RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11405624 \ CV EXPL 24-8131
Uitspraakdatum: 20 augustus 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1. [eiser 1],
2. [eiser 2],wonende te [plaats],
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: Yource B.V.
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
easyJet Airline Company Limited
gevestigd te Londen Luton (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J. Kumar
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek;- de akte eisers.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. Feiten
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 24 augustus 2022 vervoeren van Ibiza (Spanje) naar Amsterdam, met vlucht EC7892 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
De passagiers hebben zelf een alternatieve vlucht (HV6518) naar Eindhoven geboekt.
De passagiers hebben compensatie en schadevergoeding van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.230,00, te vermeerderen met de wettelijke rente;- € 223,24 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,- per passagier (artikel 7 van de Verordening). Daarnaast stellen de passagiers dat zij genoodzaakt waren om extra kosten te maken voor een vervangende vlucht (€ 430,00).
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Compensatie
Niet in geschil is dat de vlucht is geannuleerd. Dat betekent dat de vervoerder in beginsel gehouden is om de compensatie zoals bedoeld in de Verordening te voldoen. Het feit dat de passagiers zich niet voor de alternatieve vlucht hebben gemeld, staat (anders dan door de vervoerder wordt betoogd) niet aan het recht op compensatie in de weg. Dit neemt immers niet weg dat de oorspronkelijke vlucht is geannuleerd. Gesteld noch gebleken is dat de vervoerder zich kan beroepen op artikel 5, eerste lid, onder c sub i, ii of iii van de Verordening; met de door de vervoerder aangeboden alternatieve vlucht zouden de passagiers alsnog langdurig vertraagd op de bestemming zijn aangekomen. De vervoerder heeft ook geen beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. De gevorderde compensatie (en de wettelijke rente daarover) wordt toegewezen.
Schadevergoeding
Passagiers hebben in het geval van annulering (náást compensatie) recht op de volledige restitutie van de ongebruikte vliegtickets óf een kosteloze omboeking naar een alternatieve vlucht. De Verordening biedt geen grondslag voor vergoeding van een door de passagiers zelf geboekte alternatieve vlucht. Deze kosten kunnen echter wél voor vergoeding in aanmerking komen op grond van (artikel 19 van) het Verdrag van Montreal. Het gaat er daarbij om of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen die redelijkerwijs van hem gevergd konden worden om de schade te vermijden, of dat het voor hem onmogelijk was om dergelijke maatregelen te nemen.
De kantonrechter overweegt als volgt. De passagiers hebben op 24 augustus 2022, zonder dat zij op een aanbod van de vervoerder hebben gewacht, zelf een alternatieve vlucht geboekt. De passagiers hadden naar aanleiding van het annuleringsbericht op zijn minst contact moeten opnemen met de vervoerder en moeten aangeven dat zij in aanmerking wilden komen voor een alternatieve vlucht. Dit geldt te meer nu de vervoerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een redelijk alternatief beschikbaar had, namelijk de EJU9892 van 25 augustus 2024. Door echter vrijwel direct zelf een alternatieve vlucht te boeken, hebben de passagiers de vervoerder de kans ontnomen om aan zijn verplichtingen op grond van de Verordening te voldoen. Dit komt voor hun eigen rekening en risico. Dat de passagiers er daarmee voor hebben gezorgd dat de vervoerder feitelijk de kosten voor een last minute hotelovernachting op Ibiza heeft bespaard, maakt dat niet anders. De vordering tot vergoeding van de door de passagiers zelf geboekte alternatieve vlucht wordt afgewezen.
Conclusie
De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van de passagiers tot een bedrag van € 800,00 zal toewijzen, en voor het overige zal afwijzen.
De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.
Nu partijen over en weer op punten in het ongelijk zijn gesteld, is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen.
5. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 800,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 augustus 2022 tot de dag van de gehele betaling;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter