ECLI:NL:RBNHO:2025:12454

ECLI:NL:RBNHO:2025:12454, Rechtbank Noord-Holland, 27-08-2025, 10060942

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 27-08-2025
Datum publicatie 02-12-2025
Zaaknummer 10060942
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Haarlem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0031432 CELEX:32004R0261 EU:32004R0261

Samenvatting

Verdrag van Montreal. De vervoerder heeft niet aannemelijk gemaakt dat het niet mogelijk was om de passagiers een vervangende vlucht aan te bieden. De vervoerder had ook naar indirecte alternatieven moeten kijken. Splitsing taxikosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 10060942 \ CV EXPL 22-4963

Uitspraakdatum: 27 augustus 2025

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

eisers

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers

gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.)

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

Edelweiss Air

gevestigd te Zurich (Zwitserland)

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. J. Nooij

1. Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Feiten

De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 15 juni 2020 vervoeren van Amsterdam via Zürich (Zwitserland) naar Tirana (Albanië).

De vlucht van Zürich naar Tirana (WK412, hierna: de vlucht) is geannuleerd.

De passagiers hebben op eigen initiatief een taxi naar Wenen (Oostenrijk) genomen en hebben vanaf daar een nieuwe vlucht naar Tirana geboekt.

De passagiers hebben schadevergoeding van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald.

De passagier sub 1 is door de kantonrechter gemachtigd de onderhavige procedure namens zijn minderjarige kind te voeren.

3. Het geschil

De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.121,93, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 juli 2020;- € 203,63 dan wel € 181,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

De passagiers stellen dat zij als gevolg van de annulering van de vlucht en het gebrek aan (redelijk) alternatief vervoer georganiseerd door de vervoerder, genoodzaakt waren om extra kosten te maken. Het gaat om taxikosten naar Wenen (€ 579,50) en een vervangende vlucht (€ 542,18). Volgens de passagiers is de vervoerder op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004 en/of het Verdrag van Montreal en/of het Burgerlijk Wetboek gehouden om de extra gemaakte kosten te vergoeden.

De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4. De beoordeling

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

De passagiers hebben schadevergoeding verzocht in die zin dat zij de kosten van de door hen zelf geboekte alternatieve vlucht vergoed willen zien. De kantonrechter merkt in dit verband op dat de Verordening geen zelfstandige grondslag biedt voor de vergoeding van extra gemaakte kosten. Het antwoord op de vraag of de Verordening ook van toepassing is op de babypassagier Olivia kan daarom in het midden blijven.

De passagiers beroepen zich (mede) op het Verdrag van Montreal. Om te bepalen of het Verdrag van toepassing is dient er te worden gekeken naar of het land van vertrek en het land van de plaats van bestemming partij zijn bij het Verdrag. Het Bundesgerichsthof heeft in een uitspraak van 23 november 2021 (ECLI:DE:BGH:2021:231121UXZR85.20.0) geoordeeld dat bij een heen- en terugvlucht die in één boeking zijn aangekocht, onder het Verdrag sprake is van een rondreis waarbij de eindbestemming dezelfde is als de vertrekplaats. In dit geval gaat het om een reis van Amsterdam naar Amsterdam, die uit meerdere vluchten bestaat met ‘tussenlandingen’ in Zwitserland en Albanië. Nederland heeft het Verdrag van Montreal geratificeerd. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het Verdrag van Montreal van toepassing is op het onderhavig geschil.

Artikel 19 van het Verdrag van Montreal bepaalt dat de vervoerder gehouden is tot vergoeding van ‘schade voortvloeiend uit vertraging in het luchtvervoer van passagiers, bagage of goederen’. De vervoerder heeft niet aannemelijk gemaakt dat de passagiers na de annulering van de vlucht alsnog zonder vertraging op de eindbestemming hadden kunnen aankomen. Het moet er om die reden voor gehouden worden dat de beslissing van de passagiers om een andere vlucht te boeken, is ontstaan uit ‘een vertraging in het luchtvervoer’.

De volgende vraag die voorligt is of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen die redelijkerwijs van hem gevergd kon worden om de schade te vermijden, of dat het voor hem onmogelijk was om dergelijke maatregelen te nemen.

De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het voor hem niet mogelijk was om de passagiers een vervangende vlucht naar Tirana aan te bieden. Daartoe overweegt hij dat de vervoerder ook naar indirecte alternatieven had moet kijken. Het is in een geval als het onderhavige aan de vervoerder om aannemelijk te maken dat er geen beschikbare plaatsen vrij waren op (de door de passagiers genoemde) alternatieve vluchtcombinaties. De enkele stelling dat de vervoerder gebruikt maakt van een ‘automatisch (om)boekingssysteem’ is daartoe onvoldoende.

Ten aanzien van de hoogte van de gevorderde taxikosten heeft de vervoerder terecht opgemerkt dat voor de baby een ander tarief in rekening is gebracht dan voor de volwassen passagiers. De taxikosten voor de drie volwassenen bedragen in totaal € 697,17, en voor de baby € 27,00. Dat betekent dat de taxikosten voor de twee passagiers en de baby neerkomen op een totaal van € 491,78 (in plaats van de gevorderde € 579,50). De vervoerder heeft de hoogte van de kosten voor de vervangende vlucht (€ 541,18) niet betwist.

De kantonrechter is van oordeel dat de gemaakte kosten voldoende noodzakelijk, redelijk en passend zijn gebleken. Dat betekent dat de vordering tot betaling van de hoofdsom wordt toegewezen tot een bedrag van € 1.033,96, en voor het overige wordt afgewezen.

Ten overvloede merkt de kantonrechter nog op dat slechts sprake kan zijn van ‘schade’ voor zover de gemaakte kosten de eventuele restitutie van de oorspronkelijke vliegtickets overschrijden. Dat betekent dat een eventueel gerestitueerd bedrag op de toegewezen schadevergoeding in mindering moet komen.

De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II. De tarieven uit het Besluit worden redelijk geacht. Het primair gevorderde bedrag is hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. De kantonrechter zal de vordering daarom toewijzen tot het wettelijke tarief, namelijk € 187,66 (inclusief btw), en voor het overige afwijzen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is toewijsbaar vanaf de datum van de dagvaarding.

De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder, omdat hij ongelijk krijgt. Daarbij wordt hij ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de passagiers worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

5. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 1.221,62, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.033,96 vanaf 16 juli 2020, en over € 187,66 vanaf 7 juni 2022 tot de dag van de gehele betaling;

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 125,03;griffierecht € 214,00;salaris gemachtigde € 270,00;

vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;

veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.N. Schipper

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?