ECLI:NL:RBNHO:2024:14322

ECLI:NL:RBNHO:2024:14322

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 17-06-2024
Datum publicatie 25-03-2026
Zaaknummer HAA 22/6028
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Alkmaar

Samenvatting

Beroep tegen aanlijn- en muilkorfgebod is ongegrond. De rechtbank concludeert dat de hond van eiser binnen twee jaren twee keer bij een bijtincident was betrokken. Volgens verweerders beleidsregel merkt verweerder dat aan als een ernstig bijtincident en is de hond dus een gevaarlijke hond, zodat verweerder het muilkorfgebod volgens zijn beleid oplegt. Hetgeen eiser verder heeft aangevoerd, doet aan deze conclusie niet af. Eisers verzoek om schadevergoeding wordt daarom afgewezen. Websiteadres naar uitspraak RvS: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2026:1531&keyword=ECLI:NL:RVS:2026:1531

Uitspraak

[eiser] , uit Den Helder, eiser

gemachtigde: mr. E.H.J. Jansen,

en

de burgemeester van de gemeente Den Helder, verweerder

gemachtigde: A. van Splunter, ambtenaar in dienst bij de gemeente.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep tegen het besluit van verweerder om aan eiser een aanlijn- en muilkorfgebod op te leggen voor zijn Anatolische herder [naam 1] .

Met het bestreden besluit van 21 oktober 2022 op het bezwaar van eiser heeft verweerder het primaire besluit van 19 april 2022 tot het opleggen van het aanlijn- en muilkorfgebod gehandhaafd.

Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen het bestreden besluit op 23 oktober 2023 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, samen met zijn gemachtigde. Namens verweerder is de gemachtigde verschenen vergezeld door [naam 2] , eveneens ambtenaar bij de gemeente.

De rechtbank heeft het onderzoek heropend op 9 november 2023 om [naam 3] en hoofdagent [naam 4] te horen als getuigen.

Op 16 januari 2024 is de behandeling van het beroep ter zitting voortgezet. Eiser is verschenen, samen met zijn gemachtigde. Namens verweerder is (met bericht van verhindering) niemand verschenen. De getuigen [naam 3] en [naam 4] zijn ter zitting gehoord. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek ter zitting geschorst zodat partijen schriftelijk op de verklaringen van de getuigen en dus het resultaat van de bewijslevering konden reageren.

Op 1 februari 2024 heeft verweerder gereageerd en op 16 februari 2024 heeft eiser gereageerd. Eiser heeft daarbij aangegeven dat hij nogmaals wenst te worden gehoord op een nadere zitting.

Op 17 juni 2024 is de behandeling van het beroep ter zitting voortgezet. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, zijn gemachtigde, de gemachtigde van verweerder en [naam 2] , voornoemd.

Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank:

Motivering

De rechtbank beoordeelt of verweerder op goede gronden een aanlijn- en muilkorfgebod voor de Anatolische herder [naam 1] heeft opgelegd.

Artikel 2:59 “Gevaarlijke honden”, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening Den Helder 2021 luidt: Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander.

De beleidsregel ‘Beleid bijtincidenten honden Den Helder’ van de burgemeester luidt, voor zover van belang:

Artikel 1 Begripsbepalingen

Licht bijtincident: er wordt van een licht bijtincident gesproken wanneer een hond een ander dier of persoon bijt, waarbij er sprake is van geen of gering letsel waarbij geen medische behandeling noodzakelijk is.

Ernstig bijtincident: van een ernstig bijtincident is sprake:

(…)

2. wanneer meer dan één keer binnen een periode van twee jaar een bijtincident zonder ernstig letsel of ernstige gevolgen plaatsvindt;

(…).

Ernstig letsel: van ernstig letsel is sprake als bij een persoon, hond of ander dier medische behandeling noodzakelijk is als gevolg van het bijtincident.

Gevaarlijke hond: een hond, die een ernstig bijtincident heeft veroorzaakt.

Artikel 3 Gevaarlijke hond

1. De burgemeester verklaart een hond gevaarlijk, in de zin van artikel 2:59 van de Apv, als er sprake is van een ernstig bijtincident. Afhankelijk van de ernst van het incident kan worden overgegaan tot inbeslagname van de hond, of kan worden besloten tot het opleggen van een aanlijn- en muilkorfgebod.

Tussen partijen is het volgende niet in geschil. Op 7 februari 2022 liep eiser met zijn Anatolische herder [naam 1] in het Duinpark in Den Helder. De heer [naam 5] liep toen met zijn hond, een Engelse setter, ook (hard) in dat park. Toen de Engelse setter passeerde ging [naam 1] in gevecht met de setter. De setter had daarna een wond aan een poot. Op 8 februari 2022 heeft een dierenarts de wond van de setter behandeld en (met nietjes) een hechting aangebracht. Op 1 maart 2022 liep eiser met [naam 1] (wederom) in het Duinpark. Mevrouw [naam 3] liet haar labrador toen ook uit in het Duinpark. De labrador liep los. De labrador liep naar eiser en [naam 1] toe. [naam 1] gromde naar de labrador en maakte een afsnauwende manoeuvre naar de labrador.

Verweerder heeft aan het besluit ten grondslag gelegd dat [naam 1] bij beide incidenten de andere hond heeft gebeten. Daarom is volgens verweerder sprake van twee lichte bijtincidenten binnen twee jaar en merkt hij [naam 1] onder verwijzing naar de beleidsregel aan als gevaarlijke hond en legt hij het muilkorfgebod op.

Eiser betwist dat [naam 1] bij de beide incidenten de andere hond heeft gebeten, zodat er geen grond is om een muilkorfgebod op te leggen.

Verweerder heeft als bewijsmiddelen ingebracht: een e-mail van hoofdagent [naam 4] van 15 maart 2022, een proces-verbaal van bevindingen van die hoofdagent en hoofdagent [naam 6] van 16 oktober 2022, een foto van verwondingen van de setter en een nota van een dierenarts van 6 februari 2022. In beroep beschikt de rechtbank ook over het proces-verbaal van het getuigenverhoor van mevrouw [naam 3] en hoofdagent [naam 4]

De rechtbank volgt niet eisers stelling dat [naam 1] de setter bij het incident op 7 februari 2022 niet zou hebben gebeten. De verklaring van de heer [naam 5] , zoals gerelateerd in het proces-verbaal, dat hij bij thuiskomst na het incident zag dat de setter gewond was, de foto en de factuur van de dierenarts zijn voor de rechtbank voldoende overtuigend voor de conclusie dat [naam 1] de setter niet alleen heeft aangevallen, maar ook heeft gebeten.

Voor wat betreft het incident met de labrador geldt dat getuige [naam 3] , zo bleek bij het getuigenverhoor, niet heeft gezien dat [naam 1] de labrador heeft gebeten. Zij heeft echter wel verklaard dat de labrador jankend naar haar toekwam. Zij zag toen geen bloed, maar de volgende dag ontdekte zij een wond aan de schouder ter grootte van een twee-eurostuk. Tijdens het horen van de getuigen ter zitting is weliswaar niet gebleken dat de hoofdagent de wond met eigen ogen heeft gezien, maar zij heeft, zo verklaarde zij, de wond wel op een foto gezien. Mede gelet op de verklaring van eiser dat [naam 1] de labrabor grommend bejegende en vervolgens een afsnauwende manoeuvre maakte, acht de rechtbank daarom wel voldoende overtuigend bewezen dat [naam 1] de labrador bij het incident ook heeft gebeten.

Aan het voorgaande doet niet af dat de hoofdagenten in het proces-verbaal op zijn minst de indruk wekten dat zij de verwonding van de labrador met eigen ogen hadden gezien, terwijl uit het getuigenverhoor blijkt dat zij alleen telefonisch contact hebben gehad met getuige [naam 3] . Die constatering moet overigens wel aanleiding zijn voor verweerder om rapportages van de politie kritisch te blijven bezien.

Conclusie na het voorgaande is dat [naam 1] op 7 februari 2022 en 1 maart 2022, dus binnen twee jaren en twee keer, bij een bijtincident was betrokken. Volgens zijn beleidsregel merkt verweerder dat aan als een ernstig bijtincident en daarmee [naam 1] als een gevaarlijke hond, zodat verweerder het muilkorfgebod volgens zijn beleid oplegt.

Hetgeen eiser verder heeft aangevoerd, doet aan deze conclusie niet af.

Naast volledige vergoeding van zijn proceskosten, heeft eiser ook verzocht om vergoeding van schade waaronder een geldboete die hij heeft opgelegd gekregen omdat hij [naam 1] onaangelijnd en niet-gemuilkorfd op een openbare plaats liet lopen. Dat verzoek stuit reeds af op de constatering dat het bestreden besluit hiervoor niet onrechtmatig is bevonden, zodat er op grond van artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht geen grondslag voor veroordeling van verweerder tot vergoeding van enige, gesteld geleden schade is.

De rechtbank merkt nog op dat verweerder zich ter zitting bereid heeft getoond de kosten van een gedragstest als bedoeld in artikel 6 van de beleidsregel om aan te tonen dat [naam 1] niet (meer) gevaarlijk is, te vergoeden als dat het geval blijkt te zijn, dan wel die kosten met eiser te delen, waarna ontheffing van het muilkorfgebod kan volgen.

Conclusie en gevolgen

Het beroep is daarom ongegrond. Dat betekent dat het aanlijn- en muilkorfgebod in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 juni 2024 door mr. R.H.M. Bruin, rechter, in aanwezigheid van mr. A.W. Martens, griffier.

griffier

rechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan in hoger beroep bij Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.H.M. Bruin

Griffier

  • mr. A.W. Martens

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?