RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11356105 \ CV EXPL 24-7320
Uitspraakdatum: 13 augustus 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1. [eiser 1], wonende te [plaats 1],
2. [eiser 2], wonende te [plaats 2],
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: Yource B.V.
tegen
de besloten vennootschap
Corendon Dutch Airlines B.V.
gevestigd te Badhoevedorp
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: [gemachtigde]
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 23 september 2023 vervoeren van Hurghada naar Amsterdam, met vlucht CND622 (hierna: de vlucht).
Het schema van de vlucht is gewijzigd. De vertrektijd is gewijzigd van 18:00 uur (lokale tijd) naar 23:59 uur (lokale tijd).
De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht in verband met voornoemde schemawijziging.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.200,00, te vermeerderen met de wettelijke rente; - € 217,80 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per passagier (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
4. De beoordeling
Niet in geschil is dat het schema van de vlucht is gewijzigd. De vervoerder doet een beroep op de analoge toepassing artikel 5 lid 1 sub c onder i van de Verordening. De kantonrechter overweegt dat op grond van deze bepaling geen recht op compensatie bestaat wanneer de schemawijziging meer dan twee weken voor de geplande vertrekdatum aan de passagiers wordt medegedeeld. De vervoerder heeft gemotiveerd onderbouwd dat hij de passagiers reeds op 31 augustus 2023 (derhalve meer dan 14 dagen voor de geplande vertrekdatum van 23 september 2023) – per e-mail op de hoogte heeft gesteld van de schemawijziging. De kantonrechter acht het voldoende aannemelijk is dat de e-mail van 31 augustus 2023 de passagiers heeft bereikt. Het enkele feit dat de passagiers de ontvangst van deze e-mail (zoals door de vervoerder verzocht) niet hebben bevestigd, maakt dat niet anders.
De kantonrechter is verder van oordeel dat de enkele wijziging van de vertrektijd geen wezenlijke wijziging oplevert zoals bedoeld in artikel 11 van de Richtlijn 2015/2302. Instemming van de passagiers is dan ook niet vereist.
De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van de passagiers zal afwijzen.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat zij ongelijk krijgen. Daarbij worden de passagiers ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt.
5. De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 408,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 102,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter