ECLI:NL:RBNHO:2015:3457

ECLI:NL:RBNHO:2015:3457, Rechtbank Noord-Holland, 29-04-2015, AWB - 14 _ 5325

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 29-04-2015
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer AWB - 14 _ 5325
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Haarlem
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RVS:2016:2078
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 4 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Beroep heeft betrekking op besluit tot herroeping van inmiddels geëxpireerde vergunning. Eiser kan naar het oordeel van de rechtbank geen belang ontlenen aan de gestelde (maar niet nader onderbouwde) samenhang tussen enerzijds de weigering om de vergunning te verlengen en anderzijds het bestreden besluit. Eiser kan evenmin belang ontlenen aan de aangekondigde schadeclaim in geval van gegrondverklaring van het beroep. Derhalve is eiser niet-ontvankelijk in het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 april 2015 in de zaak tussen

de burgemeester van de gemeente Zaanstad, verweerder

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 14/5325

[eiser] h.o.d.n. [bedrijfsnaam], te[vestigingsplaats], eiser

(gemachtigde: mr. R.J. Boekel),

en

(gemachtigde: mr. M.J.P. Kamp).

Als derde-partijen hebben aan het geding deelgenomen: [naam derde partij 1] en [naam derde partij 2], te [woonplaats].

Procesverloop

Bij besluit van 19 december 2013 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiser een horeca-exploitatievergunning verleend voor de duur van één jaar.

Bij besluit van 18 december 2014 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van (onder meer) de derde-partijen gegrond verklaard en het primaire besluit herroepen.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De derde-partijen hebben nadere stukken overgelegd.

Eiser heeft nadere stukken overgelegd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 maart 2015. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door E. Deijle en H. de Loos, bijgestaan door de gemachtigde van verweerder. De derde-partijen zijn verschenen, vergezeld door [naam].

Overwegingen

1. Zoals ter zitting met partijen besproken ziet de rechtbank zich bij de beoordeling vooreerst voor de vraag gesteld of eiser belang heeft bij het beroep, nu het bestreden besluit betrekking heeft op een inmiddels geëxpireerde vergunning.

2. Eiser heeft in dit verband verklaard dat het bestreden besluit onlosmakelijk samenhangt met het (een dag eerder) op 17 december 2014 genomen besluit, waarbij verweerder heeft geweigerd de vergunning om te zetten naar een vergunning voor onbepaalde tijd. Volgens eiser heeft de uitkomst van de onderhavige procedure gevolgen voor deze beslissing. Bovendien stelt eiser belang te hebben bij het beroep omdat hij – indien mocht blijken van de onrechtmatigheid van het bestreden besluit – een schadeclaim zal indienen teneinde een vergoeding te verkrijgen voor de schade die hij heeft geleden doordat het horecabedrijf (na herroeping van het primaire besluit) gesloten moest blijven.

3. Ingevolge vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is voor het aannemen van procesbelang vereist dat het doel dat de indiener voor ogen staat met het ingestelde rechtsmiddel moet kunnen worden bereikt en voor hem feitelijk van betekenis moet zijn. Het belang bij een oordeel omtrent de rechtmatigheid van besluiten kan zijn gelegen in de omstandigheid dat het inhoudelijk oordeel kan worden betrokken bij aanvragen die leiden tot besluiten in de toekomst (ECLI:NL:RVS:2012:BX5936). Voorts kan het belang bij het rechtsmiddel onder meer worden aangenomen, indien wordt gesteld dat ten gevolge van bestuurlijke besluitvorming schade is geleden die voor vergoeding in aanmerking zou kunnen komen en dit tot op zekere hoogte aannemelijk wordt gemaakt (ECLI:NL:RVS:2013:206).

4. Eiser kan naar het oordeel van de rechtbank geen belang ontlenen aan de gestelde (maar niet nader onderbouwde) samenhang tussen enerzijds de weigering om de vergunning te verlengen en anderzijds het bestreden besluit. Een inhoudelijk oordeel van de rechtbank kan niet meer bij de bestuurlijke besluitvorming worden betrokken, nu verweerder op het tegen het besluit van 17 december 2014 gemaakte bezwaar inmiddels een beslissing heeft genomen, waartegen afzonderlijk beroep open staat. Gegrondverklaring van het onderhavige beroep kan voor eiser echter geen zelfstandige feitelijke betekenis hebben, nu het bestreden besluit immers betrekking heeft op de inmiddels geëxpireerde vergunning.

5. Naar het oordeel van de rechtbank kan eiser evenmin belang ontlenen aan de aangekondigde schadeclaim in geval van gegrondverklaring van het beroep. Omdat de vergunning op 19 december 2014 zou expireren, heeft eiser door de herroeping van het primaire besluit slechts op één dag, te weten 18 december 2014, geen gebruik kunnen maken van de vergunning en het horecabedrijf gesloten moeten houden. Het is echter niet aannemelijk dat daardoor schade wordt geleden, nu 18 december 2014 een donderdag betrof en het horecabedrijf, blijkens de eigen verklaringen van eiser, slechts geopend was op vrijdagen en zaterdagen. Afgezien daarvan is ook de enkele aankondiging dat een schadeclaim zal worden ingediend overigens onvoldoende voor het aannemen van belang bij het beroep.

6. Gelet op het hetgeen onder 4 en 5 is overwogen is eiser niet-ontvankelijk in zijn beroep. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Brouwer, rechter, in aanwezigheid van mr. I. Helmich, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 april 2015.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. H. Brouwer

Griffier

  • mr. I. Helmich

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?