RECHTBANK NOORD-HOLLAND
de Raad voor de Kinderbescherming te Haarlem,
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
[de moeder] ,
[de vader] ,
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/353900 / JU RK 24-907
Datum uitspraak: 26 juli 2024
Beschikking van de kinderrechter over een ambtshalve verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging uithuisplaatsing
in de zaak van
hierna te noemen de Raad,
betreffende
hierna te noemen [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats] .
Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
[de minderjarige] verblijft in een netwerkpleeggezin, te weten bij zijn halfbroer [halfbroer] .
Het verzoek
De Raad heeft verzocht de ondertoezichtstelling te verlenen voor de duur van één jaar. Tevens heeft de Raad verzocht een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen voor de duur van drie maanden.
De beoordeling
Vaststaat dat de termijn van de voorlopige ondertoezichtstelling en van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] verloopt op 3 augustus 2024. De Raad heeft op
21 juni 2024 een verzoek tot ondertoezichtstelling en een verzoek machtiging uithuisplaatsing ingediend. De rechtbank ziet echter geen mogelijkheid dit verzoek tijdig, dat wil zeggen voor de afloop van de voorlopige ondertoezichtstelling en de machtiging uithuisplaatsing op een zitting inhoudelijk te behandelen, nu de advocaat niet in staat is binnen die periode de ouders bij te staan. De advocaat heeft aangegeven dat de ouders akkoord zijn met het toewijzen van de beide verzoeken voor een korte duur en het behandelen van het restant van de verzoeken ter zitting in bijzijn van de ouders, bijgestaan door hun advocaat op na te noemen datum.
Op dit moment is voldoende aannemelijk dat de gronden die destijds tot de voorlopige ondertoezichtstelling en tot de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] hebben geleid, ook nu nog aanwezig zijn. Daarom zal de kinderrechter het verzoek tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing gedeeltelijk toewijzen, te weten beide tot 23 augustus 2024, en de behandeling van het restant van de verzoeken te bepalen op de zitting van [zittingsdatum] .
De beslissing
De kinderrechter:
stelt de minderjarige [de minderjarige] onder toezicht tot 23 augustus 2024;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een netwerkpleeggezin tot 23 augustus 2024;
houdt iedere verdere beslissing aan tot de zitting van [zittingsdatum] in het gerechtsgebouw te Haarlem, Simon de Vrieshof 1;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam.