ECLI:NL:RBMNE:2026:905

ECLI:NL:RBMNE:2026:905

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 12-03-2026
Datum publicatie 11-03-2026
Zaaknummer 12072456 \ UV EXPL 26-21 BJvd/61169
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Kort geding over beveiligingscamera's tussen twee buren. Beide buren vorderen over en weer verwijdering van de camera's. De kantonrechter toetst de camera's aan de AVG.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: 12072456 \ UV EXPL 26-21 BJvd/61169

Vonnis in kort geding van 12 maart 2026

in de zaak van

[eisende partij] ,

wonend in [woonplaats] ,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: [eisende partij] ,

gemachtigde: E.A. Veldhuizen,

tegen

[gedaagde partij] ,

wonend in [woonplaats] ,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: [gedaagde partij] ,

gemachtigde: mr. H.J.F. Oetgens van Waveren Pancras Clifford.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met bijlagen 1 t/m 10,

- de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 34 en de eis in reconventie,- de mondelinge behandeling van 26 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,- de pleitnota van [eisende partij] , - de pleitnota van [gedaagde partij] .

2. De kern van de zaak

[eisende partij] en [gedaagde partij] zijn buren. [gedaagde partij] heeft beveiligingscamera’s op en rondom zijn perceel gehangen. [eisende partij] vordert in deze procedure dat [gedaagde partij] een aantal van de camera’s verwijdert, omdat deze volgens haar een inbreuk maken op haar privacy vanwege het filmen van haar perceel of de openbare weg. [gedaagde partij] vordert op zijn beurt verwijdering van de camera’s die [eisende partij] op haar perceel heeft aangebracht, omdat deze op hun beurt weer een inbreuk maken op zijn privacy. De kantonrechter toetst of de camera’s van [eisende partij] en [gedaagde partij] over en weer een onrechtmatige daad opleveren en oordeelt dat [gedaagde partij] één camera van zijn perceel moet verwijderen en dat [eisende partij] alle camera’s van haar perceel moet verwijderen. [eisende partij] moet ook een lamp van haar perceel verwijderen, omdat deze onrechtmatige hinder oplevert.

3. De achtergrond van het geschil

[eisende partij] is eigenaar van het perceel met woonhuis, erf en tuin gelegen aan het [adres 2] en [adres 3] in [woonplaats] . [eisende partij] woont op [adres 2] en verhuurt [adres 3] . [gedaagde partij] is eigenaar en bewoner van het perceel gelegen aan het [adres 1] . De percelen grenzen allemaal aan elkaar. Het perceel van [gedaagde partij] is een voormalig kloostercomplex met hoofdgebouw, bijgebouwen en een monumentale muur om het perceel heen. Het [straat] is een openbare weg die loopt tot het toegangshek van [eisende partij] . [eisende partij] moet dus van het [straat] gebruik maken om haar perceel te bereiken.

Beide partijen hebben beveiligingscamera’s op hun perceel geïnstalleerd. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen bevestigd dat de bijgevoegde luchtfoto hieronder als uitgangspunt kon worden genomen bij de beoordeling van het geschil. Op de luchtfoto is te zien hoe de percelen van [eisende partij] en [gedaagde partij] zijn gelegen ten opzichte van elkaar en is aangegeven waar de camera’s van [eisende partij] en [gedaagde partij] zijn geplaatst en welke kant deze op filmen. Nummers 1 tot en met 21 zijn camera’s van [gedaagde partij] . De letters A tot en met E wijzen de camera’s van [eisende partij] aan.

4. De beoordeling

in conventie

[eisende partij] stelt dat [gedaagde partij] onrechtmatig handelt tegenover haar, omdat een aantal van zijn (beveiligings-)camera’s haar perceel en/of het [straat] (de openbare weg) filmen. Eén van de camera’s die haar perceel filmen is volgens haar bovendien uitgerust met een microfoon en een lamp die ’s nachts haar woning en perceel verlicht. [eisende partij] vordert daarom in conventie:

(blijvende) verwijdering van alle camera’s op of nabij haar perceel, die niet zodanig zijn opgesteld of ingericht dat daarmee uitsluitend eigen privéterreinen en gebouwen van [gedaagde partij] kunnen worden gefilmd, binnen vijf dagen na betekening van het vonnis, op straffe van een dwangsom van € 10.000,00 per overtreding en € 1.000,00 voor elke dag of dagdeel dat de overtreding voortduurt.

dat de verwijderde camera’s niet op een andere plaats opnieuw geïnstalleerd mogen worden op een manier dat de camera’s daarmee activiteiten van welke aard dan ook op percelen van [eisende partij] dan wel het [straat] vastleggen, op straffe van een onmiddellijk zonder korting of compensatie verschuldigde dwangsom van € 10.000,00 per overtreding.

dat [gedaagde partij] op zijn terrein geen camera’s mag plaatsen binnen een afstand van 100 meter tot de percelen van [eisende partij] die voorzien zijn van een microfoon, op straffe van een onmiddellijk zonder korting of compensatie verschuldigde dwangsom van € 10.000,00 per overtreding.

[eisende partij] heeft een spoedeisend belang bij haar vorderingen

Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat [eisende partij] daarbij een spoedeisend belang heeft. De kantonrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.

[eisende partij] heeft een spoedeisend belang bij haar vorderingen omdat zij stelt dat er een voortdurende inbreuk op haar privacy wordt gemaakt door de camera’s van [gedaagde partij] . Van [eisende partij] kan daarom niet worden verlangd dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht.

De camera’s van [gedaagde partij] die van belang zijn voor deze procedure

Tijdens de mondelinge behandeling is namens [eisende partij] aangeven op welke camera’s van [gedaagde partij] haar vorderingen zien. Het gaat om camera’s 1 tot en met 4 en camera’s 10 tot en met 19.

Over camera’s 10 tot en met 19 oordeelt de kantonrechter dat deze niet zijn gericht op het perceel van [eisende partij] of de openbare weg, maar alleen op het perceel van [gedaagde partij] . Dit is te zien op de luchtfoto en de stippellijnen waarmee de richting van de camera is aangegeven. [eisende partij] heeft nog aangevoerd dat [gedaagde partij] de richting van de camera’s heeft gewijzigd voor deze procedure, maar die stelling heeft [eisende partij] niet onderbouwd. De foto’s die [eisende partij] hiervan stelt te hebben, heeft zij niet overgelegd en in een kort geding procedure is geen ruimte voor nadere bewijslevering. Namens [eisende partij] is tijdens de mondelinge behandeling nog gewezen op de foto’s bij de dagvaarding in bijlage 4 in vergelijking met de foto’s die bij de verklaring van Qcam bij de conclusie van antwoord zijn overgelegd. Volgens [eisende partij] komt de stand van de camera’s zoals deze door haar zijn gefotografeerd niet overeen met de foto’s van Qcam die aangeven hoe het gefilmde camerabeeld eruit ziet en toont dit aan dat het niet anders kan zijn dan dat de camera’s verplaatst zijn (of dat hun richting is veranderd). Voor de kantonrechter is dat echter niet duidelijk geworden op basis van (de vergelijking van) die foto’s. Daarbij is namelijk ook van belang vanuit welke hoek de foto’s van [eisende partij] zijn genomen en dat weet de kantonrechter niet. Dat [gedaagde partij] de richting van de camera’s heeft aangepast, is daarom niet aannemelijk geworden. Gelet op het bovenstaande is de kantonrechter van oordeel dat de camera’s 10 tot en met 19 niet onrechtmatig zijn tegenover [eisende partij] , omdat deze niet de openbare weg of het perceel van [eisende partij] filmen.

Camera 1

Volgens [eisende partij] hangt camera 1 heel hoog (op zes meter) en filmt deze camera het perceel van [eisende partij] . Ook heeft de camera een ingebouwde lamp die de hele nacht brandt en volgens [eisende partij] is de camera uitgerust met een microfoon, waardoor zij continu wordt opgenomen door [gedaagde partij] . [gedaagde partij] heeft een verklaring overgelegd van Qcam, het bedrijf dat de camera’s heeft geïnstalleerd. Daarin staat dat de ingebouwde microfoon van alle bewakingscamera’s altijd wordt afgesloten en dat het niet mogelijk is om geluid op te nemen. Verder staat in de verklaring dat de klant ( [gedaagde partij] dus) het camerabeeld zelf niet kan aanpassen, omdat de klant niet beschikt over het gereedschap dat daarvoor nodig is.

De kantonrechter is van oordeel dat [eisende partij] voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat [gedaagde partij] met camera 1 haar perceel kan filmen. Gelet op de stippellijnen is de camera gericht op de tuinmuur, maar ook op het perceel van [eisende partij] . Ook op foto’s in het dossier is te zien dat de camera zo hoog hangt dat hij ruim over de monumentale muur van [gedaagde partij] heen kan filmen, op het perceel van [eisende partij] . Uit de door [gedaagde partij] overgelegde foto waarop te zien is wat camera 1 filmt, is weliswaar een slechts minimaal deel van het perceel van [eisende partij] te zien, maar daaruit blijkt wel dat het perceel van [eisende partij] gefilmd kan worden door camera 1. Ook blijkt uit de foto’s dat het perceel en de woning van [eisende partij] (deels) worden verlicht door de ingebouwde lamp. Dat de camera ook geluid kan opnemen is vooralsnog niet gebleken. [eisende partij] heeft haar stelling niet nader feitelijk onderbouwd. Gelet op het gemotiveerde verweer van [gedaagde partij] had zij dat wel moeten doen.

Camera’s 2, 3 en 4

Camera 2 en 3 zijn (deels) gericht op de openbare weg en filmen volgens [eisende partij] (een deel van) de parkeerplaats. [eisende partij] stelt dat zij haar perceel niet kan betreden zonder door deze camera’s gefilmd te worden. [gedaagde partij] betwist dit. Volgens [gedaagde partij] filmt camera 2 alleen zijn toegangspoort en niet de openbare weg. Camera 3 filmt volgens [gedaagde partij] alleen de monumentale toren en zijgevel, niet de openbare weg. Op de foto’s van Qcam waarop het beeld te zien is wat camera’s 2 en 3 filmen, is maar een klein deel van de openbare weg te zien, maar dat neemt niet weg dat de openbare weg hiermee gefilmd wordt. Ook camera 4 is gericht op het [straat] en dus gericht op de openbare weg. Dat hiermee een (klein) deel van de openbare weg wordt gefilmd is door [gedaagde partij] niet betwist.

Uit het voorgaande volgt dat camera’s 1 tot en met 4 van [gedaagde partij] mogelijk onrechtmatig zijn tegenover [eisende partij] . Volgens [eisende partij] zijn de gedragingen van [gedaagde partij] (i) aan te merken als een strafbaar feit en om die reden onrechtmatig, maakt [gedaagde partij] (ii) inbreuk op haar privacy, eigendomsrecht en woongenot met de camera’s en handelt [gedaagde partij] (iii) tegenover [eisende partij] in strijd met de in acht te nemen maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm. De kantonrechter zal hierna elke door [eisende partij] aangevoerde grond bespreken en beoordelen of camera’s 1 tot en met 4 onrechtmatig zijn tegenover [eisende partij] .

De kantonrechter kan niet beoordelen of [gedaagde partij] een strafbaar feit pleegt (i)

Over de door [eisende partij] aangevoerde grond onder (i) kan de kantonrechter kort zijn. De vraag of een strafbaar feit is of wordt gepleegd door [gedaagde partij] moet worden beoordeeld door de strafrechter en hoort thuis in een strafrechtprocedure. Zolang niet vaststaat dat er een strafbaar feit door [gedaagde partij] is gepleegd, kan de kantonrechter hier geen oordeel over geven.

Of de camera’s van [gedaagde partij] inbreuk maken op de privacy van [eisende partij] moet worden getoetst aan de hand van de AVG (ii)

De vordering van [eisende partij] moet worden toegewezen als er niet aan de criteria uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is voldaan, omdat dit strijd met een wettelijke plicht oplevert. De kantonrechter stelt vast dat de AVG van toepassing is op de camera’s van [gedaagde partij] . De AVG is namelijk van toepassing voor iedereen die persoonsgegevens verwerkt. Verwerking is een ruim begrip, waar onder andere het verzamelen, vastleggen en opslaan van persoonsgegevens valt. [gedaagde partij] legt met zijn camera’s persoonsgegevens vast omdat personen identificeerbaar in beeld komen en slaat deze gegevens op. Ook deelt [gedaagde partij] de beelden met de politie als dat noodzakelijk is, bijvoorbeeld als de beelden aantonen dat iemand de monumentale muur heeft beschadigd. [gedaagde partij] verwerkt dus persoonsgegevens in de zin van de AVG.

De verwerking van de camerabeelden moet voldoen aan de beginselen uit de AVG

In de AVG staat een aantal basisprincipes waar iedereen die persoonsgegevens verwerkt zich aan moet houden. De kantonrechter zal elk principe langsgaan en beoordelen of [gedaagde partij] hieraan voldoet. De stelplicht en bewijslast dat de camera’s van [gedaagde partij] voldoen aan de wetgeving uit de AVG ligt bij [gedaagde partij] , omdat hij de gegevens verwerkt.

a. De verwerking van de persoonsgegevens door [gedaagde partij] is rechtmatig

De verwerking van persoonsgegevens is rechtmatig als deze gebaseerd is op een grondslag uit de AVG. [gedaagde partij] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij de camerabeelden nodig heeft voor een gerechtvaardigd belang, namelijk het beschermen van zijn eigendommen. Om zijn perceel heen staat een monumentale muur die [gedaagde partij] voor meer dan één miljoen euro heeft laten restaureren. [gedaagde partij] heeft voldoende onderbouwd dat de camera’s nodig zijn om deze muur, maar ook zijn perceel te beschermen. Zo blijkt uit de door hem overgelegde producties dat de muur in het verleden meermaals is beschadigd door graffiti, dat er brand is gesticht bij muur, dat er een vrachtauto tegen de muur is gereden en dat er afval is gedumpt op het perceel van [gedaagde partij] .

b. Camera 1 voldoet niet aan het vereiste van proportionaliteit en subsidiariteit

De camera’s van [gedaagde partij] moeten voldoen aan het vereiste van proportionaliteit en subsidiariteit. Daarvoor is het volgende van belang. [gedaagde partij] heeft de camera’s laten installeren door Qcam, een professionele partij. In een verklaring die namens Qcam is afgelegd staat dat de camera’s zijn ingesteld en geprogrammeerd conform de eisen van de AVG. Volgens de verklaring van Qcam kan de klant het ingestelde camerabeeld niet aanpassen en worden beelden alleen opgeslagen als de camera beweging registreert. Ook worden de beelden maximaal 30 dagen bewaard.

De kantonrechter is voorlopig van oordeel dat hoewel [gedaagde partij] een grondslag heeft voor het verwerken van de persoonsgegevens, deze verwerking voor wat betreft camera 1 niet proportioneel is. [gedaagde partij] heeft namelijk niet uitgelegd waarom deze camera zo hoog moet hangen dat het mogelijk is om met de camera het perceel van [eisende partij] te kunnen filmen. Bovendien: ook als de camera niet het perceel van [eisende partij] zou filmen (zoals [gedaagde partij] stelt) is het niet noodzakelijk om de camera zo hoog te hangen dat bij een kleine aanpassing van de stand van de camera het perceel van [eisende partij] kan worden gefilmd. [gedaagde partij] kan zijn eigendommen ook beschermen als de camera lager hangt en daarmee hoe dan ook niet over de muur heen kan filmen.

Voor camera’s 2,3 en 4 geldt dat voldoende aannemelijk is gemaakt dat deze wel voldoen aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit. De camera’s filmen voor het overgrote deel de eigendommen van [gedaagde partij] en slechts voor een minimaal deel de openbare weg. [gedaagde partij] heeft ook voldoende aannemelijk gemaakt dat een minder ingrijpende maatregel dan camera’s niet afdoende is om zijn eigendommen te beschermen.

c. De verwerking is behoorlijk en transparant

De verwerking van persoonsgegevens mag voor [eisende partij] niet nadelig, onverwacht of misleidend zijn, tenzij dit te rechtvaardigen is. Ook moet het voor [eisende partij] duidelijk zijn hoe en waarom haar persoonsgegevens worden verwerkt. Aan dit vereiste is voldaan. [gedaagde partij] heeft waar camera’s hangen waarschuwingsbordjes geplaatst zodat duidelijk is dat personen kunnen worden gefilmd. [gedaagde partij] heeft verder, gelet op wat er hiervoor over de proportionaliteit en subsidiariteit is overwogen, ook voldoende gesteld dat de verwerking voor [eisende partij] niet nadelig, onverwacht of misleidend is.

d. De gegevens worden voor een duidelijk en gerechtvaardigd doel verzameld

Het moet duidelijk zijn waarom [gedaagde partij] persoonsgegevens verwerkt. Ook mag [gedaagde partij] de persoonsgegevens niet verwerken voor een ander doel. Het doel van [gedaagde partij] is duidelijk en gerechtvaardigd, namelijk de bescherming van zijn eigendommen. Voor de onderbouwing hiervan wordt ook verwezen naar wat de kantonrechter in 4.13 heeft overwogen over de rechtmatigheid. [eisende partij] heeft nog aangevoerd dat [gedaagde partij] de camerabeelden met haar ex heeft gedeeld, maar [eisende partij] heeft dat verder niet onderbouwd. Daar zijn ook geen andere concrete aanwijzingen voor. Dat de persoonsgegevens voor een ander doel dan de bescherming van de eigendommen van [gedaagde partij] wordt gebruikt, is dus niet gebleken. De gegevensverwerking is dus minimaal in de zin van de AVG.

e. De beelden worden niet langer bewaard dan noodzakelijk is voor het doel en de beelden worden afdoende beveiligd

Er mogen niet meer persoonsgegevens worden verwerkt dan noodzakelijk is voor het doel van de verwerking. Ook moeten de persoonsgegevens worden verwijderd zodra ze niet meer nodig zijn voor het doel. Bovendien moeten de gegevens beveiligd worden. [gedaagde partij] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de camerabeelden gedurende 30 dagen worden bewaard en daarna worden verwijderd. Ook blijkt uit de verklaring van Qcam dat de camera’s voldoen aan de vereisten uit de AVG, waaronder de beveiliging van de beelden.

Camera’s 2,3 en 4 voldoen aan de vereisten uit de AVG en maken geen inbreuk op het eigendomsrecht of woongenot van [eisende partij]

Uit de overwegingen hierboven blijkt dat camera’s 2,3 en 4 voldoen aan de vereisten uit de AVG en dat daarom aannemelijk is dat in een bodemprocedure wordt geoordeeld dat deze camera’s geen inbreuk op de privacy (wettelijke plicht) opleveren.

De kantonrechter is voorlopig van oordeel dat deze camera’s ook geen inbreuk maken op het eigendomsrecht en/of woongenot van [eisende partij] en daarom geen onrechtmatige daad opleveren. Gelet op de toetsing aan de hand van de vereisten uit de AVG heeft [gedaagde partij] hiervoor een rechtvaardigingsgrond, namelijk de bescherming van zijn eigendommen. [gedaagde partij] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hiervoor camerabewaking noodzakelijk is. De camera’s voldoen bovendien aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.

Camera’s 2,3 en 4 zijn niet in strijd met hetgeen jegens [eisende partij] volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt (iii)

Ook de stelling van [eisende partij] dat de camera’s van [gedaagde partij] in strijd zijn met wat er volgens de normale omgangsregels van elkaar verwacht mag worden en daarom een onrechtmatige daad opleveren, gaat niet op. Hiervoor geldt ook dat [gedaagde partij] voldoende heeft aangetoond dat hij een rechtvaardigingsgrond heeft, die de eventuele onrechtmatigheid wegneemt. De kantonrechter sluit voor de onderbouwing hiervan aan bij de overweging in 4.21.

[gedaagde partij] moet camera 1 verwijderen

Het voorgaande brengt met zich mee dat aannemelijk is dat in een bodemprocedure wordt geoordeeld dat [gedaagde partij] onrechtmatig handelt tegenover [eisende partij] als het gaat over camera 1, omdat de camera op te hoog hangt. Dat betekent dat de vordering van [eisende partij] tot verwijdering van deze camera zal worden toegewezen. De gevorderde dwangsom zal worden beperkt tot € 500,00 per dag dat [gedaagde partij] niet voldoet aan de vordering tot verwijdering van camera 1, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt. Voor de overige camera’s wordt deze vordering afgewezen.

Omdat hiervoor al is geoordeeld dat [gedaagde partij] camera 1 moet verwijderen, hoeft de stelling van [eisende partij] dat de ingebouwde lamp van camera 1 onrechtmatige lichthinder veroorzaakt op haar perceel niet meer te worden besproken.

De overige vorderingen van [eisende partij] worden afgewezen

De kantonrechter is voorlopig van oordeel dat niet aannemelijk is dat de overige vorderingen van [eisende partij] in een bodemprocedure zullen worden toegewezen en zal deze vorderingen daarom in dit kort geding afwijzen. [eisende partij] heeft niet onderbouwd waarom een preventief verbod nodig is voor het ophangen van de verwijderde camera op een andere plaats zodat de openbare weg of het perceel van [eisende partij] niet meer gefilmd kan worden daardoor. De vordering is bovendien onvoldoende concreet. Zoals hiervoor is overwogen, heeft [gedaagde partij] een gerechtvaardigd belang bij het ophangen van beveiligingscamera’s. Ook als daarmee een deel van de openbare weg of het perceel van [eisende partij] wordt gefilmd, levert dit niet direct een onrechtmatige daad op tegenover [eisende partij] . Als [gedaagde partij] nieuwe camera’s ophangt en [eisende partij] vindt dat hij daarmee onrechtmatig handelt, zal dit opnieuw moeten worden voorgelegd ter beoordeling aan de rechter. Ten slotte heeft [gedaagde partij] voldoende onderbouwd dat zijn camera’s geen geluid opnemen, terwijl [eisende partij] niets daartegenover heeft gesteld waaruit het tegendeel zou blijken. Er is geen aanleiding om te vermoeden dat [gedaagde partij] van plan is camera’s met een microfoon te plaatsen zodat hij [eisende partij] kan afluisteren. Daarom wordt ook de derde vordering van [eisende partij] afgewezen.

De proceskosten in conventie worden gecompenseerd

Omdat beide partijen gedeeltelijk ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

in reconventie

De vorderingen van [gedaagde partij] in reconventie komen op hetzelfde neer als de vorderingen van [eisende partij] in conventie. [gedaagde partij] stelt dat [eisende partij] onrechtmatig handelt tegenover hem doordat een aantal van haar (beveiligings)camera’s zijn perceel en/of de openbare weg filmen. Ook stelt hij dat [eisende partij] lichthinder veroorzaakt door een lamp met bewegingssensor. [gedaagde partij] vordert onder andere in reconventie dat [eisende partij] camera’s A tot en met E en de lamp moet verwijderen.

[gedaagde partij] heeft een spoedeisend belang bij zijn vorderingen

Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat [gedaagde partij] daarbij een spoedeisend belang heeft. De kantonrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.

Net als voor [eisende partij] geldt voor [gedaagde partij] dat hij een spoedeisend belang heeft bij zijn vorderingen omdat hij stelt dat er een voortdurende inbreuk op zijn privacy wordt gemaakt door de camera’s van [eisende partij] en haar lamp voortdurend onrechtmatige lichthinder veroorzaakt.

Camera’s A t/m E van [eisende partij] filmen het perceel van [gedaagde partij] of de openbare weg

[gedaagde partij] stelt dat alle camera’s van [eisende partij] onrechtmatig zijn. Camera’s A en B zijn deurbelcamera’s die hangen aan het toegangshek van [eisende partij] en zijn gericht op de parkeerplaats en de openbare weg. Deze camera’s nemen volgens [gedaagde partij] ook geluid op. [eisende partij] stelt dat deze camera’s alleen wanneer er wordt aangebeld een beeld- en geluidverbinding tot stand brengen, zodat [eisende partij] kan zien wie er bij haar aanbelt. Er wordt volgens [eisende partij] geen geluid opgenomen met de deurbelcamera’s. Camera C hangt net als camera’s A en B aan het toegangshek van [eisende partij] . Op de door [eisende partij] overgelegde foto die het beeld toont van wat er met camera C wordt gefilmd, is te zien dat deze camera de openbare weg en de poort en ingang van [gedaagde partij] filmt. [gedaagde partij] stelt dat deze camera ook geluid opneemt, maar [eisende partij] betwist dat. Camera’s D en E filmen een stukje over de muur van [gedaagde partij] in zijn tuin.

Uit het bovenstaande blijkt dat [eisende partij] met al haar camera’s het perceel van [gedaagde partij] filmt of de openbare weg. Dat is door [eisende partij] ook niet betwist, anders dan de stelling dat er met de camera’s slechts een klein deel van het perceel van [gedaagde partij] of de openbare weg wordt gefilmd. Dat de camera’s ook geluid opnemen is door [gedaagde partij] niet aannemelijk gemaakt en wordt door [eisende partij] betwist. [eisende partij] heeft het merk en type camera doorgegeven en heeft onderbouwd dat deze camera’s geen mogelijkheid bieden voor het opnemen van geluid. De kantonrechter oordeelt daarom dat het niet aannemelijk is geworden dat de camera’s van [eisende partij] geluid (kunnen) opnemen.

De camera’s van [eisende partij] moeten voldoen aan de AVG

Voor de camera’s van [eisende partij] geldt hetzelfde toetsingskader als voor de camera’s van [gedaagde partij] . Dat betekent dat de vordering van [gedaagde partij] moet worden toegewezen als de camera’s van [eisende partij] niet aan de criteria uit de AVG voldoen, omdat dit strijd met een wettelijke plicht oplevert. De kantonrechter stelt vast dat de AVG van toepassing is op de camera’s van [eisende partij] . [eisende partij] legt met haar camera’s persoonsgegevens (namelijk herkenbare personen) vast. Dat zij de beelden niet zou opslaan of zou delen maakt voor de toepassing van de AVG niet uit. Ook [eisende partij] verwerkt dus persoonsgegevens in de zin van de AVG.

[eisende partij] heeft niet aannemelijk gemaakt dat haar camera’s voldoen aan de regels uit de AVG

De stelplicht en bewijslast voor de vraag of haar camera’s voldoen aan de AVG ligt bij [eisende partij] , omdat zij de persoonsgegevens verwerkt. [eisende partij] heeft niet aannemelijk gemaakt haar camera’s voldoen aan de AVG, omdat zij hierover niets heeft gesteld. Volgens [eisende partij] zijn de camera’s geïnstalleerd door een gecertificeerd bedrijf, maar die stelling heeft zij op geen enkele manier onderbouwd. Zelfs de naam van het bedrijf wist [eisende partij] niet meer. De kantonrechter is het met [eisende partij] eens dat er met haar camera’s maar een minimaal deel van het perceel van [gedaagde partij] of de openbare weg wordt gefilmd, maar dat is niet de enige afweging die meetelt bij de vraag of de camera’s onrechtmatig zijn tegenover [gedaagde partij] . Omdat [eisende partij] niet heeft gesteld of onderbouwd dat haar camera’s voldoen aan de beginselen uit de AVG (zoals genoemd in dit vonnis onder punt 4.13 tot en met 4.19), is niet aannemelijk is geworden dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat de camera’s van [eisende partij] aan de AVG voldoen. De kantonrechter is daarom van oordeel dat de camera’s van [eisende partij] onrechtmatig zijn tegenover [gedaagde partij] .

[eisende partij] heeft geen rechtvaardigingsgrond voor haar camera’s

Dat [eisende partij] een rechtvaardigingsgrond heeft voor de camera’s is niet gebleken. Zij stelt wel dat de camera’s nodig zijn voor haar veiligheid, maar zij heeft dit niet onderbouwd. Volgens [eisende partij] kan de toegangspoort die camera C filmt makkelijk worden opgeduwd, maar dat zij daardoor een concreet veiligheidsrisico loopt is niet gebleken. [eisende partij] stelt ook dat [gedaagde partij] haar perceel in het verleden meerdere malen zonder toestemming heeft betreden en dat de camera’s daarom noodzakelijk zijn. Ter onderbouwing noemt [eisende partij] dat [gedaagde partij] foto’s zou hebben overgelegd in een eerdere procedure die tussen partijen is gevoerd over de schuur van [eisende partij] . Mogelijk ging [eisende partij] ervanuit dat met het doorgeven van het zaaknummer de kantonrechter toegang zou hebben tot dit dossier en/of de foto’s zou opzoeken, maar dat is niet het geval. Deze foto’s heeft [eisende partij] niet overgelegd en daarom is ook niet aannemelijk geworden dat [gedaagde partij] in het verleden haar perceel zonder toestemming heeft betreden. Dat betekent dat [eisende partij] voor haar camera’s geen rechtvaardigingsgrond heeft die de onrechtmatigheid daarvan wegnemen.

[eisende partij] moet haar camera’s verwijderen

Gelet op wat hierboven is overwogen, leveren camera’s A tot en met E van [eisende partij] een onrechtmatige daad op tegenover [gedaagde partij] . De vordering van [gedaagde partij] om [eisende partij] te veroordelen tot het verwijderen van camera’s A t/m E zal daarom worden toegewezen. Voor de termijn hiervan wordt aangesloten bij de termijn waarop [gedaagde partij] camera 1 moet verwijderen, namelijk binnen vijf dagen na betekening van het vonnis. [eisende partij] moet een dwangsom van € 500,00 aan [gedaagde partij] betalen per camera en per dag dat [eisende partij] deze veroordeling niet nakomt, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt.

Omdat de primaire vordering van [gedaagde partij] wordt toegewezen, hoeven de subsidiaire vordering van [gedaagde partij] tot verplaatsing van de camera’s en de vordering dat inzage wordt gegeven in de camerabeelden na het verplaatsen niet te worden besproken.

De lamp van [eisende partij] levert onrechtmatige lichthinder op

[eisende partij] heeft een lamp opgehangen die haar toegangspoort en een deel van de parkeerplaats verlicht. Volgens [gedaagde partij] veroorzaakt deze lamp onrechtmatige lichthinder. De Hoge Raad heeft bepaald dat de vraag of er sprake is van onrechtmatige (licht)hinder afhankelijk is van de aard, ernst en duur van de hinder en de daardoor veroorzaakt schade in verband met de verdere omstandigheden van het geval.

Volgens [gedaagde partij] verblindt de lamp van [eisende partij] hem en zijn bezoekers. [eisende partij] betwist dat de lamp verblindend is en stelt dat door de ingebouwde bewegingssensor de lamp slechts enkele minuten aanspringt bij beweging. Hoewel de lamp een bewegingssensor heeft en dus niet de hele nacht aanstaat, springt de lamp volgens [gedaagde partij] wel heel vaak aan, omdat [adres 3] door [eisende partij] wordt verhuurd aan studenten die ’s nachts vaak op pad zijn. Dat is door [eisende partij] niet weersproken. Ook heeft [eisende partij] niet weersproken dat de lamp een sterkte van 4.750 lumen heeft (wat overeenkomt met een LED-lamp van 50 Watt) en dat deze lamp daarmee zo’n tien keer krachtiger is dan de ingebouwde lamp van camera 1 waar [eisende partij] over klaagde. Bovendien heeft [eisende partij] niet onderbouwd waarom zij de lamp nodig heeft en waarom er geen lamp kan worden opgehangen met een minder hoge sterkte. Alles bij elkaar opgeteld levert een lamp van deze sterkte in de gegeven omstandigheden naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter daarom onrechtmatige hinder op voor [gedaagde partij] .

[eisende partij] moet de lamp verwijderen

Omdat aannemelijk is dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat de lamp van [eisende partij] onrechtmatige lichthinder veroorzaakt, zal de vordering van [gedaagde partij] om [eisende partij] te gebieden om de lamp te verwijderen en verwijderd te houden. [eisende partij] moet dit binnen vijf dagen na betekenis van het vonnis doen, anders moet zij een dwangsom van € 500,00 per dag aan [gedaagde partij] betalen tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt.

De vordering van [gedaagde partij] dat de kantonrechter [eisende partij] verbiedt om op andere plaatsen op haar perceel lichtbronnen te plaatsen waarmee op het perceel van [gedaagde partij] geschenen kan worden, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt, zal worden afgewezen. Deze vordering is te breed en te algemeen geformuleerd. [eisende partij] heeft namelijk het recht (een) andere lichtbron(nen) te plaatsen op haar perceel, zolang dit geen onrechtmatige hinder oplevert voor [gedaagde partij] .

De overige vorderingen van [gedaagde partij] worden afgewezen

[gedaagde partij] vordert dat de kantonrechter [eisende partij] verbiedt om nieuwe camera’s op haar perceel te plaatsen die (de indruk geven dat zij) het perceel van [gedaagde partij] (kunnen) filmen, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt. Deze vordering zal worden afgewezen. Ook voor deze vordering geldt dat de vordering te algemeen is en te breed geformuleerd. Het staat [eisende partij] vrij om nieuwe camera’s te plaatsen zolang deze geen onrechtmatige daad opleveren tegenover [gedaagde partij] . Als [gedaagde partij] vindt dat [eisende partij] met eventuele nieuwe camera’s een inbreuk maakt op zijn privacy geldt ook voor [gedaagde partij] dat hij opnieuw een geschil kan voorleggen aan de rechter.

Ook de vordering van [gedaagde partij] dat de kantonrechter [eisende partij] verbiedt om op andere plaatsen op haar perceel microfoons te plaatsen waarmee geluid kan worden opgenomen afkomstig van het perceel van [gedaagde partij] , op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt, zal worden afgewezen. De vordering is onvoldoende concreet en er zijn geen aanwijzingen dat [eisende partij] microfoons heeft geplaatst of zal gaan plaatsen om geluid afkomstig van het perceel van [gedaagde partij] op te nemen.

De proceskosten in reconventie worden gecompenseerd

Omdat beide partijen gedeeltelijk ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

in conventie en in reconventie

Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad

De kantonrechter zal de beslissing in conventie en reconventie uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als een van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

5. De beslissing

De kantonrechter

in conventie

veroordeelt [gedaagde partij] om de camera die op de luchtfoto als te zien onder punt 3.2. van dit vonnis is aangeduid als camera 1, te verwijderen en verwijderd te houden, binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis;

veroordeelt [gedaagde partij] om aan [eisende partij] een dwangsom te betalen van € 500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet aan de veroordeling in 5.1. voldoet, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt,

compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

veroordeeld [eisende partij] om de camera’s die op de luchtfoto als te zien onder punt 3.2. van dit vonnis zijn aangeduid als camera’s A tot en met E, te verwijderen en verwijderd te houden, binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis;

veroordeelt [eisende partij] om de lamp als getoond in productie 23 van de conclusie van antwoord, te verwijderen en verwijderd te houden, binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis;

veroordeelt [eisende partij] om aan [gedaagde partij] een dwangsom te betalen van € 500,00 per dag of gedeelte daarvan dat [eisende partij] de veroordeling in 5.6. en/of 5.7. niet nakomt, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt,

compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.G. Nicholson en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?