RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 11557621 \ CV EXPL 25-760
Uitspraakdatum: 8 oktober 2025
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap ENGIE UnitedCosumers B.V., h.o.d.n. UnitedConsumers Energie
gevestigd Zwolle
de eisende partij
gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. gerechtsdeurwaarders
tegen
[gedaagde]
wonende te [woonplaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
1. Het verdere procesverloop
Bij tussenvonnis van 16 juli 2025 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld toe te lichten wanneer de bestelknop waarmee de consument de overeenkomst is gewijzigd en om zich uit te laten over de (on)eerlijkheid van het incassokostenbeding uit de productvoorwaarden. Dit heeft zij gedaan bij akte van 10 september 2025 (hierna: de akte).
2. De verdere beoordeling
In de akte heeft de eisende toegelicht dat de bestelknop op de schermafbeeldingen bij de dagvaarding en waarop staat ‘aanmelden met betalingsverplichting’ niet de bestelknop is waarmee de overeenkomst met de gedaagde partij is gesloten. De bestelknop die is getoond, is de bestelknop die geldt voor overeenkomsten die na 14 maart 2023 zijn gesloten. De overeenkomst met de gedaagde partij is echter gesloten op 14 november 2022. Op dat moment stond volgens de eisende partij op de bestelknop de tekst ‘bevestiging aanvraag’ vermeld.
Bij de beoordeling of is voldaan aan de informatieplicht uit artikel 6:230v lid 3 BW mag alleen rekening worden gehouden met de woorden op de bestelknop waarmee de consument het bestelproces afrondt. Met de melding ‘bevestiging aanvraag’ is naar het oordeel van de kantonrechter geen duidelijke mededeling gedaan dat de consument met het aanklikken van die knop een betalingsverplichting aangaat. De omstandigheid dat de gedaagde partij voordat zij op de bestelknop drukte een vinkje heeft moeten zetten dat zij begrijpt dat zij met het drukken op de bestelknop een betalingsverplichting aangaat, volstaat niet. Er is dan ook niet voldaan aan de verplichting van artikel 6:230v lid 3 BW.
Welke sanctie hoort hierbij?
De kantonrechter moet aan de schending van artikel 6:230v lid 3 BW gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn. De kantonrechter zal daarom op grond van de hiervoor vastgestelde schending(en) de overeenkomst met toepassing van de sanctierichtlijn gedeeltelijk vernietigen in die zin dat de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met 33%.
Het incassokostenbeding
De kantonrechter blijft van oordeel dat het incassokostenbeding uit artikel 2.4. van de productvoorwaarden onvoldoende aansluit bij artikel 6:96 Burgerlijk Wetboek (BW) en het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten en daarom oneerlijk is. De eisende partij stelt weliswaar dat in artikel 2.4. alleen staat dat bij niet tijdige betaling incassokosten in rekening ‘kunnen’ worden gebracht en dat dat niet betekend dat dat daadwerkelijk wordt gedaan, maar dat betoog faalt. Een beding moet immers worden beoordeeld naar het moment waarop de overeenkomst is aangegaan en beslissend is daarom niet of en hoe de handelaar het beding heeft toegepast, maar hoe het zou kunnen worden toegepast. Dat het beding de mogelijkheid biedt om al voordat er een veertiendagenbrief is verstuurd incassokosten in rekening te brengen, maakt dat het beding oneerlijk is. De kantonrechter zal het beding daarom vernietigen hetgeen tot gevolg heeft dat de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen. Dat de eisende partij stelt de verschuldigdheid van incassokosten niet op artikel 2.4 van de productvoorwaarden te baseren, maar op artikel 12.6 van de Algemene Voorwaarden voor de levering van elektriciteit en gas aan kleinverbruikers 2017, maakt dat niet anders. Omdat de eisende partij een oneerlijk beding in haar productvoorwaarden heeft staan, kan zij niet subsidiair op grond van (andere) algemene voorwaarden of de wet incassokosten vorderen. Alleen door op deze wijze afschrikkend, evenredig en doeltreffend te sanctioneren, wordt immers de beoogde doelstelling van de gemeenschapswetgever bereikt en verdwijnen oneerlijke bedingen uit overeenkomsten met consumenten.
Wat is toewijsbaar?
Zoals hiervoor is overwogen wordt, vanwege schending van artikel 6:230 v lid 3 BW, de betalingsverplichting van de gedaagde partij verminderd met 33%. Dit betekent dat aan hoofdsom een bedrag van € 1.270,78 (€ 1.896,69 x 0,67) zal worden toegewezen.
De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen, omdat de eisende partij die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom en gelet op artikel 12.6 van de algemene voorwaarden) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente wordt op grond van het rentebeding toegewezen vanaf 16 november 2023.
De proceskosten komen voor rekening van de gedaagde partij, omdat hij overwegend ongelijk krijgt. De kosten voor de genomen akte blijven echter voor rekening van de eisende partij, aangezien het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze extra akte op te stellen.
3. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 1.270,78, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 16 november 2023 tot aan de dag van de gehele betaling;
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 119,40
griffierecht € 385,00
salaris gemachtigde € 135,00 ;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter