RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummers: 10/284085-24, 16/250779-22 (vord. tul)
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 10 maart 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 2005 in [geboorteplaats] ,
verblijvende op het adres [adres] , [postcode] in [plaats] ,
(hierna: [verdachte] ).
1. Zitting
De strafzaak van [verdachte] is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 20 januari 2026. Het onderzoek is, met instemming van de advocaat van [verdachte] en de officier van justitie, gesloten op 10 maart 2026, waarna direct uitspraak is gedaan.
Op de zitting waren aanwezig:
2. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt [verdachte] ervan dat hij, samengevat:
feit 1
primair
op 2 september 2024 te Rotterdam samen met anderen [aangever] heeft gegijzeld;
subsidiair
op 2 september 2024 te Rotterdam, althans in Nederland, samen met anderen [aangever] van zijn vrijheid heeft beroofd;
feit 2
op 2 september 2024 te Rotterdam samen met anderen met geweld goederen van [aangever] heeft weggenomen.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.
3. Bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat [verdachte] feit 1 primair heeft gepleegd en moet worden vrijgesproken van feit 2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat voert geen verweer over het bewijs en laat de beslissing aan de rechtbank over.
De advocaat verzoekt, net als de officier van justitie, de rechtbank om [verdachte] vrij te spreken van feit 2.
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak feit 2
De rechtbank is het met de officier van justitie en de advocaat van [verdachte] eens dat onvoldoende is komen vast te staan of [verdachte] wist van het plan om ook de spullen van aangever te stelen. Alhoewel het niet goed voor te stellen is dat [verdachte] niets van deze diefstal heeft meegekregen in de auto, kan zijn bijdrage aan de diefstal niet worden vastgesteld en wordt hij daarom vrijgesproken van feit 2. 3.3.2 Vrijspraak feit 1 primair
De rechtbank oordeelt dat niet is bewezen dat [verdachte] en zijn medeverdachten zich schuldig hebben gemaakt aan de primair ten laste gelegde gijzeling. Bij gijzeling staat voorop dat de dader het doel heeft gehad een ander dan de gegijzelde te dwingen iets te doen of niet te doen (ECLI:NL:HR:2015:1695). In deze zaak betekent dit dat om van gijzeling te spreken een ander dan aangever [aangever] moet zijn gedwongen iets te doen of niet te doen. In de tenlastelegging wordt “de ander” aangeduid als [aangever] (aangever) zelf. Daarmee kan een bewezenverklaring van deze tenlastelegging niet leiden tot veroordeling voor gijzeling. Voor zover in de tenlastelegging een ander dan [aangever] is bedoeld (en de tenlastelegging dus een misslag bevat), moet dit ook leiden tot vrijspraak. Het is immers enkel [aangever] zelf geweest die is gedwongen tot het betalen van een geldbedrag en het leveren van machines. Dat [aangever] zijn broer heeft gebeld, doet er niet toe. Deze broer is door de daders namelijk niet, direct of indirect, benaderd om iets te betalen of te leveren in ruil voor bijvoorbeeld het vrijlaten van [aangever] of anderszins. Er is dus hoe dan ook geen sprake geweest van een gijzeling als bedoeld in artikel 282a Sr. De rechtbank spreekt [verdachte] daarom vrij van het onder 1 primair ten laste gelegde feit.
Bewijsmiddelen feit 1 subsidiair
De rechtbank oordeelt dat feit 1 subsidiair is bewezen, met uitzondering van het gebruik van een vuurwapen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.
Gedeeltelijke vrijspraak vuurwapen
De aangever heeft verklaard dat hij in de auto is geslagen door en bedreigd met een vuurwapen. Dit vuurwapen zou uit de auto zijn gegooid toen de politie de auto achtervolgde. De politie heeft later echter geen vuurwapen (op de weg) aangetroffen. De rechtbank kan hierdoor niet vaststellen dat het mogelijk gebruikte wapen een vuurwapen is geweest zoals tenlastegelegd. De rechtbank ziet voor dit punt ook geen ander steunbewijs in het dossier en zal [verdachte] daarom voor dit deel van de tenlastelegging vrijspreken.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat [verdachte] :
feit 1 subsidiair
op 2 september 2024 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [aangever] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, door- zich voor te doen als de zoon van de koper, en- die [aangever] naar een voertuig te leiden, en- die [aangever] onverhoeds tegen zijn wil in vast te pakken en in voornoemd voertuig te trekken en/of te duwen, en - aan weerszijden van die [aangever] in het voertuig plaats te nemen, en - enige tijd met die [aangever] in de auto (met hoge snelheid) te rijden en - meerdere telefoons van die [aangever] af te pakken en de simkaarten eruit te halen, en- fysiek geweld tegen die [aangever] te gebruiken.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. [verdachte] wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt [verdachte] niet.
4. Kwalificatie en strafbaarheid
Feit 1 subsidiair is strafbaar.
Feit 1 subsidiair wordt gekwalificeerd als: medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven.
Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van [verdachte] uitsluit. [verdachte] is dan ook strafbaar.
5. Straf en/of maatregel
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat het jeugdstrafrecht wordt toegepast en dat [verdachte] wordt veroordeeld tot:
- een jeugddetentie van 180 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 102 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad;
- een taakstraf van 150 uur, te vervangen door 75 dagen hechtenis als [verdachte] deze taakstraf niet of niet goed uitvoert;
Standpunt van de verdediging
De advocaat voert aan dat [verdachte] stappen heeft gezet (waaronder het volgen van de cursus Samen Sterk), waardoor hij nu weerbaarder is en niet meer in dit soort situaties terecht zou moeten komen. Het recidiverisico is daardoor aanmerkelijk lager. De advocaat voert daarnaast aan dat het jeugdstrafrecht moet worden toegepast omdat het pedagogische aspect van groot belang is. Een deels voorwaardelijke jeugddetentie is passend, evenals een taakstraf, zij het een lagere taakstraf dan de officier van justitie eist, in verband met de schoolgang van [verdachte] .
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank legt aan [verdachte] een jeugddetentie op van 180 dagen met aftrek van het voorarrest, waarvan 102 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Daarnaast legt de rechtbank een taakstraf op in de vorm van een werkstraf van 80 uren, te vervangen door 40 dagen jeugddetentie.
Bij het bepalen van deze straffen houdt de rechtbank rekening met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder [verdachte] dit feit heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van [verdachte] en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van het feit
[verdachte] heeft zich schuldig gemaakt aan wederrechtelijke vrijheidsberoving.
De aangever ging uit van een zakelijke afspraak, waarvoor hij vanuit Suriname naar Nederland kwam. Eenmaal aangekomen in het hotel waar hij zou verblijven, ontmoette hij niet degene met wie hij dacht een afspraak te hebben, maar twee mededaders van [verdachte] die beweerden afgevaardigden te zijn om de deal te sluiten. Op het moment dat er geld geteld zou worden in een auto en de aangever documenten gereed maakte, belandde hij tegen zijn wil in de auto en reed deze weg. [verdachte] was de eigenaar en bestuurder van deze auto. Afgesproken was dat [verdachte] geld zou ontvangen voor het faciliteren van vervoer. De aangever kon op het moment dat [verdachte] wegreed niet wegkomen, omdat hij tussen twee mededaders in zat. In de auto werden met geweld zijn persoonlijke spullen afgenomen, zoals zijn telefoons, ringen en een horloge. Deze situatie moet heel beangstigend voor de aangever zijn geweest.
Met het plegen van deze feiten hebben [verdachte] en zijn mededaders alleen aan zichzelf en het snel verdienen van geld gedacht. Zij hebben helemaal geen rekening gehouden met de gevolgen voor het slachtoffer.
Persoonlijke omstandigheden van [verdachte]
De rechtbank heeft gekeken naar:
het strafblad van [verdachte] van 9 december 2025;
de adviezen van Reclassering Nederland van 8 januari 2026, 14 oktober 2024 en 17 september 2024.
Strafblad
[verdachte] is eerder voor geweldsfeiten veroordeeld en de rechtbank neemt het strafblad daarom in strafverzwarende zin mee.
Reclasseringsadviezen
De reclassering adviseert het jeugdstrafrecht toe te passen. Uit de rapporten blijkt dat [verdachte] beperkte handelingsvaardigheden heeft en op laagbegaafd intelligentieniveau functioneert. Wanneer het aankomt op het maken van eigen keuzes kan [verdachte] de risico’s van zijn eigen handelen moeilijk inschatten en is er meermaals sprake geweest van negatieve beïnvloeding door anderen. [verdachte] staat volgens de reclassering wel open voor pedagogische beïnvloeding.
Uit het meest recente reclasseringsadvies blijkt dat het huidige toezicht positief verloopt. [verdachte] heeft werk, gaat naar school, betaalt zijn schulden af en heeft zich, afgezien van het eenmalig overtreden van de avondklok, gehouden aan de voorwaarden. Dit is ook tijdens de zitting door SAVE bevestigd. Echter, tijdens het vorige toezicht is [verdachte] aan het einde van de proeftijd gerecidiveerd. Dit maakt dat het recidiverisico wordt ingeschat als laag-gemiddeld. Om die reden vindt de reclassering het noodzakelijk dat de voorwaarden die sinds de schorsing van de voorlopige hechtenis gelden ook worden opgelegd bij een voorwaardelijk strafdeel. Het gaat kort gezegd om de volgende bijzondere voorwaarden:
Begeleiding door de jeugdreclassering;
Contactverbod met mededaders en slachtoffer;
Dagbesteding;
Aflossing van schulden;
Avondklok.
Jeugdstrafrecht
De rechtbank zal het jeugdstrafrecht toepassen. [verdachte] heeft hulp nodig bij zijn opvoeding en ontwikkeling. Uit de adviezen en wat de deskundige tijdens de zitting heeft verklaard blijkt dat [verdachte] open staat voor hulp en begeleiding door de jeugdreclassering en dat hij nog pedagogisch beïnvloedbaar is.
Straffen
Het bewezen verklaarde feit is ernstig en een onvoorwaardelijke jeugddetentie is daarvoor een passende straf. Echter, gezien het positieve verloop van het huidige reclasseringstoezicht, vindt de rechtbank het onwenselijk als [verdachte] nu terug naar de jeugdgevangenis gaat. De rechtbank zal daarom een jeugddetentie opleggen waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het voorarrest. De rechtbank vindt een voorwaardelijk deel met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering passend, zodat [verdachte] wordt gemotiveerd om niet nogmaals strafbare feiten te plegen.
Daarnaast vindt de rechtbank het van belang dat [verdachte] ook een werkstraf uitvoert, zodat [verdachte] ook op die manier de gevolgen van zijn handelen ondervindt. De rechtbank legt een lagere taakstraf op dan de officier van justitie heeft geëist, mede vanwege de beslissing dat [verdachte] zijn in beslag genomen auto niet terugkrijgt (zie toelichting hieronder). Dit is een bijkomende straf die [verdachte] flink zal voelen. De rechtbank vindt een werkstraf van 80 uren voldoende.
Concluderend legt de rechtbank een jeugddetentie op van 180 dagen, met aftrek van het voorarrest (78 dagen), waarvan 102 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Daarbij legt de rechtbank een taakstraf in de vorm van een werkstraf op voor de duur van 80 uren, te vervangen door 40 dagen jeugddetentie als [verdachte] deze taakstraf niet of niet goed uitvoert.
Voorlopige hechtenis
De rechtbank heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
6. In beslag genomen voorwerpen
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de inbeslaggenomen auto wordt verbeurd verklaard, aangezien de auto is gebruikt bij het begaan van feit 1. Ook eist de officier van justitie dat de inbeslaggenomen telefoons worden teruggegeven aan de rechthebbenden.
Standpunt van de verdediging
De advocaat voert aan dat de auto en de telefoons retour dienen te worden gegeven aan [verdachte] , dan wel de rechthebbende(n). [verdachte] heeft de auto met veel moeite bij elkaar gespaard en de auto zal hem helpen bij het gaan naar afspraken.
Oordeel van de rechtbank
Verbeurdverklaring
De rechtbank zal het in beslag genomen voorwerp, te weten 1 STK personenauto (merk: Fiat Bravo; goednummer: G6825126), verbeurd verklaren. Met behulp van dit voorwerp is het bewezen verklaarde feit begaan.
Teruggave aan de rechthebbende
De rechtbank zal teruggave gelasten van de in beslag genomen voorwerpen, te weten:
- 1 STK Telefoontoestel (goednummer: G6825934);
- 1 STK Telefoontoestel (goednummer: G6825128);
- 1 STK Telefoontoestel (goednummer: G6825127);
aan degene die redelijkerwijs als rechthebbenden van deze voorwerpen kunnen worden
aangemerkt.
7. Vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf
De kinderrechter heeft aan [verdachte] in de zaak met parketnummer 16-250779-22 op 26 januari 2023 een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 40 uren voorwaardelijk opgelegd, met een proeftijd van twee jaar.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de rechtbank de vordering toewijst, zodat de voorwaardelijk aan [verdachte] opgelegde straf ten uitvoer wordt gelegd. Volgens de officier van justitie heeft [verdachte] zich niet gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig mag maken aan een strafbaar feit.
Standpunt van de verdediging
De advocaat laat de beslissing over de vordering tot tenuitvoerlegging aan de rechtbank over.
Oordeel van de rechtbank
Bij vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, van 26 januari 2023 (parketnummer 16-250779-22) is [verdachte] een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 40 uren voorwaardelijk opgelegd. [verdachte] heeft zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig gemaakt aan een strafbaar feit. Om die reden zal deze straf alsnog ten uitvoer gelegd worden.
8. Toegepaste wetsartikelen
De opgelegde straffen en beslissing op het beslag zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
- 33, 33a, 47, 63, 77c, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg en 282 van het Wetboek van Strafrecht;
zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
9. Beslissing
De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat [verdachte] de feiten 1 primair en 2 heeft gepleegd en spreekt hem daarvan vrij;
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat [verdachte] feit 1 subsidiair heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt [verdachte] daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het onder 1 subsidiair bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
strafbaarheid [verdachte]
- verklaart [verdachte] strafbaar voor het onder 1 subsidiair bewezenverklaarde;
straffen
jeugddetentie
- veroordeelt [verdachte] tot een jeugddetentie van 180 (honderdtachtig) dagen;
- bepaalt dat de tijd, door [verdachte] vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering zal worden;
- bepaalt dat van de jeugddetentie een gedeelte van 102 (honderdtwee) dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat [verdachte] de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;
- als voorwaarden gelden dat [verdachte] :
* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zo lang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
- stelt als bijzondere voorwaarden dat [verdachte] gedurende de proeftijd:
* op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met:
- [medeverdachte 1] (geboren [geboortedatum 2] 2009), medeverdachte;
- [medeverdachte 2] (geboren [geboortedatum 1] 2008), medeverdachte;
- [medeverdachte 3] (geboren [geboortedatum 3] 2007), medeverdachte;
- [aangever] (geboren [geboortedatum 4] 1964), slachtoffer;
zolang het Openbaar Ministerie dit contactverbod nodig vindt;
* zich inspant voor het vinden en behouden van scholing en betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
* meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. [verdachte] geeft de jeugdreclassering inzicht in zijn financiën en schulden;
* meewerkt aan de avondklok indien en zolang de jeugdreclassering dit nodig acht. [verdachte] heeft een aaneengesloten blok van 12 respectievelijk 15 uur ter invulling van zijn activiteiten (sport, hobby’s, school, werk, behandeling), zoals met de reclassering wordt afgesproken;
- waarbij Samen Veilig, een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, de opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden, met uitzondering van het contactverbod, en [verdachte] ten behoeve daarvan te begeleiden;
taakstraf
- veroordeelt [verdachte] tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 80 (tachtig) uren;
- beveelt dat voor het geval [verdachte] de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 40 (veertig) dagen jeugddetentie;
beslag
- verklaart het volgende voorwerp verbeurd:
1 STK personenauto (merk: Fiat Bravo; goednummer: G6825126);
- gelast de teruggave aan de rechthebbenden van de volgende voorwerpen:
vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf 16/250779-22
- wijst de vordering toe;
- gelast de tenuitvoerlegging van de door de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland te Lelystad bij vonnis van 26 januari 2023 opgelegde voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf van 40 uren;
voorlopige hechtenis
- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. van Woudenberg, voorzitter tevens kinderrechter, mr. H. den Haan, kinderrechter, en mr. T. van Haaren-Paulus, rechter, in tegenwoordigheid van mr. E.C. Kasper-Kerkdijk als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2026.
Bijlage I: Tenlastelegging
Aan [verdachte] is ten laste gelegd dat:
1hij, op of omstreeks 2 september 2024 te Rotterdam, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [aangever] , wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door- zich voor te doen als de zoon en/of vertegenwoordigers van de koper, en/of- die [aangever] naar een voertuig te leiden, en/of- die [aangever] (onverhoeds) (tegen zijn wil in) vast te pakken en/of in voornoemd voertuig te trekken en/of te duwen, en/of- aan weerszijde van die [aangever] in het voertuig plaats te nemen, en/of- enige tijd met die [aangever] in de auto (met hoge snelheid) te rijden en/of- een of meerdere telefoon(s) van die [aangever] af te pakken en/of de simkaart(en) eruit te halen, en/of- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen het hoofd van die [aangever] te zetten en/of te houden en/of (daarmee) (op/tegen het hoofd van die [aangever] ) te slaan/ stompen, en/of- fysiek geweld tegen die [aangever] te gebruiken, met het oogmerk een ander, te weten [aangever] , te dwingen iets te doen of niet te doen, te weten het betalen/het overhandigen van een geldbedrag (50.000 euro) aan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of het afleveren van de machines in Suriname aan verdachte en/of zijn mededader(s);
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij, op of omstreeks 2 september 2024 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [aangever] , wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door- zich voor te doen als de zoon en/of vertegenwoordigers van de koper, en/of- die [aangever] naar een voertuig te leiden, en/of- die [aangever] (onverhoeds) (tegen zijn wil in) vast te pakken en/of in voornoemd voertuig te trekken en/of te duwen, en/of- aan weerszijde van die [aangever] in het voertuig plaats te nemen, en/of- enige tijd met die [aangever] in de auto (met hoge snelheid) te rijden en/of- een of meerdere telefoon(s) van die [aangever] af te pakken en/of de simkaart(en) eruit te halen, en/of- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen het hoofd van die [aangever] te zetten en/of te houden en/of (daarmee) (op/tegen het hoofd van die [aangever] ) te slaan/ stompen, en/of- fysiek geweld tegen die [aangever] te gebruiken;
2hij, op of omstreeks 2 september 2024 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een horloge en/of een of meerdere sieraden en/of een of meerdere telefoon(s) in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [aangever] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangever] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door- die [aangever] naar een voertuig te geleiden, en/of- die [aangever] (onverhoeds) (tegen zijn wil in) vast te pakken en/of in voornoemd voertuig te trekken en/of duwen, en/of- aan weerzijde van die [aangever] in het voertuig te gaan zitten, en/of- de ring(en) van de vinger(s) van die [aangever] te trekken/pakken, en/of- het horloge van de pols van die [aangever] af te nemen/pakken, en/of- een of meerdere telefoons van die [aangever] af te pakken, en/of - een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op/tegen het hoofd van die [aangever] te zetten en/of te houden en/of (daarmee) (op/tegen het hoofd van die [aangever] ) te slaan/stompen en/of- fysiek geweld te gebruiken.
Bijlage II: Bewijsmiddelen
- [verdachte] heeft tijdens de zitting van 20 januari 2026 onder meer – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
Op 2 september 2024 heb ik drie andere jongens opgehaald met mijn auto (een Fiat Bravo). We kwamen uit Almere en reden naar Rotterdam. Daar zijn we naar een hotel gereden en werd een man gegijzeld in de auto. Er werd gezegd dat ik moest rijden en toen ben ik weggereden. Ik heb wel meegekregen dat de ringen afgepakt werden. Vooraf heb ik wel appcontact gehad met [medeverdachte 2] ; hij zou tanken. Voor het ritje met de auto zou ik een paar tientjes ontvangen.
- Aangever [aangever] heeft onder meer – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
Op 2 september 2024 was ik in Rotterdam. Er kwamen twee jongens aanlopen die mij groetten als kennismaking. Een van de jongens zei dat ik de bon moest uitschrijven op naam van ' [naam 1] '. Hij zei dat dat zijn vader was en dat hij door zijn vader was afgevaardigd. We gingen naar de auto op het parkeerterrein om het geld te tellen. Iemand zat al als chauffeur in de auto. Ik ben uit de auto gestapt en heb bonnen uitgeschreven, nota's. Toen trok hij op met de auto. Mijn been was nog uit de auto, maar toen kwam er een andere jongen, dus een vierde jongen, die mij in de auto duwde en naast me ging zitten. Dus ik zat achterin, in het midden op de achterbank. Ik mocht niet links en rechts kijken. Die ene, rechts van mij, die mij ook in de auto duwde, begon de ringen van mijn vingers te trekken. Dat waren twee ringen. Ze hebben mijn blouseje kapotgetrokken. Ze hebben mijn goudkeurige horloge van het merk 'Movado' afgenomen. Ook mijn twee iPhone telefoons hebben ze van me afgepakt. Direct haalden ze de simkaart eruit. Een telefoon van de jongens had nog contact, waarmee ze zogenaamd contact hadden met die vader, die welbekende stem. De bijrijder zei dat ik moest praten met zijn vader.
- [aangever] heeft in zijn aanvullend verhoor op 3 september 2024 onder meer –
zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
Ik heb letsel in de vorm van een klein wondje boven op mijn hoofd en aan mijn teen, dat komt door het sleuren met de auto, omdat mijn voet nog uit de auto hing. Ik heb een barst.
- Getuige [getuige] heeft onder meer – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
Op 2 september 2024 ben ik mijn broertje en [aangever] naar het [hotel] in Rotterdam gegaan. [aangever] ging met twee jongens praten en daarna praatten ze verder in de auto. In de auto zat al een chauffeur. Plotseling hoorde ik [A] schreeuwen en de auto reed weg. Ik hoorde dat [A] nog schreeuwde tijdens het wegrijden. Ik hoorde iets van 'Help'.
- In een proces-verbaal van bevindingen betreffende onderzoek telefoon 6825157 is onder meer – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
Ik zag dat de volgend gegevens gekoppeld stonden aan de telefoon:- Apple ID: [e-mailadres 1] en [e-mailadres 2]Ik zag dat er een chatgesprek was van 2 september 2024 vanaf 19:43 uur tussen [medeverdachte 1] met telefoonnummer + [telefoonnummer 1] en [medeverdachte 3] met telefoonnummer + [telefoonnummer 2] . Het gesprek gaat vermoedelijk over de ontvoering. [medeverdachte 1] vraagt aan [medeverdachte 3] waarom het zo lang duurt. [medeverdachte 3] geeft aan dat hij niet te veel vragen moet stellen en dat hij bij de weg moet gaan staan zodat hij meteen in de auto kan stappen. [medeverdachte 3] geeft aan dat [medeverdachte 1] ervoor moet zorgen dat de man in het midden moet gaan zitten zodat hij niet weg kan.Ik zag dat er nog een chatgesprek van 2 september 2024 vanaf 17:29 uur was tussen [medeverdachte 1] met telefoonnummer + [telefoonnummer 1] en [B] met telefoonnummer + [telefoonnummer 3] . In het gesprek wordt er een klus (Djoen = straattaal voor klus) besproken en dat [medeverdachte 1] op dit moment met een gijzeling bezig is. Ik herkende dit in het gesprek omdat het woord ' [woord] ' meerdere keren genoemd werd. Vervolgens stuurde [medeverdachte 1] een foto naar [B] van de bestuurder en bijrijder in een Fiat. Ik herkende de bestuurder als zijnde [verdachte] en de bijrijder als zijnde [medeverdachte 2] . De verdachten werden aangehouden in een Fiat Bravo voorzien van kenteken [kenteken] . De bekleding van het voertuig op de foto komt overeen met een standaarduitvoering van een Fiat Bravo. Vermoedelijk is dan ook de foto gemaakt in het voertuig voorzien van kenteken [kenteken] waarmee het strafbare feit mee gepleegd werd.
- In een proces-verbaal van bevindingen betreffende onderzoek telefoon 6825157 is onder meer – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
Ik zag in de groene tekstbollen meermaals de ontvanger ' [verdachte] ' staan. Ook zag ik meerdere groene tekstblokken, de afzender van de telefoon dus, met daarbij de naam ' [naam 2] '. Ik zag hierbij dat de verzender hierbij zijn naam ' [verdachte] ' op gaf. Hierdoor maakte ik op dat de verzender van berichten op de telefoon, en dus de gebruiker van de telefoon, [verdachte] was.Ik zag dat de eigenaar van de telefoon berichten verstuurde onder '( [gebruikersnaam 1] )' en dat er een chatgesprek gevoerd werd met ' [gebruikersnaam 2] '. Dit is het gebruikersaccount van [medeverdachte 2] . Op diezelfde dag, om 20:21 uur, zag ik dat [medeverdachte 2] berichten stuurde naar [verdachte] , dat hij naar het hotel moest rijden. Hierbij gaf [medeverdachte 2] aan: 'nu nu'. Kennelijk was hier haast bij geboden. Op de beelden, zoals omschreven in het proces-verbaal van bevindingen met documentcode 2409051400.AMB, komt de Fiat Bravo om 20:21 uur aanrijden bij het [hotel] . Ik zag ook een chat van [verdachte] waarin hij sprak met een contactpersoon ' [contactnaam] ', met telefoonnummer + [telefoonnummer 4] . Hierin las ik chats tussen [verdachte] en deze persoon, waarin werd gesproken dat [verdachte] ' [gebruikersnaam 3] ' moest ophalen. Hierin had ik sterk het vermoeden dat met ' [gebruikersnaam 3] ' [medeverdachte 2] bedoeld werd. Ook zag ik dat er 'getankt' moest worden voor [verdachte] , hetgeen logisch zou zijn voor
een rit van Almere naar Rotterdam en terug, in zijn Fiat Bravo.
- In een proces-verbaal van bevindingen betreffende onderzoek telefoon 6825157 is onder meer – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
Ik zag dat [medeverdachte 3] een gesprek voerde met een persoon met gebruikersnaam ' [gebruikersnaam 4] '. Ik zag dat hij naar [gebruikersnaam 4] schreef: "Wij gaan met zijn tweeën" en "Die andere mannen blijven in die auto". Gezien het tijdstip van deze berichten (18:20 uur), en het feit dat ik [medeverdachte 3] herkende op de camerabeelden, zoals omschreven in het proces-verbaal van bevindingen met documentnummer 2409051400.AMB, vermoedde ik dat [medeverdachte 3] dit bericht stuurde naar medeverdachte [medeverdachte 2] , in wiens gezelschap hij te zien is enkele momenten later in het [hotel] , waarna de ontvoering/gijzeling plaatsvond.