RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11429328 \ CV EXPL 24-8479
Uitspraakdatum: 20 augustus 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser]
wonende te [plaats]
eiser
procederend in persoon
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht |1. Swiss International Air Lines Ltd
gevestigd te Bazel (Zwitserland)
gedaagde
gemachtigde: mr. J. Nooij en mr. N van der Graaf
de besloten vennootschap2. Travix Nederland B.V. mede handelend onder de naam CheapTickets en CheapTickets.nlgevestigd te Oosterhoutgedaagdeniet verschenen
Partijen zullen hierna afzonderlijk de passagier, de vervoerder en CheapTickets worden genoemd. Gedaagden zullen hierna gezamenlijk ‘gedaagden’ worden genoemd.
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord van de vervoerder;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek van de vervoerder.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. Feiten
De passagier heeft met CheapTickets een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem en vijf familieleden op 19 en 20 juli 2022 te vervoeren van Schiphol via Zürich (Zwitserland) en Johannesburg (Zuid-Afrika) naar Maun (Botswana).
De vluchttijden en vluchtnummers zijn een aantal keer gewijzigd. De uiteindelijke vluchtcombinatie was LX735, LX282 en BP211.
Een dag voor vertrek bleek dat de boeking voor de vlucht van Zürich naar Johannesburg (LX282) uit het reisschema was gehaald.
De passagier heeft uiteindelijk zelf alternatief vervoer van Nederland naar Botswana geboekt.
De terugvluchten van Botswana naar Nederland zijn wel volgens planning uitgevoerd.
De passagier heeft na afloop van zijn vakantie contact opgenomen met gedaagden.
Op 20 september 2022 heeft de vervoerder laten weten dat Lufthansa de verantwoordelijke luchtvaartmaatschappij zou zijn.
Op 30 september 2022 heeft de passagier een bedrag van € 4.274,34 ontvangen van Lufthansa (via CheapTickets).
Bij dagvaarding van 21 april 2023 heeft de passagier Lufthansa aangesproken voor vergoeding van de verdere door hem geleden schade.
Bij vonnis van 31 juli 2024 heeft de kantonrechter geoordeeld dat gedaagden de aangewezen partijen zijn om de vordering bij in te stellen.
De passagier heeft vervolgens compensatie en schadevergoeding van gedaagden gevorderd.
Gedaagden hebben niet uitbetaald.
3. Het geschil
De passagier vordert dat gedaagden hoofdelijk, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zullen worden tot betaling van:- € 14.080,44, te vermeerderen met de wettelijke rente;- € 1.930,58 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
De passagier stelt dat de vervoerder de boeking van de passagier heeft geannuleerd. De schade bestaat uit de kosten voor de alternatieve vluchten (€ 14.754,78), inclusief wettelijke rente, min de vergoeding die Lufthansa reeds aan de passagier heeft voldaan (€ 4.274,34).
Daarnaast vordert de passagier compensatie op grond van artikel 7 van de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof) tot een bedrag van in totaal € 3.600,00.
De buitengerechtelijke kosten die de passagier vordert bestaan uit de kosten die hij heeft moeten maken in verband met het dagvaarden van de verkeerde partij (Lufthansa).
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Het gaat in onderhavig geval om een vordering ter zake van een overeenkomst van luchtvervoer in de zin van artikel 8:1390 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Deze vaststelling is onder meer van belang omdat artikel 8:1835 BW bepaalt dat iedere vordering uit hoofde van een dergelijke overeenkomst vervalt door verloop van twee jaren, welke termijn aanvangt met de dag volgend op de dag van aankomst van het luchtvaartuig ter bestemming of de dag waarop het luchtvaartuig had moeten aankomen of van de onderbreking van het luchtvervoer.
In dit geval zijn de passagier en zijn familie op 20 juli 2022 op hun eindbestemming gearriveerd. Daarmee staat vast dat de laatste dag waarop zij de vordering hadden kunnen indienen 21 juli 2024 is. Dat is immers de laatste dag voordat de twee jarentermijn is verlopen. De dagvaarding tegen gedaagden is uitgebracht op 13 november 2024. Dit betekent dat de vordering ná de vervaldatum is ingediend.
Een vervaltermijn kan (anders dan een verjaringstermijn) niet worden gestuit. Dat betekent dat het feit dat de passagier gedaagden eerder (buitengerechtelijk) heeft aangesproken tot betaling, dat hij gedaagden op de hoogte heeft gehouden van de rechtszaak tegen Lufthansa en dat hij zijn recht heeft voorbehouden om ook gedaagden in rechte te betrekken, niets aan het verstrijken van de vervaltermijn afdoet.
Het is de verantwoordelijkheid van de eisende partij om de juiste partij in rechte te betrekken. De vervoerder heeft terecht opgemerkt dat er verschillende mogelijkheden waren voor de passagier om (na ontvangst van het verweer van Lufthansa) alsnog (ook) gedaagden in de procedure te betrekken. Door echter de gehele procedure tegen Lufthansa af te wachten, heeft de passagier het risico aanvaard dat zijn eventuele vordering tegen gedaagden zou komen te vervallen. Ook de kosten die de passagier heeft gemaakt in verband met het nadelige vonnis in de eerdere procedure tegen Lufthansa komen daarom voor zijn eigen rekening.
De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van de passagier zal afwijzen.
De proceskosten komen voor rekening van de passagier, omdat hij ongelijk krijgt.
De proceskosten van de vervoerder worden begroot op € 812,00 aan salaris gemachtigde. Daarbij wordt de passagier ook veroordeeld tot betaling van € 135,00 nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt. De gevorderde rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
De proceskosten van CheapTickets worden vastgesteld op nihil.
5. De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 812,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en aan de kant van CheapTickets worden vastgesteld op nihil, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening.
veroordeelt de passagier tot betaling van € 135,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter