RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf
Locatie Alkmaar
Enkelvoudige raadkamer
Registratienummer: 15/000572
Beschikking (art. 591a Sv.)
1. Ontstaan en loop van de procedure
Op 26 januari 2015 is ter griffie van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, ingekomen een door mr. G. Lieffijn, advocaat, ingediend verzoekschrift, van
[naam verzoeker] , verzoeker,
geboren op [geboortedatum verzoeker]
domicilie kiezende te [adres raadsman], ten kantore van mr. G. Lieffijn, voornoemd.
Het verzoekschrift strekt tot toekenning aan verzoeker van een vergoeding ten laste van de Staat ten bedrage van € 1.419,94, wegens de door deze met betrekking tot de strafzaak met bovengenoemd parketnummer gemaakte kosten van een raadsman, alsmede tot vergoeding van de dagen dat verzoeker zijn rijbewijs heeft moeten missen en vergoeding van de kosten van een raadsman met betrekking tot de indiening en behandeling van het onderhavige verzoekschrift.
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot inwilliging van het verzoek.
2. Beoordeling
De strafzaak tegen verzoeker is geëindigd door een mail van de officier van justitie van 26 november 2014 aan de advocaat van verzoeker waarin deze meedeelt dat de strafzaak is geseponeerd.
Het door verzoeker ingediende verzoekschrift is tijdig ingediend.
Op de voet van het bepaalde in artikel 591a jo artikel 90 van het Wetboek van Strafvordering kan de gewezen verdachte – indien de strafzaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel – in beginsel aanspraak maken op vergoeding van de te zijnen laste gekomen kosten van een raadsman.
In een dergelijk geval kan de rechter op grond van artikel 164 lid 9 Wegenverkeerswet 1994 op verzoek van de gewezen verdachte hem ook een vergoeding ten laste van de Staat toekennen voor de schade die hij ten gevolge van de inhouding van zijn rijbewijs heeft geleden. Onder schade is begrepen het nadeel dat niet in vermogensschade bestaat. De artikelen 89, derde tot en met zesde lid, 90, 91 en 93 van het Wetboek van Strafvordering zijn hierop van overeenkomstige toepassing.
De rechtbank acht in dit geval gronden aanwezig die de toekenning van een vergoeding voor de kosten van een raadsman rechtvaardigen.
Ook zal een forfaitaire vergoeding worden toegekend voor iedere dag dat het rijbewijs van betrokkene ingevorderd is geweest. De rechtbank zal deze forfaitaire vergoeding vaststellen op het al geruime tijd gebruikelijke en verzochte bedrag van € 10,-- per dag (GHSHE:2008:BC5430).
Het verzoek zal dan ook worden ingewilligd op de wijze als hieronder is aangegeven.
3. Beslissing
De rechtbank:
Kent aan verzoeker ten laste van de Staat een vergoeding toe van € 1.419,94
(zegge: éénduizend vierhonderdnegentien euro en vierennegentig cent),
welk bedrag als volgt is samengesteld:
€ 989,94 wegens de kosten van een raadsman voor zijn werkzaamheden ten behoeve van de strafzaak;
€ 150,00 wegens invordering rijbewijs voor de duur van 15 dagen;
€ 280,- wegens de kosten van een raadsman voor de opstelling en indiening van het verzoekschrift.
Beveelt de uitbetaling door de griffier van deze rechtbank van de bij deze beschikking aan verzoeker toegekende vergoeding, bankrekeningnummer [bankrekeningnummer advocaat] ten name van [ten name van], onder vermelding van “schadevergoeding [omschrijving]/om – dossiernummer [dossiernummer].”
4. Samenstelling raadkamer en uitspraakdatum
Deze beschikking is gegeven door mr. L.J. Saarloos, rechter,
in tegenwoordigheid van M. Dambrink, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2015.