RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11343597 \ UC EXPL 24-6772 BJvd/61169
Vonnis van 4 maart 2026
in de zaak van
[bewindvoerder] , handelend onder de naam [handelsnaam] , handelend als bewindvoerder over de goederen van [onderbewindgestelde],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
gedaagde in het verzet,
hierna te noemen: de bewindvoerder,
gemachtigde: mr. E. Weijer.
tegen
STICHTING WOONIN,
gevestigd te Utrecht,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
eisende partij in het verzet,
hierna te noemen: Woonin,
gemachtigde: mr. P.F.M. Broos,
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 14 mei 2025;- de akte van de bewindvoerder van 26 november 2025;
- de akte van Woonin van 28 januari 2026.
Ten slotte is bepaald dat er een vonnis zal worden uitgesproken.
2. De kern van de zaak
De moeder van mevrouw [onderbewindgestelde] (hierna: [onderbewindgestelde] ) huurde sinds 25 oktober 2000 de woning aan het adres [adres] te [plaats] van (de rechtsvoorganger van) Woonin. De moeder van [onderbewindgestelde] is op [datum] 2024 overleden. De bewindvoerder vordert voorzetting van de huurovereenkomst op naam van [onderbewindgestelde] . Woonin vordert in reconventie ontruiming van [onderbewindgestelde] uit de woning. De kantonrechter oordeelt dat [onderbewindgestelde] de huurovereenkomst mag voortzetten en wijst de vordering tot ontruiming af.
3. De beoordeling in conventie en reconventie
Het gaat in deze zaak feitelijk om Woonin en [onderbewindgestelde] . Omdat [onderbewindgestelde] onder bewind staat, is niet zijzelf, maar haar bewindvoerder partij in deze procedure. Voor het leesgemak wordt in dit vonnis over [onderbewindgestelde] gesproken, tenzij het specifiek over haar bewindvoerder gaat.
De bewindvoerder mag de huurovereenkomst met Woonin voortzetten
In het tussenvonnis van 14 mei 2025 is geoordeeld dat is voldaan aan de vereisten van een duurzame gemeenschappelijke huishouding en de financiële waarborgen. Op dat moment was er nog geen huisvestingsvergunning. Daarover liep een bezwaarprocedure. De zaak is daarom aangehouden.
Inmiddels is duidelijk geworden dat de gemeente Utrecht op 20 november 2025 het bezwaar inzake de huisvestingsvergunning gegrond heeft verklaard. De bewindvoerder heeft daarom verzocht haar vorderingen toe te wijzen. Woonin heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de kantonrechter.
De kantonrechter stelt vast dat er inmiddels een huisvestingsvergunning aan [onderbewindgestelde] is verleend voor de woning aan de [adres] te [plaats] . Nu Woonin ook over een huisvestingsvergunning beschikt is voldaan aan alle voorwaarden van artikel 7:268 van het Burgerlijk Wetboek. Omdat aan al deze voorwaarden is voldaan mag de bewindvoerder de huurovereenkomst die Woonin had met de moeder aan [onderbewindgestelde] met ingang van [datum] 2024 voortzetten.
Het verstekvonnis van 4 september 2024 wordt bekrachtigd
Het voorgaande brengt met zich mee dat het verzet ongegrond is en het verstekvonnis van 4 september 2024 zal worden bekrachtigd.
De vordering tot ontruiming wordt afgewezen
Woonin vordert in reconventie om [onderbewindgestelde] te veroordelen tot ontruiming van de woning aan de [adres] te [plaats] . Gelet op het bovenstaande zal die vordering worden afgewezen.
Woonin moet de proceskosten in conventie en reconventie betalen
Woonin is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de bewindvoerder in de verzetszaak in conventie en reconventie worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
813,00
(3,0 punten × € 271,00)
- nakosten
€
108,50
Totaal
€
921,50
4. De beslissing
De kantonrechter
in conventie
verklaart het verzet ongegrond en bekrachtigt het verstekvonnis van 4 september 2024;
in reconventie
wijst de vorderingen van Woonin af,
in conventie en reconventie
veroordeelt Woonin in de proceskosten van € 921,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe te vermeerderen met de kosten van betekening als de bewindvoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Wagenaar en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026.