RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11155949 \ CV EXPL 24-3794
Uitspraakdatum: 13 augustus 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser]
wonende te [plaats]
eiser
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: mr. R. Bos (Aviclaim)rolgemachtigde: mr. A.Y. Lai
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Emirates
gevestigd te Dubai (Verenigde Arabische Emiraten)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. Feiten
De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 20 juni 2022 vervoeren van Amsterdam via Dubai (Verenigde Arabische Emiraten) naar Melbourne (Australië).
De vlucht van Amsterdam naar Dubai (EK148, hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd. De passagier heeft zijn aansluitende vlucht naar Melbourne gemist. Hij is omgeboekt naar een alternatieve vlucht, waarmee hij 7 uur en 43 minuten later dan oorspronkelijk gepland is aangekomen.
De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente;- € 90,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de nakosten.
De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
De vervoerder heeft een beroep gedaan op buitengewone omstandigheden. Hij heeft in dit verband aangevoerd dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van een groot tekort aan beveiligingspersoneel op Schiphol.
De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er op de datum van de vlucht sprake was van groot tekort aan beveiligingspersoneel op Schiphol. Hierdoor ontstonden er extreem lange wachtrijen met vertrekkende passagiers. Als gevolg van het niet op tijd door Schiphol afhandelen van de vertrekkende passagiers bij de security check, kwamen veel passagiers te late aan bij de gate voor hun vlucht. Hoewel de (operationele) keuze van de vervoerder om op verlate passagiers te wachten hem in beginsel niet ontslaat van de verplichting om gedupeerde passagiers te compenseren, heeft de vervoerder in dit geval voldoende aannemelijk gemaakt dat afladen van bagage van de niet-verschenen passagiers net zoveel (of zelfs meer) vertraging zou hebben veroorzaakt. Het afladen van de bagage van alle niet verschenen passagiers zou er namelijk ten eerste toe hebben geleid dat er opnieuw een gewichtsverdelingsberekening van de vlucht gemaakt zou moeten worden, omdat zoveel bagage verwijderen invloed heeft op de belading van de vlucht. Bovendien is de vervoerder voor het afladen van bagage afhankelijk van de faciliteiten van de luchthaven, en had ook de grondafhandeling van Schiphol op de datum van de vlucht te kampen met congestieproblemen. Om veiligheidsredenen is het wettelijk niet toegestaan om te vertrekken met bagage aan boord van passagiers die zelf niet meevliegen. Het beroep op buitengewone omstandigheden slaagt.
De vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagier te voorkomen dan wel te beperken moet bevestigend worden beantwoord. De vervoerder heeft toegelicht dat hij de passagier heeft omgeboekt op de eerstvolgende vlucht naar Melbourne. Niet valt in te zien welke maatregelen de vervoerder nog meer of anders had kunnen nemen om de vertraging te voorkomen dan wel te beperken. Gelet op het voorgaande zal de vordering van de passagier worden afgewezen.
De proceskosten komen voor rekening van de passagier, omdat hij ongelijk krijgt. Daarbij wordt de passagier ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, als betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis.
5. De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagier tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,
te vermeerderen, als betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis;
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter