ECLI:NL:RBNHO:2022:11096

ECLI:NL:RBNHO:2022:11096, Rechtbank Noord-Holland, 06-12-2022, HAA 22/1361 en HAA 22/1362

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 06-12-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer HAA 22/1361 en HAA 22/1362
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Haarlem
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RVS:2025:103
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken

Verwijst naar

Aangehaald door

Samenvatting

Beroepen niet-ontvankelijk. Geen belang meer bij de beoordeling van de administratieve beroepen, omdat (-) niet meer kan bereiken dat zijn verzoek om wijziging van zijn patroon alsnog wordt afgewezen.

Uitspraak

[eiser] , uit Koog aan de Zaan, eiser

en

de Algemene Raad van de Nederlandse Orde van Advocaten, verweerder

(gemachtigde: mr. M. Smit en mr. J.H.M. Huizinga).

Zitting

De rechtbank heeft de beroepen van eiser tegen de bestreden besluiten van verweerder van 4 maart 2022 op 6 december 2022 op zitting behandeld, nadat het wrakingsverzoek van eiser was afgewezen. Hieraan heeft de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Eiser was niet aanwezig.

De rechtbank heeft de voornoemde zaken gevoegd op zitting.

Na afloop van de behandeling van de zaken ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan. De motivering van die uitspraak vermeldt de rechtbank hierna onder de beslissing.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.

Inleiding

Eiser heeft op 12 mei 2021 verzocht om herziening van de beslissing van 30 april 2019. Dit besluit betrof de goedkeuring van de wijziging van patroon per 1 mei 2019.

Het herzieningsverzoek is afgewezen en het administratief beroep daartegen is op 4 maart 2022 niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing heeft eiser beroep ingesteld.

Eiser heeft ook op 12 mei 2021 administratief beroep ingesteld tegen het goedkeuringsbesluit van 30 april 2019. Dit administratief beroep is door verweerder op 4 maart 2022 niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiser te laat is met zijn bezwaar. Eiser is het daar niet meer eens en heeft beroep ingesteld tegen dit besluit.

Verweerder heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.

Eiser is wegens betalingsonmacht vrijgesteld van de verplichting om griffierecht te betalen.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank moet ambtshalve beoordelen of eiser nog procesbelang heeft bij een beoordeling van zijn beroep.

De rechtbank is van oordeel dat dit procesbelang in beide zaken ontbreekt, omdat eiser niet meer kan bereiken wat hij wil. Eiser heeft op 26 maart 2019 verzocht om wijziging van het patronaat. Eiser werd begeleid door het kantoor van mr. Van Oppen en mr. Guman en zou verder begeleid worden door mr. Hupkes. Dit verzoek is op 30 april 2019 toegewezen.

De rechtbank gaat ervan uit dat eiser met het herzieningsverzoek en zijn administratief beroep wil bereiken dat zijn verzoek om wijziging van zijn patroon alsnog wordt afgewezen. Omdat eiser inmiddels niet meer ingeschreven staat als advocaat en zijn stage inmiddels is beëindigd en de beslissingen hierover in rechte vast staan kan eiser niet meer bereiken dat mr. Van Oppen of mr. Guman zijn patroon weer wordt.

Dit leidt ertoe dat eiser – net als in de uitspraken van de Afdeling van 23 november 2022 – geen belang meer heeft bij een beoordeling van de administratief beroepen. De rechtbank verklaart de beroepen daarom niet-ontvankelijk. Bij deze beslissing is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

2. Tot slot beslist de rechtbank definitief dat eiser voldoet aan de criteria voor betalingsonmacht. Het verzoek tot kwijtschelding van het griffierecht wordt daarom toegewezen.

Conclusie en gevolgen

De beroepen zijn niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaken niet inhoudelijk. Het verzoek tot kwijtschelding van het griffierecht wordt toegewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 december 2022 door mr. M.H. Affourtit-Kramer, rechter, in aanwezigheid van drs. A.F. Hermus-Zoetmulder, griffier.

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.H. Affourtit-Kramer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?