ECLI:NL:RBNHO:2016:2978

ECLI:NL:RBNHO:2016:2978, Rechtbank Noord-Holland, 15-04-2016, AWB - 15 _ 3236

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 15-04-2016
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer AWB - 15 _ 3236
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Alkmaar
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005252 BWBR0005537

Samenvatting

De brief van eiser kan niet worden aangemerkt als een Wob-verzoek. Verweerder heeft het bezwaar ten onrechte ongegrond verklaard. Het beroep is gegrond, de rechtbank verklaart het bezwaar van eiser alsnog niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

uitspraak van de meervoudige kamer van 15 april 2016 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

Zittingsplaats Alkmaar

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 15/3236

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stede Broec, verweerder

(gemachtigden: H. Wammes en M. Schaper).

Procesverloop

Bij brief van 10 april 2015 heeft verweerder een aantal vragen van eiser beantwoord en aan hem medegedeeld dat zijn verzoek om informatie geen verzoek is als bedoeld in de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob). Voorts heeft verweerder eisers verzoek om vaststelling van een dwangsom afgewezen.

Bij besluit van 11 juni 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 februari 2016. Eiser is verschenen, vergezeld van [naam 1] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

De rechtbank heeft de termijn voor het doen van uitspraak verlengd.

Overwegingen

Eiser stelt dat verweerder ten onrechte heeft afgezien van invordering van de kosten die zijn gemaakt door het toepassen van spoedeisende bestuursdwang in september 2008 vanwege een gevaarlijke situatie met de ammoniakkoelcentrale en ammoniakopslag in zijn (toenmalige) bedrijf. Hij eist dat verweerder deze kosten alsnog invordert.

Verweerder stelt dat hij om diverse redenen heeft afgezien van het verhalen van de kosten die zijn gemaakt voor deze spoedeisende bestuursdwang en dat hij geen aanleiding ziet om dit standpunt te wijzigen. Verweerder zal dan ook niet overgaan tot het nemen van een invorderingsbesluit als bedoeld in artikel 5:25, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Nu er geen invorderingsbesluit is genomen, is de rechtbank niet bevoegd een oordeel te geven over de keuze niet over te gaan tot invordering van de gemaakte kosten voor de spoedeisende bestuursdwang.

Eiser kan zich voorts niet verenigen met het feit dat verweerder de informatie die hij heeft genoemd in zijn brief van 3 juli 2012 destijds niet heeft doorgegeven aan de milieupolitie.

Dat verweerder de informatie uit eisers brief van 3 juli 2012 niet heeft doorgeven aan de milieupolitie is geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. De rechtbank kan om die reden geen oordeel geven over het handelen van verweerder met betrekking tot deze brief.

In zijn brief van 21 juni 2014 heeft eiser verweerder gevraagd of de milieupolitie op de hoogte is gesteld van de informatie die eiser in zijn brief van 3 juli 2012 heeft genoemd. Voorts bevestigt hij in de brief van 21 juni 2014 het telefoongesprek dat hij heeft gevoerd met wethouder [naam 2] en de mededeling van de wethouder in dat gesprek dat de kosten voor de spoedeisende bestuursdwang betreffende het leeghalen van de ammoniakkoelcentrale en ammoniakopslag bij de curator zijn ingediend. Eiser vraagt in deze brief bevestiging van de afspraak dat de heer [naam 2] het bewijsstuk hiervan aan hem zou toesturen.

Ter zitting heeft eiser desgevraagd verklaard dat zijn brief van 21 juni 2014 moet worden aangemerkt als een Wob-verzoek.

Ingevolge artikel 1, aanhef en onder a, van de Wob wordt in de Wob en de daarop berustende bepalingen onder document verstaan:

een bij een bestuursorgaan berustend schriftelijk stuk of ander materiaal dat gegevens bevat.

Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Wob kan een ieder een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf.

De rechtbank is met verweerder van oordeel dat eisers brief van 21 juni 2014 niet kan worden aangemerkt als Wob-verzoek, omdat hij in deze brief uitsluitend een aantal vragen heeft gesteld en niet heeft verzocht om documenten.

Nu de brief van 21 juni 2014 geen Wob-verzoek is, zijn de beslistermijnen die uit de Wob of Awb volgen niet van toepassing op de beantwoording van die brief. Deze brief kan niet worden aangemerkt als een aanvraag als bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Awb, zodat om die reden eiser verweerder niet in gebreke kon stellen. Nu de brief van eiser van 24 november 2014 geen ingebrekestelling is, is de mededeling van verweerder in de brief van 10 april 2015 dat hij aan eiser geen dwangsom is verschuldigd niet gericht op rechtsgevolg en kon daartegen geen bezwaar worden gemaakt.

4. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiser ten onrechte ongegrond verklaard. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen had verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk dienen te verklaren. Het beroep is gegrond en het bestreden besluit zal worden vernietigd. De rechtbank ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien en zal het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren. Omdat het beroep gegrond is, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht vergoedt. Nu het bestreden besluit wordt vernietigd wegens een procedurele reden, ziet de rechtbank geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr.drs. B. Veenman, voorzitter, en mr. M.P. de Valk en

mr. S. Slijkhuis, leden, in aanwezigheid van mr. M. Dittmer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 april 2016.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?