RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 9 maart 2026 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoekers
de burgemeester van de gemeente Lelystad
Als derde-partij neemt aan de zaak deel:
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/1859
(gemachtigde: mr. J.M. Koppert),
en
(gemachtigde: D. Sahbaz-Gökcan).
Woonstichting Centrada
Procesverloop
1. Met het bestreden besluit van 26 februari 2026 heeft de burgemeester de woning op de [adres] in [plaats] gesloten op grond van artikel 174a van de Gemeentewet, voor de duur van 2 weken. Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Verzoekers hebben de voorzieningenrechter verzocht om op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een ordemaatregel te treffen, die inhoud dat het besluit van 26 februari 2026 wordt opgeschort totdat het verzoek op de zitting kan worden behandeld, dan wel een orde maatregel te treffen die recht doet aan hun belangen.
2. De burgemeester heeft op 9 maart 2026 telefonisch aan de griffier meegedeeld geen passende oplossing te kunnen bedenken of de woningsluiting eerder op te heffen.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaande aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
4. Aan de woningsluiting op grond van artikel 174a, eerste lid, onder b, van de Gemeentewet heeft de burgemeester ten grondslag gelegd dat er op 26 februari 2026 omstreeks 01:30 uur een explosie heeft plaatsgevonden bij de voordeur van verzoekers aan de [adres] in [plaats] . Hierdoor zijn meerdere ruiten gesprongen, dakplaten van de carport vernield, meerdere deuren ontzet en is het voor de deur geparkeerde voertuig beschadigd geraakt. Door de explosieven verkenningsdienst is vastgesteld dat gebruik is gemaakt van zogenaamd DumBum vuurwerk. Omdat uitvoering van het bestreden besluit voor verzoekers het zwaarwegende gevolg heeft dat zij momenteel in hun auto overnachten, terwijl er minderjarige kinderen deel uitmaken van het gezin en er verschillende medische omstandigheden zijn ten aanzien van enkele gezinsleden, ziet de voorzieningenrechter, gelet op alle betrokken belangen, aanleiding om met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van de Awb de volgende maatregel te treffen. De burgemeester moet per direct voorzien in passende huisvesting tot in ieder geval 12 maart 2026. Passende huisvesting betreft in dit geval een overnachting in een hotel, een ander soort recreatief-verblijf of tijdelijke woning waarbij er rekening wordt gehouden met de medische omstandigheden van de betrokken gezinsleden.
5. De aard van deze beslissing als ordemaatregel, maakt dat de situatie waarin het gezin momenteel verkeert, niet langer kan voortduren. De voorzieningenrechter vindt het noodzakelijk dat het verzoek om een voorlopige voorziening spoedig op een zitting wordt behandeld. De zaak wordt daarom op 11 maart 2026 op zitting behandeld. Uiterlijk twee weken na de zitting zal worden beoordeeld of er aanleiding bestaat om in afwachting van de beslissing op bezwaar van de burgemeester, de nu getroffen voorziening voort te zetten, op te heffen of te wijzigen. Dan zal ook beslist worden over de proceskosten en het griffierecht.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en beslist dat de burgemeester per direct moet zorgen voor passende huisvesting voor het gehele gezin.
Deze uitspraak is gedaan door mr. ing. A. Rademaker, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.L.H. Thomas, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2026.
De griffier is verhinderd
deze uitspraak te ondertekenen.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.