ECLI:NL:RBMNE:2026:990

ECLI:NL:RBMNE:2026:990

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 04-03-2026
Datum publicatie 16-03-2026
Zaaknummer 11889323 \ UC EXPL 25-7402 RJ/58605
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Overeenkomst rechtsgeldig tot stand gekomen, maar geen hoofdelijke aansprakelijkheid, dus vordering tot nakoming (betaling) wordt afgewezen. In reconventie wordt de vordering tot terugbetaling toegewezen, omdat er sprake is van dwaling.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: 11889323 \ UC EXPL 25-7402 RJ/58605

Vonnis van 4 maart 2026

in de zaak van

[eiser] ,

wonende in [woonplaats 1] ,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: mr. A. Boumanjal,

tegen

[gedaagde] ,

wonende in [woonplaats 2] ,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 15 september 2025 met producties 1 tot en met 8;- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie van 24 september 2025 met bijlagen 1 tot en met 7.

Op 3 februari 2026 is de zaak besproken tijdens een mondelinge behandeling, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. Daarbij was [eiser] aanwezig, samen met mr. F.M.R. Ilahibaks (kantoorgenoot van mr. A. Boumanjal). [gedaagde] was ook aanwezig, samen met de heer [naam] .

Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan.

2. De kern van de zaak

[eiser] heeft zijn voetbalschool verkocht aan [gedaagde] en [naam] voor € 10.000,00. [gedaagde] heeft hiervoor al € 5.000,00 aan [eiser] betaald. [eiser] wil dat [gedaagde] de resterende € 5.000,00 ook aan hem betaalt, maar [gedaagde] vindt onder andere dat er sprake is van dwaling en wil juist dat [eiser] de door hem al betaalde € 5.000,00 aan hem terugbetaalt. Ook wil [gedaagde] een schadevergoeding van [eiser] . De kantonrechter geeft [gedaagde] grotendeels gelijk. De vordering van [eiser] wordt afgewezen en [eiser] moet de al betaalde € 5.000,00 aan [gedaagde] terugbetalen, maar [eiser] hoeft geen schadevergoeding te betalen.

3. De beoordeling

Het gaat in deze zaak om de vraag of [eiser] en [gedaagde] nog bedragen aan elkaar verschuldigd zijn. [eiser] heeft een vordering ingesteld (vordering in conventie) en [gedaagde] heeft een vordering ingesteld (vordering in reconventie). De kantonrechter zal eerst de vordering van [eiser] beoordelen en daarna de vordering van [gedaagde] .

in conventie

De overeenkomst is (rechtsgeldig) tot stand gekomen

[gedaagde] voert aan dat de overeenkomst tussen hem, [eiser] en [naam] niet rechtsgeldig tot stand is gekomen, omdat [naam] nooit akkoord heeft gegeven. De kantonrechter volgt [gedaagde] hierin niet en zal dat hierna uitleggen.

Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding. Een aanbod en een aanvaarding hoeven niet schriftelijk of uitdrukkelijk te gebeuren, maar mogen in elke vorm en kunnen ook blijken uit iemands gedragingen. [eiser] heeft de overeenkomst naar [gedaagde] en [naam] gemaild, waarop [gedaagde] aan [eiser] en [naam] antwoordt: “akkoord met het contract en ik ga zometeen gelijk het geld overmaken!”. Vervolgens heeft [gedaagde] de aanbetaling van € 5.000,00 overgemaakt en blijkt uit de whatsappcorrespondentie bij de dagvaarding en conclusie van antwoord dat [gedaagde] en [naam] de voetbalschool hebben overgenomen. Uit deze gedragingen blijkt dat [gedaagde] en [naam] het aanbod van [eiser] hebben aanvaard. De overeenkomst is dus (rechtsgeldig) tot stand gekomen.

De vorderingen van [eiser] worden afgewezen

[eiser] wil dat [gedaagde] de resterende € 5.000,00 aan hem betaalt, maar de kantonrechter wijst deze vordering af en zal dat hierna uitleggen.

[eiser] en [gedaagde] en [naam] hebben afgesproken dat [eiser] zijn voetbalschool aan [gedaagde] en [naam] overdraagt en dat [gedaagde] en [naam] hier € 10.000,00 voor betalen aan [eiser] . Uit de wet volgt dat [gedaagde] en [naam] allebei voor de helft van het afgesproken bedrag verantwoordelijk zijn (dus allebei voor € 5.000,00), tenzij uit de wet, uit een gewoonte of uit hun afspraken blijkt dat zij allebei voor een ongelijk deel of voor het hele bedrag verantwoordelijk zijn (dus allebei voor de volledige € 10.000,00).

[eiser] vindt dat [gedaagde] en [naam] beide aansprakelijk zijn voor het hele bedrag en zij onderling zouden kunnen verrekenen, maar een afspraak hierover of een juridische grondslag bij deze stelling ontbreekt. De kantonrechter kijkt daarom naar de wet, waaruit volgt dat [gedaagde] en [naam] allebei voor de helft van het bedrag verantwoordelijk zijn. [gedaagde] heeft al € 5.000,00 aan [eiser] betaald, wat betekent dat [gedaagde] “zijn deel” heeft betaald en [eiser] de overige € 5.000,00 dus niet ook nog bij [gedaagde] kan vorderen. De vordering van [eiser] wordt daarom afgewezen.

Omdat de vordering van [eiser] wordt afgewezen, worden ook de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten afgewezen.

[eiser] moet de kosten van de rechtszaak (proceskosten) betalen

[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. [gedaagde] procedeert in persoon (zonder gemachtigde) en heeft daarom geen recht op vergoeding voor het salaris van een gemachtigde. In zaken waarin een partij in persoon procedeert is het uitgangspunt dat een bedrag aan “reis-, verblijf- en verletkosten” wordt toegewezen van € 50,00 per keer dat [gedaagde] naar een zitting is gekomen. De kantonrechter zal [eiser] daarom veroordelen om € 50,00 aan proceskosten aan [gedaagde] te betalen. De nakosten (kosten van de eventuele betekening van dit vonnis) worden toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

in reconventie

[gedaagde] wil dat [eiser] het door hem betaalde bedrag van € 5.000,00 aan hem terugbetaalt, omdat er volgens [gedaagde] sprake is van dwaling. [naam] heeft tijdens de mondelinge behandeling laten weten het hiermee eens te zijn. De kantonrechter geeft [gedaagde] gelijk en zal hierna uitleggen waarom.

Dwaling: juridisch kader

Een overeenkomst kan (onder andere) worden vernietigd omdat er sprake is van dwaling als:

de overeenkomst tot stand is gekomen onder invloed van een onjuiste voorstelling van zaken,

de overeenkomst bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten,

de onjuiste voorstelling van zaken is veroorzaakt door een inlichting van de wederpartij ( [eiser] ),

en de wederpartij ( [eiser] ) niet mocht aannemen dat de overeenkomst ook zonder deze inlichting zou worden gesloten.

Het beroep van [gedaagde] op dwaling slaagt

Het beroep van [gedaagde] op dwaling slaagt. [gedaagde] had bij het aangaan van de overeenkomst, door de inlichtingen van [eiser] (3), een onjuiste voorstelling van zaken (1) en [gedaagde] heeft aangegeven dat hij de overeenkomst bij een juiste voorstelling van zaken niet zou hebben gesloten (2). Voordat tussen [eiser] en [gedaagde] een [naam] een overeenkomst tot stand is gekomen, heeft [eiser] aan [gedaagde] en [naam] een informatieblad (inlichtingen) verstrekt over zijn voetbalschool. Hierin staat onder andere dat het klantenbestand bestaat uit circa 60-70 spelers en dat velden huren € 16,00 per uur kost. Nadat de overeenkomst tot stand is gekomen en de voetbalschool aan [gedaagde] en [naam] is overgedragen, bleek het klantenbestand echter maar uit 43 spelers te bestaan. Volgens [eiser] waren er wel meer klanten, maar [eiser] heeft deze stelling niet onderbouwd en dit blijkt ook nergens uit. De kantonrechter gaat hier dus aan voorbij. Verder bleek volgens [gedaagde] de veldenhuur geen € 16,00 per uur te kosten, maar € 43,00 per uur. Dit is door [eiser] niet weersproken. [eiser] heeft tijdens de zitting verklaard dat hij heeft opgeschreven wat de stand van zaken voor hem was (een vriendenprijs), maar het is aan [eiser] om dat vóór het aangaan van de overeenkomst duidelijk te maken aan [gedaagde] en [naam] en dat heeft hij niet gedaan. Het informatieblad dat [eiser] heeft verstrekt voordat de overeenkomst werd gesloten is duidelijk: een klantenbestand van circa 60-70 spelers en veldenhuur voor € 16,00. [eiser] heeft [gedaagde] dus over het klantenbestand en de kosten van de veldenhuur onduidelijk/onjuist ingelicht. Omdat het gaat om grote verschillen tussen het aantal spelers en de kosten van de veldenhuur, mocht [eiser] niet aannemen dat de overeenkomst ook zonder deze inlichtingen zou worden gesloten (4).

Conclusie: [eiser] moet € 5.000,00 aan [gedaagde] terugbetalen

Omdat het beroep van [gedaagde] op dwaling slaagt, mocht [gedaagde] de overeenkomst vernietigen. Dit heeft hij in zijn e-mail van 5 juni 2025 gedaan. De gevolgen hiervan zijn dat [gedaagde] en [naam] de voetbalschool moeten (terug) overdragen aan [eiser] en [eiser] de door [gedaagde] betaalde € 5.000,00 aan hem moet terugbetalen. De vordering van [gedaagde] tot terugbetaling van dit bedrag wordt daarom toegewezen.

De kantonrechter merkt op dat [gedaagde] de kantonrechter heeft verzocht om te oordelen dat de overeenkomst nietig of vernietigbaar is, maar gelet op de stellingen van [gedaagde] en de e-mail waarin hij de overeenkomst zelf buitengerechtelijk heeft vernietigd, begrijpt de kantonrechter dat [gedaagde] bedoelt: te oordelen dat de overeenkomst is vernietigd. De kantonrechter zal dan ook voor recht verklaren dat [gedaagde] de overeenkomst op 5 juni 2025 buitengerechtelijk heeft vernietigd.

Omdat het beroep van [gedaagde] op dwaling slaagt, hoeven de door hem ingeroepen andere grondslagen (bedrog, wanprestatie) niet meer te worden besproken.

De schadevergoeding van € 500,00 wordt afgewezen

De door [gedaagde] gevorderde schadevergoeding van € 500,00 vanwege gemaakte kosten en imagoschade wordt afgewezen. [gedaagde] heeft niet gesteld en onderbouwd waar deze gemaakte kosten uit bestaan en onvoldoende gesteld en onderbouwd waar de imagoschade uit bestaat. Dat [eiser] negatieve/dreigende berichten in groepsapps heeft gestuurd, maakt niet (automatisch) dat er sprake is van imagoschade bij [gedaagde] . Bovendien blijkt uit de whatsappberichten die [gedaagde] heeft overgelegd niet dat ouders ontevreden zijn over hem, maar juist dat ze ontevreden zijn over [eiser] . De kantonrechter gaat dan ook voorbij aan de stelling dat [gedaagde] reputatieschade zou hebben geleden. Overigens heeft [gedaagde] ook niet onderbouwd wat de omvang van deze schade zou zijn.

Voor zover [gedaagde] bedoelt dat de voetbalschool reputatieschade heeft geleden, merkt de kantonrechter op dat door de vernietiging van de overeenkomst de voetbalschool niet meer van [gedaagde] is, maar weer van [eiser] . Eventuele reputatieschade van de voetbalschool is daarom geen schade (meer) van [gedaagde] .

De proceskosten

[eiser] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op € 0,00. [gedaagde] procedeert in persoon (zonder gemachtigde) en heeft daarom geen recht op vergoeding voor het salaris van een gemachtigde. Hij is op de mondelinge behandeling verschenen, maar in conventie is daarvoor al een vergoeding van € 50,00 aan “reis-, verblijf- en verletkosten” toegekend. Daarom zal de kantonrechter dat in reconventie niet doen. De nakosten (kosten van de eventuele betekening van dit vonnis) worden toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4. De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

wijst de vorderingen van [eiser] af,

veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 50,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,

in reconventie

verklaart voor recht dat [gedaagde] op 5 juni 2025 de overeenkomst met [eiser] rechtsgeldig heeft vernietigd op grond van dwaling,

veroordeelt [eiser] om aan [gedaagde] te betalen een bedrag van € 5.000,00,

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, die aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op € 0,00,

in conventie en in reconventie

veroordeelt [eiser] tot betaling van de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Rijnbout en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?