RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/360723 / JU RK 25-21
Datum uitspraak: 7 januari 2025
Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Jeugd- & Gezinsbeschermers te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats] ,
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
- het schriftelijke verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 7 januari 2025.
2. De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
[de minderjarige] verbleef tot voor kort bij haar vader. Sinds 6 januari 2025 verblijft [de minderjarige] op de nieuwe woonplek, bij [accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] in [plaats] .
3. Het verzoek
De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van vier weken en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen. Aansluitend verzoekt de GI een machtiging te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling.
4. De beoordeling
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. [de minderjarige] is door haar moeder uit huis gezet in verband met de onveilige situatie daar (huiselijk geweld tussen [de minderjarige] en haar zus). Daarna is zij bij haar vader gaan wonen, die haar onvoldoende kan begeleiden. Tussen de vader en [de minderjarige] heeft ook huiselijk geweld plaatsgevonden. Dat betekent dat [de minderjarige] niet bij geen van haar ouders kan wonen..
Op basis van deze informatie is de kinderrechter van oordeel dat het daarom noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding dat [de minderjarige] uit huis wordt geplaatst.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] , gelet op de ontstane crisissituatie. Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen voor de duur van vier weken.
De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
De GI, [de minderjarige] en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5. De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 7 januari 2025 voor de duur van 4 weken;
verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;
roept de GI, de vader, de moeder en [de minderjarige] op voor een nader te bepalen zitting.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam.