RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: 11719736 \ CV EXPL 25-2017 WD
Vonnis van 10 september 2025
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
ALEKTUM CAPITAL LV AG,
te Zug (Zwitserland),
eisende partij,
hierna te noemen: Alektum,
gemachtigde: R. Slagman,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;- de conclusie van antwoord;- de conclusie van repliek;- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. Het geschil
Alektum vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 99,96, vermeerderd met rente en kosten.
Alektum legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] heeft bij een rechtsvoorganger van Alektum via een online webshop goederen besteld, maar heeft verzuimd de daarvoor verschuldigde koopsom te betalen.
[gedaagde] voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
3. De beoordeling
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van Boek 6, titel 5, afdeling 2B van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd.
Alektum heeft naar het oordeel van de kantonrechter niet voldoende gesteld en onderbouwd dat zij, althans haar rechtsvoorganger, heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten.Uit de overgelegde facturen (productie 5 bij dagvaarding) blijkt dat de vordering ziet op een bestelling uit februari 2019. Het ligt daarom op de weg van Alektum om door het overleggen van schermafdrukken te onderbouwen dat zij in februari 2019 aan haar informatieverplichtingen voldeed. De kantonrechter constateert dat de als productie 2 overgelegde schermafbeeldingen zien op het bestelproces in 2020. Dit brengt mee dat de kantonrechter niet kan vaststellen dat Alektum althans haar rechtsvoorganger bij onderhavige bestelling van gedaagde aan haar informatieverplichting heeft voldaan. De kantonrechter zal daarom de vordering afwijzen.
Alektum is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De kantonrechter begroot de proceskosten van [gedaagde] op nihil.
4. De beslissing
De kantonrechter
wijst de vorderingen van Alektum af,
veroordeelt Alektum in de proceskosten, te begroten op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.D.M. Hazeu en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2025.