ECLI:NL:RBNHO:2025:11999

ECLI:NL:RBNHO:2025:11999, Rechtbank Noord-Holland, 20-10-2025, C/15/351907 / FA RK 24-2141

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 20-10-2025
Datum publicatie 28-11-2025
Zaaknummer C/15/351907 / FA RK 24-2141
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Haarlem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002656

Samenvatting

Wijziging zorgregeling.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd

locatie Haarlem

wijziging zorgregeling

zaaknummer: C/15/351907 / FA RK 24-2141

Beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 20 oktober 2025

in de zaak van:

[de moeder] ,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

hierna: de moeder,

advocaat mr. S. Salhi, kantoorhoudende te Rijswijk,

tegen

[de vader] ,

wonende te [plaats] ,

hierna: de vader,

advocaat mr. M. Cortet, kantoorhoudende te Utrecht.

betreffende

de minderjarige [de minderjarige] (hierna: [de minderjarige] ), geboren op [geboortedatum] te [plaats] .

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met bijlagen van de moeder, ingekomen op 30 april 2024;

- het bericht van de zijde van de moeder van 25 juni 2025.

De vader heeft bij de rechtbank binnen de gestelde termijn geen verweerschrift ingediend.

De zaak is mondeling behandeld op de zitting van 30 september 2025. Ter zitting waren aanwezig:

- mr. Salhi namens de moeder;

- de vader, bijgestaan door zijn advocaat.

Verder was ter zitting als informant aanwezig [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de raad).

De moeder was niet aanwezig ter zitting.

2. Feiten

De ouders zijn getrouwd geweest. Bij beschikking van 14 april 2021 heeft de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, de echtscheiding uitgesproken. Deze beschikking is op [datum] ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

Deze zaak heeft betrekking op het volgende minderjarige kind van de ouders: [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] .

De ouders oefenen het gezamenlijk gezag uit over [de minderjarige] .

[de minderjarige] heeft haar hoofdverblijfplaats bij de moeder.

Bij beschikking van 14 april 2021 is een zorgregeling vastgesteld tussen de vader en [de minderjarige] inhoudende dat [de minderjarige] de ene week van vrijdagochtend 10.00 uur tot zondagavond 18.00 uur bij de vader zal zijn en de andere week van vrijdagochtend 10.00 uur tot zaterdagmiddag 12.00 uur, waarbij de vader [de minderjarige] ophaalt bij de moeder en haar ook bij de moeder thuis brengt.

De moeder heeft in een kort geding op straffe van een dwangsom nakoming gevorderd van de door de rechtbank vastgestelde zorgregeling.

3. Het verzoek

De moeder verzoekt de zorgregeling, zoals bepaald bij – de rechtbank begrijpt – beschikking van 14 april 2021, te wijzigen inhoudende dat [de minderjarige] om het weekend van vrijdag uit school tot zondag 18.00 uur bij de vader zal zijn, waarbij de vader [de minderjarige] op vrijdag ophaalt van school en zondag naar de moeder brengt. De moeder heeft haar verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk gezag ter zitting ingetrokken.

Als onderbouwing van haar verzoek stelt de moeder dat de zorgregeling niet wordt nagekomen door de vader, ondanks herhalende verzoeken van de moeder. De moeder is teleurgesteld in de houding van de vader, te meer nu [de minderjarige] hieronder lijdt. [de minderjarige] heeft behoefte aan contact met haar vader. Op dit moment kan de moeder nooit met zekerheid aangeven wanneer [de minderjarige] bij de vader zal zijn en dit maakt [de minderjarige] onrustig. De moeder heeft er dan ook belang bij dat een zorgregeling wordt vastgesteld die door de vader kan worden nagekomen. Ter zitting heeft de moeder hieraan toegevoegd dat er sinds januari (2025) weer contact plaatsvindt tussen de vader en [de minderjarige] . Het belangrijkste voor de moeder is dat duidelijkheid ontstaat over de zorgregeling tussen de vader en [de minderjarige] omdat er nog steeds sprake is van onregelmatig contact, waarbij de vader [de minderjarige] soms op vrijdag ophaalt en soms pas op zaterdag. De moeder zou het fijn vinden als de vader [de minderjarige] op vrijdagmiddag uit school kan halen. Ook [de minderjarige] heeft aangegeven dat zij dit leuk zou vinden.

De vader heeft geen verweer gevoerd. Ter zitting heeft de vader naar voren gebracht dat het voor hem niet altijd haalbaar is om [de minderjarige] op vrijdagmiddag uit school te halen. De vader is op vrijdagmiddag vanaf 16.00 / 17.00 uur beschikbaar om voor [de minderjarige] te zorgen. Indien het de vader wel lukt om [de minderjarige] uit school te halen, dan zal hij dit tijdig aan de moeder laten weten. De ouders zijn in staat om met elkaar te communiceren en in overleg te treden.

4. De beoordeling

Aangezien de moeder ter zitting haar verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk gezag heeft ingetrokken, hoeft daarop niet meer te worden beslist.

Het wettelijk kader

Uit artikel 1:253a in samenhang met artikel 1:377e van het Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat de rechter op verzoek van (één van) de gezaghebbende ouder(s) een beslissing over een zorgregeling kan nemen of een door ouders onderling getroffen zorgregeling kan wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.

Het advies van de raad

De raad heeft ter zitting naar voren gebracht dat [de minderjarige] behoefte heeft aan voorspelbaarheid en duidelijkheid. In het verleden is de vader een periode onbereikbaar geweest voor de moeder en [de minderjarige] en er moet worden voorkomen dat een dergelijke situatie zich in de toekomst nogmaals voordoet.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank dient zich te buigen over het verzoek van de moeder tot wijziging van de huidige zorgregeling. De moeder heeft verzocht om de huidige zorgregeling te wijzigen in die zin dat het tijdstip van ophalen wordt vervroegd naar 15.00 uur zodat de vader [de minderjarige] om de week op vrijdagmiddag uit school haalt en [de minderjarige] vervolgens bij de vader verblijft tot zondag 18.00 uur. Vanwege de werkverplichtingen van de vader is het voor hem niet mogelijk om in te stemmen met dit voorstel van de moeder. De rechtbank benadrukt, net als de raad, dat het in het belang van [de minderjarige] is om een voorspelbare en duidelijke zorgregeling vast te stellen tussen haar en de vader. De rechtbank acht het dan ook in het belang van [de minderjarige] dat een zorgregeling wordt vastgesteld die enerzijds recht doet aan de behoefte van [de minderjarige] aan voorspelbaarheid en duidelijkheid en die anderzijds uitvoerbaar is voor beide ouders. Vaststaat dat de vader in ieder geval in staat is om [de minderjarige] op vrijdagmiddag rond 16.00 / 17.00 uur op te halen bij de moeder. De rechtbank zal daarom de volgende zorgregeling vaststellen: om de week verblijft [de minderjarige] van vrijdag 16.00 / 17.00 uur tot zondag 18.00 uur bij de vader, waarbij de vader [de minderjarige] op vrijdag ophaalt bij de moeder en op zondag bij de moeder terugbrengt. Bij de vaststelling van voornoemde zorgregeling heeft de rechtbank zo veel mogelijk rekening gehouden met de wens van de moeder om een voorspelbare en duidelijke regeling voor [de minderjarige] vast te stellen. Ook heeft de rechtbank rekening gehouden met de vader door hem niet te belasten met verplichtingen die hij op dit moment niet kan nakomen.

Ter zitting heeft de vader verklaard dat hij bereid is om met zijn werkgever in gesprek te gaan over de mogelijkheid om op de betreffende vrijdagen dat hij de zorg draagt voor [de minderjarige] structureel eerder vrij te zijn, zodat hij [de minderjarige] uit school kan halen. Indien de vader erin slaagt om een dergelijke regeling met zijn werkgever te treffen, acht de rechtbank het in het belang van [de minderjarige] dat de zorgregeling vanaf dat moment zal worden gewijzigd in die zin dat [de minderjarige] bij de vader verblijft van vrijdag uit school tot zondag 18.00 uur bij de vader, waarbij de vader [de minderjarige] op vrijdag uit school haalt en op zondag bij de moeder terugbrengt.

De rechtbank benadrukt dat de ouders het gezamenlijk gezag uitoefenen over [de minderjarige] en daarmee de gezamenlijke verantwoordelijkheid dragen voor de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] . Dit betekent dat van beide ouders samenwerking en flexibiliteit vereist is. Van beide ouders wordt verwacht dat zij bereid zijn hun werkrooster waar mogelijk deels aan te passen ten behoeve van een zorgregeling die werkbaar is voor beide ouders en die in het belang van [de minderjarige] is. Het is positief dat de vader bereid is om in gesprek te gaan met zijn werkgever. Ook geeft de rechtbank de ouders een compliment voor de verbetering in hun onderlinge communicatie waardoor zij momenteel in staat zijn om in overleg te treden over het ophalen en terugbrengen van [de minderjarige] .

Dit leidt tot de volgende beslissing.

5. De beslissing

De rechtbank:

wijzigt de zorgregeling, zoals vastgesteld bij beschikking van 14 april 2021, als volgt:

- om de week verblijft [de minderjarige] van vrijdag 16.00 / 17.00 uur tot zondag 18.00 uur bij de vader, waarbij de vader [de minderjarige] op vrijdag ophaalt bij de moeder en op zondag bij de moeder terugbrengt; en

- indien de vader met zijn werkgever een regeling treft waardoor hij op de betreffende vrijdagmiddagen structureel eerder vrij is verblijft [de minderjarige] van vrijdag uit school tot zondag 18.00 uur bij de vader, waarbij de vader [de minderjarige] op vrijdag uit school haalt en op zondag bij de moeder terugbrengt;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. Flipse, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van M. Hermans als griffier en in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2025.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. Flipse

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?