ECLI:NL:RBNHO:2025:12459

ECLI:NL:RBNHO:2025:12459, Rechtbank Noord-Holland, 06-08-2025, 9997414

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 06-08-2025
Datum publicatie 09-12-2025
Zaaknummer 9997414
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Haarlem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0031432 CELEX:32004R0261 EU:32004R0261

Samenvatting

De vervoerder heeft voldoende gelegenheid gehad om op de gewijzigde quarantainevoorschriften in Hong Kong te anticiperen. Het is niet gebleken dat er een noodzaak was om de vlucht kort van te voren te annuleren.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 9997414 \ CV EXPL 22-4206

Uitspraakdatum: 6 augustus 2025

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiseres]

wonende te [plaats]

eiseres

hierna te noemen: de passagier

gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

Finnair OYj gevestigd te Helsinki (Finland)

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. T. Teke

1. Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Feiten

De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 14 augustus 2020 vervoeren van Hong Kong via Helsinki naar Amsterdam, met de vluchten AY100 en AH1301.

Er heeft een schemawijziging plaatsgevonden, waarover de passagier op 4 augustus 2020 is geïnformeerd.

De passagier is met de vlucht(en) AY102 en AY1305 naar Amsterdam gevlogen.

De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3. Het geschil

De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente; - € 181,50 dan wel € 108,90 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

De passagier baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder haar vanwege de schemawijziging c.q. annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- (artikel 7 van de Verordening).

De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4. De beoordeling

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

Vaststaat dat niet alleen de vertrektijd van de vlucht, maar ook het vluchtnummer is gewijzigd. Naar het oordeel van de kantonrechter is de schemawijziging daarmee aan te merken als een omboeking naar een compleet andere vlucht. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de oorspronkelijke vlucht voor de passagier als geannuleerd moet worden beschouwd. Nu gesteld, noch gebleken is dat de vervoerder zich kan beroepen op artikel 5, eerste lid, onder c van de Verordening, geldt er in beginsel een compensatieplicht voor de vervoerder.

De vervoerder heeft een beroep gedaan op de coronapandemie en de daardoor geldende beperkende overheidsmaatregelen. Begin juli 2020 hebben de gezondheidsautoriteiten van Hong Kong de quarantainevoorschriften met betrekking tot bemanningsleden aangescherpt. Om te voorkomen dat bemanningsleden in Hong Kong in quarantaine zouden worden geplaatst, heeft de vervoerder besloten om de rotatie zonder tussenstop van de bemanning uit te voeren. Dit heeft ertoe geleid dat het schema moest worden aangepast om een zo kort mogelijke omdraaitijd in Hong Kong te bewerkstelligen.

De kantonrechter is van oordeel dat de passagier terecht heeft opgemerkt dat de vervoerder reeds anderhalve maand vóór de vlucht op de hoogte was van de gewijzigde quarantainevoorschriften in Hong Kong. Het is aan de vervoerder om tijdig op dergelijke gebeurtenissen te anticiperen. De vervoerder heeft voldoende tijd gehad om eventuele verstoringen te minimaliseren. Het is niet gebleken dat er een noodzaak was om de vlucht minder dan 14 dagen van te voren te annuleren. De kantonrechter is daarom van oordeel dat het beroep op buitengewone omstandigheden faalt.

De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van de passagier zal toewijzen.

De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagier heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden heeft laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II. De tarieven uit het Besluit worden redelijk geacht. Omdat het subsidiair gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief (inclusief btw), zullen de subsidiair gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is toewijsbaar vanaf de datum van de dagvaarding.

De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder, omdat hij ongelijk krijgt. Daarbij wordt de vervoerder ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de passagier worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

5. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 708,90, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 600,00 vanaf 14 augustus 2020, en over € 108,90 vanaf 19 april 2022 tot de dag van de gehele betaling;

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 125,03;griffierecht € 214,00;salaris gemachtigde € 270,00;

vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;

veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten, voor zover de passagier daadwerkelijk nakosten zal maken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.N. Schipper

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?