ECLI:NL:RBNHO:2025:11515

ECLI:NL:RBNHO:2025:11515, Rechtbank Noord-Holland, 18-09-2025, 11560310 \ CV EXPL 25-555

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 18-09-2025
Datum publicatie 03-12-2025
Zaaknummer 11560310 \ CV EXPL 25-555
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zaanstad
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001941 BWBR0043850

Samenvatting

De huurders van een woning hebben een huurachterstand laten ontstaan. In eerste instantie vorderde de verhuurder ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning en betaling van de huurachterstand. Omdat een deel van de achterstand tijdens de procedure is ingelopen, vordert de verhuurder alleen nog betaling van de resterende huurachterstand en veroordeling van de huurders in de proceskosten. De resterende huurachterstand is door de huurders niet betwist, zodat deze wordt toegewezen. De huurders voeren verweer tegen een proceskostenveroordeling. Volgens de huurders mocht de verhuurder geen procedure starten omdat niet is voldaan aan de verplichting om de huurachterstand te melden bij de gemeente (vroegsignalering). De kantonrechter vindt in dit geval niet aannemelijk dat zo'n melding zou hebben geleid tot het minder ver oplopen van de huurachterstand en/of het eerder aflossen daarvan, zodat de huurders niet ten onrechte zijn gedagvaard en worden veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Locatie Zaanstad

Zaaknummer: 11560310 \ CV EXPL 25-555

Vonnis van 18 september 2025

in de zaak van

DE STICHTING STICHTING [plaats] VOLKSHUISVESTING (ZVH),

te [plaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: ZVH,

vertegenwoordigd door haar senior medewerker huurincasso [naam 1] ,

tegen

1. [gedaagde 1] ,

te Amsterdam,

gemachtigde: mr. S. Karami,2. [gedaagde 2],

te [plaats] ,

gemachtigde: mr. A. Azauiyat,

gedaagde partijen,

hierna samen te noemen: [gedaagden] .

De zaak in het kort

De huurders van een woning hebben een huurachterstand laten ontstaan. In eerste instantie vorderde de verhuurder ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning en betaling van de huurachterstand. Omdat een deel van de achterstand tijdens de procedure is ingelopen, vordert de verhuurder alleen nog betaling van de resterende huurachterstand en veroordeling van de huurders in de proceskosten.

De resterende huurachterstand is door de huurders niet betwist, zodat deze wordt toegewezen. De huurders voeren verweer tegen een proceskostenveroordeling. Volgens de huurders mocht de verhuurder geen procedure starten omdat niet is voldaan aan de verplichting om de huurachterstand te melden bij de gemeente (vroegsignalering).

De kantonrechter vindt in dit geval niet aannemelijk dat zo’n melding zou hebben geleid tot het minder ver oplopen van de huurachterstand en/of het eerder aflossen daarvan die achterstand, zodat de huurders niet ten onrechte zijn gedagvaard en worden veroordeeld in de proceskosten.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 tot en met 3- de mondelinge conclusie van antwoord- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald

- de brief van [gedaagde 2] van 19 augustus 2025 met producties 1 tot en met 3

- de mondelinge behandeling van 20 augustus 2025, die is gehouden in het gerechtsgebouw te Alkmaar, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

ZVH verhuurt met ingang van 28 mei 2021 aan [gedaagden] de woning aan het [adres] in [plaats] (hierna: de woning). De huur bedroeg op het moment van dagvaarden € 759,71 per maand, met ingang van 1 juli 2025 € 793,14 per maand, en is bij vooruitbetaling verschuldigd.

[gedaagden] hebben (een deel van) de huur niet betaald.

3. Het geschil

ZVH vorderde in het petitum van de dagvaarding – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning en betaling van € 3.038,84 aan huurachterstand, te vermeerderen met € 759,71 per maand vanaf 1 maart 2025 totdat de woonruimte is ontruimd en met de proceskosten.

Op de zitting heeft ZVH haar vordering tot betaling van huurachterstand verminderd tot € 1.586,28 en de vordering tot ontbinding en ontruiming niet langer gehandhaafd.

[gedaagden] betwisten de resterende huurachterstand niet, maar voeren verweer tegen een proceskostenveroordeling.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

[gedaagden] betwisten niet dat er een huurachterstand is die tot en met augustus 2025 is berekend op een bedrag van € 1.586,28. De kantonrechter zal de gevorderde betaling hiervan dan ook toewijzen.

Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand vier maanden. Omdat de huurachterstand door betalingen van [gedaagden] inmiddels is ingelopen tot twee maanden heeft ZVH haar vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning op de zitting ingetrokken. Op de zitting is ook vastgesteld dat ZVH geen buitengerechtelijke incassokosten vordert.

Voor zover ZVH haar vordering tot betaling van € 759,71 of € 793,14 per maand voor de toekomst heeft willen handhaven, wordt deze afgewezen. Omdat geen ontbinding en ontruiming meer wordt gevorderd komt een gebruiksvergoeding tot de dag van ontruiming niet voor toewijzing in aanmerking en de toekomstige huurtermijnen zijn nog niet opeisbaar.

Wat partijen verdeeld houdt is de vraag of [gedaagden] moeten worden veroordeeld in de proceskosten. [gedaagden] vinden van niet, omdat ZVH – kort gezegd – niet heeft voldaan aan haar verplichtingen die voortvloeien uit het Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening (hierna: het Besluit) dat per 1 januari 2021 in werking is getreden. Het verweer van [gedaagden] slaagt niet en de kantonrechter legt hierna uit waarom niet.

Voor huurovereenkomsten voor woonruimte is met name artikel 2 van het Besluit van belang. Daarin is bepaald dat een verhuurder – kort samengevat – bij een huurachterstand de huurder schriftelijk in kennis moet stellen van de mogelijkheid tot schuldhulpverlening en van het voornemen tot melding van de huurachterstand bij de gemeente, en verder dat de verhuurder (tenzij de huurder daar expliciet bezwaar tegen heeft gemaakt) de achterstand bij de gemeente moet melden. ZVH heeft op de zitting betoogd dat de vroegsignalering achterwege is gebleven. In dit geval omdat het gezin van [gedaagden] al bij de gemeente in beeld was, in verband met het feit dat de burgemeester heeft overwogen de woning te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Dit alles maakt een en ander niet anders op grond van het volgende.

Kern van de kwestie is of een melding bij de gemeente, gelet op de feitelijke omstandigheden van het geval, zou kunnen hebben geleid tot het minder ver oplopen van de huurachterstand en/of het eerder aflossen van die achterstand, en tot uitzicht op blijvende nakoming van de betalingsverplichtingen. In dit geval is niet aannemelijk geworden dat een melding zou kunnen hebben geleid tot het minder ver oplopen van de huurachterstand en/of het eerder aflossen van die achterstand. Immers had [gedaagde 2] naar het zich laat aanzien geen inkomsten (een bijstandsuitkering was haar bij besluit van 4 februari 2025 geweigerd), en was [gedaagde 1] gedurende de vier maanden waarin de achterstand opliep niet onmachtig, maar weigerachtig de huur te voldoen, omdat hij door [gedaagde 2] uit de echtelijke woning was gezet.

[gedaagden] zijn daarom naar het oordeel van de kantonrechter niet ten onrechte gedagvaard.

[gedaagden] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten betalen, plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing. Omdat ZVH procedeert zonder professioneel gemachtigde wordt voor het verschijnen op de zitting een forfaitair bedrag van € 50,00 toegekend aan reis-, verblijf- en verletkosten. De proceskosten van ZVH worden daarmee begroot op:

- kosten van twee dagvaardingen

292,28

- griffierecht

514,00

- reis-, verblijf- en verletkosten

50,00

Totaal

856,28

5. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [gedaagden] om te betalen aan ZVH € 1.586,28 aan achterstallige huur tot en met augustus 2025,

veroordeelt [gedaagden] in de proceskosten van € 856,28, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Reid en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?