ECLI:NL:RBNHO:2025:10695

ECLI:NL:RBNHO:2025:10695, Rechtbank Noord-Holland, 29-08-2025, 24/7617

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 29-08-2025
Datum publicatie 02-12-2025
Zaaknummer 24/7617
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002656

Samenvatting

Deze zaak gaat over de intrekking en beëindiging van de bijstandsuitkering van eiser. Het college is hiertoe overgegaan, omdat uit onderzoek is gebleken dat niet aannemelijk is geworden dat eiser zijn hoofdverblijf heeft op het opgegeven adres. Eiser is het hier niet mee eens. De rechtbank volgt eiser hierin niet. Het beroep is ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 augustus 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

Samenvatting

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 24/7617

(gemachtigde: mr. J.F.R. Eisenberger),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Velsen, het college

(gemachtigden: mr. F. Zandvliet en mr. I van der Worp).

1. Deze zaak gaat over de intrekking en beëindiging van de bijstandsuitkering van eiser. Het college is hiertoe overgegaan, omdat uit onderzoek is gebleken dat niet aannemelijk is geworden dat eiser zijn hoofdverblijf heeft op het opgegeven adres. Eiser is het hier niet mee eens. De rechtbank volgt eiser hierin niet. Het beroep is ongegrond.

Procesverloop

Bij besluit van 24 juli 2024 (het primaire besluit) heeft het college de bijstandsuitkering van eiser per 26 juni 2024 ingetrokken en beëindigd.

Bij besluit van 6 november 2024 (het bestreden besluit) heeft het college het primaire besluit gehandhaafd.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 26 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigden van het college.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt de intrekking en beëindiging van de bijstandsuitkering.

Totstandkoming van het bestreden besluit

Eiser ontvangt sinds 15 september 2016 een uitkering op grond van de Participatiewet (PW). Eiser staat ingeschreven op het adres [adres] in [plaats] (gemeente Velsen). Dit is ook het adres dat bekend is bij het college. In 2019 heeft een algemeen heronderzoek plaatsgevonden. Op de bankafschriften van destijds zijn veelvuldig transacties in de omgeving Rotterdam geconstateerd. Hierover heeft eiser toentertijd verklaard dat zijn broer in het bezit is van zijn bankpas en zijn geldzaken regelt en dat zijn kinderen in de omgeving van Rotterdam wonen. Er is op dat moment geen verder onderzoek ingesteld door het college.

In 2024 is opnieuw onderzoek gestart naar de rechtmatigheid van de verstrekking van de uitkering. Dit onderzoek heeft bestaan uit dossieronderzoek, gesprekken met eiser op 18 april 2024, 22 mei 2024 en 5 juni 2024, het onderzoeken van bankafschriften, een huisbezoek, een buurtonderzoek en een onderzoek naar het waterverbruik. Van het onderzoek zijn rapportages opgesteld op 11 juli 2024 en 23 juli 2024. In de rapportages wordt vermeld dat er regelmatig pintransacties zijn in de omgeving van Rotterdam en in het buitenland. In de periode van 1 oktober 2023 tot en met 31 december 2023 zijn geen afschrijvingen geconstateerd in de gemeente Velsen. In de rapportages wordt vermeld dat eiser wisselend verklaart over deze pintransacties. Ook heeft een huisbezoek plaatsgevonden, waarbij in de kledingkast van eiser minimaal kleding is aangetroffen en er waren slechts enkele houdbare producten aanwezig in de koelkast. Tijdens het huisbezoek zijn spullen van eisers zoon en schoondochter aangetroffen in de woning. Er is geen kat aangetroffen, dit terwijl eiser in het gesprek op 5 juni 2024 heeft aangegeven dat zijn schoondochter op de kat past. Er is buurtonderzoek gedaan, waarbij vier verklaringen van omwonenden zijn afgenomen. Onder meer is verklaard dat eiser al enige tijd niet meer is gezien en dat de woning wordt verhuurd aan een jong stel. Tot slot is onderzoek gedaan naar het waterverbruik. Er is geconstateerd dat het waterverbruik in de periode 2023/2024 aanzienlijk is gestegen ten opzichte van 2022/2023. Deze toename komt overeen, aldus rapporteur(s), met de verklaringen uit het buurtonderzoek dat een jong stel in de woning woont. Op basis van de in de rapportages van 11 en 23 juli 2024 genoemde onderzoeksresultaten heeft het college bij het primaire besluit de bijstandsuitkering van eiser ingetrokken en beëindigd, omdat uit het onderzoek is gebleken dat eiser zijn hoofdverblijf niet heeft in de gemeente Velsen.

In bezwaar heeft eiser verklaringen overgelegd van zijn broer, dochter en van zijn psychiater. Hierin staat dat eiser regelmatig met zijn broer meerijdt naar Rotterdam, zijn zoon en schoondochter voor eiser zorgen en dat eiser kampt met psychische problemen.

Bij het bestreden besluit heeft het college het primaire besluit gehandhaafd.

Standpunt eiser

5. Eiser stelt dat ten onrechte niet alle door de Centrale Raad van Beroep relevant geachte feiten en gezichtspunten zijn onderzocht en meegewogen door het college. Verder stelt eiser dat uit de door het college onderzochte gezichtspunten niet volgt dat eiser zijn hoofdverblijf niet heeft in de gemeente Velsen. Dat eiser veel pintransacties verricht in de omgeving van Rotterdam, Velserbroek en in het buitenland maakt niet dat hij zijn hoofdverblijf niet heeft in de gemeente Velsen. Een jaarlijks verblijf in het buitenland is op grond van de Participatiewet (PW) toegestaan. Daarnaast wonen zijn kinderen in Rotterdam en Hellevoetsluis en die bezoekt hij veelvuldig. Hij doet daar dan vaak boodschappen en neemt contant geld op. Ook maakt zijn zoon gebruik van zijn pinpas. Ter zitting heeft eiser verklaard dat hij in 2023 mantelzorger is geweest voor zijn tante uit Hellevoetsluis. Hierdoor verbleef eiser soms bij haar. Uit het huisbezoek en waterverbruik blijkt dat de woning wordt bewoond en op de foto’s die zijn gemaakt bij het huisbezoek is kleding van eiser zichtbaar. Aan de verklaringen uit het buurtonderzoek komt een verminderde bewijslast toe, omdat deze verklaringen in hetzelfde handschrift zijn opgesteld, een incomplete indruk maken en niet zijn ondertekend. In twee verklaringen staat dat eiser wordt gezien bij de woning. Dat eiser door de andere bewoners niet wordt gezien kan gelegen zijn in het feit dat hij op de bovenste etage woont, slecht ter been is en door zijn psychische problemen minder buiten komt. In beroep heeft eiser vier verklaringen van andere buurtbewoners overgelegd, die hem wel herkennen. Daarnaast stelt eiser dat het onderzoek van het college onzorgvuldig is geweest, omdat geen onderzoek is gedaan naar de vraag op welke wijze eiser zijn woning heeft prijsgegeven en waar hij nu woont. Tot slot doet eiser een beroep op het vertrouwensbeginsel, omdat in 2019 geen consequenties zijn verbonden aan zijn pingedrag.

Standpunt college

6. Het college handhaaft het standpunt dat niet aannemelijk is geworden dat het zwaartepunt van eisers leven zich bevindt in de gemeente Velsen. Hij heeft hier niet zijn hoofdverblijf. Het college voert aan dat uit het onderzoek blijkt dat eiser, op enkele keren na, geen betalingen verricht in de gemeente Velsen. De verklaring van eiser dat de pintransacties in Rotterdam door zijn zoon worden verricht verklaart niet waarom hijzelf niet in de gemeente Velsen pint. Daarbij komt ook dat eiser minder dan de NIBUD-norm besteedt aan zijn boodschappen. Bovendien merkt het college op dat zijn verklaringen niet consistent zijn. Zo komt de verklaring dat hij 1 à 2 keer per maand naar zijn kinderen in Rotterdam/Hellevoetsluis gaat niet overeen met het pingedrag. Ook verklaart eiser eerst dat hij regelmatig met zijn broer uit Velserbroek naar zijn kinderen gaat, terwijl hij op 22 mei 2024 verklaart nooit lang weg te zijn. Verder geeft eiser op 18 april 2024 aan dat zijn dagbesteding bestaat uit boodschappen doen, terwijl dit niet volgt uit zijn pingedrag. Ook de bevindingen uit het huisbezoek en het onderzoek naar het waterverbruik wijzen erop dat het zwaartepunt van eisers leven zich buiten de gemeente Velsen bevindt. Een aantal wezenlijke spullen van eiser, zoals schoeisel, ondergoed en sokken, zijn niet aangetroffen in de woning. Verder verklaren drie van de vier gesproken buurtbewoners dat eiser niet woonachtig is op het adres, terwijl wel wordt vermeld dat een jong stel in de woning woont. Dit laatste zou mogelijk ook de stijging in het waterverbruik verklaren. De door eiser in bezwaar ingebrachte verklaringen maken het voorgaande niet anders, omdat uit deze verklaringen niet kan worden opgemaakt dat het zwaartepunt van het persoonlijke leven van eiser zich bevindt in de gemeente Velsen. Tot slot stelt het college dat zij niet hoeven te onderzoeken waar eiser wel zou verblijven.

Oordeel rechtbank

Juridisch kader

Op grond van artikel 40, eerste lid, PW bestaat recht op bijstand jegens het college van de gemeente waar de belanghebbende woonplaats heeft als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, en 11 van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Waar een betrokkene zijn woonadres/woonplaats heeft, is daar waar hij zijn hoofdverblijf heeft. Het hoofdverblijf van een betrokkene ligt daar waar zich het zwaartepunt van zijn persoonlijk leven bevindt. Dit dient te worden bepaald aan de hand van concrete feiten en omstandigheden. De betrokkene is verplicht juiste en volledige informatie over zijn woonadres te verstrekken, aangezien dat van essentieel belang is voor de verlening van bijstand.

Intrekking en beëindiging van de bijstandsuitkering is een voor de betrokkene belastend besluit. Daarom rust de bewijslast om aannemelijk te maken dat aan de voorwaarden voor intrekking is voldaan in beginsel op de bijstandsverlenende instantie. Dit betekent dat de bijstandsverlenende instantie de nodige kennis over de relevante feiten moet verzamelen.

Hoofdverblijf

De rechtbank is van oordeel dat het college het besluit mocht baseren op de onderzoeksresultaten. Hieruit is, in samenhang bezien, voldoende aannemelijk geworden dat eiser zijn hoofdverblijf niet heeft op het opgegeven adres. Niet alleen de pintransacties, maar ook hetgeen (niet) is aangetroffen bij het huisbezoek, de verklaringen van buurtbewoners (opgenomen door de rapporteur) en het waterverbruik wijzen er op dat het zwaartepunt van zijn persoonlijke leven zich niet bevindt in de gemeente Velsen. Daarbij heeft het college de verklaringen van eiser over zijn verblijf in Rotterdam en Hellevoetsluis, welke verklaringen niet sluitend zijn, mogen betrekken. Anders dan eiser stelt zijn bij de beoordeling door het college de relevante gezichtspunten meegenomen. Het onderzoek is zorgvuldig verricht. Dat betekent dat het college voldoende heeft onderbouwd dat eiser zijn hoofdverblijf niet in de gemeente Velsen heeft. Het is dan aan eiser om het tegendeel aannemelijk te maken. Daarin is hij niet geslaagd. Eiser legt wisselende verklaringen af en onderbouwt zijn stelling dat hij wel zijn hoofdverblijf heeft in de gemeente Velsen niet met objectieve en verifieerbare bewijsstukken. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat zijn broer niets verklaard over de ter zitting vermelde mantelzorg van de tante. Ook ontvangt eiser, naar eigen zeggen, zelf (mantel) zorg van zijn zoon en schoondochter. Bovendien is met deze gegeven verklaringen nog geen afdoende verklaring gegeven over de omstandigheid dat er niet of nauwelijks pintransacties in de gemeente Velsen hebben plaatsgevonden, terwijl boodschappen doen zijn dagbesteding is. Daarnaast heeft eiser geen verklaring gegeven voor het toegenomen waterverbruik in de periode 2023/2024 en het feit dat geen ondergoed, sokken en schoenen van hem zijn aangetroffen in de woning. Met betrekking tot de overgelegde verklaringen van buurtbewoners, die hem kennen, overweegt de rechtbank dat daaruit nog niet volgt dat het zwaartepunt van zijn leven in de gemeente Velsen is.

Anders dan eiser veronderstelt is het college niet verplicht ook te onderzoeken waar eiser wel zijn hoofdverblijf zou hebben. Uit de door eiser aangehaalde uitspraak volgt dit evenmin.

Vertrouwensbeginsel

9. Voor zover eiser stelt dat sprake is van een schending van het vertrouwensbeginsel, omdat in 2019 geen consequenties zijn verbonden aan zijn pingedrag, volgt de rechtbank eiser niet. Voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel is vereist dat de betrokkene aannemelijk maakt dat door een bestuursorgaan toezeggingen of andere uitlatingen zijn gedaan of gedragingen zijn verricht waaruit de betrokkene in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon en mocht afleiden of en zo ja, hoe het bestuursorgaan in een concreet geval een bevoegdheid zou uitoefenen. De intrekking en beëindiging hier aan de orde, ziet niet op 2019. Aan de omstandigheid dat het college in 2019 geen verdergaand onderzoek heeft verricht naar de rechtmatigheid van de aan eiser verstrekte bijstandsuitkering heeft eiser niet het gerechtvaardigde vertrouwen mogen ontlenen dat het college hiertoe nooit meer zou overgaan. Het college is immers te allen tijde bevoegd om onderzoek te verrichten naar de rechtmatigheid van een verstrekte bijstandsuitkering. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Het college mocht de bijstandsuitkering van eiser intrekken en beëindigen. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Ook krijgt eiser geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. de Vries, rechter, in aanwezigheid van mr. S.A. Zorge, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 29 augustus 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L.M. de Vries

Griffier

  • mr. S.A. Zorge

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?