RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 11693582 \ CV EXPL 25-1738 (NE)
Uitspraakdatum: 10 september 2025
Vonnis van de kantonrechter in het incident in de zaak van:
eiseres, verweerster in het incident
verder te noemen: Bpf Schoonmaak en Ras
gemachtigde: Flanderijn
tegen
[gedaagde] , h.o.d.n. Locus Cleaning Service
wonende te Hoorn
gedaagde, eiser in het incident
verder te noemen: [gedaagde]
gemachtigde: mr. M. Heimensem
1. Het procesverloop
Bpf Schoonmaak en Ras hebben bij dagvaarding van 8 april 2025 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft een incidentele conclusie genomen tot nietigverklaring van de dagvaarding en heeft schriftelijk gereageerd op de vorderingen van Bpf Schoonmaak en Ras. Bpf Schoonmaak en Ras hebben schriftelijk gereageerd op het incident.
2. Het geschil in de hoofdzaak
Bpf Schoonmaak en Ras vorderen veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 22.771,50, met rente en kosten. Bpf Schoonmaak en Ras leggen aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] op grond van de wet en de toepasselijke cao premie en bijdrage zijn verschuldigd. [gedaagde] heeft een deel van de facturen niet betaald en komt de betalingsregeling niet na. Bpf Schoonmaak en Ras vorderen betaling van de facturen, de wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten.
[gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Bpf Schoonmaak en Ras, met veroordeling van het Bpf Schoonmaak en Ras in de kosten van deze procedure.
3. Het geschil in het incident
[gedaagde] vordert voor alle weren nietigverklaring van de dagvaarding. [gedaagde] voert – samengevat – aan dat de vordering van Bpf Schoonmaak en Ras zo onduidelijk is dat sprake is van een obscuur libel. De producties zijn niet of niet volledig overgelegd. Zo ontbreken een bijlage, herinneringsbrieven en facturen. Daarom kan [gedaagde] de vordering niet controleren en wordt hij in het voeren van verweer geschaad.
Bpf Schoonmaak en Ras voeren verweer en concluderen tot afwijzing van het incident, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het incident.
4. De beoordeling in het incident
De kantonrechter oordeelt als volgt over de vraag of de dagvaarding niet voldoet aan de (minimale) wettelijke vereisten, zoals [gedaagde] aanvoert.
De dagvaarding moet op straffe van nietigheid onder meer de eis en de gronden daarvan vermelden. Ook moet de dagvaarding de door gedaagde tegen de eis aangevoerde verweren en de gronden daarvoor vermelden. Niet naleving van deze verplichting leidt niet tot nietigheid, maar de rechter kan daaraan de gevolgtrekking verbinden die hij geraden vindt. Als gedaagde in het geding verschijnt en zich beroept op de nietigheid van de dagvaarding, dan verwerpt de rechter dat beroep als naar zijn oordeel het gebrek de gedaagde niet onredelijk in zijn belangen heeft geschaad.
De kantonrechter is van oordeel dat de dagvaarding aan de (minimale) wettelijke vereisten voldoet. De dagvaarding bevat de eis en de gronden van die eis en ook de feitelijke en juridische onderbouwing daarvan. In de dagvaarding staat vermeld dat de eis is gebaseerd op premies en bijdragen die [gedaagde] op grond van de wet en de toepasselijke cao is verschuldigd en die via facturen bij [gedaagde] in rekening zijn gebracht. In de dagvaarding staat een opsomming van de verschuldigde facturen met als omschrijving de datum waarop deze facturen zijn opgelegd en het bedrag van de facturen. Ook staat in de dagvaarding de van [gedaagde] ontvangen bedragen en de gecrediteerde bedragen. Ten slotte vermeldt de dagvaarding de nevenvorderingen met een onderbouwing daarvan.
Voor zover [gedaagde] aanvoert dat Bpf Schoonmaak en Ras de op hen rustende verplichting tot vermelding in de dagvaarding van de eerder door [gedaagde] aangevoerde verweren onvoldoende hebben nageleefd, verbindt de wet hieraan niet de sanctie van nietigheid van de dagvaarding.
Ten slotte hebben Bpf Schoonmaak en Ras niet de facturen overgelegd en volgens [gedaagde] ontbreken ook andere stukken, maar dat leidt evenmin tot nietigheid van de dagvaarding. Uit de conclusie van antwoord volgt daarnaast dat het voor [gedaagde] duidelijk is waartegen hij zich moet verweren. Als de kantonrechter vervolgens standpunten van Bpf Schoonmaak en Ras of de onderbouwing daarvan niet uit de processtukken kan afleiden, komt dat voor rekening en risico van Bpf Schoonmaak en Ras.
De conclusie is dat geen sprake is van een 'obscuur libel' en nietige dagvaarding.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt. De proceskosten van Bpf Schoonmaak en Ras worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
543,00
(1 punt)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
678,00.
3. De beslissing
De kantonrechter:
in het incident
wijst de vordering af,
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het incident die de kantonrechter tot en met vandaag vaststelt op € 678,00 aan salaris van de gemachtigde van Bpf Schoonmaak en Ras, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
in de hoofdzaak
verwijst de zaak naar de rolzitting van 24 september 2025 voor beraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Jansen en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter