ECLI:NL:RBNHO:2025:11516

ECLI:NL:RBNHO:2025:11516, Rechtbank Noord-Holland, 24-09-2025, 11577735 \ CV EXPL 25-936

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 24-09-2025
Datum publicatie 02-12-2025
Zaaknummer 11577735 \ CV EXPL 25-936
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Alkmaar
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0009755 BWBR0011440

Samenvatting

Na vermindering van eis vordert een netbeheerder alleen nog een proceskostenveroordeling. Gedaagde wordt in de proceskosten veroordeeld, omdat de netbeheerder terecht tot dagvaarding is overgegaan. Maar het door gedaagde te vergoeden griffierecht wordt beperkt, omdat van de netbeheerder verwacht mocht worden dat zij haar vordering al voor de eerste zittingsdag had verminderd. De tegenvordering van gedaagde wordt afgewezen omdat een grondslag daarvoor ontbreekt.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Alkmaar

Zaaknummer: 11577735 \ CV EXPL 25-936 (BvdL)

Vonnis van 24 september 2025

in de zaak van

LIANDER N.V.,

te Arnhem,

eisende partij,

verwerende partij tegen de tegenvordering,

hierna te noemen: Liander,

gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders,

tegen

[gedaagde] ,

te [plaats],

gedaagde partij,

eisende partij met een tegenvordering,

hierna te noemen: [gedaagde],

procederend in persoon.

De zaak in het kort

Na vermindering van eis vordert een netbeheerder alleen nog een proceskostenveroordeling. Gedaagde wordt in de proceskosten veroordeeld, omdat de netbeheerder terecht tot dagvaarding is overgegaan. Maar het door gedaagde te vergoeden griffierecht wordt beperkt, omdat van de netbeheerder verwacht mocht worden dat zij haar vordering al voor de eerste zittingsdag had verminderd.

De tegenvordering van gedaagde wordt afgewezen omdat een grondslag daarvoor ontbreekt.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 17 februari 2025 met producties 1 tot en met 6

- de conclusie van antwoord, waarbij een tegenvordering is ingesteld, met producties 1 tot en met 19

- het tussenvonnis van 28 mei 2025

- de akte van Liander waarbij productie 7 is overgelegd en de eis is verminderd en gewijzigd

- de mondelinge behandeling van 2 september 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt, en waar Liander de eis nogmaals heeft verminderd

- de spreekaantekeningen van [gedaagde].

2. De feiten

Liander is een regionale netbeheerder van elektriciteits- en gasnetten in de zin van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet. Liander is verantwoordelijk voor het transport van gas en elektriciteit over deze netten. Ook stelt Liander aansluitingen op de energienetten ter beschikking, zodat een door de afnemer gekozen energieleverancier elektriciteit en/of gas kan leveren aan het betreffende verbruiksadres.

[gedaagde] staat ingeschreven als bewoner van het pand aan het adres [adres] te [plaats] (hierna: het verbruiksadres). Het verbruiksadres beschikt over een aansluiting op het door Liander beheerde energienetwerk. In het verleden had [gedaagde] een contract met Innova voor de levering van gas en elektriciteit aan het verbruiksadres.

Via het Centraal Aansluitingenregister (C-AR) heeft Liander het bericht ontvangen dat Innova het energiecontract voor het verbruiksadres per 2 augustus 2024 heeft beëindigd.

Daarna is [gedaagde] meerdere keren schriftelijk door Liander geïnformeerd over de gevolgen van het ontbreken van een energieleverancier, namelijk afsluiting van de elektriciteits- en gasaansluiting. Daarbij is [gedaagde] erop gewezen dat hij deze afsluiting kan voorkomen door opnieuw een overeenkomst met een energieleverancier te sluiten.

Vervolgens heeft ook de gemachtigde van Liander (hierna te noemen: Bosveld) [gedaagde] herhaaldelijk aangeschreven. In een brief van 18 november 2024 schrijft Bosveld aan [gedaagde] dat hij een gerechtelijke procedure tot afsluiting kan voorkomen door alsnog een contract met een energieleverancier te sluiten of een afspraak met Liander te maken tot afsluiting van de energieaansluiting. In een brief van 7 januari 2025 heeft Bosveld een huisbezoek aangekondigd en [gedaagde] nogmaals de kans gegeven om een nieuw energiecontract aan te gaan. Met een deurwaardersexploot van 13 januari 2025 is [gedaagde] gesommeerd om binnen zeven dagen een overeenkomst met een energieleverancier te sluiten of een afspraak met Liander te maken voor afsluiting van de energieaansluiting op het verbruiksadres. Daarbij is aangezegd dat alle kosten die voortvloeien uit verdere rechtsmaatregelen voor rekening van [gedaagde] zullen komen.

Op 17 januari 2025 is [gedaagde] bij Bosveld op kantoor geweest. Daar heeft [gedaagde] diverse stukken achtergelaten die verband houden met bezwaren die hij heeft tegen het energieverbruik dat Innova voor de periode tot 2 augustus 2024 aan hem in rekening heeft gebracht.

Bosveld heeft in een brief van 30 januari 2025 aangekondigd dat Liander een rechtszaak tegen [gedaagde] zal starten en dat [gedaagde] de kosten daarvan zal moeten betalen als hij niet met spoed een contract met een energieleverancier sluit of een afspraak met Liander maakt voor afsluiting van de energieaansluiting.

In een brief van 11 februari 2025 schrijft Bosveld, naar aanleiding van een telefoongesprek die dag met [gedaagde], dat zijn bezwaar betrekking heeft op een issue tussen hem en Innova en dat Liander als netbeheerder de aangewezen partij is om de contractloosheid van [gedaagde] op te lossen. Daarbij is [gedaagde] nogmaals gevraagd om met spoed een energiecontract met een energieleverancier aan te gaan.

Op 17 februari 2025 is de dagvaarding in deze zaak aan [gedaagde] betekend. Daarin is [gedaagde] opgeroepen om te verschijnen op de zitting van de kantonrechter te [plaats] van woensdag 19 maart 2025 om 09:30 uur.

In een brief van 18 februari 2025 schrijft Bosveld aan [gedaagde] – kort gezegd – dat dat de vordering van Liander bij de rechtbank alleen zal worden ingetrokken als [gedaagde] een overeenkomst sluit met een energieleverancier en zorgt dat deze overeenkomst uiterlijk voor de in de dagvaarding vermelde datum bij Liander is aangemeld, óf als [gedaagde] een afspraak met Liander maakt voor afsluiting van de elektriciteits- en gasaansluiting en deze zijn afgesloten voor de zittingsdatum. Verder vermeldt de brief dat de zitting alleen voorkomen kan worden als [gedaagde] het openstaande bedrag van € 160,78 op zijn laatst vijf werkdagen voor de zittingsdatum aan Bosveld betaalt.

[gedaagde] heeft met ingang van 18 maart 2025 een contract afgesloten met een nieuwe energieleverancier (Essent) voor het verbruiksadres.

3. Het geschil

de vordering

Liander vorderde in de dagvaarding – kort gezegd – afsluiting van de elektriciteits- en gasaansluiting van het verbruiksadres met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van afsluiting van € 505,31. Omdat [gedaagde] op 18 maart 2025 een nieuw energiecontract voor het verbruiksadres heeft gesloten heeft Liander kort voor de zitting van 2 september 2025 haar eis gewijzigd, in die zin dat zij betaling van € 100,00 voor buitengerechtelijke kosten vorderde, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. Op de zitting heeft Liander haar eis nogmaals verminderd, zodat zij alleen nog een proceskostenveroordeling van [gedaagde] vordert.

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] voert aan – samengevat – dat de vordering van Liander in de dagvaarding op onjuiste/vage gronden is ingesteld, vindt dat Liander de vordering voor de zitting van 19 maart 2025 had moeten intrekken en maakt bezwaar tegen de gevorderde proceskostenveroordeling.

de tegenvordering

[gedaagde] vordert dat Liander, in haar rol van goed netbeheerder, Innova erop aanspreekt dat Innova ruim 9.000 kWh teveel elektra bij [gedaagde] in rekening heeft gebracht, en dat Liander Innova verzoekt om [gedaagde] te benaderen teneinde het probleem van de teveel aan [gedaagde] in rekening gebrachte bedragen voor gas en elektra op te lossen.

Liander voert verweer en vindt dat de vordering van [gedaagde] moet worden afgewezen.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

de vordering

Na de eisverminderingen van Liander hoeft de kantonrechter alleen nog te beslissen over de proceskosten. [gedaagde] wordt veroordeeld in een deel van de proceskosten van Liander. Hierna wordt uitgelegd waarom.

Tussen partijen staat vast dat [gedaagde] in de periode van 2 augustus 2024 tot 18 maart 2025 geen energiecontract had voor het verbruiksadres. [gedaagde] zegt daarover – samengevat – dat Innova 9000 kWh teveel aan hem in rekening heeft gebracht, dat hij hiertegen bezwaar heeft gemaakt bij Innova en Call2Collect, dat Innova en Call2Collect nooit inhoudelijk op zijn bezwaren hebben gereageerd, dat hij zich genoodzaakt heeft gezien de automatische incasso van Innova stop te zetten omdat hij nog € 5.000,00 van Innova tegoed heeft, en dat Innova vervolgens onterecht het energiecontract per 2 augustus 2024 heeft beëindigd. [gedaagde] heeft Liander van deze kwestie op de hoogte gesteld met brieven van 19 augustus en 14 november 2024 en vervolgens ook Bosveld met een brief van 26 november 2024, telefonisch op 25 november 2024 en 11 februari 2025 en met een bezoek aan kantoor op 17 januari 2025. [gedaagde] heeft Liander en Bosveld gevraagd om uitstel/afstel van de afsluiting en om Innova aan te spreken op de onjuiste afrekening op basis van de door Innova geschatte meterstanden die aanzienlijk hoger zijn dan de werkelijke meterstanden. Voor het eerst in een brief van 20 januari 2025 heeft Bosveld hierop summier inhoudelijk gereageerd met de mededeling dat het bezwaar tegen Innova niks te maken heeft met het dossier van Liander. [gedaagde] stelt dat hij deze brief pas bij de dagvaarding van 17 februari 2025 heeft ontvangen. De ontvangst van de onder de feiten genoemde brief van Bosveld van 11 februari 2025 betwist [gedaagde] niet.

De kantonrechter heeft begrip voor de frustratie van [gedaagde] over de kwestie met Innova, waarin hij kennelijk niet gehoord wordt. Maar zoals ook op de zitting aan [gedaagde] is uitgelegd kan de kantonrechter daarover in deze zaak geen oordeel geven. De zaak die nu ter beoordeling voorligt is tussen Liander en [gedaagde], niet tussen [gedaagde] en Innova.

[gedaagde] staat als bewoner ingeschreven op het verbruiksadres. Onbetwist staat vast dat hij daar de beschikking heeft over een elektriciteits- en gasaansluiting van Liander. Daarmee is [gedaagde] een afnemer in de zin van de Elektriciteitswet 1998 en Gaswet. De vraag of [gedaagde] daadwerkelijk elektriciteit en/of gas afneemt en verbruikt is daarbij niet relevant. Liander vordert in dit geval ook geen kosten voor ‘verbruik zonder contract’. De stelling van [gedaagde] dat hij in de periode van 2 augustus 2024 tot 18 maart 2025 tijdelijk niet op het verbruiksadres heeft gewoond en dus geen energie heeft verbruikt kan dan ook verder onbesproken blijven.

[gedaagde] is als afnemer zoals hiervoor omschreven verplicht een contract af te sluiten met een energieleverancier. De omstandigheid dat [gedaagde] een geschil heeft met Innova brengt niet mee dat deze verplichting voor hem niet geldt. Vast staat dat [gedaagde] op het moment van dagvaarden geen energiecontract had voor de elektriciteits- en gasaansluiting op het verbruiksadres. In dat geval is Liander als netbeheerder wettelijk verplicht de energieaansluitingen af te sluiten. [gedaagde] is door Liander en Bosveld in de periode van augustus 2024 tot en met februari 2025 bij herhaling duidelijk gewezen op zijn verplichting en op de gevolgen van niet nakoming daarvan, te weten uiteindelijk een gerechtelijke procedure tot afsluiting waarvan de kosten voor rekening van [gedaagde] zullen komen. Desondanks heeft [gedaagde] tot 18 maart 2025 geen nieuw energiecontract gesloten.

Gelet op het voorgaande is Liander op 17 februari 2025 terecht tot dagvaarding overgegaan en [gedaagde] moet daarvan de consequenties dragen. [gedaagde] is gedagvaard om te verschijnen op de zitting van 19 maart 2025 om 09:30 uur. Na het uitbrengen van de dagvaarding heeft Liander, onverplicht, [gedaagde] nog de gelegenheid gegeven om voortzetting van de procedure te voorkomen door alsnog een nieuw energiecontract te sluiten en daarnaast de dagvaardingskosten van Liander te betalen. [gedaagde] heeft op 18 maart 2025 wel een nieuw energiecontract gesloten maar niet de dagvaardingskosten van Liander betaald, zodat Liander op goede gronden de dagvaarding bij de rechtbank heeft aangebracht.

Dit alles leidt tot de conclusie dat [gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten van Liander, met inachtneming van het volgende. Het lag op de weg van Liander om voor de zitting van 19 maart 2025 om 09:30 uur haar eis te verminderen. Vast staat immers dat Liander op 18 maart 2025 bekend is geworden met het nieuwe energiecontract van [gedaagde]. Aan Liander is bij het uitroepen van de zaak op 19 maart 2025 op grond van de oorspronkelijke vordering een bedrag van € 340,00 aan griffierecht in rekening gebracht. Als Liander direct haar vordering had verminderd dan zou een griffierecht van € 135,00 in rekening zijn gebracht. De kantonrechter vindt het daarom niet redelijk als [gedaagde] € 340,00 voor griffierecht aan Liander vergoedt. Het meerdere, dat op grond van de dagvaarding aan Liander in rekening is gebracht, moet voor rekening van Liander blijven.

De proceskosten (inclusief nakosten) van Liander die [gedaagde] moet betalen worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

120,78

- griffierecht

135,00

- salaris gemachtigde

80,00

(2 punten × € 40,00)

- nakosten

41,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

376,78

de tegenvordering

[gedaagde] vordert veroordeling van Liander om – kort gezegd – een bemiddelende rol te spelen in zijn conflict met Innova over het door Innova aan [gedaagde] in rekening gebrachte energieverbruik. De vordering van [gedaagde] kan niet worden toegewezen, omdat een grondslag daarvoor ontbreekt. De activiteiten die [gedaagde] van Liander verlangt behoren niet tot de taken en verplichtingen van een netbeheerder die voortvloeien uit de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. Gezien de samenhang met de vordering van Liander, het feit dat Liander geen conclusie van antwoord in reconventie heeft genomen en de beperkte tijd die op de zitting aan de tegenvordering is besteed ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten van Liander in de zaak van de tegenvordering op nihil te stellen.

5. De beslissing

De kantonrechter

de vordering

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 376,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af,

de tegenvordering

wijst de vorderingen van [gedaagde] af,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten die voor Liander worden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Reid en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?