ECLI:NL:RBNHO:2025:10307

ECLI:NL:RBNHO:2025:10307, Rechtbank Noord-Holland, 14-08-2025, C/15/366740 / JU RK 25-889

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 14-08-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer C/15/366740 / JU RK 25-889
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Alkmaar
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002656 BWBR0030068

Samenvatting

Verzoek verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging uithuisplaatsing tot meerderjarigheid toegewezen. Hoewel de minderjarige geen vaste verblijfplaats heeft, is de GI niet voornemens een gesloten machtiging te verzoeken, omdat de minderjarige in goed contact is met de jeugdbeschermer. De minderjarige komt in aanmerking voor een plaatsing bij een kamertrainingscentrum.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Alkmaar

Zaaknummer: C/15/366740 / JU RK 25-889

Datum uitspraak: 14 augustus 2025

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling De William Schrikker Stichting, Jeugdbescherming en Jeugdreclassering te Amsterdam,

hierna te noemen de GI,

over

[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,

hierna te noemen [de minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [plaats] .

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 25 juni 2025;

het e-mailbericht met bijlage van de GI van 8 augustus 2025.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 14 augustus 2025. Daarbij was [vertegenwoordiger van de GI] aanwezig namens de GI.

De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een telefonisch gesprek gevoerd met de kinderrechter op 13 augustus 2025. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld.

De moeder is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet op de zitting verschenen.

2. De feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .

[de minderjarige] verblijft formeel bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] in [plaats] , maar wisselt in de praktijk regelmatig van verblijfplaats.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 2 september 2021 [de minderjarige] onder toezicht gesteld. Deze ondertoezichtstelling is vervolgens telkens verlengd, voor het laatst tot 2 september 2025.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 3 juli 2025 een machtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 2 september 2025.

3. Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen tot aan haar meerderjarigheid op 4 april 2026. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen tot diezelfde datum.

De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De GI heeft dit verzoek als volgt onderbouwd. Hoewel [de minderjarige] een plek aangeboden heeft gekregen bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] , verblijft zij daar inmiddels al een week niet meer. Zij heeft momenteel geen vaste verblijfplaats. De GI is niet voornemens een gesloten machtiging te verzoeken, omdat [de minderjarige] in goed contact is met de jeugdbeschermer en niet onveilig lijkt te zijn. Er wordt een intake gepland bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] in [plaats] . [de minderjarige] komt daar in aanmerking voor een plek in een kamertrainingscentrum en dit lijkt goed aan te sluiten bij de behoefte en de wensen van [de minderjarige] . Omdat [de minderjarige] bijna 18 jaar oud wordt, wordt er ook nagedacht over een vervolgplek.

4. De mening van [de minderjarige] en moeder

[de minderjarige] kan zich vinden in de verzoeken. [de minderjarige] zou graag willen werken, maar dat is lastig omdat zij haar paspoort kwijt is. Verder zou zij graag haar eigen plekje willen. Tijdens het telefoongesprek is [de minderjarige] voor het eerst weer bij haar moeder thuis, omdat zij nergens anders terecht kon. Meestal kan zij bij vriendinnen slapen. Als dat niet lukt, slaapt zij ook wel eens buiten. Ze is zich ervan bewust dat daar risico’s aan zitten, maar zij denkt dat zij veilig is. Zij heeft van haar jeugdbeschermer een noodnummer ontvangen dat zij kan bellen als zij in de problemen zit.

Uit het verzoekschrift blijkt dat de moeder het eens is met beide verzoeken.

5. De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Door de omstandigheid dat zowel [de minderjarige] als de moeder de Poolse nationaliteit

bezit, draagt onderhavige zaak een internationaal karakter. Gelet hierop dient eerst de vraag

te worden beantwoord of de Nederlandse rechter in deze zaak rechtsmacht toekomt. Aangezien de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] zich in Nederland bevindt, komt de

Nederlandse rechter op grond van artikel 10:113 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en

artikel 7 van de Verordening Brussel II-ter rechtsmacht toe om dit verzoek te behandelen.

Vervolgens is de vraag aan de orde welk recht van toepassing is. Op grond van

artikel 15 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 is het Nederlands recht van

toepassing op het verzoek.

Verlenging ondertoezichtstelling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

De ontwikkeling van [de minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Zij kampt met een verstandelijke beperking, ODD en trauma. [de minderjarige] heeft de afgelopen periode op verschillende en deels onbekende locaties verbleven. Daarover geeft [de minderjarige] aan soms zelfs buiten te hebben moeten slapen, wat gevaarlijke situaties voor [de minderjarige] kan opleveren. Verder heeft [de minderjarige] geen zinvolle dagbesteding en is de relatie met haar moeder verstoord geraakt. Moeder heeft niet meer voldoende draagkracht om [de minderjarige] op te voeden. Daarnaast is [de minderjarige] bekend met gedragsproblematiek en heeft zij moeite met het vertrouwen van mensen.

De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat de moeder overbelast en onmachtig is om de problematiek samen met [de minderjarige] in een vrijwillig kader te verhelpen.

De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot aan haar meerderjarigheid op 4 april 2026.

Verlenging machtiging uithuisplaatsing

Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. Het is namelijk noodzakelijk dat [de minderjarige] een vaste plek heeft waar zij veilig is, zodat zij begeleid kan worden richting volwassenheid. Inmiddels staat een intake gepland bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] in [plaats] . Omdat [de minderjarige] al op korte termijn 18 jaar oud wordt, is het ook van belang te onderzoeken welke vervolgplek past bij de behoeften van [de minderjarige] . De kinderrechter verlengt de machtiging uithuisplaatsing van [de minderjarige] daarom ook tot aan haar meerderjarigheid op 4 april 2026. De kinderrechter hoopt dat als [de minderjarige] een plek heeft waar zij zich veilig voelt, er ruimte komt om te werken aan het contactherstel met haar moeder.

Beslissing uitvoerbaar bij voorraad

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 4 april 2026;

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 4 april 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2025 door mr. M.M. van Weely, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. D.A.C. Sinnige als griffier, en op schrift gesteld op 21 augustus 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. D.A.C. Sinnige als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand