RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: 11616414 \ CV EXPL 25-1175 WD
Vonnis van 29 oktober 2025 (bij vervroeging)
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CARE CONCEPTS EUROPE B.V.,
te Den Bosch,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: Care Concepts,
gemachtigde: mr. A.J.C. van Tienen-de Rijder,
tegen
de vereniging[vereniging],
te [plaats] ,gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [vereniging] ,
gemachtigde: mr. D. van der Wal.
De zaak in het kort
De kantonrechter wijst de vordering van Care Concepts af, omdat de kantonrechter van oordeel is dat [vereniging] de overeenkomst tijdig heeft opgezegd. De kantonrechter wijst de tegenvordering van [vereniging] af, omdat de kantonrechter niet kan vaststellen dat Care Concepts onrechtmatig jegens [vereniging] handelt en haar schade berokkent.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, met 25 producties;- de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie, met 5 producties;- het tussenvonnis van 2 juli 2025;
- het bericht van 26 september 2025, met productie 26 van Care Concepts;
- het bericht van 28 september 2025 met producties 6 tot en met 8 van [vereniging] ;- de mondelinge behandeling van 8 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Op de mondelinge behandeling heeft [vereniging] haar vordering tegen [naam] (hierna [naam] ) ingetrokken. [naam] heeft hiermee ingestemd en geen aanspraak gemaakt op vergoeding van proceskosten. Op deze vordering hoeft niet te worden beslist. [naam] staat om die reden niet als partij in de kop van dit vonnis vermeld.
Na afloop van de mondelinge behandeling is vonnis bepaald.
2. De feiten
Care Concepts exploiteert een onderneming waarbij zij de belangen behartigt van zzp-ers in de zorgsector. Zo zorgt zij er onder meer voor dat haar klanten zijn aangesloten bij erkende klachten- en geschillenregelingen en daardoor voldoen aan de Wet kwaliteit klachten en geschillen zorg.
[vereniging] is een vereniging die het vak schoonheidsspecialist promoot. Verschillende zelfstandig werkende schoonheidsspecialisten zijn bij haar als lid aangesloten.
Met ingang van 1 januari 2022 hebben partijen een overeenkomst gesloten waarbij [vereniging] ten behoeve van haar leden wettelijk erkende klanten- en geschillenregelingen bij Care Concepts heeft “ingekocht”.
Op 19 augustus 2022 heeft Care Concepts per e-mail aan [vereniging] een concept “collectiviteitsovereenkomst” toegezonden. Deze conceptovereenkomst bevat over de duur en de opzegging van de overeenkomst de volgende regeling:
“ARTIKEL 5. DUUR, VERLENGING, OPZEGGING EN ONTBINDING 1. De overeenkomst wordt aangegaan voor 12 maanden en gaat in op datum … 2. De overeenkomst is opzegbaar tegen het einde van de looptijd met een opzegtermijn van één maand.”
Op 18 november 2024 heeft [vereniging] aan Care Concepts een e-mail gestuurd. In deze e-mail schrijft [vereniging] , kort gezegd, dat zij op 29 oktober 2024 een aangetekende brief aan Care Concepts heeft gestuurd, waarmee zij de overeenkomst tussen partijen heeft willen opzeggen.
Care Concepts heeft de opzegging niet geaccepteerd.
Op 1 januari 2025 heeft Care Concepts aan [vereniging] een factuur gestuurd voor een bedrag van € 18.549,30. De factuur vermeldt de volgende omschrijving: “Jaarlidmaatschap klachtenregeling met erkende geschilleninstantie”. De factuur vermeldt de volgende periode: “01-01-2025- 31-12-205”
[vereniging] heeft de factuur niet betaald.
3. Het geschil
in conventie
Care Concepts vordert - samengevat - veroordeling van [vereniging] tot betaling van een bedrag van € 18.549,30, vermeerderd met rente en kosten.
Care Concepts legt aan de vordering ten grondslag dat [vereniging] op grond van de tussen partijen gesloten overeenkomst gehouden is genoemd factuurbedrag aan Care Concepts te betalen. Het bedrag is de vergoeding die [vereniging] over het jaar 2025 aan Care Concepts is verschuldigd. [vereniging] is over 2025 betaling verschuldigd, omdat zij de overeenkomst niet tijdig heeft opgezegd. Zij heeft de in de algemene voorwaarden van Care Concepts opgenomen opzegtermijn van twee maanden, niet in acht genomen, aldus Care Concepts.
[vereniging] voert als verweer aan dat zij de overeenkomst tijdig heeft opgezegd tegen 1 januari 2025. Zij heeft de in de conceptovereenkomst vermelde opzegtermijn van een maand in acht genomen. Daarom is zij niet gehouden het over de periode vanaf 1 januari 2025 in rekening gebracht bedrag te betalen, aldus [vereniging] .
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
[vereniging] vordert - samengevat – dat de kantonrechter Care Concepts verbiedt om contact op te nemen met de leden van [vereniging] .
[vereniging] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Care Concepts wil vanaf 1 januari 2025 geen gebruik meer maken van de dienstverlening van Care Concepts. Desondanks blijft Care Concepts na voornoemde datum de leden van [vereniging] benaderen. Hierbij maakt Care Concepts gebruik maakt van de door [vereniging] aan Care Concepts verstrekte data. Care Concepts handelt daarmee onrechtmatig jegens [vereniging] . Zij brengt de leden van [vereniging] in verwarring en berokkent [vereniging] schade, aldus [vereniging] .
Care Concepts voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
in conventie
De kantonrechter wijst de vordering van Care Concepts af. Care Concepts grondt haar vordering op de overeenkomst die partijen hebben gesloten. De kantonrechter is van oordeel dat het verweer van [vereniging] , dat zij de overeenkomst tijdig heeft opgezegd, slaagt. De kantonrechter legt uit waarop hij dit oordeel baseert.
Tussen partijen is in geschil welke opzegtermijn zij zijn overeengekomen. Care Concepts gaat uit van de in haar algemene voorwaarden opgenomen opzegtermijn van twee maanden. [vereniging] grondt haar verweer op de in de schriftelijke conceptovereenkomst opgenomen opzegtermijn van één maand. Daar waar partijen twisten over de inhoud van een overeenkomst, dient de rechter over te gaan tot uitleg van die overeenkomst.
De vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding van partijen is geregeld, kan niet worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van dat contract. Voor de beantwoording van die vraag komt het immers aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht.
Met inachtneming van het voorgaande overweegt de kantonrechter als volgt. Tussen partijen staat vast dat Care Concepts haar dienstverlening voor [vereniging] per 1 januari 2022 heeft opgestart, maar dat zij – om aan bepaalde behoeftes van [vereniging] tegemoet te komen – aanleiding heeft gezien om een schriftelijke conceptovereenkomst op te stellen en aan te bieden aan [vereniging] . Dit concept heeft zij op 19 augustus 2022 aan [vereniging] verzonden. Voor het opstellen van dit concept heeft zij een jurist ingeschakeld, zo heeft Care Concepts ter zitting verklaard. Voorts staat vast dat [vereniging] dit concept heeft ontvangen, dit zonder protest heeft behouden en dat partijen hun samenwerking daarna hebben voortgezet. De kantonrechter gaat er met partijen vanuit dat [vereniging] de inhoud van het concept (stilzwijgend) heeft aanvaard.
De kantonrechter stelt met partijen vast dat de opzegtermijn in voornoemd concept afwijkt van de opzegtermijn in de algemene voorwaarden.
De kantonrechter is van oordeel dat in onderhavig geval de in de conceptovereenkomst opgenomen opzegtermijn prevaleert boven de opzegtermijn in de algemene voorwaarden. Onder de gegeven omstandigheden mocht [vereniging] er redelijkerwijs van uitgaan dat partijen in afwijking van de algemene voorwaarden een opzegtermijn van een maand aangingen. Redengevend voor dit oordeel is dat (i) Care Concepts het concept zelf heeft laten opstellen met als primaire doel om de samenwerking met [vereniging] vorm te geven, (ii) [vereniging] van dit doel op de hoogte was en (iii) Care Concepts, in tegenstelling tot [vereniging] , bij het opstellen van het contract is bijgestaan door een jurist. Of [vereniging] daadwerkelijk kennis heeft genomen van de in de algemene voorwaarden opgenomen opzegtermijn, is daarbij niet van belang.
Uitgaande van een opzegtermijn van één maand, heeft [vereniging] de overeenkomst op 18 november 2024 (de ontvangst van de opzeggingsmail van die datum wordt door Care Concepts erkend) tijdig opgezegd. De overeenkomst eindigde met ingang van 1 januari 2025. Weliswaar heeft de directrice van Care Concepts aan het slot van de mondelinge behandeling betoogd dat de overeenkomst per 14 december 2021 is gesloten en dus tegen 14 december 2024 had moeten worden opgezegd, maar hieraan gaat de kantonrechter voorbij. Gelet op het moment waarop Care Concepts deze nieuwe stelling naar voren heeft gebracht, acht de kantonrechter deze stelling tardief. Tot en met de mondelinge behandeling heeft Care Concepts het standpunt gehuldigd dat partijen sedert 1 januari 2022 met elkaar hebben samengewerkt.
De slotsom van het voorgaande is dat [vereniging] de overeenkomst op 18 november 2024 rechtsgeldig met ingang van 1 januari 2025 heeft opgezegd. Zij is om die reden niet gehouden het door Care Concepts over 2025 gevorderde bedrag van € 18.549,30 te betalen. Wat partijen hebben aangevoerd over de verzending en de (niet)-ontvangst van de door [vereniging] op 29 oktober 2024 aan Care Concepts aangetekend verzonden opzegbrief, hoeft niet te worden besproken.
Op de mondelinge behandeling heeft Care Concepts nog aangevoerd dat het beroep van [vereniging] op haar opzegging in strijd is met de redelijkheid en billijkheid in de zin van artikel 6:148 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en misbruik van recht als bedoeld in artikel 3:13 BW oplevert. Care Concepts heeft hiertoe aangevoerd dat [vereniging] welbewust heeft geprofiteerd van het facturatiemodel van Care Concepts door vlak voor de opzegging nog nieuwe leden aan te melden in de wetenschap dat deze leden tot de volgende peildatum kosteloos na 1 januari 2025 dekking zouden ontvangen. [vereniging] heeft het voorgaande weersproken.
De kantonrechter overweegt als volgt. Het beroep op de redelijkheid en billijkheid faalt. Een tussen partijen als gevolg van de overeenkomst geldende regel is niet van toepassing, voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.De formulering ‘naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar’ brengt tot uitdrukking dat de kantonrechter bij de beoordeling van het door Care Concepts gedane beroep op de redelijkheid en billijkheid de nodige terughoudendheid zal moeten betrachten.
De kantonrechter stelt vast dat de feiten en omstandigheden die Care Concepts heeft aangevoerd, in dit geval niet meebrengen dat is voldaan aan de hoge maatstaf die de kantonrechter moet toepassen bij het beoordelen van het beroep op de redelijkheid en billijkheid.
De kantonrechter gaat er namelijk van uit dat [vereniging] er niet van op de hoogte was dat de na de opzegging van 18 november 2024 aangemelde leden ook na 1 januari 2025 naar het oordeel van Care Concepts onder de dekking zouden vallen. Op de mondelinge behandeling is namens [vereniging] verklaard dat zij ervan uit is gegaan dat ook voor de nieuw- aangemelde leden de dekking als gevolg van de contract beëindiging vanaf 1 januari 2025 zou vervallen. Gelet op deze verklaring lag het op de weg van Care Concepts om enige feitelijke onderbouwing te geven aan haar vergaande stelling dat [vereniging] welbewust van het facturatiemodel van Care Concepts zou hebben geprofiteerd. Care Concepts heeft deze onderbouwing niet gegeven en daarmee haar beroep op artikel 6:248 lid 2 BW onvoldoende onderbouwd.
Gelet op het voorgaande faalt ook het door Care Concepts gedane beroep op misbruik van recht.
De kantonrechter zal de vordering van Care Concepts afwijzen. Care Concepts is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [vereniging] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
812,00
(2 punten × € 406,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
947,00
in reconventie
De kantonrechter wijst de vordering van [vereniging] af.
Uit hetgeen [vereniging] ter onderbouwing van haar vordering heeft aangevoerd, kan de kantonrechter niet afleiden dat Care Concepts onrechtmatig jegens [vereniging] handelt en haar schade berokkent. Ook als aangenomen moet worden dat de leden van [vereniging] (enigszins) in verwarring raken, doordat zij worden benaderd door Care Concepts, wordt [vereniging] hierdoor niet in een eigen belang geschaad. Voor zover [vereniging] heeft bedoeld de vordering namens haar leden in te stellen, heeft zij niet onderbouwd op welke gronden zij daartoe bevoegd is.
[vereniging] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Care Concepts worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
204,00
(1 punt × € 204,00)
- nakosten
€
102,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
306,00
5. De beslissing
De kantonrechter
in conventie
wijst de vorderingen van Care Concepts af,
veroordeelt Care Concepts in de proceskosten van € 947,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Care Concepts niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
in reconventie
wijst de vorderingen van [vereniging] af,
veroordeelt [vereniging] in de proceskosten van € 306,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [vereniging] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Reid en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2025.