ECLI:NL:RBMNE:2026:981

ECLI:NL:RBMNE:2026:981

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 04-03-2026
Datum publicatie 16-03-2026
Zaaknummer C/16/554596 / HA ZA 23-260
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBMNE:2025:4223
Formele relatie: ECLI:NL:RBMNE:2024:3143

Samenvatting

Hoofdzaak en vrijwaring. In dit eindvonnis oordeelt de rechtbank dat eiseres in hoofdzaak recht heeft op betaling van de aannemer van een bedrag van 12.044,75 plus rente en kosten. De onderaannemer moet dat weer aan de aannemer betalen.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht

Zittingsplaats Utrecht

Vonnis van 4 maart 2026

in de zaak met zaaknummer: C/16/554596 / HA ZA 23-260 van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres,

advocaat: mr. S.H. Bloembergen-Nooter te Arnhem,

tegen

1. [gedaagde sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. J. Witvoet te Langbroek,2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. F.P.W. Kralt te Utrecht,

gedaagden,

En in de zaak met zaaknummer: C/16/560526 HA ZA 23-488 van

[eiser in conventie]

wonende te [woonplaats] ,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat: mr. J. Witvoet te Langbroek,

tegen

[gedaagde in conventie] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat: mr. F.P.W. Kralt te Utrecht,

Partijen zullen hierna [eiseres] , [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] genoemd worden.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 20 augustus 2025,

- het deskundigenbericht van 18 november 2025,

- de conclusie na aanvullend deskundigenbericht en vermindering van eis van [eiseres] ,

- de conclusie na aanvullend deskundigenbericht van [gedaagde sub 1] ,

- de conclusie na aanvullend deskundigenbericht van [gedaagde sub 2] ,

- de antwoordconclusie na aanvullend deskundigenbericht van [eiseres] ,

- de conclusie van antwoord na aanvullend deskundigenbericht van [gedaagde sub 1] ,

- de antwoordakte van [gedaagde sub 2] .

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De kern van de zaak

In dit eindvonnis oordeelt de rechtbank dat [eiseres] recht heeft op betaling door [gedaagde sub 1] van een bedrag van 12.044,75 plus rente en kosten. [gedaagde in conventie] moet dat weer aan [eiser in conventie] betalen.

3. De verdere beoordeling

de hoofdzaak

Het antwoord van [deskundige] op de aanvullende vragen van de rechtbank

In het deskundigenrapport van [deskundige] van 13 februari 2025 zijn de kosten voor herstel van het werk en de schade begroot op € 5.100,00 inclusief btw. De rechtbank heeft in haar vonnis van 20 augustus 2025 nadere vragen gesteld.

Uit het aanvullende deskundigenrapport van 18 november 2025 volgt dat de herstelkosten voor het stuc- en of reparatiewerk in de bijkeuken en garage niet zijn opgenomen in de begroting van de herstelkosten in het rapport van 13 februari 2025. Deze kosten worden door [deskundige] begroot op € 828,00 inclusief btw. Deze gebreken in de bijkeuken en garage waren voor [gedaagde sub 2] voorzienbaar, aldus [deskundige] .

Verder concludeert [deskundige] in het aanvullend deskundigenbericht dat het spuitwerk bij het plafond en de muren met gipsplaten in de bijkeuken en garage niet glad en vlak zijn, de reparaties nog duidelijk zichtbaar waren en dat dit voorzienbaar voor [gedaagde sub 2] was. De kosten voor het herstel hiervan, of een redelijke vergoeding hiervoor, is volgens [deskundige] € 1.286,00 inclusief btw.

De rechtbank heeft met dit aanvullend deskundigenbericht voldoende informatie om een eindbeslissing te nemen, namelijk dat [gedaagde sub 1] aan [eiseres] € 7.180,55 als schadevergoeding voor de herstelkosten moet betalen.

[gedaagde sub 1] is tekortgeschoten in de nakoming van de aannemingsovereenkomst met [eiseres]

[gedaagde sub 1] moet de schade van [eiseres] vergoeden. [gedaagde sub 1] is namelijk tekortgeschoten in de nakoming van de aannemingsovereenkomst met [eiseres] als gevolg van de door [gedaagde sub 2] uitgevoerde spuitwerkzaamheden. [gedaagde sub 1] is als hoofdaannemer namelijk aansprakelijk voor eventuele schade van [eiseres] als gevolg van de door [gedaagde sub 2] verrichte werkzaamheden. Over de werkzaamheden van [gedaagde sub 2] heeft [deskundige] geoordeeld dat het niet overal aan de kwaliteitseisen van goed en deugdelijk werk voldoet. Zo heeft [deskundige] de volgende gebreken aan het werk vastgesteld:

slordig kitwerk in de twee slaapkamers aan de voorzijde,

de kwaliteit van het spuitwerk is onvoldoende en de ondergrond is niet overal goed voorbewerkt in de bijkeuken/garage en de inloopkast van de slaapkamer aan de achterzijde van de woning,

een deel van de muur boven de keukenkasten in de bijkeuken is niet gespoten,

in de woonkamer is op één plek lichte schade ontstaan waarbij het verfsysteem loskomt,

het spuitwerk bij een muur rond een binnendeurkozijn van een slaapkamer is matig, en

vervuiling in de vorm van witte spetters, nevel of vegen in meer of mindere mate bij diverse onderdelen zoals keukenkasten, handgrepen, stofdorpels, een wasbak, de onderzijde van een vensterbank en het keukenblad in de bijkeuken.

Daarnaast heeft de deskundige de volgende gevolgschade vastgesteld:

witte vlekken en druppels op het tegel- en voegwerk van de vloer in de garage/bijkeuken,

spetters die duiden op de aanwezigheid van verf aanwezig op de vensterbanken en wastafels,

een geringe witte vervuiling bij de airco, en

witte vlekken/vegen en spetters/spuitnevel aanwezig op de grepen, aftimmering, de stolwand en de diverse kastdeurtjes met een houtfineer, die deels zijn terug te voeren op een besmetting door verf.

Daarnaast heeft [gedaagde sub 2] niet voldaan aan zijn waarschuwingsplicht door [eiseres] niet te waarschuwen voor het door vof [bedrijf] ondeugdelijk verrichte stucwerk. Zo stelt [deskundige] in zijn eerste rapport vast dat plaatselijk gebreken zichtbaar zijn die verband houden met onregelmatigheden in de (oude) ondergrond of verflaag of de nieuw aangebrachte stuclaag, die deels voor [gedaagde sub 2] voorzienbaar waren. Ook uit het aanvullend deskundigenrapport volgt dat het stuc- en reparatiewerk, met name ter plaatse van de plaatnaden van de gipsplaten, ongeschikt was om fatsoenlijk schilder- of spuitwerk te verrichten en dat voor [gedaagde sub 2] ook voorzienbaar was. Hetzelfde geldt voor de door vof [bedrijf] verrichte reparaties bij het plafond en de muren met gipsplaten. Desondanks heeft [gedaagde sub 2] zijn spuitwerkzaamheden in het huis van [eiseres] verricht, zonder [eiseres] of [gedaagde sub 1] hiervoor te waarschuwen.

Daarom wordt de verklaring van recht dat [gedaagde sub 1] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de met [eiseres] gesloten overeenkomst en hij dus jegens [eiseres] schadeplichtig is, toegewezen.

De door [eiseres] herstelde gebreken blijven voor haar risico

In het tussenvonnis van 20 augustus 2025 heeft de rechtbank overwogen dat de gebreken, die [deskundige] niet heeft kunnen vaststellen omdat deze inmiddels door [eiseres] waren hersteld, niet vast staan. Dit is een bindende eindbeslissing. In de conclusie na aanvullend deskundigenbericht maakt [eiseres] bezwaar tegen dit oordeel. De rechtbank zal niet terugkomen op deze eindbeslissing, omdat er volgens haar geen sprake is van een uitspraak die berust op een feitelijk of juridisch onjuiste grondslag. Het door [eiseres] omschreven procesverloop maakt dit niet anders. De rechtbank wist tijdens het benoemen van de deskundige en het formuleren van de vragen niet dat [eiseres] een deel van de gebreken had laten herstellen. De rechtbank begrijpt dat [eiseres] de spuitwerkzaamheden heeft willen laten herstellen gelet op de lange periode vanaf het uitvoeren van de werkzaamheden door Berrens en de benoeming van [deskundige] als onafhankelijk deskundige. [eiseres] had echter een voorlopig deskundigenbericht kunnen vragen voordat zij de werkzaamheden liet herstellen, zodat het werk kon worden beoordeeld voordat het werd hersteld. Ook had [eiseres] suggesties kunnen doen voor de vraagstelling aan de deskundige om deze gebreken ondanks herstel aan de deskundige voor te leggen.

Het standpunt van [eiseres] dat zij niet had hoeven te verwachten dat de rechtbank een deskundige zou benoemen, maakt de beslissing niet anders. Volgens [eiseres] had de rechtbank niet mogen besluiten om een deskundige te benoemen voor het vaststellen van niet-betwiste feiten. Maar van niet-betwiste feiten is geen sprake. [gedaagde sub 2] heeft zich namelijk primair op het standpunt gesteld dat het spuitwerk goed is uitgevoerd. Bovendien komen de conclusies en bevindingen van de rapporten van [deskundige] en [deskundige] niet volledig overeen en was het bij de benoeming van [deskundige] nog de vraag in hoeverre [gedaagde sub 2] is tekortgeschoten in de nakoming van de aannemingsovereenkomst. Dit heeft de rechtbank ook al eerder geoordeeld.

De rechtbank zal hetgeen [eiseres] in 3 tot en met 19 van haar conclusie na deskundigenbericht hierover heeft aangevoerd daarom buiten toepassing laten bij haar oordeel. Als [eiseres] het niet met de bindende eindbeslissing eens is, zal zij in hoger beroep moeten gaan. Voor dit debat is in de conclusie na deskundigenbericht geen plaats.

Dit brengt mee dat de rechtbank de schade van [eiseres] zal begroten op basis van de door [deskundige] begrote herstelkosten en schade.

[gedaagde sub 1] moet aan [eiseres] € 12.044,75 betalen

De door [gedaagde sub 1] te vergoeden schade voor herstelkosten en schade is € 7.180,55

Na vermindering van eis vordert [eiseres] € 37.493,30 als vervangende schadevergoeding voor de herstelkosten en schade. De rechtbank zal € 7.180,55 als schadevergoeding toewijzen. Dit bedrag komt overeen met de door [deskundige] vastgestelde kosten voor herstel van het werk in zijn rapportages. De herstelkosten in het eerste rapport werden begroot op € 5.065,95 inclusief btw. Ten onrechte waren hierin nog niet opgenomen de herstelkosten voor het stuc-of herstelwerk in de bijkeuken en garage en het schilderwerk bij het plafond en de muren met gipsplaten. Deze herstelkosten worden door [deskundige] begroot op € 2.114,60 inclusief btw. Deze kosten komen wel voor vergoeding in aanmerking, omdat deze gebreken voorzienbaar waren en [gedaagde sub 2] daarvoor had moeten waarschuwen.

[eiseres] vindt dat de begroting van de kosten en schade van [deskundige] niet klopt en te laag is. Zij verwijst hierbij onder andere naar de door [deskundige] en [deskundige] begrote kosten. Maar het staat [deskundige] als deskundige vrij om af te wijken van deze begroting, mits hij de door hem begrote bedragen voldoende onderbouwt. Dat laatste heeft [deskundige] in beide rapporten gedaan. De rechtbank gaat dan ook uit van de juistheid van de door [deskundige] begrote herstelkosten en schade.

In het tussenvonnis van 20 augustus 2025 heeft de rechtbank ook al geoordeeld dat zij uitgaat van de juistheid van de door [deskundige] begrote herstelkosten en schade. Ook dit is een bindende eindbeslissing. [eiseres] voert in 27 tot en met 37 van haar conclusie na deskundigenbericht aan waarom deze kostenbegroting anders zou moeten uitvallen. Maar hierover heeft de rechtbank al in haar tussenvonnis van 20 augustus 2025 geoordeeld. Deze stellingen zijn dus een verkapt hoger beroep en horen niet in de conclusie na deskundigenbericht.

Het niet voldoen aan de waarschuwingsplicht leidt ertoe dat nakoming blijvend onmogelijk is. Verzuim is dus niet vereist. [eiseres] hoefde [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] dan ook niet in gebreke te stellen.

Thiele moet aan [eiseres] € 4.864,20 voor onderzoekskosten betalen

Naast vervangende schadevergoeding vordert [eiseres] de kosten van het onderzoek van [deskundige] . Dit zijn redelijke kosten ter vaststelling van de schade. Uit de factuur van [deskundige] volgt dat deze kosten € 4.864,20 bedragen. [gedaagde sub 1] heeft deze kosten betwist, omdat [eiseres] voor deze expertisekosten bij Klaverblad verzekerd zou zijn en dus geen schade heeft. Dat standpunt is onjuist. Uit de e-mail van Klaverblad van 4 augustus 2023 volgt dat [eiseres] verplicht is deze kosten zoveel mogelijk te verhalen op de aansprakelijke partij, in dit geval [gedaagde sub 1] . De hoogte van de factuur is verder niet betwist. Daarom moet [gedaagde sub 1] € 4.864,20 als vergoeding voor de onderzoekskosten aan [eiseres] betalen.

[gedaagde sub 1] moet de buitengerechtelijke kosten van [eiseres] betalen

[eiseres] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiseres] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eiseres] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 895,45 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal ook worden toegewezen.

[gedaagde sub 1] moet de kosten van de rechtbankdeskundige betalen

[deskundige] heeft voor zijn onderzoek € 2.435,13 in rekening gebracht. [eiseres] heeft die kosten betaald. Op grond van de wet komen kosten voor vaststelling van schade en aansprakelijkheid voor vergoeding in aanmerking als zij in redelijkheid zijn gemaakt en de omvang redelijk is. Daarvan is sprake. [gedaagde sub 1] heeft geen verweer gevoerd tegen de hoogte van de kosten van [deskundige] . Dat betekent dat [gedaagde sub 1] wordt veroordeeld om € 2.435,13 aan [eiseres] te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente zoals vermeld in de beslissing.

De schadevordering van [eiseres] tegen [gedaagde sub 2] wordt afgewezen

De door [eiseres] gevorderde verklaring van recht dat [gedaagde sub 2] onrechtmatig tegen haar heeft gehandeld en de daarop gebaseerde schadevordering worden afgewezen. Zoals in het tussenvonnis van 15 mei 2024 al is geoordeeld, heeft [eiseres] onvoldoende onderbouwd dat [gedaagde sub 2] tegen haar onrechtmatig heeft gehandeld.

De proceskosten van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] worden gecompenseerd

[eiseres] heeft gelijk gekregen dat [gedaagde sub 1] aansprakelijk is voor haar schade, maar een aanzienlijk deel van de door [eiseres] gevorderde schade wordt afgewezen. [eiseres] vorderde bij dagvaarding € 72.085,83, en na eisvermindering € 37.493,30, als vervangende schadevergoeding. Uiteindelijk wordt daarvan slechts € 7.180,55 toegewezen. Dat is fors minder. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd. Dit betekent dat [gedaagde sub 1] en [eiseres] ieder hun eigen kosten dragen.

De proceskosten van [gedaagde sub 2] moeten door [eiseres] worden vergoed

De vorderingen in hoofdzaak van [eiseres] tegen [gedaagde sub 2] zijn afgewezen. [eiseres] is dan ook in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van [gedaagde sub 2] betalen. De proceskosten van [gedaagde sub 2] worden begroot op:

- griffierecht

1.301,00

- salaris advocaat

1.290,00

(2 punten × factor 0,5 × € 1.290,00)

- nakosten

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

2.780,00

In deze begroting van de proceskosten worden voor de berekening van het salaris advocaat alleen de conclusie van antwoord in hoofdzaak van [gedaagde sub 2] en de mondelinge behandeling van 14 maart 2024 steeds voor een half punt meegerekend. In deze conclusie en tijdens deze mondelinge behandeling heeft [gedaagde sub 2] expliciet verweer gevoerd tegen de schadevordering van [eiseres] die gebaseerd is op onrechtmatige daad. De andere akten die in de hoofdzaak zijn gewisseld, worden niet meegenomen in de begroting, omdat die niet zien op de vordering van [eiseres] tegen [gedaagde sub 2] . De vergoeding is beperkt tot een half punt per verrichting. De reden daarvoor is dat het verweer van [gedaagde sub 2] tegen de aansprakelijkheidsstelling door [eiseres] inhoudelijk gelijk is aan het verweer van [gedaagde sub 2] tegen de vordering tot vrijwaring van [gedaagde sub 1] . Verder is op de comparitie in de aansprakelijkheidsstelling door [eiseres] ook de vrijwaringszaak tussen [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] behandeld.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

de vrijwaringszaak

in conventie

[gedaagde in conventie] moet [eiser in conventie] vrijwaren voor zijn schuld aan [eiseres]

In de vrijwaring speelt de vraag of [gedaagde in conventie] veroordeeld moet worden om [eiser in conventie] te vrijwaren voor zijn veroordelingen in de hoofdzaak. Deze vraag moet bevestigend worden beantwoord. De rechtbank heeft in haar vonnis van 15 mei 2024 al geoordeeld dat [gedaagde in conventie] de bewuste spuitwerkzaamheden in onderaanneming voor [eiser in conventie] heeft verricht. Zoals in de hoofdzaak (hierboven) is geoordeeld heeft [gedaagde in conventie] ondeugdelijk werk geleverd en niet voldaan aan zijn plicht om te waarschuwen voor een onvoldoende resultaat. [gedaagde in conventie] is dan ook als feitelijk uitvoerder van de spuitwerkzaamheden in de woning van [eiseres] aansprakelijk. De vordering om [gedaagde in conventie] te veroordelen [eiser in conventie] te vrijwaren voor al hetgeen waartoe hij in de hoofdzaak is veroordeeld zal worden toegewezen.

[gedaagde in conventie] moet de proceskosten van [eiser in conventie] betalen

[gedaagde in conventie] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser in conventie] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

106,73

- griffierecht

1.301,00

- salaris advocaat

2.580,00

(2 punten × € 1.290,00)

- nakosten

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

4.176,73

Ook hierbij zijn de verrichtingen beperkt tot de vrijwaringsdagvaarding en de mondelinge behandeling, omdat die verrichtingen zagen op de vrijwaringsverplichting van [gedaagde in conventie] naar [eiser in conventie] .

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

In reconventie

De tegenvordering van [gedaagde in conventie] wordt afgewezen

[gedaagde in conventie] heeft voor zijn spuitwerkzaamheden in de woning van [eiseres] een bedrag van € 3.500,00 bij [eiser in conventie] gefactureerd. [eiser in conventie] heeft dit bedrag niet betaald. [gedaagde in conventie] heeft daarom een tegenvordering ingesteld dat [eiser in conventie] dit bedrag aan hem moet betalen. [eiser in conventie] doet een beroep op verrekening. Hij wil de door hem aan [eiseres] te betalen schade deels verrekenen met de achterstallige factuur van [gedaagde in conventie] . In hoofdzaak is geoordeeld dat [eiser in conventie] in totaal een bedrag van € 15.375,33 plus rente aan [eiseres] moet betalen, en dat [gedaagde in conventie] hem hiervoor moet vrijwaren. [eiser in conventie] mocht betaling van het bedrag van € 3.500,00 dan ook opschorten om dat te kunnen verrekenen met de door [gedaagde in conventie] te betalen schadevergoeding. Dit betekent dat [gedaagde in conventie] nog aan [eiser in conventie] moet betalen € 11.875,33 plus rente (€ 15.375,33 -/- € 3.500,00). De tegenvordering van [gedaagde in conventie] wordt afgewezen.

Berrens moet de proceskosten van [eiser in conventie] betalen

Berrens is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser in conventie] worden begroot op:

- salaris advocaat

1.290,00

(2 punten × factor 0,5 × € 1.290,00)

- nakosten

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.479,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4. De beslissing

De rechtbank

in hoofdzaak

verklaart voor recht dat [gedaagde sub 1] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de met [eiseres] gesloten overeenkomst en aldus jegens [eiseres] schadeplichtig is,

veroordeelt [gedaagde sub 1] tot betaling aan [eiseres] van een schadevergoeding van € 12.044,75 aan te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde sub 1] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 895,45 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde sub 1] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 2.435,13 aan kosten rechtbankdeskundige, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, over dit bedrag als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

compenseert de kosten van de procedure tussen [eiseres] en [gedaagde sub 1] , in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van [gedaagde sub 2] van € 2.780,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt [eiseres] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

wijst het meer of anders gevorderde af.

in vrijwaringszaak

in conventie

veroordeelt [gedaagde in conventie] om [eiser in conventie] te vrijwaren voor al hetgeen waartoe hij in de hoofdzaak jegens [eiseres] is veroordeeld; de schadevergoeding van € 12.044,75 en de buitengerechtelijke kosten van € 895,45, vermeerderd met wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf de dag van de dagvaarding in de hoofdzaak tot 14 dagen na dit vonnis, vermeerderd met € 2.435,13 aan kosten van de rechtbankdeskundige, verminderd met € 3.500,00 en vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, over het door [gedaagde in conventie] aan [eiser in conventie] aldus te betalen bedrag als dit niet binnen veertien dagen na aanschrijving is betaald,

veroordeelt [gedaagde in conventie] in de proceskosten van € 4.176,73, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde in conventie] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt [gedaagde in conventie] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

wijst de vorderingen af,

veroordeelt [gedaagde in conventie] in de proceskosten van € 1.479,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde in conventie] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt [gedaagde in conventie] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

in conventie en in reconventie

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.T. van Rens en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026.

MvD 5633

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?