[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: mr. A. Ang),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem, verweerder
(gemachtigden: mr. R. Braken en mr. C. Schol).
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verzoek om het zoekprofiel behorende bij zijn urgentieverklaring aan te passen.
Eiser heeft op 25 januari een verzoek om een urgentieverklaring gedaan. Dit verzoek heeft verweerder bij primair besluit van 1 april 2021 afgewezen, maar na bezwaar is de urgentieverklaring op 25 juni 2021 alsnog toegekend.
Tegen dit besluit heeft eiser op 12 juli 2021 bezwaar gemaakt, omdat het zoekprofiel dat daarbij hoort volgens eiser niet voldoet. Dit bezwaar heeft verweerder met het besluit van 13 januari 2022 afgewezen.
Tegen deze beslissing op bezwaar heeft eiser beroep ingesteld. De rechtbank heeft dit beroep op 11 november 2022 gegrond verklaard en heeft verweerder opdracht gegeven om met inachtneming van die uitspraak een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.
Met het bestreden besluit van 28 maart 2023 heeft verweerder de afwijzing van het bezwaar met een aanvullende motivering in stand gelaten. Tegen dit besluit richt het beroep van eiser zich.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 1 november 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigden van verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank beoordeelt of verweerder het verzoek van eiser tot aanpassing van zijn zoekprofiel heeft kunnen weigeren. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
Het beroep is ongegrond, omdat niet aannemelijk is gemaakt dat het medisch noodzakelijk is dat eiser naar een eengezinswoning verhuist. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
Feiten en omstandigheden
Eiser is een alleenstaande man die als gevolg van zijn traumatische oorlogservaringen in zijn land van herkomst, Irak, zowel lichamelijke als psychische (PTSS) klachten heeft. Eiser heeft na de bezwaarprocedure op 25 juni 2021 een urgentieverklaring gekregen voor een woning op maximaal eenhoog, omdat uit het medisch rapport van Oreon, dat in de aanvraagfase niet was meegenomen, volgt dat eiser door fysieke beperkingen maximaal één trap kan lopen.
Volgens eiser voldoet dit zoekprofiel niet, omdat hierbij hoekwoningen, tussenwoningen, eindwoningen en nieuwbouwwoningen (deze woningen vallen onder de gezamenlijke noemer ‘eengezinswoningen’) worden uitgesloten. Daardoor komt hij bijna alleen maar voor flatwoningen met een lift in aanmerking. Die zijn volgens eiser niet geschikt, omdat hij als gevolg van zijn psychische klachten een rustige woning nodig heeft, zonder veel buren en zonder een gezamenlijke galerij. Hij wil dat zijn zoekprofiel wordt aangepast, zodat hij ook kan reageren op de eengezinswoningen, waarbij de omgeving vaak een stuk rustiger is dan in een flatwoning.
Daarom heeft eiser tegen dit besluit beroep ingesteld. Dit beroep is door deze rechtbank op 11 november 2022 gegrond verklaard. Volgens de rechtbank heeft verweerder het medisch advies niet aan de afwijzing ten grondslag mogen leggen, omdat uit het advies niet blijkt hoe het tot stand is gekomen en ook niet of en in hoeverre de psychische klachten van eiser een rol spelen.
Op 21 november 2022 heeft verweerder een nieuw medisch advies gevraagd aan Argonaut. Op 5 januari 2023 heeft verweerder dit nieuwe medisch advies ontvangen. De conclusie van dit advies luidt, dat een appartement met lift (niet hoger dan de eerste verdieping) of een benedenwoning als passend moet worden beschouwd. Argonaut is van oordeel dat op basis van het dossieronderzoek en de eigen bevindingen, er medisch gezien onvoldoende onderbouwing is om een flatwoning bereikbaar met lift op maximaal één hoog niet als passend te beschouwen. Op 5 maart 2023 heeft Argonout nog een aanvullend advies uitgebracht op verzoek van verweerder, omdat er in het eerdere advies van uit werd gegaan dat er al sprake was van een behandeling. In dit aanvullende advies geeft Argonout aan dat in het eerdere advies voldoende rekening is gehouden met zowel de psychische als ergonomische problematiek van eiser. De verwachting van de arts is dat de klachten van eiser ook in een eengezins- of hoekwoning onverminderd aanwezig blijven tot de behandeling wordt gestart. Naar aanleiding van deze adviezen heeft verweerder de aanvraag om wijziging van het zoekprofiel wederom afgewezen.
Is het medisch advies van Argonaut deugdelijk gemotiveerd?
Volgens eiser geeft het advies ten onrechte geen toelichting op de conclusie dat bij een eengezinswoning de klachten onverminderd aanwezig zullen zijn. De arts laat meewegen dat hij inmiddels is begonnen met een behandeling, maar dat is niet waar. Dit alles terwijl duidelijk is dat hij in de flat waar hij nu woont veel last heeft en dat rust belangrijk is. Bovendien is inmiddels sprake van nieuwe situatie. De klachten zijn verergerd. Ook is ten onrechte geen contact opgenomen met de behandelend artsen. Daarnaast had de arts hem fysiek moeten onderzoeken, het onderzoek via beeldcontact was onvoldoende om zijn medische situatie te beoordelen,. Tot slot heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom hij geen toepassing heeft gegeven aan de hardheidsclausule. Voor zover verweerder het beroep op de hardheidsclausule al heeft beoordeeld, blijkt niet welke belangen hij daarbij heeft meegewogen.
Verweerder stelt zich op het standpunt dat het medisch advies van 5 januari 2023 in samenhang met de aanvulling van 5 maart 2023, voldoet aan de criteria die de rechtspraak stelt aan een medisch advies. Volgens verweerder volgt uit het medisch advies en de aanvulling daarop dat er onvoldoende medische onderbouwing is om het zoekprofiel voor eiser uit te breiden met eengezinswoningen. Een flatwoning bereikbaar met lift en niet hoger dan de eerste verdieping, of een benedenwoning zijn volgens het medisch advies passende oplossingen voor het woonprobleem van eiser. Daarbij zijn zowel de fysieke als de psychische klachten van eiser in aanmerking genomen. Over de hardheidsclausule stelt verweerder dat het hele beroep ziet op de hardheidsclausule. Het aanpassen van het zoekprofiel bij een verleende urgentieverklaring kan namelijk niet via een andere bepaling dan de hardheidsclausule.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder voldoende onderzoek gedaan naar de psychische noodzaak voor het krijgen van een ander zoekprofiel bij de verleende urgentie. Uit het advies blijkt dat alle verklaringen van de artsen zijn meegenomen. Er is inderdaad een fout gemaakt door te stellen dat de behandeling van eiser al zou zijn gestart, maar deze fout is later met het aanvullende advies hersteld. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State mag verweerder een medisch advies in beginsel bij zijn besluitvorming betrekken. Er kan wel reden tot twijfel zijn, maar eiser heeft dat in dit geval niet aannemelijk gemaakt. Ook uit de door eiser nog op 20 oktober 2023 overgelegde verklaring van de psychiater volgt niet dat een ander zoekprofiel wegens psychische redenen medisch noodzakelijk is. Juist op specifieke vragen over de relatie tussen de psychische klachten van eiser en zijn woonsituatie, antwoordt de psychiater dat hij daar geen uitspraken over kan doen. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat in afwijking van de adviezen van Argonout het medisch noodzakelijk is dat eiser naar een eengezinswoning verhuist. De rechtbank volgt eiser evenmin in zijn beroepsgrond dat verweerder ten onrechte geen goede belangenafweging heeft gemaakt in het kader van de hardheidsclausule. Afgezien van de medische klachten, zijn er geen andere bijzondere omstandigheden aangevoerd die in het kader van de belangenafweging hadden moeten worden betrokken. Verweerder heeft het verzoek van eiser om aanpassing van het zoekprofiel gezien het voorgaande kunnen afwijzen.
Ten overvloede merkt de rechtbank nog het volgende op. Ter zitting is de geldigheid van de urgentieverklaring aan de orde geweest. Verweerder heeft ter zitting toegezegd dat deze geldigheid zal worden verlengd met zes maanden na deze uitspraak, zodat eiser in de gelegenheid wordt gesteld om alsnog van de urgentie gebruik te maken.. Daarbij heeft verweerder eiser verzocht om dan ook actief van die urgentie gebruik te maken, zodat hij naar een nieuwe woning kan verhuizen. Ook heeft verweerder op de zitting aangegeven dat als in de toekomst zou blijken dat het medisch gezien in woningen waarvoor eiser nu in aanmerking komt psychisch slecht met hem gaat, eiser dan altijd een nieuw verzoek om een urgentie kan doen. Aan de hand van die nieuwe gegevens zal dan opnieuw worden beoordeeld of het zoekprofiel moet worden aangepast.
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder het zoekprofiel behorende bij de aan eiser verleende urgentie niet hoeft aan te passen. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.J. van Putten, rechter, in aanwezigheid van mr. N.L. Pruntel, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 november 2023.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Haarlem 2022
Artikel 2.3.4. Voorrang bij urgentie – Algemeen
(…)
8. Bezitters van een urgentieverklaring kunnen, tenzij anders vermeld, 26 weken vanaf de datum van afgifte, met voorrang boven andere woningzoekenden en met een toegewezen zoekprofiel in aanmerking komen voor een vergunning.
9. Het zoek profiel, zoals bedoeld in lid 8, is gebaseerd op een vergelijkbare situatie als de huidige woonsituatie met dien verstande dat het leidt tot de meest sobere oplossing voor de urgente woonsituatie, waarbij in beginsel geen recht op een eengezinswoning wordt verkregen.
Artikel 4.2.2. Hardheidsclausule
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in gevallen waarin de toepassing van deze verordening naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt ten gunste van de aanvrager af te wijken van deze verordening.