerder toegestuurde beeldmateriaal met anderen zou delen. Een ander slachtoffer van de verdachte schrijft in een chat op Telegram dat ze niet meer op de wereld wil zijn en voor de trein gaat springen.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De verdachte is een (inmiddels) 22-jarige man die op 14-jarige leeftijd uit Iran is gevlucht en sindsdien in Nederland woont. De verdachte heeft aangegeven tijdens zijn periode in het AZC seksueel te zijn misbruikt door een dansleraar en daardoor PTSS en depressieve klachten te hebben opgelopen. De rechtbank kan niet uitsluiten dat dit van invloed is geweest op de gedragskeuzes en de gedragingen van de verdachte ten tijde van het bewezenverklaarde feit. Daar staat tegenover dat de verdachte het feit ontkent en daarom geen inzicht heeft gegeven in de wijze waarop zijn gedragskeuzes en zijn gedragingen tot stand zijn gekomen. Daarom is de rechtbank van oordeel dat zij hier bij de strafoplegging geen gewicht aan toekennen.
Uit het strafblad van de verdachte volgt dat hij niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit. Het strafblad zal dan ook niet in strafverzwarende zin worden meegewogen.
Rapportage
Uit een rapport van de reclassering van 10 november 2025 blijkt dat de verdachte niet op de beschuldiging in heeft willen gaan, waardoor de reclassering geen mogelijkheden ziet om tot een plan van aanpak te komen. Bij een ontkennende houding van de verdachte adviseert de reclassering een straf zonder bijzondere voorwaarden.
Strafoplegging
Het geven van straf aan een verdachte die een strafbaar feit heeft gepleegd, heeft meerdere doelen, waaronder vergelding, het voorkomen van recidive door de verdachte en het afschrikken van mogelijke toekomstige daders (generale preventie). Een manier om recidive te voorkomen is bijvoorbeeld door een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen, al dan niet met bijzondere voorwaarden. Gelet op de ontkennende houding van de verdachte, het advies van de reclassering en het feit dat er geen nieuwe verdenkingen zijn gerezen sinds de aanhouding van de verdachte, zal er geen voorwaardelijk strafdeel worden opgelegd ter voorkoming van recidive. De straf dient ter vergelding en om mogelijke toekomstige daders af te schrikken.
Gezien de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd en de gevolgen daarvan voor het slachtoffer acht de rechtbank alleen een gevangenisstraf passend. De rechtbank is van oordeel dat een taakstraf geen recht doet aan de ernst van het feit, ook niet als die taakstraf wordt gecombineerd met een voorwaardelijke gevangenisstraf. Het tijdsverloop - het betreft feiten uit begin 2023 - wordt in strafverminderende zin meegewogen. De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van twee maanden. Hiermee wordt afgeweken van de eis van de officier van justitie. De rechtbank acht de eis van de officier van justitie te zwaar, gelet op de straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd.
6. In beslag genomen voorwerpen
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert dat de rechtbank:
de telefoon zal onttrekken aan het verkeer;
de twee geldbedragen verbeurd zal verklaren.
Standpunt van de verdediging
De advocaat stelt zich op het standpunt dat zowel de telefoon als de geldbedragen aan de verdachte moeten worden teruggegeven.
Oordeel van de rechtbank
De telefoon zal worden onttrokken aan het verkeer. Dit voorwerp is gezien de aangetroffen inhoud van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Met behulp van dit voorwerp is bovendien het bewezen verklaarde feit begaan.
De twee geldbedragen zullen worden teruggegeven aan de verdachte, omdat niet is gebleken van enig verband tussen deze geldbedragen en het bewezenverklaarde feit.
7. Vordering benadeelde partij
Vordering van de benadeelde partij
[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 8.107,65,-, als gevolg van de beschuldiging. Dit bedrag bestaat uit € 507,65 aan materiële schade (€ 500,- voor het opgestuurde bedrag en € 7,65 voor de verzendkosten), € 2.500,- aan immateriële schade en € 5.100,- aan toekomstige schade. Daarnaast vordert de benadeelde partij wettelijke rente vanaf 9 februari 2023 over de materiële schade en vanaf 6 januari 2023 over de immateriële schade. Tot slot vordert de benadeelde partij de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel over het toe te wijzen bedrag.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vordering, voor zover deze ziet op de materiële en de immateriële schade, kan worden toegewezen. Vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de verdediging
De verdediging stelt zich primair op het standpunt dat de vordering moet worden afgewezen, subsidiair dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard en meer subsidiair dat bij toewijzing het bedrag moet worden gematigd.
Oordeel van de rechtbank
Materiële schade
Het gevorderde bedrag aan materiële schade komt in aanmerking voor vergoeding. De schadeposten zijn voldoende onderbouwd, de hoogte ervan is door de verdediging niet betwist en de schade houdt rechtstreeks verband met het bewezenverklaarde feit. Het gevorderde bedrag aan materiële schade - € 507,65 - wordt dan ook volledig toegewezen, met vermeerdering van de gevorderde wettelijke rente vanaf 9 februari 2023.
Immateriële schade
Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b burgerlijk wetboek mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet naar objectieve maatstaven kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.
Op basis van het dossier en de onderbouwing van de vordering kan niet worden vastgesteld dat sprake is van psychisch letsel bij de benadeelde partij. Maar gelet op de aard en ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor de benadeelde, is de rechtbank van oordeel dat zij door het strafbare feit op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Door het plegen van sextortion heeft de verdachte een grove inbreuk gemaakt op het zelfbeschikkingsrecht van de benadeelde partij. De benadeelde partij heeft bovendien voldoende concrete gegevens overgelegd waaruit de ernst van de gevolgen blijkt. Deze worden namelijk beschreven in het verzoek tot schadevergoeding van 16 februari 2026 en het bijgevoegde huisartsenjournaal van 10 november 2025. De verdediging heeft deze gevolgen niet betwist.
Gelet op de bedragen die in soortgelijke zaken als schadevergoeding worden toegekend, is de rechtbank van oordeel dat een vergoeding van € 1.250,- billijk is, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente vanaf 6 januari 2023. De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij daarom tot dat bedrag toe.
De benadeelde partij heeft meer gevorderd dan wordt toegewezen. De benadeelde partij wordt in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard, en er wordt op gewezen dat zij dat deel van de vordering bij de burgerlijke rechter zou kunnen aanbrengen.
Toekomstige schade
De benadeelde partij wordt ten aanzien van de toekomstige schade niet-ontvankelijk verklaard, omdat deze schade nog onvoldoende bepaald is.
Proceskostenveroordeling
De verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.
Schadevergoedingsmaatregel
Als extra waarborg voor betaling wordt ten behoeve van [slachtoffer] aan de verdachte de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van het schadebedrag van € 1.757,65, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente voor de materiële schade vanaf 9 februari 2023 en voor de immateriële schade vanaf 6 januari 2023 tot de dag van volledige betaling. Als door de verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 17 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft. De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.
8. Toegepaste wetsartikelen
De opgelegde straf en de beslissing op het beslag zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
- Artikel 36b, 36c, 36f, 318 van het Wetboek van Strafrecht.
9. De beslissing
De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
strafbaarheid
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
strafoplegging
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden;
beslag
- verklaart het volgende voorwerp onttrokken aan het verkeer:
o Apple telefoon iPhone XR (G795020);
- gelast de teruggave aan de rechthebbende van de volgende voorwerpen:
o 400 EUR (G795021);
o 420 EUR (G2921450);
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer]
- wijst de vordering van [slachtoffer] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 1.757,65, bestaande uit € 507,65 aan materiële schade en € 1.250,- aan immateriële schade;
- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 1.757,65 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente:
o over het materiële schadebedrag van € 507,65 met ingang van 9 februari 2023 tot de dag van volledige betaling;
o over het immateriële schadebedrag van € 1.250,- met ingang van 6 januari 2023 tot de dag van volledige betaling;
- indien de verdachte niet betaalt, wordt de betalingsverplichting aangevuld met 17 dagen gijzeling.
Dit vonnis is gewezen door mr. O. Böhmer, voorzitter, mr. I.G.C. Bij de Vaate en mr. C. Van Wambeke, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. Kiestra als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 januari 2023 tot en met 16 februari 2023 te Brummen en/of Zwolle, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door bedreiging met smaad, smaadschrift en/of openbaring van een geheim [slachtoffer] heeft gedwongen tot afgifte van enig goed, te weten een of meerdere geldbedragen, dat geheel of ten dele aan die [slachtoffer] en/of aan een derde toebehoorde, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n), immers heeft/hebben hij en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer] bevolen één of meer geldbedragen te betalen, althans op te sturen, teneinde te voorkomen dat (seksueel getinte) foto’s en/of video’s van die [slachtoffer] in de openbaarheid zouden worden gebracht en/of dat deze foto’s en/of video’s zouden worden toegestuurd naar familieleden van die [slachtoffer] en/of naar anderen.
Bijlage II: Bewijsmiddelen
Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ergens in oktober of november 2022 was ik met een jongen aan praten via Snapchat. Ik heb een filmpje van mijn borsten en mijn gezicht via Snapchat naar hem gestuurd.
Op 6 januari 2023 kreeg ik een WhatsApp bericht van [telefoonnummer 1] . In dit berichtje las ik: "Ik heb jouw foto's" en "Je bent de lul." Vervolgens kreeg ik via Whatsapp een Telegram account (de rechtbank begrijpt: [naam] ) toegestuurd. Ik kreeg steeds meer berichtjes via Telegram van deze persoon en de inhoud was vooral: "Ik heb jouw video's" en "Je bent nog niet van me af hoor." Vervolgens kreeg ik een keer een berichtje dat ik 5000 euro moest betalen. Als ik dat bedrag niet zou betalen dan zou het filmpje waarin ik naakt te zien ben, doorgestuurd worden naar mijn vader. De persoon die mij afdreigde, stuur mij de gegevens van mijn vader en ook het filmpje.
Mijn ouders hebben een plek in de kast waarvan ik wist dat daar geld lag. Ik heb dat geld toen gepakt. Ik heb vervolgens 500 euro in een envelop gedaan en ingetaped, zodat het door de brievenbus paste. Ik kreeg het adres, [adres 2] . Ik moest erbij zetten [getuige] . Het pakketje heb ik toen ingeleverd bij de Bruna [plaats] .
Een geschrift, te weten een bijlage bij de aangifte van [slachtoffer] , met screenshots van Telegramgesprekken, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Berichten verstuurd door Telegramaccount ‘ [naam] ’ (de rechtbank begrijpt: de afdreiger) aan aangever tussen 6 januari 2023 en 6 februari 2023:
Een geschift, te weten een bijlage bij de aangifte van [slachtoffer] , met een screenshot van een verzendbewijs, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ontvanger
[getuige]
[adres 2]
[woonplaats]
Nederland
Datum van aannemen
09-02-2023 13:49
Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
V: Zegt de naam [verdachte] jou iets?
A: Ja veel. Ik heb een tijdje serieus contact met hem gehad. Ik heb hem ook in het echt gezien.
V: Hoe weet jij dat hij [verdachte] was?
A: Hij zei dat hij [verdachte] heette
V: Heb jij wel eens iets naar [verdachte] gestuurd zoals een video waarop jij zelf was te zien?
A: Ja via snapchat.
V: Was jij daarop met kleren of ook zonder te zien?
A: Met kleren maar ook zonder kleren.
A: Later bedacht ik mij dat degene die mij bedreigde ook de video’s had die ik naar [verdachte] had gestuurd. Ik zag echt de video zoals ik hem had gestuurd. Het was dus niet een filmpje vanaf een andere telefoon.
O: Wij laten jou een foto zien van de verdachte die wij hebben aangehouden.
V: Herken jij deze jongen?
A: Ja dat is [verdachte] .
O: Dit is [verdachte] en hij is door ons als verdachte aangehouden in het onderzoek.
Proces-verbaal van verhoor van [getuige] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik had een keer een pakketje laten bezorgen op een verkeerd adres. Ik had het laten bezorgen op [adres 2] . Het moest naar mijn opa en oma en dat was op de [adres 3] . Een vriend van mij zat in het buitenland en die moest iets bestellen en hij vroeg of dat bij mij bezorgd kon worden omdat er bij hem niemand thuis was. Hij heet [verdachte] . Ik heb dat pakketje aan een vriend van hem gegeven. Ik kreeg van [verdachte] een bericht dat een vriend van hem in de buurt was, hij vroeg of hij hem kon ophalen. Het telefoonnummer waarop ik [verdachte] heb gebeld is [telefoonnummer 2] .
Proces-verbaal van bevindingen (onderzoek telefoon [getuige] ), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik zag een gemiste inkomende oproep via Whatsapp van het nummer [telefoonnummer 2] op 22 juli 2022. Dit betrof het door [getuige] opgegeven telefoonnummer van [verdachte] . Met ditzelfde telefoonnummer was ook een Whatsapp gesprek. Het eerste bericht werd verstuurd door telefoonnummer [telefoonnummer 2] . Er stond: “Hee, ben [verdachte] ”.
Proces-verbaal van bevindingen (onderzoek telefoonnummer [telefoonnummer 2] ), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik bevroeg dit telefoonnummer (de rechtbank begrijpt: [telefoonnummer 2]) in de landelijke politiesystemen. Ik zag dat er in een onderzoek een CIOT bevraging was gedaan op het telefoonnummer waaruit bleek dat dit nummer thuishoorde op het adres [adres 4] . De naam van de abonnee betrof […] . Op het genoemde adres stonden de volgende personen ingeschreven: [verdachte] , Geboren [geboortedag] -2003 (20) te [geboorteplaats] .
Proces-verbaal van bevindingen (onderzoek telefoon verdachte), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik zag in de telefoon (de rechtbank begrijpt: de telefoon van verdachte) dat het telefoonnummer van aangeefster [slachtoffer] , [telefoonnummer 3] , in de contactenlijst stond opgeslagen onder “ [slachtoffer] ”.
Ik zag dat de applicatie Telegram op de telefoon geïnstalleerd was. Ik zag dat er drie useraccounts aan Telegram gekoppeld waren. Ik zag dat er drie contacten in de telefoon stonden opgeslagen onder de naam [naam] . Ik zag dat deze gekoppeld zaten aan deze drie Telegram accounts.
Ik zag dat er een gesprek was met Native Messages tussen telefoonnummer [telefoonnummer 2] en [telefoonnummer 4] . Ik zag in het gesprek dat het ging om exposen.
Aangeefster [slachtoffer] verklaarde te zijn benaderd door het telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Dit
telefoonnummer stond in de telefoon van [verdachte] opgeslagen als whatsapp contact
zonder naam.
In de telefoon stonden meerdere gesprekken met telegram waarin door de gebruiker van de
telefoon gedreigd werd om naaktmateriaal te delen. In de telefoon stond een gesprek met telegram waarin de gebruiker van de telefoon gevraagd werd om gegevens te achterhalen van een persoon met als doel die persoon te chanteren. In de telefoon stonden gesprekken met telegram waarin de gebruiker naaktbeelden van iemand probeerde te bemachtigen.