ECLI:NL:RBNHO:2025:10696

ECLI:NL:RBNHO:2025:10696, Rechtbank Noord-Holland, 29-08-2025, 24/7463

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 29-08-2025
Datum publicatie 01-12-2025
Zaaknummer 24/7463
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Haarlem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken

Verwijst naar

Aangehaald door

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een uitkering op grond van de Wet werk inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij stelt hiertoe dat meer beperkingen hadden moeten worden aangenomen en zij vanwege haar taalachterstand de geduide functies niet kan verrichten. De rechtbank is het niet met haar eens. Het beroep slaagt niet.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 augustus 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit Amsterdam, eiseres

Samenvatting

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 24/7463

(gemachtigde: mr. J.L. Wittensleger),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Uwv

(gemachtigde: mr. D. Brandt-van Es).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een uitkering op grond van de Wet werk inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij stelt hiertoe dat meer beperkingen hadden moeten worden aangenomen en zij vanwege haar taalachterstand de geduide functies niet kan verrichten. De rechtbank is het niet met haar eens. Het beroep slaagt niet.

Procesverloop

Bij besluit van 11 januari 2024 heeft het Uwv de aanvraag van eiseres voor een uitkering op grond van de Wet WIA afgewezen.

Met het bestreden besluit van 4 oktober 2024 heeft het Uwv het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Het Uwv heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 26 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het Uwv.

Bevoegdheid rechtbank

3. De rechtbank heeft ter zitting ambtshalve vastgesteld dat eiseres woonachtig is in Amsterdam. Het adres dat bij de rechtbank bekend is, is dat van de bewindvoerder van eiseres. Nu de bewindvoerder geen procespartij is in deze procedure is de rechtbank Noord-Holland niet de bevoegde rechterlijke instantie voor de behandeling van deze procedure. Ter zitting hebben partijen ingestemd met de behandeling van de procedure door de rechtbank Noord-Holland. Om deze reden neemt de rechtbank het beroep van eiseres in behandeling.

Inhoudelijke beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de aanvraag.

Totstandkoming van het bestreden besluit

Eiseres was werkzaam als schoonmaakster bij DEFACTO B.V. voor 16,22 uur per week. Daarnaast was zij van 4 juni 2021 tot 4 januari 2022 werkzaam als schoonmaakster bij HAGO Zorg voor 6 uur per week. Eiseres is door beide werkgevers op 31 juli 2021 ziekgemeld. Aan eiseres is een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) toegekend. Haar ZW uitkering bij HAGO Zorg werd na de eerstejaars ziektewetbeoordeling beëindigd. Na het doorlopen van de wachttijd heeft eiseres een uitkering op grond van de Wet WIA aangevraagd.

Naar aanleiding van haar WIA aanvraag is zij op 24 november 2023 gezien door een arts, onder supervisie van een verzekeringsarts. Hiervan heeft de arts op 21 december 2023 een rapport opgemaakt. Door de arts wordt vermeld dat momenteel sprake is van een lage behandelfrequentie ten aanzien van haar lichamelijke klachten. Er is een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opgesteld. Hierin zijn beperkingen aangenomen in de rubrieken sociaal functioneren, dynamische handelingen, statische houdingen en werktijden. De arbeidsdeskundige heeft in de rapportage van 9 januari 2024 geconcludeerd dat eiseres, gelet op de FML, niet in staat is haar eigen werk te verrichten. Wel is eiseres geschikt voor ander werk. Met de geduide functies kan eiseres 0% minder verdienen dan dat zij deed voordat zij ziek werd. Naar aanleiding hiervan heeft het Uwv het primaire besluit genomen.

De verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) heeft het dossier bestudeerd, de medische gegevens en de meegezonden e-mail bij het bezwaarschrift bestudeerd en kennisgenomen van de bezwaargronden. De bevindingen zijn neergelegd in het rapport van 20 september 2024. Nu in het bezwaarschrift geen nieuwe medische inzichten naar voren komen die aanleiding geven tot het verrichten van een aanvullend medisch onderzoek of aanleiding geven tot het opvragen van informatie en er geen reden bestaat te twijfelen aan de conclusies van de primaire arts, is er volgens de verzekeringsarts b&b geen reden voor een medisch spreekuur. De verzekeringsarts b&b ziet aanleiding om de FML licht aan te passen vanwege de zwangerschap van eiseres op de datum in geding. Naast de door de primaire arts ten aanzien van fysieke werkbelasting aangenomen beperkingen wordt eiseres door de verzekeringsarts b&b ook beperkt geacht ten aanzien van werk met trilling belasting, blootstelling aan chemische middelen, ioniserende straling, extreme temperaturen, geluidsniveaus boven de 80 db en piekgeluiden boven 112pa en nachtwerkzaamheden en onregelmatige werktijden. Daarop is de FML aangepast op 20 september 2024.De arbeidsdeskundige b&b heeft in zijn rapportage van 3 oktober 2024 geconcludeerd dat wegens de aangepaste FML de geduide functie van inpakker de belastbaarheid van eiseres overschrijdt. Deze functie wordt hierdoor verworpen. Er blijven voldoende passende geduide functies over. Met deze functies kan eiseres 29,16% minder verdienen dan dat zij deed voordat zij ziek werd. Naar aanleiding hiervan heeft het Uwv het bestreden besluit genomen.

Standpunt eiseres

6. Eiseres stelt dat het onderzoek onzorgvuldig heeft plaatsgevonden. Er hadden meer beperkingen moeten worden aangenomen gelet op haar klachten en de gestelde diagnoses. Volgens eiseres volgt uit de in het dossier aanwezige medische informatie dat

zij onder behandeling staat en zij meer beperkingen ondervindt. Eiseres stelt dat zij fysieke beperkingen heeft door de klachten aan haar achillespees, gewrichten en schouders waardoor zij beperkingen ervaart bij het lopen, staan en traplopen en zij is overgevoelig voor lawaai. Daarnaast heeft eiseres psychische klachten, angstklachten en slaapproblemen. Eiseres ervaart veel stress en druk waar zij niet mee kan omgaan. Ook heeft eiseres vermoeidheidsklachten, is zij vergeetachtig en kan zij niet omgaan met conflicten. Tevens is zij vanwege haar taalachterstand trager in haar handelingen. Eiseres stelt tot slot dat zij vanwege haar beperkingen en haar taalachterstand de geduide functies niet kan uitoefenen.

Standpunt Uwv

7. Het Uwv stelt onder verwijzing naar de rapportage van de verzekeringsarts b&b van 20 september 2024 dat er geen aanleiding is om de FML te wijzigen en meer beperkingen aan te nemen. De verzekeringsarts b&b heeft alle medische informatie meegenomen in zijn beoordeling en mocht zich baseren op de rapportage van de primaire arts. Verder heeft eiseres niet met medische gegevens onderbouwd dat meer beperkingen dienen te worden aangenomen. Daarnaast wordt de belastbaarheid van eiseres, gelet op de rapportage van de arbeidsdeskundige b&b van 3 oktober 2024, niet overschreden met de geduide functies. Wat betreft de taalachterstand en het opleidingsniveau stelt het Uwv dat eiseres al lange tijd in Nederland verblijft, taalcursussen volgt en een studie heeft gevolgd in het land van herkomst. Om deze reden wordt zij taalvaardig geacht en passen de geduide functies binnen haar opleidingsniveau.

Is er aanleiding voor twijfel aan de juistheid van de conclusies van de verzekeringsartsen?

Het Uwv mag besluiten over de arbeidsongeschiktheid baseren op rapportages van verzekeringsartsen, wanneer deze rapportages op een zorgvuldige manier tot stand zijn gekomen, geen tegenstrijdigheden bevatten en voldoende begrijpelijk zijn. Het is aan eiseres om aan te voeren en zo nodig aannemelijk te maken dat de rapportages niet aan de genoemde eisen voldoen of de medische beoordeling onjuist is.

De rechtbank is van oordeel dat de rapportages van de (verzekerings)artsen waarop het Uwv zich baseert op een zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen. De primaire arts heeft het dossier bestudeerd, eiseres gezien op het spreekuur en lichamelijk en psychisch onderzoek verricht. De primaire arts heeft hierover uitgebreid gerapporteerd. Er zijn geen nieuwe medische inzichten naar voren gebracht, zodat gevolgd kan worden dat de verzekeringsarts b&b eiseres niet op een medische spreekuur heeft onderzocht. Bovendien heeft de verzekeringsarts b&b bij zijn beoordeling het dossier en alle aanwezige medische gegevens betrokken.

Ook bestaat er naar het oordeel van de rechtbank in wat eiseres heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de conclusies van de verzekeringsarts b&b. Hiertoe overweegt de rechtbank dat de medische rapportage van de verzekeringsarts b&b geen tegenstrijdigheden bevat en diens conclusies logisch volgen uit het onderzoek dat is verricht. In het rapport van de primaire arts is vermeld dat de medische behandeling die eiseres heeft ondergaan vanwege haar tuberculose eind 2022 is gestaakt. Dit is door eiseres bevestigd ter zitting. Nu de behandeling voor de datum in geding is beëindigd, is terecht geen rekening gehouden met de bijwerkingen die eiseres destijds ondervond als gevolg van deze behandeling. De omstandigheid dat eiseres meer klachten ervaart en om die reden meent dat zij meer beperkt is, leidt niet tot twijfel aan de conclusies van de verzekeringsarts. Het ervaren van beperkingen is binnen de systematiek van de Wet WIA onvoldoende voor het aannemen van beperkingen. Er moet sprake zijn van objectiveerbare medische klachten en beperkingen. Voorts wordt overwogen dat eiseres de stelling dat haar klachten en/of beperkingen zijn toegenomen niet heeft onderbouwd met medische stukken. Tot slot zijn door de verzekeringsarts b&b extra beperkingen aangenomen vanwege de zwangerschap van eiseres ten tijde van de datum in geding. Ook daarmee is rekening gehouden. De medische grondslag van het bestreden besluit kan dan ook worden gevolgd.

De arbeidsdeskundige beoordeling

9. Het voorgaande betekent dat de arbeidsdeskundige b&b de rapportage kon baseren op de FML van 20 september 2024. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de arbeidsdeskundige b&b in de rapportage van 3 oktober 2024 voldoende inzichtelijk en overtuigend gemotiveerd dat de aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde functies in overeenstemming zijn met de belastbaarheid van eiseres. De stelling dat zij vanwege haar taalachterstand en opleidingsniveau de geduide functies niet kan verrichten volgt de rechtbank niet. De gestelde beperkte beheersing van de Nederlandse taal vormt geen reden om aan te nemen dat eiseres niet geschikt is voor de geselecteerde functies en staat de functieduiding niet in de weg. Daarbij geldt dat eiseres al lange tijd in Nederland woont en zij ter zitting heeft bevestigd dat zij sinds 2023 twee à drie uur per week Nederlandse taalles volgt. Daarnaast heeft eiseres ter zitting verklaard dat zij haar kinderen helpt met hun schoolwerk. Wat betreft het opleidingsniveau geldt dat eiseres in het land van herkomst een MBO 2 diploma heeft behaald, ook dit kon worden betrokken in de beoordeling.Het Uwv mocht de besluitvorming baseren op de bovengenoemde rapportages.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Het Uwv heeft de aanvraag terecht afgewezen. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 29 augustus 2025 door mr. L.M. de Vries, rechter, in aanwezigheid van mr. S.A. Zorge, griffier.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L.M. de Vries

Griffier

  • mr. S.A. Zorge

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?