ECLI:NL:RBNHO:2025:11519

ECLI:NL:RBNHO:2025:11519, Rechtbank Noord-Holland, 15-10-2025, 11750976 \ CV EXPL 25-2283

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 15-10-2025
Datum publicatie 28-11-2025
Zaaknummer 11750976 \ CV EXPL 25-2283
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Alkmaar

Samenvatting

Het gaat in deze zaak om de vraag of de huurovereenkomst moet worden ontbonden met ontruiming van de gehuurde woning. Vast staat dat de huurder de afgelopen jaren overlast aan omwonenden heeft veroorzaakt. De huurder vindt dat hij een laatst kans verdient, vooral omdat hij nu een indicatie heeft voor een zorgtraject waarvoor vereist is dat hij beschikt over een zelfstandige woning. De kantonrechter oordeelt dat de huurder zich niet als goed huurder heeft gedragen en dat de tekortkoming zo ernstig is dat deze de ontbinding van de huurovereenkomst met haar gevolgen rechtvaardigt. De belangen van de omwonenden op rustig huurgenot (en daarmee het belang van de verhuurder) wegen zwaarder dan het belang van de huurder bij behoud van de woning. De huurder heeft voldoende kansen gehad om zijn gedrag te verbeteren, maar heeft deze kansen niet gegrepen. De vorderingen van de verhuurder worden daarom toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Alkmaar

Zaaknummer: 11750976 \ CV EXPL 25-2283 (BvdL)

Vonnis van 15 oktober 2025

in de zaak van

WONINGSTICHTING DEN HELDER,

te Den Helder,

eisende partij,

hierna te noemen: Woningstichting Den Helder,

gemachtigde: mr. M.C. Dirks (gerechtsdeurwaarderskantoor Vermeer),

tegen

1. [bewindvoerder 1] , VENNOOT VAN DE VENNOOTSCHAP ONDER FIRMA STABIEL SUPPORT, H.O.D.N. STABIEL SUPPORT, VOORHEEN GENAAMD BEWINDVOERDER [bewindvoerder 1],

in hoedanigheid van bewindvoerder in het beschermingsbewind van [onderbewindgestelde],

kantoorhoudende te Julianadorp,2. [bewindvoerder 2] , VENNOOT VAN DE VENNOOTSCHAP ONDER FIRMA STABIEL SUPPORT, H.O.D.N. STABIEL SUPPORT, VOORHEEN GENAAMD BEWINDVOERDER [bewindvoerder 1],

in hoedanigheid van bewindvoerder in het beschermingsbewind van [onderbewindgestelde],

kantoorhoudende te Julianadorp,

gedaagde partijen,

hierna te noemen: de bewindvoerders en [onderbewindgestelde] ,

gemachtigde: mr. I.C. Andréa.

De zaak in het kort

Het gaat in deze zaak om de vraag of de huurovereenkomst moet worden ontbonden met ontruiming van de gehuurde woning. Vast staat dat de huurder de afgelopen jaren overlast aan omwonenden heeft veroorzaakt. De huurder vindt dat hij een laatst kans verdient, vooral omdat hij nu een indicatie heeft voor een zorgtraject waarvoor vereist is dat hij beschikt over een zelfstandige woning.

De kantonrechter oordeelt dat de huurder zich niet als een goed huurder heeft gedragen en dat de tekortkoming zo ernstig is dat deze de ontbinding van de huurovereenkomst met haar gevolgen rechtvaardigt. De belangen van de omwonenden op rustig huurgenot (en daarmee het belang van de verhuurder) wegen zwaarder dan het belang van de huurder bij behoud van de woning. De huurder heeft voldoende kansen gehad om zijn gedrag te verbeteren, maar heeft deze kansen niet gegrepen. De vorderingen van de verhuurder worden daarom toegewezen.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 tot en met 10

- de conclusie van antwoord met productie 1

- het tussenvonnis van 27 augustus 2025

- de aanvullende producties 11 tot en met 17 van Woningstichting Den Helder

- de aanvullende productie 2 van de bewindvoerders

- de mondelinge behandeling van 16 september 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt

- de pleitnota van Woningstichting Den Helder.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Woningstichting Den Helder verhuurt met ingang van 21 september 2006 aan [onderbewindgestelde] de woning aan het adres [adres] (hierna: de woning). De huur bedraagt nu € 454,43 per maand. Op de huurovereenkomst is het Huurreglement ’05 van Woningstichting Den Helder van toepassing (hierna: het Huurreglement). In de brief van 26 februari 2025 heeft Woningstichting Den Helder afstand gedaan van de artikelen 3.1, 21.2, 22.2 en 22.2 van het Huurreglement.

De bewindvoerders zijn sinds 7 januari 2022 (destijds in een andere rechtsvorm) bewindvoerder van de goederen van [onderbewindgestelde] . Het bewind is ingesteld wegens zijn geestelijke of lichamelijke toestand.

De woning is een appartement in een portiekflat met zes appartementen verdeeld over drie verdiepingen. De bewoners van de andere appartementen zijn ook huurders van de Woningstichting.

Woningstichting Den Helder heeft van september 2020 tot en met 1 september 2025 meldingen van omwonenden ontvangen over overlast die [onderbewindgestelde] in en vanuit de woning veroorzaakt.

Woningstichting Den Helder heeft diverse brieven aan [onderbewindgestelde] gestuurd waarin hij is gesommeerd te stoppen met het veroorzaken van overlast. Een aantal van deze sommaties, namelijk die van 14 november 2022, 19 december 2024 en 9 januari 2025, zijn ook naar de bewindvoerders gestuurd.

Op 15 mei 2024 hebben Woningstichting Den Helder en [onderbewindgestelde] een ‘allonge huurovereenkomst in het kader van een laatste kans/gedragsaanwijzing’ ondertekend in verband met overlastproblematiek. Daarin staat – kort gezegd – dat [onderbewindgestelde] zijn overlast gevende gedrag erkent, dat Woningstichting Den Helder hem een allerlaatste kans gunt, dat [onderbewindgestelde] de gedragsaanwijzing aanvaardt die inhoudt dat hij geen enkele overlast aan omwonenden meer zal veroorzaken en dat [onderbewindgestelde] beseft dat handelen in strijd met deze gedragsaanwijzing zal betekenen dat Woningstichting Den Helder direct zal aansturen op ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. [onderbewindgestelde] heeft de gedragsaanwijzing getekend in het bijzijn van twee medewerkers van T-zorg.

Met een brief van 22 januari 2025 is [onderbewindgestelde] uitgenodigd voor een gesprek in het Ketenhuis met als reden overlastmeldingen, het blokkeren van zorg en het niet nakomen van de gedragsaanwijzing. Dit gesprek van [onderbewindgestelde] met een manager wijkbeheer van Woningstichting Den Helder en een procesregisseur van de gemeente heeft plaatsgevonden op 27 januari 2025.

In een brief van 21 mei 2025 van de gemeente aan de Woningstichting staat dat de burgemeester een bestuurlijke rapportage van de politie heeft ontvangen over [onderbewindgestelde] . Daaruit blijkt dat hij ernstige woonoverlast veroorzaakt voor zijn omgeving. De overlast bestaat voornamelijk uit harde muziek, hard schreeuwen en schelden. Verder staat in de brief dat [onderbewindgestelde] veelvuldig is besproken in het Woonoverlast-overleg, dat vanuit dit overleg in december 2024 en januari 2025 twee gesprekken met [onderbewindgestelde] zijn gevoerd, dat er hulp is aangeboden en duidelijk is gemaakt dat de overlast moet stoppen, dat dit niet heeft geleid tot vermindering van de overlast en dat de overlast daadwerkelijk door de politie wordt geconstateerd.

3. Het geschil

Woningstichting Den Helder vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning en betaling van € 454,43 per maand vanaf 1 juni 2025 totdat de woning is ontruimd. Woningstichting Den Helder legt aan de vordering ten grondslag dat [onderbewindgestelde] zich niet als een goed huurder gedraagt en tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst, omdat hij structureel ernstige overlast veroorzaakt aan omwonenden. De situatie is onhoudbaar, [onderbewindgestelde] heeft voldoende kansen gehad en er is onvoldoende vertrouwen in een nog op te starten zorgtraject.

De bewindvoerders voeren verweer. Zij vinden dat ontbinding niet gerechtvaardigd is en voeren daarvoor – samengevat – het volgende aan. [onderbewindgestelde] woont al 19 jaar in de woning. Hij kampt met psychische problemen en sinds het plotselinge overlijden van zijn begeleider ging het bergafwaarts. Er is niet continu overlast geweest en [onderbewindgestelde] heeft het gevoel dat hij wordt weggepest. De gedragsaanwijzing was geen echte kans omdat [onderbewindgestelde] toen geen begeleiding of zorg kreeg. Inmiddels heeft [onderbewindgestelde] een indicatie voor Beschermd Thuistoezicht met GGZ-begeleiding. Dit zorgtraject vereist dat [onderbewindgestelde] over zelfstandige woonruimte beschikt. Als [onderbewindgestelde] zijn woning verliest kan het traject niet starten, zal het probleem verergeren en zich verplaatsen. [onderbewindgestelde] verdient een laatste kans (onder voorwaarden) en zijn belang bij behoud van de woning moet zwaarder wegen dan dat van Woningstichting Den Helder.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Het gaat in deze zaak om de vraag of de huurovereenkomst moet worden ontbonden en de woning moet worden ontruimd. De kantonrechter vindt dat dit het geval is en legt hierna uit waarom.

Voorop staat dat [onderbewindgestelde] zich als goed huurder moet gedragen. [onderbewindgestelde] moet zich houden aan zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst, het Huurreglement en de wet. Dat betekent onder meer dat [onderbewindgestelde] geen overlast voor omwonenden mag veroorzaken. Dit staat ook duidelijk in de gedragsaanwijzing die [onderbewindgestelde] op 15 mei 2024 heeft ondertekend. Als [onderbewindgestelde] toch overlast veroorzaakt is dus sprake van een tekortkoming. Dit kan reden zijn om de huurovereenkomst te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.

[onderbewindgestelde] heeft zich niet gedragen als goed huurder

Vast staat dat [onderbewindgestelde] de afgelopen vijf jaar overlast aan omwonenden heeft veroorzaakt. Dit blijkt uit de door Woningstichting Den Helder overgelegde tientallen schriftelijke klachten. Woningstichting Den Helder heeft een deel van de klachten geanonimiseerd, maar weet wie de klachten heeft ingediend. De meldingen zijn afkomstig van acht verschillende adressen. Het gaat onder andere om bonken, stampen en zeer luid vloeken in de woning, het gooien van spullen in de woning en vanaf het balkon naar buiten, en schreeuwen/schelden tegen en bedreigen van omwonenden, voorbijgangers en hulpverleners. Verder blijkt uit de brief van de gemeente dat [onderbewindgestelde] ernstige woonoverlast veroorzaakt die voornamelijk bestaat uit harde muziek, hard schreeuwen en schelden en dat de overlast blijft bestaan. [onderbewindgestelde] betwist op zichzelf ook niet dat hij overlast veroorzaakt heeft.

[onderbewindgestelde] is zijn verplichting om zich als goed huurder te gedragen dus niet nagekomen. Het gaat om jarenlange geluidsoverlast en overlast door agressief gedrag. Er is daarom sprake van ernstige en structurele overlast door [onderbewindgestelde] . Dit is een tekortkoming die niet ongedaan gemaakt kan worden. De huurovereenkomst kan op zich dus worden ontbonden.

De tekortkoming rechtvaardigt ontbinding

Vervolgens moet de kantonrechter beoordelen of de tekortkoming van [onderbewindgestelde] van voldoende gewicht is om de ontbinding van de huurovereenkomst met ontruiming van de woning te rechtvaardigen. De kantonrechter vindt dat ook dit het geval is en neemt daarbij het volgende in aanmerking.

Uit de stukken blijkt dat Woningstichting Den Helder en de gemeente de afgelopen jaren nauw betrokken zijn geweest bij deze kwestie. Woningstichting Den Helder heeft zich ingespannen om [onderbewindgestelde] zijn gedrag te laten veranderen. [onderbewindgestelde] is aangeschreven, er zijn gesprekken met hem gevoerd en er is hulp aangeboden om de overlast te laten stoppen. Omdat de situatie niet verbeterde heeft Woningstichting Den Helder [onderbewindgestelde] een laatste kans gegeven met een gedragsaanwijzing. Vast staat dat de gedragsaanwijzing in april 2024 aan de bewindvoerders is gestuurd. [onderbewindgestelde] heeft deze in mei 2024 getekend, in aanwezigheid van twee zorgbegeleiders. Ook die gedragsaanwijzing, de latere sommaties aan [onderbewindgestelde] en de sommaties aan de bewindvoerders van eind 2024/begin 2025 hebben niet tot verbetering geleid. Zelfs in de periode na de dagvaarding (van 6 juni tot en met 1 september 2025) heeft Woningstichting Den Helder nog 16 overlastmeldingen ontvangen. Twee van deze meldingen zijn geanonimiseerd en gedaan door een andere omwonende dan de onderbuurvrouw met wie [onderbewindgestelde] naar eigen zeggen een verstoorde relatie heeft. In de geanonimiseerde melding van 25 juni staat bijvoorbeeld dat [onderbewindgestelde] weer aan het schelden en schreeuwen was en op het moment van opmaken van deze klacht tegen de politie aan het schreeuwen is. In de week voor de zitting van 16 september zijn twee wijkregisseurs van Woningstichting Den Helder nog op huisbezoek geweest bij de betreffende buurvrouw. Een van deze wijkregisseurs heeft op de zitting verklaard dat [onderbewindgestelde] ook toen weer aan het schelden en tieren was, zonder duidelijke aanleiding en zonder betrokkenheid of aanwezigheid van de buurvrouw. Dit is door [onderbewindgestelde] niet weersproken. De overlast is ernstig en blijft doorgaan ondanks alle waarschuwingen.

[onderbewindgestelde] erkent dat hij zijn emoties soms niet onder controle heeft en boos / geëmotioneerd kan reageren. [onderbewindgestelde] zegt dat hij daar niet trots op is. Zijn gedrag houdt volgens [onderbewindgestelde] verband met zijn psychische gesteldheid. Hij heeft het gevoel dat hij door zijn onderbuurvrouw en een aantal andere omwonenden wordt weggepest en vindt dat de andere klagers tegen hem zijn opgezet door de onderbuurvrouw. Maar dat dit echt zo is, blijkt niet uit het dossier. Als de buurvrouw inderdaad een rol speelt bij het gedrag van [onderbewindgestelde] , is de manier waarop [onderbewindgestelde] reageert zo grensoverschrijdend dat dat geen excuus kan zijn, ook al bedoelt [onderbewindgestelde] dit misschien niet zo.

Het belangrijkste argument dat de bewindvoerders als verweer aanvoeren is de Wmo-indicatie die de gemeente op 11 september 2025 heeft afgegeven. Uit het onderzoeksrapport blijkt dat de bewindvoerders op 11 augustus 2025 voor [onderbewindgestelde] een verzoek voor Beschermd Wonen hebben ingediend, dat de gemeente vindt dat er geen noodzaak is tot 24 uurs toezicht of nabijheid maar wel behoefte aan begeleiding en bereikbaarheid buiten de geplande afspraken om. [onderbewindgestelde] komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening Beschermd Thuis Toezicht. Dat houdt in – kort gezegd – dat er iedere dag een begeleider vanuit de GGZ bij [onderbewindgestelde] thuis zal langskomen (6 uur per week) en dat er 24/7 iemand vanuit de GGZ beschikbaar zal zijn voor hulp als [onderbewindgestelde] daar zelf om vraagt. De bewindvoerders vragen om aanhouding van de behandeling van de zaak voor zes maanden, onder voorwaarden, om te bezien of dit zorgtraject een oplossing gaat bieden. Woningstichting Den Helder verzet zich daartegen, omdat – samengevat – deze voorziening volgens haar onvoldoende garanties biedt dat het gedrag van [onderbewindgestelde] zal verbeteren.

De kantonrechter is het op dit punt eens met Woningstichting Den Helder. Het Beschermd Thuis Toezicht moet nog worden opgestart en bevindt zich in een te pril stadium. Het geeft onvoldoende zekerheid dat het onvoorspelbare overlast gevende gedrag van [onderbewindgestelde] , dat dag en nacht plaatsvindt, zal stoppen. Bovendien komt het te laat. [onderbewindgestelde] heeft de afgelopen jaren voldoende kansen gehad om zijn gedrag te verbeteren. De bewindvoerders zijn tijdig en voldoende bij het voortraject betrokken door Woningstichting Den Helder. [onderbewindgestelde] heeft de geboden kansen niet gegrepen. De bewindvoerders zeggen dat [onderbewindgestelde] zich in januari 2025 zelf bij GGZ heeft gemeld en sindsdien hulp krijgt. Maar die hulp heeft de overlast niet doen stoppen.

Het belang van [onderbewindgestelde] om in de woning te blijven is onmiskenbaar groot en de gevolgen van het verlies van de woning zullen voor hem ingrijpend zijn. Maar dat is onvoldoende om aan te nemen dat de door [onderbewindgestelde] veroorzaakte overlast de ontbinding van de huurovereenkomst niet rechtvaardigt. Meerdere omwonenden zijn de afgelopen jaren ernstig in hun woongenot gestoord. Het gaat niet alleen om geluidsoverlast, maar ook om agressieve, bedreigende en discriminerende uitlatingen van [onderbewindgestelde] richting omwonenden. Verschillende buren hebben gemeld zich door het gedrag van [onderbewindgestelde] niet meer veilig te voelen in de portiekflat. Daar weegt onvoldoende tegenop dat mogelijk binnen afzienbare tijd een hulptraject in gang kan worden gezet. Dit maakt het slechte huurdersgedrag uit het verleden namelijk niet ongedaan.

Woningstichting Den Helder heeft voldoende aangetoond dat voor de omwonenden een onhoudbare situatie is ontstaan en heeft de verplichting haar andere huurders te vrijwaren van overlast van [onderbewindgestelde] . Gelet op de aard, ernst en lange duur van de overlast die [onderbewindgestelde] heeft veroorzaakt weegt zijn woonbelang onvoldoende op tegen het belang van Woningstichting Den Helder om te zorgen voor een leefbare woonomgeving voor haar andere huurders. Daarbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat Woningstichting Den Helder op de zitting heeft verklaard dat zij niet lichtvoetig zal omgaan met een veroordelend vonnis en bereid is om met (de bewindvoerders namens) [onderbewindgestelde] in gesprek te gaan over de (termijn van of begeleiding door hulpverleners bij) tenuitvoerlegging daarvan.

De conclusie

De kantonrechter vindt de tekortkoming van [onderbewindgestelde] zo ernstig dat deze ontbinding van de huurovereenkomst met haar gevolgen (ontruiming van de woning) rechtvaardigt. De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal dus worden toegewezen. De bewindvoerders zullen worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen binnen een termijn van zeven dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is net als Woningstichting Den Helder van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.

Woningstichting Den Helder vordert een bedrag van € 454,43 per maand voor huur / een gebruiksvergoeding inclusief servicekosten vanaf 1 juni 2025 totdat de woning is ontruimd. De bewindvoerders betwisten niet dat [onderbewindgestelde] dit maandbedrag verschuldigd is. De kantonrechter zal deze vordering toewijzen vanaf 1 oktober 2025 voor zover de huur of gebruiksvergoeding nog niet is betaald. Op de zitting is namelijk niet gesteld dat er op dat moment sprake was van een huurachterstand. De kantonrechter merkt nog op dat artikel 4 van de huurovereenkomst een huurprijswijzigingsbeding is en artikel 6 van het Huurreglement een servicekostenbeding. De kantonrechter heeft deze bedingen ambtshalve getoetst omdat de huurprijs inclusief servicekosten sinds het begin van de huur is gewijzigd. De kantonrechter vindt de bedingen niet oneerlijk. Want in het huurprijswijzigingsbeding is kennelijk bedoeld aan te sluiten bij de wettelijke regels over het wijzigen van de huurprijs. En op basis van het servicekostenbeding kan Woningstichting Den Helder alleen de werkelijke servicekosten in rekening brengen.

De proceskosten

De bewindvoerders zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Woningstichting Den Helder worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

144,47

- griffierecht

135,00

- salaris gemachtigde

408,00

(2 punten × € 204,00)

- nakosten

102,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

789,47.

5. De beslissing

De kantonrechter

ontbindt de tussen Woningstichting Den Helder en [onderbewindgestelde] bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het adres [adres] ,

veroordeelt de bewindvoerders om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Woningstichting Den Helder zijn, en de sleutels af te geven aan Woningstichting Den Helder,

veroordeelt de bewindvoerders tot betaling aan Woningstichting Den Helder van een bedrag van € 454,43 per maand aan huur of gebruiksvergoeding met ingang van 1 oktober 2025 totdat de woning is ontruimd, voor zover die huur of gebruiksvergoeding nog niet aan Woningstichting Den Helder is betaald,

veroordeelt de bewindvoerders in de proceskosten van € 789,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de bewindvoerders niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.H. Lips en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?