ECLI:NL:RBNHO:2025:11448

ECLI:NL:RBNHO:2025:11448, Rechtbank Noord-Holland, 07-05-2025, 11127072 \ CV EXPL 24-3439

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 07-05-2025
Datum publicatie 21-10-2025
Zaaknummer 11127072 \ CV EXPL 24-3439
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Haarlem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827

Samenvatting

Tussenvonnis. Ambtshalve toetsing informatieplichten en Diensten en Bewaarovereenkomst Algemene Voorwaarden 1 januari 1999. Vooralsnog sprake van een oneerlijk rente- en incassokostenbeding.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11127072 \ CV EXPL 24-3439

Uitspraakdatum: 7 mei 2025

Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiser] V.O.F.

te [plaats 1]

de eisende partij

gemachtigde: Armaere Incassospecialisten & Gerechtsdeurwaarders

tegen

[gedaagde]

te [plaats 2]

de gedaagde partij

niet verschenen

1. De procedure

De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2. De beoordeling

De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 615,00, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten.

De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, anders dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke precontractuele informatieplichten van artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd.

Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten

De eisende partij heeft nagelaten te stellen en onderbouwen dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende precontractuele informatieplichten. Normaliter wordt de vordering dan geheel afgewezen. Gezien het feit dat er ook mondeling aan de informatieplicht van artikel 6:230l BW kan zijn voldaan en omdat het een oude vordering betreft, wordt de eisende partij bij wijze van uitzondering in de gelegenheid gesteld om de hiervoor bedoelde informatie alsnog bij akte te verstrekken. Als de eisende partij daaraan niet of niet volledig voldoet, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die zij geraden acht. De kantonrechter wijst de eisende partij erop dat het ontbreken van een dergelijke onderbouwing in eventuele vervolgzaken kan leiden tot afwijzing van de vordering.

Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden

De kantonrechter moet onderzoek doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).

Op de overeenkomst(en) zijn de volgende algemene voorwaarden van de eisende partij van toepassing verklaard: Diensten en Bewaarovereenkomst Algemene Voorwaarden 1 januari 1999 (hierna: de algemene voorwaarden).

Artikel 8 van de algemene voorwaarden betreft een rente- en incassobeding. Dat luidt als volgt:

Door het in bewaring geven van een voorwerp bij [eiser] door client, verplicht deze zich, de kosten van het bewaren vooruit per jaar, halfjaar of per maand te betalen, naar gelang de tijdsduur van bewaren in onderlinge afspraak, bij aanvang der bewaarperiode. Zonder opzegging dient betaling te geschieden dus bij aanvang en/of voor 1 oktober ieder jaar. Bij het ingebreke blijven van betaling door partij twee dient na 1 januari daarop volgend 1% rente p. maand betaald te worden en 15% administratiekosten onverminderd alle verdere kosten, welke met invordering gepaard zullen gaan.

De bedongen rente bedraagt in dit geval 1% per maand. Dat is meer dan de wettelijke handelsrente op het moment van het sluiten van de overeenkomst. Het rentebeding is daarom oneerlijk.

Daarnaast wordt in het beding ten nadele van de consument afgeweken van het bepaalde in artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. Er wordt immers van uitgegaan dat alle kosten verschuldigd zijn. Daarbij is ook geen maximum opgenomen, wat ertoe leidt dat onbeperkte kosten voor rekening van de consument zouden kunnen komen. Dat zou tot gevolg hebben dat de consument belast wordt met hogere kosten dan wettelijk is toegestaan. Tot slot volgt uit de tekst van het beding dat de incassokosten al verschuldigd zijn zodra de vordering uit handen wordt gegeven, terwijl de wettekst voorschrijft dat éérst nog een zogenoemde veertiendagenbrief moet worden verstuurd.

Het beding ziet ook op de proceskosten. Voor zover de eisende partij op grond van dit beding aanspraak kan maken op gerechtelijke kosten die boven het liquidatietarief uitkomen, is dit beding oneerlijk. Dit heeft echter geen gevolg voor de proceskostenveroordeling in deze procedure, omdat de (kanton)rechter op grond van de artikelen 237 en 242 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ertoe gehouden is om de (grotendeels) in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten te veroordelen en deze proceskosten niet lager mogen worden vastgesteld dan het liquidatietarief.

De kantonrechter is daarom voornemens om artikel 8 van de algemene voorwaarden te vernietigen, voor zover dit betrekking heeft op de rente en de buitengerechtelijke incassokosten. De eisende partij zal de gelegenheid krijgen zich hierover uit te laten.

Conclusie

De eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel omtrent de precontractuele informatieplichten en de oneerlijkheid van het hiervoor genoemde beding.

Als aan de hierboven bedoelde opdracht niet of niet volledig wordt voldaan, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die zij geraden acht.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3. De beslissing

De kantonrechter:

verwijst de zaak naar de rol van 4 juni 2025 om de eisende partij in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel zoals hiervoor is overwogen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. Woerdman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand